Dagverhaal der doormarcheerende troepen

January 12, 2018 | Author: Anonymous | Category: Geschiedenis, Wereldgeschiedenis
Share Embed Donate


Short Description

Download Dagverhaal der doormarcheerende troepen...

Description

1

s d ek an re e rl he em isc n or en ist -K H den id M

“Dagverhaal der doormarcheerende troepen” Beverwijk in de ban van de Fransen (1787-1802)

J. van Venetien - A. Schweitzer - J. van der Linden

Historisch Genootschap Midden-Kennemerland - Museum Kennemerland

De auteurs hebben getracht alle rechthebbenden van het afgebeelde materiaal te achterhalen. Niet vermelde rechthebbenden kunnen zich wenden tot de uitgevers. ISBN 90-804540-3-6. 1999,

uitgegeven door het Historisch Genootschap Midden-Kennemerland en het Museum Kennemerland, Westerhoutplein 1, 1943 AA Beverwijk

©

Historisch Genootschap Midden-Kennemerland en Museum Kennemerland en de auteurs: drs J. van Venetien, drs A. Schweitzer en J. van der Linden.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, onder meer door middel van druk, fotokopie, micofilm, internet of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de copyrighthouders. No part of this publication may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm, internet or any other means, without written permission from the copyright holders. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

2

Aan de lezers, De inval van de Engelsen en de Russen in 1799 is ook aan Beverwijk niet ongemerkt voorbij gegaan. Dat is gezien de ligging van Beverwijk aan een belangrijke noord-zuid- verbinding niet zo verwonderlijk. En daarom mag in 1999 een terugblik naar dat jaar, beter nog die periode, met zaken uit het Beverwijkse, niet ontbreken. In het begin van de jaren tachtig verwierf het Museum Kennemerland een tweetal handschriften die op de bedoelde periode betrekking hebben. Dat zijn het verhaal van Broer Schermer en een anoniem geschrift over de door Beverwijk trekkende troepen en verdere gebeurtenissen gedurende een periode van ruim tien jaren. Het geschrift was anoniem, maar onze auteurs hebben toch kans gezien de schrijver te bepalen. Het Museum en het Historisch Genootschap hebben reeds eerder boeken over de historie van deze regio uitgegeven. Te denken valt aan “De Stede Beverwyck affghetekent door Daniel van Breen” en “Beverwijks Zwarte Jaren”, maar dat waren nog losse publicaties. Met deze uitgave starten het Museum en het Historisch Genootschap een Historische reeks. Wij hopen en vertrouwen erop dat deze reeks een royale stroom van publicaties over de historie van deze streek zal opleveren. De leden van het Historisch Genootschap krijgen dit eerste nummer van de Historische reeks als ledenbulletin toegestuurd. De drie auteurs die aan deze uitgave meewerkten, de heren drs. J. v. Venetien, J. v.d. Linden en drs. A. Schweitzer, hebben hun sporen meer dan verdiend. Denkt U maar eens aan het onvolprezen “Hart van Kennemerland” en meer recentelijk “Matzes met Aardbeien” en “Het ontstaan van Beverwijk als Stedelijke Nederzetting”. Wij zijn er van overtuigd dat U met veel aandacht de gebeurtenissen aan het eind van de achttiende eeuw - gezien door de ogen van een tweetal tijdgenoten en voor ons toegankelijk gemaakt door de drie genoemde auteurs - zult lezen. Graag zeggen wij de auteurs hartelijk dank voor hun inzet en volharding om deze publicatie mogelijk te maken. En ook zij die verder nog aan de totstandkoming werkten hebben onze dank verdiend. Wij wensen de historisch geïnteresseerde lezer veel leesplezier.

Voorzitter Historisch Genootschap Midden-Kennemerland J. Frerichs Voorzitter Museum-Kennemerland ir. J. Camfferman

december 1999 HGMK Ledenbulletin 23, 1999

3

INHOUDSOPGAVE

Aan de lezers.......................................................................................................................................... blz. 3 Verantwoording...................................................................................................................................... blz. 5 Handreiking aan de lezer........................................................................................................................ blz. 6 De Infanterie.......................................................................................................................................... blz. 7 De Cavalerie........................................................................................................................................... blz. 8 De Artillerie........................................................................................................................................... blz. 9 Chronologie van gebeurtenissen............................................................................................................. blz. 11 “Dagverhaal der doormarcheerende troepen” en een impressie van de schoolmeester ............................. blz. 15

Bijlagen:

1

Literatuuroverzicht........................................................................................................................... blz. 85

2 Verantwoording van de afbeeldingen................................................................................................ blz. 87 3

Bijzonderheden over in de handschriften vermelde personen, die woonachtig waren in of bij Beverwijk .................................................................................................................................... blz. 89

4 Verklarende begrippenlijst................................................................................................................ blz. 97

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

4





“Doch ik hoor gerucht; het zijn soldaten; dat zal weder inkwartiering wezen.”



(De Russen in Noord-Holland of Vrijhart en Saartje. Toneelspel in drie bedrijven. 1800.)

Verantwoording Het bijhouden van een dagboek of het noteren van eigen ervaringen onder bedreigende omstandigheden is niet iedereen gegeven. Toch blijkt het geen uitzonderlijk verschijnsel te zijn. Het aantrekkelijke van dit soort egodocumenten schuilt in het feit dat ze gewoonlijk rijk zijn aan gegevens van persoonlijke aard en handelen over alledaagse beslommeringen. Als zodanig vormen ze vaak een belangwekkende aanvulling op de officiële archiefstukken, waarin men dit soort informatie in de regel niet aantreft. Het is een gelukkige omstandigheid dat in het Museum Kennemerland te Beverwijk twee documenten in handschrift worden bewaard uit de tijd van de Bataafse Republiek (1795-1806), die, het ene wat meer dan het andere, voldoen aan de typering van een egodocument die men daaraan zou kunnen geven. Beide verhalen zijn opgesteld door Beverwijkers en beide besteden ze, zoals verwacht mag worden veel aandacht aan plaatselijke gebeurtenissen. De oorlog die in 1799 in Noord-Holland heeft gewoed tussen de Britse en Russische troepen enerzijds en Fransen en Bataven anderzijds, krijgt natuurlijk bijzondere aandacht. Beverwijk ontsnapte toen, tot grote opluchting van haar burgers, op het nippertje aan oorlogshandelingen en dus aan vernielingen en erger. De schrijvers maken wel duidelijk dat de bevolking daarmee niet ontkwam aan de voortdurende last van inkwartiering, aan de vordering van paarden en wagens door de autoriteiten, aan roof van voedsel, vee, geld, sieraden, kleding, brandhout en wat niet al. Minstens zo erg waren de grove bejegeningen en zelfs mishandelingen die de mensen zich van de zijde van Franse en Bataafse soldaten moesten laten welgevallen. Dat soort ervaringen vertroebelde de sfeer natuurlijk dusdanig, dat er nauwelijks oog bestond voor de meer plezierige contacten met ingekwartierde militairen. Die zijn er natuurlijk ook geweest, al zullen ouders van opgroeiende dochters daar wel eens anders over gedacht hebben. Het zal de lezer intussen snel duidelijk worden dat de hinderlijke last van inkwartiering en andere onaangename bijverschijnselen van militaire aanwezigheid niet beperkt bleven tot de tijd van de oorlog van 1799. Het lange “Dagverhaal der doormarcherende troepen” is in de onrustige jaren 1787-1802 bijgehouden door een vooraanstaande Beverwijker, die in de tijd van de Bataafse Republiek lid is geweest van de Municipaliteit, het gemeentebestuur. Door die en andere functies was hij bij machte om veelvuldig achter de schermen te kijken. Zijn berichtgeving draagt het karakter van een ambtelijke verslaggeving, waaraan de persoonlijke noot niet ontbreekt. Het waarheidsgehalte lijkt hoog te liggen, al kunnen wij de auteur wel eens op tekortkomingen en fouten betrappen. De gegevens over de oorlogsgebeurtenissen die zich buiten Beverwijk hebben voltrokken ontleent hij in de meeste gevallen kennelijk aan de in 1801 verschenen beschrijving van de oorlog door L.C. Vonk. Die uiteenzetting is niet vlekkeloos, maar in zijn algemeenheid toch lang niet slecht. Het andere, veel kortere handschrift, dat als intermezzo in het “Dagverhaal” is ingevoegd, is geschreven door de toenmalige stadsschoolmeester en gaat bijna geheel over persoonlijke belevenissen. De beide handschriften verschijnen nu, tweehonderd jaar na de strijd in Noord-Holland, geannoteerd in druk. Het is aan de lezer om te beoordelen of de uitgave ervan in een behoefte voorziet. Die lezer dient wel te bedenken dat de beide geschriften zeker niet bedoeld waren om de mensen die twee eeuwen later zouden aantreden te behagen. Wat de beide Beverwijkers van toen dan wel gedreven heeft, ligt verscholen in de tijd. De bewerkers stellen er prijs op hun dank uit te spreken tegenover de heer H. van Roo, die zo vriendelijk is geweest in enkele duistere kwesties helderheid te verschaffen. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

5

Handreiking aan de lezer De in deze bundel opgenomen verhalen bevatten veel mededelingen over militaire aangelegenheden. Wij hebben het daarom nuttig geoordeeld om ze vooraf te laten gaan door korte uiteenzettingen over de belangrijkste legeronderdelen van die dagen, de infanterie, de cavalerie en de artillerie. Daarmee denken wij de beschouwingen van twee notabele Beverwijkers uit de Franse tijd over gebeurtenissen die zich in hun leven hebben voorgedaan beter toegankelijk te maken. Naar volledigheid is niet gestreefd. Over de oorlog van 1799 vindt men geen samenvattend betoog. Uniformen, wapentuig, bijzonderheden over de toen strijdende partijen blijven goeddeels buiten beschouwing. Wie zich daarin wil verdiepen kan verwezen worden naar het in 1998 verschenen boek “De lange herfst van 1799” en naar het recente werk van G. van Uythoven, “Voorwaarts, Bataven!” Die boeken bevatten beide een literatuurlijst. Een tamelijk uitgebreide, maar zeker geen volledige literatuuropgave treft men trouwens ook in dit boek aan. De voorvallen die zich toen in Beverwijk hebben voltrokken, kunnen niet steeds los gezien worden van gebeurtenissen die zich elders voordeden. Om de ontwikkelingen in Beverwijk en omstreken in die tijd in een ruimer verband te kunnen plaatsen is een chronologisch overzicht opgenomen van relevante gebeurtenissen die zich toen elders, in en buiten Nederland hebben voorgedaan. De lijst beslaat de periode van circa 1750 tot 1815. Tussen de tekst in treft men toelichtende noten aan. Zo nu en dan is daarin een wat langere beschouwing opgenomen, als het om een onderwerp gaat waarvan wij menen dat het iets meer dan gewone aandacht verdient. Om het notenapparaat niet al te lang en te log te maken hebben wij ervoor gekozen om een flink aantal termen en begrippen uit de tekst onder te brengen in een afzonderlijke “verklarende begrippenlijst”. Zaken die naar onze mening beter bij de tekst kunnen worden toegelicht, vindt men in de noten terug. Wat men daar niet aantreft staat allicht in die begrippenlijst. Het “Dagverhaal der doormarcheerende troepen” en het daarin opgenomen verslag van de Beverwijkse schoolmeester bevatten een groot aantal namen van personen. Voorzover het om Beverwijkers en andere streekbewoners gaat, of om mensen die een sterke binding met het gebied hadden, zijn zij doorgaans nog opgenomen in een afzonderlijke lijst. Daar vindt men dan in klein bestek enige levensbijzonderheden van de betrokkenen.

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

6

DE INFANTERIE Vive la Hollande! In het “Dagverhaal der doormarcheerende troepen” is heel wat plaats ingeruimd voor de infanterie. Dat is niet verwonderlijk. Het voetvolk vormde in aantal nu eenmaal altijd een veelvoud van de andere krijgsmachtonderdelen. In het ‘Staatse leger’, zoals men de strijdmacht te land van de Republiek der Verenigde Nederlanden noemde, stond omstreeks 1794 tegenover de cavalerie met ongeveer 4 000 man en de artillerie met een iets groter aantal, de infanterie met ruim 30.000 man. Nu moeten we met deze getallen een beetje oppassen. Ze geven waarschijnlijk meer een indruk van de getalsverhoudingen binnen de krijgsmacht, dan inzicht in de werkelijke aantallen. De meeste onderdelen waren namelijk ver onder de zogenaamde organieke sterkte, de sterkte “op papier”. Traditiegetrouw bevonden zich in het Nederlandse leger tamelijk grote aantallen buitenlanders, vooral Duitsers en in mindere mate ook Zwitsers, Walen en Schotten. Na 1789 voegden zich bij hen enige honderden Franse “émigrés”, die wegens de revolutie hun land waren ontvlucht en een nieuw bestaan vonden binnen de Nederlandse krijgsmacht. Men moet bij het voorgaande steeds bedenken dat alle militairen huursoldaten waren. Dienstplicht bestond toen nog niet in Europa. In de tijd waarover wij spreken telde het Staatse leger 41 infanterieregimenten en nog enkele kleinere zelfstandige eenheden. Officieel zou een regiment ongeveer 1.000 man moeten tellen, maar we hebben al vastgesteld dat de meeste ervan dat aantal niet haalden. Sommige infanterieregimenten droegen een eigen naam, zoals de regimenten Hollandsche Gardes, Orange-Nassau, Orange-Vriesland, Orange-Gelderland, Orange-Drenthe en Orange-Stad en Lande (dat in het “Dagverhaal’ Orange-Groningen en Ommelanden” wordt genoemd). Verreweg de meeste infanterieregimenten werden met een getal aangeduid. Gewoonlijk volstond men echter met het vermelden van de naam van de commandant. Dat gebeurde zelfs wel met de regimenten die een eigen naam hadden. De komst van de Fransen in 1795 maakte een eind aan de Republiek der Verenigde Nederlanden en aan het Staatse leger. De leden van het Oranjehuis namen de wijk naar Engeland. Zoals te verwachten was ging de nieuw gestichte Bataafse Republiek vrij snel over tot reorganisatie van het leger. Bij de infanterie kwamen in de plaats van de vroegere regimenten zeven halve brigades met elk drie bataljons. De sterkte van een halve brigade bedroeg, in theorie althans, 98 officieren en 1.995 minderen in rang. Er waren heel wat soldaten van het Staatse leger die zonder problemen overgingen in Bataafse dienst. Bij buitenlandse eenheden gebeurde dat meestal niet. De uit Zwitsers bestaande regimenten werden in de jaren 1796 en 1797 ontbonden, omdat de Zwitserse kantons niet bereid waren de vroegere overeenkomsten te verlengen. Ook de meeste Duitse vorsten zegden de bestaande verdragen op. Alleen die van Waldeck en Saxen-Gotha vonden goed dat de uit hun staten afkomstige soldaten in Bataafse dienst traden. Zij werden ondergebracht in afzonderlijke infanterieregimenten. De schrijver van het “Dagverhaal” meldt een paar keer de aanwezigheid van Waldeckers in Beverwijk, maar niet in de periode van de oorlog in Noord-Holland. Soldaten van Saxen-Gotha worden helemaal niet genoemd. Deze Duitse regimenten zijn ook niet bij de oorlog in Noord-Holland betrokken geweest. Het ligt niet in onze bedoeling om verder uitgebreid in te gaan op de wijze waarop het Bataafse leger was georganiseerd. We beperken ons tot de belangrijkste feitelijke gegevens. Het leger was ingedeeld in twee divisies. De eerste divisie stond onder bevel van luitenant-generaal H.W. Daendels, de tweede werd geleid door luitenant-generaal J.B. Dumonceau, wiens naam ook wel gespeld wordt als Du Monceau. Elke divisie omvatte cavalerie- en artillerie-onderdelen, daarnaast gewone infanterie en tenslotte jagers. Deze jagers vormden een soort lichte infanterie, die in het bijzonder geschikt was voor het uitvoeren van snelle acties achter of in de flanken van de vijandelijke linies. De jagers waren ook speciaal geoefend voor het voor-hoedegevecht. Kort samengevat zag de samenstelling van het Bataafse leger er als volgt uit: 7 Halve Brigades infanterie à 3 bataljons, 4 Bataljons Jagers, 4 Regimenten Cavalerie, 2 Compagnieën Rijdende Artillerie, 4 Bataljons Artillerie te Voet. Ten tijde van de Brits-Russische inval bedroeg de totale sterkte van de Bataafse armee 13.565 man. Er waren, zoals wij zagen, heel wat buitenlanders uit het Nederlandse leger vertrokken toen de Bataafse Republiek tot stand kwam. Dat het percentage vreemdelingen desondanks hoog bleef in het Bataafse leger hangt samen met het voortgezette streven om op andere plaatsen in Europa nieuwe rekruten aan te werven. Hiervoor is al gebleken dat de meeste onderdelen te kampen hadden met een tekort aan soldaten. Door de voortdurende oorlogen bestond er in heel Europa een grote vraag naar militair personeel. Ronselaars van allerlei herkomst zwierven door de traditionele rekruteringsgebieden, zoals de diverse Duitse staten en de Zuidelijke Nederlanden, om te proberen jonge mannen met een handvol geld voor hun opdrachtgever te strikken. Daar ontmoetten ze concurrerende wervers met wie ze zelf zowat op voet van oorlog leefden. Frankrijk, dat in die dagen al een eerste aanzet tot dienstplicht kende, keerde zich met hand en tand tegen het rekruteren van soldaten door werfagenten van de Bataafse Republiek onder Franse dienstplichtigen in de Zuidelijke Nederlanden. Dat gebied was in 1797 bij Frankrijk ingelijfd. De spoeling werd natuurlijk steeds dunner en de kwaliteit naar verhouding slechter. Muiterij, gebrek aan strijdlust, HGMK Ledenbulletin 23, 1999

7

desertie waren onder de gerekruteerde soldaten geen onbekende verschijnselen. We zullen er nog voorbeelden van tegenkomen. Noodgedwongen ging men steeds minder kieskeurig te werk. In Rijssel (het tegenwoordige Lille) nam kolonel Gelderman, die daar in 1797 met het werven belast was, 1462 soldaten en matrozen aan, die eerder gedeserteerd waren, waarschijnlijk uit het Pruisische of uit het 0ostenrijkse leger. De kolonel was niettemin zeer tevreden over het resultaat en de rekruten waren het kennelijk niet minder. In zijn rapport aan de Bataafse regering meldt Gelderman: “... dat ik hen niet zelden op mijne aankomst hoorde uitgalmen: Vive la Hollande”. Niet minder verrassend mag men het gegeven noemen dat de luitenant-kolonel Abbema van de 3e halve brigade, die herhaaldelijk in het “Dagverhaal” wordt genoemd, zelfs tot bij de Main en Mannheim rekruten liet zoeken voor zijn onderbezette onderdeel. Daar waren veel keizerlijke deserteurs bij, weggelopen soldaten dus uit het Oostenrijkse leger. Tamelijk bizar is ook het bericht van generaal Daendels, dat soms soldaten bij de Bataafse onderdelen wegliepen, die dan vervolgens dienst namen bij de Franse troepen, maar in soldij bleven bij de Bataafse Republiek. De vraag rijst of er met dergelijk volk wel te vechten viel. De schrijver aan wie we deze gegevens ontlenen meent van wel: “Toch ... is de algemeene indruk, die men van die troepen op het oorlogstooneel verkrijgt, verre van ongunstig” (Koolemans Beijnen, Krijgsgesch. studie, 101 e.v.). Dat het niet altijd goed ging vertelt ons het “Dagverhaal” nu en dan.

DE CAVALERIE La cavalerie charge! Van de drie belangrijkste legeronderdelen uit de oude tijd, de infanterie, de artillerie en de cavalerie is de laatste bijna spoorloos uit het leger verdwenen. Maar omdat men er in de krijgsmacht altijd veel waarde aan hecht om de traditie van een verdwenen legeronderdeel voort te zetten, heeft men het tankwapen intussen als de wettige erfgenaam van de oude ruiterij aangewezen. Voor de echte paardenliefhebbers moet die omschakeling niet gemakkelijk te verteren zijn geweest. Tweehonderd jaar geleden verkeerde de ruiterij nog in haar glorietijd. Zij vormde naar de mening van velen het hart en het meest prestigieuze onderdeel van de krijgsmacht. Zonen uit vooraanstaande families stelden er een eer in om bij de cavalerie carrière te maken. In hun kleurige en per regiment verschillende uniformen, hoog te paard gezeten, waren zij er zich terdege van bewust grote indruk te maken op niet-ingewijden. De ontmoeting met een vijand op het slagveld bood een fantastisch kleurrijk schouwspel, ook als er nog helemaal geen bloed vloeide. Maar het werd pas echt groots en indrukwekkend als in een oorlogssituatie honderden of zelfs duizenden ruiters in volle galop een massale charge op de vijand uitvoerden. Op de mensen die daar getuige van waren, maakte zo’n actie een onvergetelijke en soms letterlijk verpletterende indruk. Van het schokeffect van zo’n actie op een vijand moet men zich geen geringe voorstelling maken. Meer dan eens slaagde de ruiterij er met haar grote stootkracht in de beslissing in een slag te forceren. De slag bij Castricum op 6 oktober 1799 biedt daar een goed voorbeeld van. Nu had de cavalerie meer pijlen op haar boog dan alleen de spectaculaire stormaanval. En daarbij denken we niet zozeer aan decoratief en representatief optreden, zoals het uitvoeren van garde-activiteiten ten behoeve van de stadhouder en zijn familie. In tijd van oorlog behoorde tot haar taken ook het verrichten van verkenningen, het doen van snelle aanvallen om andere onderdelen te ontlasten en het vervoer van ammunitie naar verspreid liggende infanteristen, om maar enkele voorbeelden te noemen. De samenstelling van de cavalerie in bet leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden, vlak voor de komst van de Fransen in 1795, was eigenlijk verbazingwekkend ruim van opzet. Veel innerlijke kracht ging er niet achter schuil. Voor het Franse invasieleger vormde het veelvoud van regimenten nauwelijks een obstakel. De Staatse cavalerie omvatte toen: het Eskadron Gardes du Corps (de lijfwacht van de stadhouder), het Regiment Gardes te Paard; commandant: Willem George Frederik, prins van OranjeNassau, tweede zoon van stadhouder Willem V, het Regiment Karabiniers Oranje Friesland; commandant: stadhouder Willem V, prins van Oranje-Nassau, het Regiment Van Hessen-Pbilipsthal; commandant: W. landgraaf van Hessen-Philipsthal, het Regiment Van der Duyn; commandant: A.F. van der Duyn van ‘s-Gravemoer, het Regiment Bentinck; commandant: B.H. Bentinck tot Buckhorst, het Regiment Van Tuyll van Serooskerken; commandant: J.J. van Tuyll van Serooskerken, het Regiment Hoeufft van Oyen; commandant: J.P. Hoeufft van Oyen, het Regiment Gardes Dragonders; commandant: D.W. baron van Verschuer, het Regiment Dragonders Van Bylandt; commandant: 0.S.C. graaf van Bylandt, het Regiment Dragonders Van Hessen-Cassel; commandant: F. prins van Hessen-Cassel, het Regiment Huzaren Van Heeckeren; commandant: R.B.W. baron van Heeckeren-van Molecaten, het Regiment Huzaren Timmerman; commandant: P.J. Timmerman. Het hele “wapen” telde organiek 4.000 man en 5.000 paarden. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

8

De hier geschetste structuur was de nieuwe democratisch gezinde machthebbers in de Bataafse Republiek (17951806) een gruwel. Ze zagen er weinig anders in dan een geldverslindend bolwerk van subversieve stadhouderlijke en aristocratische krachten. De altijd onstuimige Daendels drukte zich, zoals men van hem gewend was, met betrekking tot de leden van dat bastion nog aanzienlijk grover uit. Tijdens de opmars van de Franse troepen in 1794 typeerde hij hen als “Adellijk en Aristocratisch Ongedierte” (Schama, 224). In een circulaire van de intussen hervormde Staten-Generaal heet het in maart 1795: “De landmacht is tot in zijne diepste aderen bedorven door de kostbare inrichting van dezelve” (Koolemans Beijnen, Krijgsgesch. studie, 75). Hier steekt ook nog even de oude aversie de kop op van de patriotten tegen de stadhouder, die er vanuit zijn anti-Franse en pro-Britse gezindheid steeds op uit zou zijn geweest om het leger te versterken en de vloot te verwaarlozen. Vereenvoudiging van de cavalerie was nu dus het parool. Eerst vielen de garde-onderdelen af, die in een bijzondere betrekking tot de inmiddels verdwenen stadhouder hadden gestaan. Vervolgens vonden er allerlei samensmeltingen plaats, waarvan het uiteindelijke resultaat was dat de cavalerie tot vier regimenten werd teruggebracht: het 1e Regiment Cavalerie; commandant: kolonel G. du Rij, het 2e Regiment Cavalerie; commandant: kolonel C. Mascheck, het Regiment Dragonders; commandant: kolonel E.Broux, het Regiment Huzaren; commandant kolonel F. Quaita. Elk regiment omvatte 631 man en 651 paarden. Ze hebben alle vier hun bijdrage geleverd aan de Frans-Bataafse inspanning om de Britten en Russen in Noord-Holland terug te dringen. Het werkt verhelderend om de eenvoudige namen van de commandanten - waarbij ook die van de “held van Castricum”, Quaita, tegenkomen - te vergelijken met die van hun voorgangers uit de stadhouderlijke periode. Terloops komt dan het beste om de hoek kijken waar de Bataafse Republiek voor stond, de idee om de vastgeroeste standenstructuur te doorbreken en de staatsinstellingen te hervormen. Hier zou men kunnen denken aan de uitspraak van de historicus Rogier: “In geen tijdvak van de vaderlandse geschiedenis zijn van de achtergrond der naamlozen zoveel bekwame mannen naar voren gekomen” (geciteerd bij Haitsma Mulier, 214). Rogier is trouwens een van de historici geweest die kort na de Tweede Wereldoorlog de gangbare, negatieve opinie over de Bataafse Republiek op de helling hebben gezet. Van hem is ook het baanbrekende woord afkomstig: “Het is een periode waarop wij trots kunnen zijn”.

DE ARTILLERIE Vive le son du canon! In de laatste jaren van de Republiek der Verenigde Nederlanden omvatte de artillerie het onderdeel Artillerie te Voet en, sinds 1793, een korps Rijdende Artillerie. Het zal duidelijk zijn dat de toevoeging “te Voet” betrekking heeft op het geschutbedienend personeel. Het transport van het geschut geschiedde met behulp van paarden of soms op schepen. De rijdende artillerie was een betrekkelijk nieuw verschijnsel in de Westeuropese legers. In de oorlogvoering werd gestreefd naar het opvoeren van de beweeglijkheid van de cavalerie en de infanterie. Er ontstond daardoor behoefte aan een soort artillerie die in staat was om ruiterij en voetvolk in het veld snel te volgen en bij hun bewegingen steun te verlenen. Men vond de oplossing door tamelijk lichte kanonnen te plaatsen op een gemakkelijk te hanteren radaffuit (een onderstel op wielen) en die bij het rijden te verbinden met een tweewielige voorwagen waarvoor vier of zes paarden waren gespannen. Om snel te kunnen opereren was het van groot belang dat alle manschappen bereden waren. De stukrijders bestuurden het stuk geschut, gezeten op een of meer van de linkerpaarden van de bespanningen. De overigen zaten op een eigen paard, al waren de kanonniers er wel in geoefend om eventueel de “vandehandse” paarden, de rechterpaarden van de bespanningen te berijden. Deze nieuwe, lichte artillerie, die ook wel aangeduid werd als veldartillerie, omdat zij immers ontwikkeld was om dienst te doen op het slagveld, maakte andere soorten artillerie, zoals vesting-, belegeringsen kustgeschut natuurlijk niet overbodig. Die bleven ook gewoon bestaan. De stichting van de Bataafse Republiek bracht een aantal veranderingen. In de tijd van de Brits-Russische landing in Noord-Holland bestond de Nederlandse artillerie uit: -de Artillerie te Voet. Die telde vier bataljons, elk van zes compagnieën. Een compagnie beschikte over zes kanonnen en twee houwitsers en telde 98 man. -Het Korps Rijdende Artillerie. Dat bestond uit twee compagnieën, elk van 75 man. Een compagnie had de beschikking over vier kanonnen en twee houwitsers. Een kanon is te karakteriseren als vlakbaangeschut: het projectiel doorloopt een min of meer horizontale baan. De houwitser kan men omschrijven als krombaangeschut: het afgevuurde projectiel doorloopt een gekromde baan. Bij elke artillerie-eenheid hoorde vanzelfsprekend nog allerlei aanvullend gerij, zoals caissons (munitiewagens), smidskarren, gereedschapswagens en bagage- en proviandwagens. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

9

Op de kwaliteit van de Bataafse rijdende artillerie schijnt niets af te dingen te zijn geweest. Dat heeft het korps wel bewezen. Tijdens de gevechten in Noord-Holland in 1799 heeft het een belangrijke rol gespeeld bij het verdrijven van de Engelsen en Russen. Ook de artillerie te voet, waarvan twee bataljons aan de strijd meededen, oogstte waardering. De schrijver van het “Dagverhaal der doormarcheerende troepen” maakt herhaaldelijk melding van de doortocht door Beverwijk van materieel en manschappen van de artillerie. Vaak gaat het om rijdende artillerie en vertelt de schrijver er ook nog bij of het Fransen of Bataven waren. Maar even dikwijls laat hij ons daarover in het onzekere. Meer dan eens moeten we genoegen nemen met de mededeling dat er Franse artilleristen of Hollandse kanonniers door Beverwijk zijn getrokken. Het blijkt ook wel dat onze auteur maar een bescheiden kennis droeg van de militaire organisatie en van het militaire jargon. Het is hem niet kwalijk te nemen. De revolutie van 1795 had in het Nederlandse leger al voor flinke veranderingen gezorgd en nu met al die Fransen was er nauwelijks meer een touw aan vast te knopen. Bij het lezen van het verslag valt het op dat de doortrekkende militaire onderdelen in het begin nog vrij nauwkeurig bij hun naam worden genoemd. Dat zijn dan meestal eenheden uit de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Met de namen daarvan was onze schrijver kennelijk wel vertrouwd. Naarmate we verder in het verhaal komen wordt de omschrijving wat onnauwkeuriger.

Assignaten: “geld” met een slechte reputatie

Assignaten vormden in Frankrijk sinds 1790 een soort papiergeld, dat gedekt zou moeten zijn door in beslag genomen kerkelijke en adellijke goederen. Zij verloren hun waarde doordat er veel meer van gedrukt werden dan volgens het onderpand kon. De Franse soldaten die Nederland in 1795 binnenkwamen betaalden met deze assignaten, waarvan de wisselkoers kunstmatig hoog werd gehouden. De ontvangers leden daardoor enorme schade. (afb. 1 en 2) HGMK Ledenbulletin 23, 1999

10

Chronologie van gebeurtenissen 1747-1751

1751-1795

1780-1784 1785-1787 1787



1789 1792 1792-1804 1793 1794-1795

1795



1796 HGMK Ledenbulletin 23, 1999

Tijdens het bewind van stadhouder Willem IV groeit onder de gezeten burgerij, voor zover die geen deel uitmaakt van de regerende regentenaristocratie, de onvrede over bestuurlijke misbruiken. Die burgers eisen meer invloed op de gang van zaken, maar hun verlangen naar democratisering vindt bij de stadhouder nauwelijks gehoor. Willem V erfstadhouder. Het verzet van de burgerij tegen de corrupte regentenheerschappij neemt verder toe. De pogingen om invloed op regeringszaken te krijgen worden voortgezet. De stadhouder doet geen enkele poging om aan de wensen van de democraten tegemoet te komen. Het gevolg is dat de op verandering gerichte groepen zich tegen de stadhouder gaan keren. Op die weg ontmoeten zij andere anti-stadhouderlijke elementen, waaronder een deel van de regenten. Zij vinden ook gehoor bij rooms-katholieken, doopsgezinden, luthersen en joden, die zich sinds lang achtergesteld weten bij de hervormden. Al die ontevreden groepen bij elkaar gaan zich mettertijd patriotten noemen. Vierde Engelse oorlog tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden en Groot-Brittannië. Deze verloopt voor Nederland uiterst ongelukkig. De patriotten wijten dat aan de verwaarlozing van de vloot door de stadhouder. De patriotten slagen erin, ook al omdat zij zichzelf bewapenen, om de stadhouderlijke macht te verzwakken. Willem V verlaat Den Haag en vestigt zich in Gelderland. De echtgenote van de stadhouder, Wilhelmina van Pruisen, doet een poging om naar Den Haag terug te reizen. Zij wordt door patriotten tegengehouden. Haar broer, de koning van Pruisen is verstoord over de belediging die zijn zuster is aangedaan en stuurt een leger van 20.000 man. De stadhouder wordt hersteld in al zijn waardigheden. Ongeveer 6.000 democratisch gezinde patriotten zoeken hun heil in de Oostenrijkse Nederlanden en in Frankrijk. Wie thuis blijft loopt de kans door Oranje-gezinden gemolesteerd te worden. Dat overkomt in Beverwijk onder anderen de schout Gerrit van Rhijn en notaris Gerrit van der Jagt. Willem V eist van alle bestuurders en ambtenaren dat zij een “constitutionele eed” afleggen op de oude staatsregeling, waarin beklemtoond wordt dat het erfelijk stadhouderschap een onafscheidelijk deel van de regeringsvorm uitmaakt. In Frankrijk en in België, dat onder Oostenrijks gezag staat, breekt de revolutie uit. Oorlog tussen het revolutionaire Frankrijk en het reactionaire Oostenrijk en Pruisen. In Frankrijk wordt het koningschap afgeschaft. De “1e Franse Republiek” komt tot stand. Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie Antoinette worden onthoofd. Frankrijk verklaart de oorlog aan stadhouder Willem V en aan koning George III van GrootBrittannië. Een Frans leger verovert de Zuidelijke Nederlanden en dringt vervolgens de Nederlandse Republiek binnen. Doordat een dikke ijskorst rivieren en andere wateren bedekt, kost hun dat weinig moeite. Van verzet is nauwelijks sprake. Het Franse leger wordt vergezeld door het in Frankrijk door Nederlandse patriotten opgerichte Bataafse Legioen, dat onder leiding van Daendels staat. De Nederlanders halen in de meeste gevallen de Franse soldaten in als ware bevrijders. Ze tooien zich met de nationale driekleur en dansen onder het zingen van revolutionaire liederen om inderhaast geplante vrijheidsbomen. De Beverwijkers blijven daarbij niet achter. Stadhouder Willem V vlucht naar Engeland. Er komt een einde aan de Republiek der Verenigde Nederlanden. In de plaats daarvan wordt de Bataafse Republiek uitgeroepen. Het Haags Verdrag maakt de Bataafse Republiek tot bondgenoot van Frankrijk, maar eigenlijk zijn er voor Nederland slechts nadelen aan verbonden, met name zware financiële offers en gebiedsafstand. Door het sluiten van een of- en defensief verbond met Frankrijk raakt de Bataafse Republiek betrokken bij de oorlogen die dat land bijna voortdurend voert. Afkondiging van de “rechten van de mens en de burger”. Streven naar democratisering, waarbij het gewest Holland het voortouw neemt. De oude vroedschappen worden in de Hollandse steden vervangen door “provisionele representanten” (voorlopige vertegenwoordigers) van de burgerij. De Staten van Holland moeten wijken voor de “Representanten van het volk van Holland”. De andere gewesten volgen het Hollandse voorbeeld. Radicale veranderingen alom, maar alles verloopt zonder bloedvergieten. In hetzelfde jaar sluit Pruisen vrede met Frankrijk. De eerste Nederlandse volkstelling wordt gehouden. Verkiezing in de Bataafse Republiek van de “Nationale Vergadering”. Dit eerste Nederlandse parlement zal een grondwet moeten opstellen. 11

1797

Stemming over het door de Nationale Vergadering opgestelde grondwetsontwerp door de kiezers. Het voorstel wordt verworpen. Een nieuw-gekozen Nationale Vergadering slaagt er niet in de impasse te doorbreken. Frankrijk sluit vrede met Oostenrijk, dat o.a. gedwongen wordt het in 1794 door de Fransen veroverde België af te staan. 1798 Staatsgreep door Daendels, daarin gesteund door de Fransen. De leden van de Nationale Vergadering die zich verzetten tegen een naar hun smaak te centralistisch gezag moeten opstappen. De overgebleven volksvertegenwoordigers, die zich de “Constituerende Vergadering representerende het Bataafse Volk” noemen, stellen een nieuw ontwerp voor een grondwet op. De vergaderingen van kiezers, waaruit de dwarsliggers zijn verwijderd, keuren dit ontwerp goed. De staatsregeling van 1798 draagt een sterk centralistisch karakter. Om de herinnering aan het oude provincialisme te doen vervagen, wordt het land verdeeld in acht departementen met geheel andere namen en grenzen dan de vroegere gewesten. Beverwijk maakt deel uit van het Departement van Texel. De wetgevende macht komt aan het “Vertegenwoordigend Lichaam” van 94 leden, gesplitst in een Eerste en een Tweede kamer. Het stemrecht wordt toegekend aan volwassen mannen, die belasting betalen en die kunnen lezen en schrijven. Bovendien moeten zij een verklaring van afkeer afleggen tegen het stadhouderlijk bestuur, het federalisme, de aristocratie en de regeringsloosheid. De uitvoerende macht komt aan het “Uitvoerend Bewind”, bestaande uit vijf Directeuren, die bijgestaan worden door acht Agenten (ministers). De departementale en de plaatselijke besturen zullen worden gekozen door de stemgerechtigde burgers, maar zijn geheel ondergeschikt aan de landsregering. In juli 1798 worden verkiezingen gehouden voor het “Vertegenwoordigend Lichaam”. De hier beschreven staatsregeling heeft nog geen drie jaar stand gehouden. 1798-1801 2e Coalitie-oorlog. De coalitie tegen Frankrijk omvat Engeland, Rusland, Oostenrijk en Napels. 1799 Inval van Britten en Russen in Noord-Holland. De bevolking reageert in het algemeen lauw op deze “bevrijdingspoging”. De krijgshandelingen: 27 augustus: Begin van de landingen door Britse troepen tussen Callantsoog en Huisduinen. Troepen van de 1e Bataafse Divisie, onder bevel van luitenant-generaal Daendels, worden teruggedrongen. De kustbatterijen en Den Helder worden ontruimd. Daendels bezet op 30 augustus een nieuwe stelling op de lijn Alkmaar-Rustenburg- Avenhorn. Amsterdam wordt in verdediging gebracht door middel van geschutopstellingen en inundaties. 30 augustus: De Nederlandse schout-bij-nacht Story moet zich met zijn vloot van twaalf oorlogsschepen aan de Engelsen overgeven. De Frans-Bataafse troepen, die onder bevel staan van de Franse generaal Brune, krijgen versterking. Een deel van de 2e Bataafse Divisie, commandant luitenant-generaal Dumonceau, en een Franse divisie voegen zich bij ben. 10 september: Offensief van Fransen en Bataven tegen een Brits leger, dat nu 20.000 man omvat. Aanval met drie colonnes op de Britse stellingen achter de Schoorlse Zeedijk en de oude Westfriese Zeedijk en ten oosten van de Zjjpe. De krachtige weerstand van de vijand en de sterkte van de Zijpestelling dwingen de Franse en Bataafse troepen zich terug te trekken tot bij Alkmaar. Voor veel soldaten uit de Bataafse divisies staat de terugtocht gelijk met een wilde vlucht. In de volgende dagen groeit de Brits-Russische strijdmacht aan tot een omvang van circa 35.000 man, waarvan 12.000 Russen. Dat leger komt op 13 september onder bevel van de hertog van York te staan. Brune beschikt dan over 23.000 man, waarvan 10.000 Fransen 19 september: Brits-Russische aanval in drie colonnes in de richting van Schoorl en Bergen, Schoorldam en Oudkarspel. Een vierde colonne richt zich op Hoorn, met de opzet verder op te rukken naar Purmerend De Russen bezetten Bergen, maar ze worden er weer uitgedreven en vluchten in wanorde. De aanvallen op Schoorldam en Oudkarspel mislukken. De Engelsen bezetten Hoorn, maar komen nauwelijks verder. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

12

2 oktober: Een hernieuwd offensief van Britten en Russen boekt wel terreinwinst maar leidt niet tot een beslissing. Fransen en Bataven nemen een nieuwe verdedigingslinie in: Monnikendam - Purmerend - Uitgeest - Wijk aan Zee. Brune verplaatst zijn hoofdkwartier van Alkmaar naar Beverwijk. 6 oktober: Aanvallen van Engelsen en Russen op de Frans-Bataafse voorposten bij Akersloot, Limmen en Bakkum groeien uit tot een zware veldslag, die de hele dag duurt en zich concentreert in en nabij Castricum. Tegen de avond brengt een charge van de Bataafse huzaren, onder leiding van kolonel Quaita, gesteund door Franse cavalerie en jagers de beslissing in de veldtocht. Britten en Russen trekken zich in de volgende dagen terug tot de lijn Zijpe - St. Maarten Haringhuizen - Kolhorn. De opperbevelhebber van het Brits-Russische leger opent op 13 oktober onderhandelingen met Brune. De besprekingen vinden plaats in Alkmaar en worden door briefwisseling begeleid. 18 oktober: Er komt een overeenkomst tot stand. York krijgt vrije aftocht met zijn troepen, maar die moeten het land voor 30 november hebben verlaten. 1801

1802 1803 1804 1806 1810 1813

1814 1815

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

Onder druk van Napoleon Bonaparte, die intussen als Eerste Consul alle macht in Frankrijk in handen heeft genomen, wordt een nieuwe constitutie voor de Bataafse Republiek ontworpen. Het hoogste gezag komt te berusten bij een “Staatsbewind” van 12 leden. De volksvertegenwoordiging, waaraan de naam “Wetgevend Lichaam” wordt gegeven, krijgt weinig invloed. Het kiesrecht wordt trouwens ook beperkt. De departementen krijgen weer de grenzen van de oude gewesten en de gewestelijke besturen worden zelfstandiger dan bij de grondwet van 1798. Frankrijk sluit vrede met Oostenrijk en Rusland. Frankrijk sluit de Vrede van Amiens met Engeland. Opnieuw oorlog met Engeland. Napoleon wordt keizer van Frankrijk. Einde van de Bataafse Republiek. Lodewijk Napoleon wordt koning van Holland. Inlijving bij Frankrijk. Na de mislukte tocht naar Rusland in 1812 en de verloren slag bij Leipzig begint het bewind van Napoleon te wankelen. In de Nederlandse departementen groeit de hoop op verlossing van de Franse overheersing. Franse troepen beginnen zich terug te trekken uit Nederland. Gijsbert Karel van Hogendorp, die nu in Den Haag woont, neemt de leiding van de opstand tegen de Fransen op zich en vestigt het “Voorlopig Algemeen Bestuur”. Willem Frederik, de erfprins van Oranje, wordt uitgeroepen tot “soeverein vorst”. Na de samenstelling van een grondwet door een commissie onder voorzitterschap van Van Hogendorp vindt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam de inhuldiging van Willem I plaats Vereniging van Nederland en België tot één staat. Willem I proclameert zichzelf tot koning der Nederlanden.

13

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

14

De eerste pagina van het “Dagverhaal der doormarcheerende troepen” Het verslag is geschreven in een cahier met schrijfpapier gemaakt van linnen lompen in een van de twee papiermolens van Adriaan Rogge. Die molens stonden in West-Zaandam en heetten “De Walvis” en “De Kruiskerk”. Rogge heeft daar papier gemaakt van 1770 tot omstreeks 1814. Het aan het “Dagverhaal” toegevoegde verslag van de Beverwijkse schoolmeester is geschreven in een schrijfboek met geschept papier uit de molen “De Bonsem” in Zaandijk. Die molen behoorde sedert 1774 toe aan Jan Kool, een zoon van de bekende Beverwijker Agge Roskam Kool. Er is tot 1837 door de familie Kool papier gemaakt. De herkomst van het gebruikte papier, dat de tand des tijds voortreffelijk heeft doorstaan, kon achterhaald worden met behulp van de erin aangebrachte watermerken. (afb. 3) HGMK Ledenbulletin 23, 1999

15

Den 3e oktober 1787



Den 6e oktober 1787

Den 18e oktober 1787

Den 20e oktober 1787 Den 18e november 1787

kwam hier binnen een detachement dragonders van het regiment Van Hessen-Cassel1 bestaande in 130 man, om cantonnement te houden tot nadere ordre. Werdende hun billietten gegeeven voor 3 dagen en een bijlaag uit steedecassa van eene gulden per week, dewijl hunne gage niet waar toerijkende om de respective verteeringen bij de burgers goed te maaken. 1 Zie artikel “De cavalerie”. werd de orangevlag boven op ‘t kruijs van de tooren geplaast, welke 30 ellen1 groot was. 1 El = 69,2 cm. kwam hier binnen een detachement cavallerie van den luitenant generaal prins van HessenPhilipstal1, welke voor eene nacht wierden geïnkwartierd, bestaande in 128 man en even zooveel paarden, welke de volgende morgen weeder vertrokken naar ’t Zuijderkwartier. 1 Zie artikel “De cavalerie”. kwam hier binnen een detachement dragonders zijnde 86 man, welke voor een nacht wierden geïnkwartierd en de volgende morgen weeder naar ’t Noorderkwartier. trokken de dragonders van Hessen-Cassel weeder van hier nae Lisse en wijl er toen geen wacht op ’t steedehuis was wierd dezelve door 12 man uit de burgerij betrokken, teneinde alle ongereegelheeden voor te komen die maar al te zeer plaats hadden.

wierd op order van de hooge regeering1 alhier geïllumineert en eed gedaan op de constitutie deezer landen.2 1 De centrale regering in Den Haag. 2 In 1787 had een Pruisisch leger stadhouder Willem V in al zijn waardigheden hersteld. In de hele Republiek werden patriotten uit de besturen gewerkt. Iedere overgebleven bestuurder en ambtenaar moest in of kort na februari 1788 een eed van trouw afleggen op de “Constitutie der Hooge Regeering en het Erfstadhouderschap.” Den 14e maart 1788 kwam hier binnen een esquadron guarde dragonders van ’t regiment van Hessen-Cassel1 zijnde 72 man en 74 paarden, welke gecantonneerd bleeven tot nader ordere en bij de burgers van 14 tot 14 d.2 wierden gebillietteerd. 1 Het regiment Van Hessen-Cassel staat niet te boek als een garderegiment. Zie artikel “De cavalerie”. 2 De betekenis van deze passage is niet duidelijk. Den 7e augustus 1788 wierd alhier en in anderen plaatzen op de zogenaamde gez. omwenteling en weegens de geslotene allianties van deezen staat en vastgestelde constitutie1, zijnde juist de verjaardag van de princes.2 1 In deze zin, die betrekking heeft op het herstel van de stadhouderlijke macht, ontbreken een of meer woorden. Dan staat er in de tekst tussen de woorden “zogenaamde” en “omwenteling” de afkorting “gez.e”. Het lijkt aannemelijk dat daar “gezegende” mee bedoeld wordt. Orangisten bedienden zich in die dagen graag van het begrip “ gezegende omwenteling”. De schrijver van het handschrift had patriotse sympathieën. Het zou kunnen dat hij met de hier toegepaste woordkeus blijk wilde geven van zijn onvrede over de terugkeer van de stadhouder. De allianties betreffende de gesloten bondgenootschappen met Pruisen en Engeland. Deze landen garandeerden de stand van zaken in de Republiek. Behalve Pruisische troepen werden er om die reden in de Republiek ook Britse troepen gelegerd. Over het herstel van de constitutie (staatsregeling) hebben we hiervoor al gesproken. 2 Wilhelmina van Pruisen, de echtgenote van stadhouder Willem V. Den 8e maart 1788

Den 15e februari 1789

werde de schout Gt. van Rijn op de middag door een dragonder met de pallas1eenige slagen toegebragt, dog wist zig met de vlugt te sauveeren. Dan eenige dagen daarnae wierd gemelde schout op een verradelijke wijze andermaal met een bloote pallas een wond in de schouder gebragt. Deeze en soortgelijke infame insolentiën wierd door deeze dragonders ook aan meerder inwoonders uitgeoeffend. 1 Ruitersabel, met een rechte kling. e Den 25 mei 1789 kwam hier een gelukkig patent tot het vertrek van bovengenoemde dragonders naar Leijden, dog dienzelvde dag weeder binnen een detachement guarde te paard van ’t regiment prins Fredrik1 bestaande in 14 man. 1 Zie artikel “De cavalerie”. Prins Willem George Frederik was de tweede zoon van stadhouder Willem V. Den 28e mei 1789 kwam hier binnen 8 compagnieën infanterie van den luitenant generaal prins van Saxen-Gotha1 bestaande 294 man, welke voor een nacht geïnkwartierd wierden en de volgende morgen marcheerden naar ’t Zuiderquartier. 1 Deze soldaten waren afkomstig uit het Duitse staatje Saxen-Gotha. Frederik prins van Saxen-Gotha was de commandant van dit regiment. Zie ook artikel “De infanterie”. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

16

Den 31e juli 1789

is de prins van Orange1 alhier aangekoomen en doorgemarcheert nae Adrichem, alwaar zijn exellentie ’t middagmaal hield bij den ridder van Kingsbergen2. Men decerneerde alhier uit ’t midden der vroedschap en burgerij de heren Van Rhijn, Rentink, dominee Wigerie, G. van Aalst, J.P. v. der Veen en H. Noordman teneinde zich aan Zijn Hoogheid te beklagen over de geduurige en drukkende last der inkwartieringen. Dan welke commissie zeer vriendelijk wierd ontvangen en goede belofte gedaan, dog niet aan beantwoord. 1 Willem Frederik, erfprins van Oranje, later koning der Nederlanden. 2 Jan Hendrik van Kinsbergen (1735-1819). De buitenplaats Adrichem verkreeg hij door zijn huwelijk met Hester Hooft in 1786. In 1789 werd hij benoemd tot vice-admiraal van de Nederlandse marine. Den 31e maart 1790 trokken hier weeder uit naar Amsterdam de 14 ruijters welke den 25 meij 1789 hier in cantonnement waaren gekoomen.

Het huis Adrichem aan de St. Aagtendijk in de 18de eeuw. In de jaren tachtig van die eeuw was Adrichem eigendom van Hester Hooft, die sinds 1786 in tweede huwelijk getrouwd was met de schout-bij-nacht J.H. van Kinsbergen. Toen de Britten en Russen kwamen behoorde de plaats toe aan Hester Clifford, een dochter van Hester Hooft. Zij was gehuwd met Gijsbert Karel van Hogendorp. (afb. 4)

Den 1e april 1790



kwam hier binnen een detachement van 173 man van ’t regiment infanterie van den luitenant generaal Grizon1, welke voor een nacht geïnkwartierd wierden en de volgende morgen uitmarcheerde naar Alkmaar. Blijvende van dezelve alhier in cantonnement 24 man tot nader orders, die in het steedeschool gelegt wierden alwaar de benodigde kribben, matrassen en deekens verzorgt wierden. 1 Hier wordt bedoeld het uit Zwitsers bestaande infanterieregiment Grisons.

Den 17e april 1791

kwam hier binnen een detachement van ’t regiment Grizon bestaande in 47 man, die voor eene nagt gebillietteerd wierden.

Den 19e april 1792

kwam hier binnen een detachement infanterie van ’t regiment Orange Nassauw1 bestaande in 46 man, welke voor eene nacht geïnkwartierd wierden. 1 Zie artikel “De infanterie”.



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

17

Den 14e mei 1793

Den 12e december 1793 Den 12e februari 1794

Den 17e februari 1794



Den 19e februari 1794 Den 24e februari 1794



Den 27e februari 1794 Den 3e maart 1794



Den 7e juli 1794

Den 22e juli 1794



Den 3e augustus 1794 Den 8e november 1794

Den 10e november 1794

Den 20e november 1794

kwam hier binnen een detachement van ’t regiment voetvolk van Orange Vriesland1 bestaande in 64 man, welke voor een nagt geïnkwartierd wierden en de volgende morgen uitmarcheerden. 1 Zie artikel “De infanterie”. kwam alhier een detachement sterk 60 man van ’t regiment Orange Vriesland, die voor eene nagt gebillietteerd wierden. kwam hier binnen 126 man infanterie van ’t regiment van den luitenant generaal Brakel1, welke voor een nagt geïnkwartierd wierden. 1 Commandant: D.W.H. van Brakel. Zie artikel “De infanterie”. kwam hier binnen 116 artilleristen van de captein du Bois1, welke voor een nacht wierden geïnkwartierd. 1 Zie artikel “De artillerie”. De kapitein heette O.W.J. du Bois. kwam hier binnen een battaljon infanterie van den luitenant generaal Brakel bestaande in 300 man welke voor 2 nachten wierden geïnkwartierd en den 21 dato vertrokken na Coedijk. kwam hier binnen een detachement van ’t regiment cavallerie luitenant generaal Pous van Stavenisse1 bestaande in 25 man en 27 paarden, welke voor een nacht wierden geïnkwartierd en de volgende morgen naar Hillegom marcheerden. Dienzelvde dag kwam hier binnen een detachement artilleristen van den luitenant colonel J.C. Bently2 bestaande in 37 man, welke een nacht bleven en de andere morgen vertrokken naar Coedijk. 1 Zie artikel “De cavalerie”. Deze generaal heette M. Stavenisse Pous. Toen de Fransen kwamen, in 1795, had hij de dienst al verlaten. 2 Zie artikel “De artilerie”. arriveerde alhier een detachement infanterie van ’t regiment van den luitenant generaal van Brakel bestaande in 166 man, welke voor eene nacht geïnkwartierd wierden en de volgende morgen marcheerden nae Sparendam. kwam hier binnen een detachement artilleristen bestaande in 18 man, welke voor eene nacht wierden geïnkwartierd die vervolgens nae Lisse marcheerden. Nog kwam dienzelvden dag hier binnen een detachement cavallerie van ’t regiment van den luitenant generaal Van Stavenisse Pous1 zijnde 18 man en paarden, welke meede voor een nacht wierden gebillietteerd, die des anderen daags naar Alkmaar marcheerden. 1 Zie 24 februari 1794. kwam hier binnen een detachement dragonders van ’t regiment van den luitenant generaal grave van Bijland1 sterk 60 man en 62 paarden, welke voor een nacht wierden geïnquartierd en vervolgens vertrokken naar Alkmaar. Dienzelven dag kwam hier nog binnin een detachement van 42 man en 43 paarden, die voor een nagt bleeven en vertrokken alstoen naar Amsterdam. 1 Zie artikel “De cavalerie”. kwam hier binnen een detachement infanterie onder den luitenant generaal Brakel bestaande in 133 man, welke voor een nacht geïnkwartierd wierden en de volgende morgen naar Haarlem marcheerden. Dienzelvde dag kwam hier nog 133 man artilleristen van den luitenant collonel J.C. Benthly1 meede voor een nacht, welke alstoen naar Amsterdam marcheerden. 1 De naam was J.C. Bently. kwam hier binnen een detachement infanterie van ’t regiment van den luitenant generaal van Brakel bestaande in 70 man, die voor eene nagt patent hadden en alstoen naar Haarlem marcheerde. kwam hier binnen een detachement huzaaren onder de luitenant generaal Van Heekeren1 bestaande in 17 man en 18 paarden, welke voor een nacht wierden geïnkwartierd en wijders vertrokken naar Ouwerkerk2. 1 Zie artikel “De cavalerie”. 2 Hier wordt vermoedelijk bedoeld Ouderkerk aan de Amstel. kwam binnen een detachement infanterie van ’t regiment van den generaal majoor Westerlo1 zijnde 68 man, die voor eene nacht patent hadden en vervolgens naar Hijlo.2 1 Zijn naam was L.L. Westerlo. 2 Heiloo. kwam hier binnen een detachement infanterie van ’t regiment Van Brakel zijnde 78 man, die voor een nagt wierden geïnkwartierd en wijders vertrokken naar Alkmaar.

Zijnde aldus in deezen jaare 1794 alhier bij de burgers geïnkwartierd geweest 1.307 manschappen. Nae dat alhier zeedert Kerstijd 200 husaaren van Van Heekeren en Lynden van Hoefflaken in guarnisoen gekoomen waaren, bleef het vrij stil tot half januari 1795, als wanneer op HGMK Ledenbulletin 23, 1999

18

Den 16e januari 1795

240 man mariniers geïnkwartierd wierden welker bagage in de Grote Kerk moest geborgen worden. Dienzelvde dag onstond er een gerucht, dat Utrecht niet alleen maar ook Holland met de Franschen hadde gecappituleerd, welker gerucht welhaast bewaarheid wierd door ’t passeeren van veele vlugtelingen naar Noordholland. Den 17e januari 1795 was het vlugten algemeen den geheelen dag en nagt door. Veelen zwaarbelaadene reituijgen met 4 en 6 paarden bespannen passeerden hierdoor behoorende meestal aan Engelsche en Fransche emigranten1, onder welke laasten zig de graaf de Vergennes2 bevond met een gevolg van nog 4 rijtuijgen. Teegens den avond kwam er bij den schout Gerrit van Rhijn aanzegging van 47 paarden, welke des avonds ten 10 uuren gereed moesten zijn ter vervoering van de stadhouderlijke famille van hier op Alkmaar. De geheele plaats was daardoor in allarm, zodanig dat de meeste inwoonders opbleeven tot laat in de nacht. Dan zulks was tevergeefs alzoo voornoemde familje nog dien nagt of wel de daaraanvolgende, ja zelvs in ’t geheel niet passeerden dewijl men als toen berigt ontvong dat dezelve den 17e berijds over Scheveningen vertrokken waaren3. 1 Sinds 1788 waren er, overeenkomstig de gesloten “alliantie” met Engeland, Britse troepen gelegerd geweest in de Republiek, vooral in de grensgebieden. Verder hadden er ook Britse soldaten dienst gedaan in het Staatse leger. In de beginperiode van de Franse revolutie vluchtten veel Fransen, vooral mensen van aristocratische afkomst, naar het buitenland. Kwamen deze emigranten in de Nederlandse republiek terecht, dan vonden ze er vaak een bestaan in het leger. Het is niet verwonderlijk dat ze bij de nadering van revolutionaire landgenoten een goed heenkomen zochten. 2 Geen opzienbarende figuur, maar wel een familielid van een van de laatste Franse ministers van buitenlandse zaken vóór de revolutie. 3 De stadhouder vluchtte niet op 17, maar op 18 januari 1795 vanuit Scheveningen naar Engeland. Den 18e januari 1795

kreeg men alhier de zeekeren tijding dat de Franschen in Utrecht waaren binnengetrokken, dat Woerden over was en gemelde Franschen berijds tusschen die stad en Leijden waaren. Des middags kwamen de 240 mariniers die berijds van hier naar Noordholland waaren gemarcheert weeder terug. Hetgeene zoodanige beweeging veroorzaakte dat daardoor de geheele plaats in allarm was. Door ’t bergen der bagage moest de godsdienstoeffening reeds ten 3 uuren een einde neemen. ’s Avonds kwamen er eenige Hollandse husaaren binnen reijden. Hiermeede nam dien dag een eijnde en liep zeer rustig aff.

Den 19e januari 1795

’s morgens ten 8 uuren kwaamen er zeer allarmeerende tijdingen en wel zodanig dat er meer dan 1.000 Engelsche vlugtende troepen en Fransche emigranten tusschen Haarlem en deeze plaats op weg waaren. Jae zelve te Overveen, Bloemendaal en Velzen bereijds aan ’t plunderen waaren1. Schrik en vrees was de algemeene gesteldheid der ingezeetenen. Veelen pakten en verborgen haare beste goederen en effecten. Welras kwamen er verschijden wagens met retireerende troepen door. Wijders een aantal te voet die in partijen van 20 à 30 in getal den geheelen dag doormarcheerden zijnde alle van het corps van Hohenlohe2, welke meestal uit Fransche emigranten bestonden die bereijds voor de al naderende Franschen vlugten. Zij naamen hunne retraite op Enckhuisen, om vervolgens over ’t ijs naar Stavoren te gaan. Niemand welke immer voor den vijand vlugtende troepen heeft gezien kan een denkbeeld maaken van het angstvallige en akelijke gesteldheid deezer retireerende menschen. Veele hadden hunnen lighaamen om de felle en nijpende koude met deekens gedekt. Daar behalven ’t ijsselijk gebrek van honger en dorst nogtans veele deet bezwijken. Dan de regeering deezer plaats gebruikte alle praecautiën om deeze menschen op de best mogelijke wijze met leevensonderhoud te verkwikken en hun zodanig te behandelen dat zij van de billijkheid moesten overtuijgd weezen. Dan hoezeer men voor dezelve bevreesd waar, kwam zulks volstrekt niet in aanmerking, dewijl de benauwdheid van die schepselen zelve zoo groot was om door d’aan marcheerende Fransche agterhaald te worden, dat zij zig hier maar korte ogenblikken ophielden. Op den middag kwamen er meer dan 100 jagers te paard van ’t corps emigranten van Béon3. Het getal der retireerende was dien dag verre over de duijzend, dan men konde hier zeggen dat die menschen de minste ongereegelheeden hier bedreeven hebben. Laat in de naemiddag onstond hier een gerugt, (dog ’t welk men naderhand bevonden heeft valsch te zijn) dat in dien avond off nacht 2.000 Engelsche zoude doorpasseeren. Dan welk gerugt evenwel de regeering op wijze maatregulen deed bedagt zijn, ende alhier in guarnisoen liggende huzaaren deed beloven en plegtig zweeren om deeze plaats in allen gevallen trouw zoude blijven en in cas van nood4 de ingezeetenen voor alle ongereegelheeden zoude sau-



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

19

veeren. Overal wierden door haar nodige wagten gesteld en patrouljes gezonden en aan alle huizen wierd aanzegging gedaan dat niemand der ingezeetenen naar 9 uuren5 zig op straat zoude hebben te begeeven off dat zij anderzints als suspecte persoonen zoude worden opgebragt. Ook wierd daarbij verzogt dat in gevalle van onheijl alle manspersoonen zig gezamentlijk naar ’t steedehuis zoude begeeven, ten welke einde het luiden der allarmklok hiervan het teeken zoude zijn. De zitting der regenten was permanent, 8 agtereenvolgende dagen en nagten. Dan alles liep in een reedelijke ordre aff. Alleenlijk klijne ongereegelheeden van wijnige doormarcheerende troepen, die dan op geene aangenaame wijze door de in guarnisoen leggende huzaaren de Wijk wierden uitgebragt. 1 Engelse soldaten hadden zich ook elders aan plundering en ander wangedrag schuldig gemaakt. Hun optreden zal er wel toe hebben bijgedragen dat de Noord-Hollanders tijdens de invasie in 1799 de Britten met weinig vertrouwen tegemoet traden. 2 Onderdeel van het Staatse leger. 3 Het Staatse leger omvatte enkele vrijkorpsen die uit Franse emigranten bestonden. Deze korpsen deden dienst als jagers te voet. Dat ze Beverwijk te paard binnen kwamen lijkt te maken te hebben met hun inspanningen om de Franse revolutionaire soldaten voor te blijven. 4 In geval van nood. 5 Na 9 uur. Den 20e januari 1795



passeerden nog considerabel veele militairen. Vervolgens maakten de couranten ons bekend de revolutie welke te Haarlem en alle andere steeden reeds had plaats gehad. ’t Welk de burgers van Beverwijk bedagt maakte om thans niet stil te zitten, temeer daar men bewust was dat eerdaags Fransche troepen zoude passeeren. Dit een en ander deed eenige burgers besluiten eene commissie van1 de regeering aff te vaardigen, teneinde van hun te verzoeken dat de dag daaraanvolgende de nationaale vlag van het steedehuis mogt uitgestooken worden en zulks wel voor de klok 10 uuren. Teneinde zulks een voorbeeld tot navolging zoude weezen voor de burgerij. Deeze commissie wierd uitgevoerd door de burgers Gt. van der Jagt, Jb.Aggez. Kool, en Henr. Verveer. 1 Er staat “van”, maar er zal “naar” bedoeld zijn.

Den 21e januari 1795

was reeds alle ogen gevestigd op het steedehuis totdat men eindelijk ten 10 uuren de nationaale vlag van ’t zelve zag waajen, wanneer in een ogenblik zig ieder vertoonde met de nationaale coquarde1. Reeds ten 11 uuren wierd de vrijheidsboom geplant en behoorlijk vercierd, wanneer zig aanstonds een meenigte rondsom dezelve schaarden welke de carmagnoledans2 maakten. En naar ’t zingen van vrijheidsliederen enz. keerde ieder weeder naar zijn huis. Des middags kwaamen er 300 soldaten van Pletterborg3, welke te Haarlem ontwaapend waaren, dien nagt hier moesten blijven en vervolgens patent hadden naar Zaandam. Des ’s avonds retourneerde den burger Fred. Vermooten, die in commissie naar Haarlem was geweest en bragt berigt meede dat des anderen daags 600 man Franschen zoude binnenkoomen om door te marcheeren. 1 Kokarde: draagteken in de vorm van een rozet of een strik in de kleuren rood, wit en blauw. Hiermee toonde de drager zijn vreugde over de door de Fransen teweeggebrachte omwenteling. Gewoonlijk droeg men de kokarde op de hoed. 2 Lied en dans uit de eerste jaren van de Franse revolutie. De Beverwijkers zullen de dans wel snel geleerd hebben. Met het lied zullen ze meer moeite hebben gehad. Het refrein is wel erg eenvoudig: “Dansons la Carmagnole, Vive le son du canon.”’ (“Laten we de Carmagnole dansen, Leve de klank van het kanon.”) 3 Infanteristen van het Staatse regiment Van Plettenberg. Den 22e januari 1795

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

voormiddag ten elf uuren was de Fransche commandant van gemelde troepen reeds onverwagt in het Heerelogement1, daar de regering zig naar toe begaf om dezelve te verwellekommen en bij welken geleegenheid aan genoemde commandant een toepasselijke in ’t Fransch gestelde aanspraak wierd gedaan. Welke wierd ten uitvoer gebragt door den burger Jan van Blarkom, ’t welk door den Fransche commandant zeer vriendelijk wierd beantwoord. Vervolgens begaven zig tot datzelve einde een aantal burgers naar gemelde commandant, die uit hun midden hadden gecommitteerd den burger Gt. v.d. Jagt, meede tot het doen van eene aanspraak in de Franschen taal. Dan hoezeer gemelde burger daarmeede was verheerlijkt, hoezeer zijn edele alle devoir hadde aangewend om zulks gepast en juist ten uitvoer te bren20

Vooraanzicht van het stadhuis aan de Breestraat in 1775. Het zittende bestuur beleefde hier in januari 1795 zorgelijke momenten. De Fransen waren in aantocht en vanuit de bevolking drong men er op aan om een begin te maken met de Bataafse revolutie. Op 21 januari werd de nationale driekleur uitgestoken en daarmee was de kogel door de kerk. (afb. 5)







Den 24e januari 1795



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

gen, zo wierd genoemde Van der Jagt reeds bij ’t begin der voorleezing door den Fransche commandant bedankt met te zeggen dat hij reeds van de goede gezindheid der Beverwijkers geïnformeerd en overtuijgd was, dat dus de verdere complimenten niet behoefden. Wijders wierden door gemelde Fransche commandant de hussaaren, welke alhier in guarnisoen lagen, den eed affgenoomen om zig niet meerder tegens de Fransche te verzetten. Na dit verrigte, zag men weinig tijds daarnae een detachement Fransche hussaaren binnenkoomen. De gansche meenigte zaamgekoomene verwelkomde gemelde hussaaren met een drievoudig hoezee. Zij steegen op de Breestraat aff, alwaar hunne paarden gevoerd wierden met hooij, haver en stroo en zij met eenige ververschingen van kaas en brood met drank verkwikt wierden, wanneer zij hunne reijs naar Noordholland voortzettede. Eenige tijd naar den afftogd van deeze, kwam hier weeder binnen 600 carmagnoole2 bestaande uit jaagers te voet. Er was geen mogelijkheid om dezelve behoorlijk te billietteeren. Zij liepen dus overal maar de huizen in, zoodat sommige burgers 16 ja 20 en meerder in hunnen huizen kreegen. Dan nae dezelve zig wat verwarmd, gegeeten en gedronken hadden, vertrokken zij weeder naar Alkmaar. 1 Het Heerenlogement stond aan het zuideinde van de Breestraat, komende van Velsen rechts op de hoek. 2 De spelling van het woord kan verschillen. In het algemeen duidde men er Franse revolutionaire soldaten mee aan. In eigen kring gebruikte men het woord als een erenaam, tegenstanders hanteerden het in minder vleiende zin. wierden alle burgers off manspersoonen boven de 18 jaaren oud opgeroepen om des namiddags in de Groote Kerk te verschijnen, teneinde aldaar hunne stemmen op te geeven tot zodaanige perzoonen als welke zoude geschikt weezen tot kiezers voor eene provisioneele Municipaliteit1. Aldaar verscheenen zijnde beklom den burger Gt. van der Jagt den predikstoel, deed een aanspraak aan ’t volk van een ontworpen plan, waarnae men tot het stemmen der kiezers zoude overgaan, zijnde tot het opneemen der stemmers verkoozen de burgers Jan Braams en Jb. Knegjes. Hiernae verzogt den burger Joannes Wigerie2 om eer men tot stemmen overging nog iets te mogen spreeken, waarop zijn eerwaarde voorstelde dat men de tegenwoordige regeering maar moest blijven laaten in zijn geheel. Te meer daar dezelve zig zoo wel in ’t bizonder in deeze tijdsomstandigheeden van hunnen pligt gekweeten had. Waarop door den burger Lourens 21

De Grote Kerk van Beverwijk in 1793. Hier zette de Beverwijkse bevolking op 24 en 25 januari 1795 de eerste schreden op het pad der democratie. Later zou het gebouw nog voor heel andere, veel minder aangename doeleinden worden gebruikt en dat zodanig dat de kerkdienst er vaak bij inschoot. (afb. 6)



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

van Lidt gezegt wierd, ik stem F. Stumphius3 tot burgemeester en voegde daar ogenblik een hoezee bij. ’t Welk door veelen wierd toegejuijght, daar nogthans veelen onder waaren welke niet eens begreepen waarom zij daar gekoomen waaren. In ’t kort, dit bragt veel verwarring te weeg, zoodat veelen de kerk uitgingen welke begreepen dat al wat er nu verder verhandeld en beslooten mogt worden onwettig was, zoals ook door den burger Martinus Langeveld jr. aan dominee Wigerie wierd gezegt. Waarop Wigerie den predikstoel beklom en zeijde dat al de geene welke hun genoegen betoonde omtrend hetgeen er gebeurd was zig zoude wenden naar ’t coor en die daar teegenstemde zoude blijven staan. Waarop den burger Martinus Langeveld junior alleen staan bleef, zijnde de overige welke hun ongenoegen betoond hadden reeds vertrokken. Vervolgens wierd beslooten om een commissie te benoemen, teneinde de tegenwoordige regeering van dit gebeurde kennis te geeven als nu opnieuws door ’t volk verkooren regenten, waartoe gecommitteerd wierden de burgers J.Wigerie, Jb.A. Kool, Ls. van Lidt, Andreas Vijvers en Jan van Blarkom. Intusschen waaren die burgers, welke de regeering als onwettig hielden, niet minder werkzaam, die begreepen dat de volkstem door twee burgers gesmoort en dus van ’t plan geheel affgeweeken was. Waarom zij beslooten aanstonds een commissie naar Haarlem te zenden, teneinde de hulp van Franschen in te roepen. Waartoe in commissie wierden benoemd de burgers Gerrit van der Jagt, dr J.B. Peeters, Fred. Vermooten, Andries de Wolf, Cornelis van Zuijlen en Pieter Beekman, welke dus aanstonds nae Haarlem vertrokken om die commissie ten uitvoer te brengen. 1 Het pleit voor de Beverwijkers van toen dat de oude regenten tijdens de Bataafse omwenteling in de stad geen haar gekrenkt werd. Op 25 januari 1795, de dag dat de volwassen mannelijke bevolking in de Grote Kerk vijf mannen zou aanwijzen, die vervolgens veertien “provisionele representanten” zouden benoemen, hadden de leden van de oude stadsregering hun functies al ter beschikking gesteld. Tijdens die verkiezingsbijeenkomst, die uiterst gezellig verliep, ook al door toedoen van de organist, waren zij gewoon in de kerk, zij het nu als ambteloze burgers. 2 De burger Joannes Wigerie (Wigeri), zoals hij hier in het patriotse jargon wordt aangeduid, was in het gewone bestaan predikant van de hervormde gemeente in Beverwijk. Hij openbaart zich hier niet als een scherpslijper, maar aan zijn patriotse gezindheid behoeft men toch niet te twijfelen. Die opvattingen vielen niet bij iedereen in de smaak, zeker niet bij de echte “Prinsmannen”, de aanhangers van de stadhouder. 22

Zo iemand heeft in 1793, twee jaar eerder dus, anoniem en in weinig fijnzinnige bewoordingen dominee Wigeri in een rijmwerkje op de korrel genomen. Wij laten het hier volgen, omdat het zo kenmerkend is voor de wijze waarop politieke tegenstanders elkaar in de patriottentijd vaak te lijf gingen. “Wigerius die Snoode Hondt Die in de laatste Bedestondt Niet als van Hoogmoed kraayde De Hoogmoed by hem de Deur vliegt uit Die Snoode Schelm, die booze Guit Men hem de Nek omdraayde Dat is mijn Wensch Veragter van ‘t Orange huys Gy zyt me van dat Snood gespuys Gy liet U Dogters op ‘t Naayen In plaats van na de Kerk te gaan Om daar U Reen te hooren aan Van al Uw Vrijheids kraayen Gy Armen Dief Is ‘t niet genoeg Dat Gy die zoo ontsteelt Door al U oproer preeken Dat my lang heeft Verveelt Gy bent een Schelm in ’t hoogste Graad In al U doen en handelen Maar kryg ik U Rys s’avonds laat Ik zal U Aards doen wandelen.’ (Ontleend aan: Ellen Broersen, Akerendam een buitenplaats in Beverwijk; de uitgave met noten, waarvan o.m. een exemplaar berust in het Museum Kennemerland 3 François Stumphius was onder het oude bewind al burgemeester. Den 25e januari 1795







HGMK Ledenbulletin 23, 1999

wierd men gewaar welke uitwerking die commissie naar Haarlem hadde gehad. Des morgens wierden gelijk de vorige dag door den omroeper de voorengenoemde burgers weeder in de kerk opgeroepen en den predicant J. Wigerie wierd aangezegt van des nademiddags niet te prediken. Ten 11 uuren was reeds den hooffdofficier mr Cs.A. van Sijpesteijn1, verzeld van twee Fransche officieren alsmeede eenige Fransche hussaren en carmagnole, hier ter plaatse om hetgeen daags tevooren in gebreeken was gebleeven ten uitvoer te brengen. Ten 12 uuren verscheen de gansche burgerij in de Groote Kerk. De regeering was daar ook als burgers teegenwoordig, alzoo dezelve ten elff uuren bereijds hunne regeeringsposten in den schoot der burgerij hadden nedergelegt. Den burger Gt. van der Jagt beklom den predikstoel en deed aan ’t volk een zeer toepasselijke aanspraak, aanhaalende hetgeen daags tevoren was voorgevallen. Men ging vervolgens tot het stemmen over, benoemde tot stemopneemers de burgers dr Johannes Husung en Fred. Vermooten. Terwijl dit verrigt wierd diverteerde den organist de verzamelde meenigte op diverse aria’s, die op ’t orgel geëxecuteerd wierden. Ten 2 uuren was dit werk affgedaan als wanneer bevonden wierd de meeste stemmen te hebben de burgers Jb.Agg. Kool, Jan Beekman, Corn.van Suylen, Jb. Knegjes en Pieter Stelt, welke vervolgens onder een vrolijk gejuich naar ’t raadhuis wierden begeleijd, alwaar zij zitting naamen, en ten 5 uuren bereijds tot provisioneele representanten verkooren hadden Frans Stumphius, B. v. de Noort, P. van de Velde, Jan van Blarkom, Gerrit van Aalst, Steeven Rentink, H. Noordman, Christiaan Stumphius, A. van Coevenhoven, J. de la Chambre Gtz., Thomas de Wolf, Gt. van Rijn, J. Sluis en Anth. Rijnierse. Welke naedat zij verkooren waaren, zich verdeelden in drie commissiën2. En tot hoofdofficier wierd benoemd en gekooren mr Cs.A. van Sijpesteijn. Waarvan dus ten half 6 uuren door den burger Gt. van der Jagt als revolutionair secretaris aan de burgerij wierd kennis gegeeven. Terwijl men hiermeede beezig waar en dus nog regeeringloos was, kwaamen er 130 Fransche hussaaren met hunne paarden om alhier guarnisoen te houden. Welke ten twee uuren bereijds waaren aangekoomen en dus tot vijff uuren moesten wagten eer hunne billietten van inkwartiering konde werden affgegeeven, ’t welk niet weinig beweeging veroorzaakte. Dog nietteegenstaande die lange vertraging en de nijpende koude, waaren dezelve zeer geduldig en alles liep in de beste ordre buiten verwagting aff . 23

1 Was

baljuw van de landen van Blois en hoofdschout of hoofdofficier van de stad Beverwijk. 2 De Commissie van algemene zekerheid, de Commissie van justitie en de Commissie van inkwartiering. Den 26e januari 1795

passeerden hier eenige wagens met emigranten1 onder escorte van een commando Fransche hussaaren. 1 Zie noot 1 bij 17 januari 1795.

Den 27e januari 1795

passeerden alhier 800 man Fransche troepen naar Alkmaar. Ook passeerde langs het strand wel meer dan 2.000 derzelve, zijnde meestal carmagnolle. Na de middag passeerden hierdoor meer dan 100 man Meklenburgsche troupen1 naar Assendelft, zijnde de officieren zowel als gemeenen, allen ontwaapend. 1 Soldaten uit de Duitse staat Mecklenburg, die in het leger van de Verenigde Nederlanden een korps artillerie hadden gevormd.

Den 28e januari 1795

‘s morgens 10 uuren marcheerden hierdoor naar Alkmaar 600 man Fransche troepen met 2 stukken kanon en 3 ammunitiewagens. Des namiddags vertrokken van hier 80 hussaaren van ons guarnisoen naar Heemskerk tot nadere order. Wijders reeden er door naar Assendelft 20 wagens met bagage der Meklenburgse troepen. Met den avond, dat de godsdienst1 reeds aanvang genoomen had, kwam er weeder berigt van een aanmarsch van Fransche troepen daar den predikant kennis van wierd gegeeven, die vervolgens daarmeede een eijnde maakte. Ten 6 uuren kwaamen er ook weerkelijk meer dan 600 man carmagnolle intrekken, om des nagts alhier te blijven. Hunne aankomst veroorzaakte niet weinig beweeging. Het committé van inkwartiering ging met de gansche troep rond aan alle huizen en gav vervolgens ieder burger twee man, welke men dus doende zeer onverwagt in huis kreeg. Alzo deeze logeergasten van de weg waaren afgeraakt, dewijl hunne marschroute waar van Amsterdam naar Haarlem. Dan men wierd des anderen daags morgen reeds vroeg ontslagen. 1 Godsdienstoefening.



Den 29e januari 1795

passeerden hier tenminsten weeder 300 Franschen in klijne troepen. Ook passeerden er wel 30 wagens met wijn, brandewijn en vlees, alsmeede veelen koejen en schaapen voor gemelde troepen in ’t Noorderkwartier. Wijders wierd deeze train1 weeder beslooten met eenige Fransche commissarissen2 te paard, die door een commando hussaaren geëscorteerd wierden. Den dag liep hiermeede ten einde, alleen dat wij nog 14 ruijters kreegen om op commando te rijden. 1 Legertrein, legertros: stoet voertuigen met voorraden en bagage die een leger nodig heeft. 2 Waren belast met het handhaven van de orde en de zorg voor een goede gang van zaken.

Den 30e januari 1795

kwam er 150 man van Plettenburg1 om voor eene nagt geïnkwartierd te worden, welke de volgende dag patent hadden op Buijksloot2. Des namiddags passeerden hierdoor vijff wagens met krijgsgevangenen Engelsen van Texel. Wijders nog verscheijden wagens met proviant en ammunitiewagens voor de Franschen troepen in ’t Noorderkwartier. 1 Zie noot 3 bij 21 januari 1795. 2 Opdracht hadden om naar Buiksloot te gaan.

Den 1e februari 1795

passeerden hierdoor naar Alkmaar 20 man van ‘t regiment van Van Brakel1 en 80 Fransche hussaaren. Vervolgens 17 waagens met brood koomende van de Fransche bakkerij te Bommel2 en moetende naar Enckhuisen. Wijders vijff waagens die zwaar met geld belaaden waaren, komende en moetende als boven, dog welke laaste dien nagt hier bleeven en geplaatst wierden in ’t stal van den burger Jan Beekman, welke dus des anderen daags verder getransporteerd wierden. Des middags kwamen er 70 man Mekelenburgsche troepen van Assendelft om tot nader ordre te blijven. 1 Zie noot bij 12 februari 1794 2 Zaltbommel.

Den 2e februari 1795

wierden alle koejen, graanen en boerenwaagens met 2 paarden neevens alle verdere vouragiën1, volgens aanschrijving van ’t Committé van Levensmiddelen, alhier door de Municipaliteit opgeschreeven. Wijders wierden in ’t huis der gemeente, in de waag2 en in Meerwijk in de mangelkamer3, in het 0rangehuis van Schouten de Waal4, in de schuur van Abraham Davids, in ‘t school,

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

24

Beverwijk gezien vanaf de “Hooghe Hofflander wech”. Het lage gebouw links, voor de Grote Kerk, was de school van het stadje, waar schoolmeester Broer Schermer sinds 1776 de scepter zwaaide. Vanaf 1795 heeft de school dienst gedaan als “caserne”. (afb. 7) schoolhuis en bij Hendk. van Amesfoort, wierden op ordere der Municipaliteit en goedvinden van genoemde burgers voor de aangekoomen militairen 78 kribben gemaakt. Wijders wierd door gemelde Municipaliteid aangekogt 87 matrassen 87 peuluwen 174 deekens en 174 laakens. Werdende bij deeze geleegenheid het school verplaatst in ’t weeshuis5. 1 Foeragemiddelen, in de betekenis van voedingsmiddelen voor mens en dier. De registratie vond plaats op verzoek van de regering in Den Haag. 2 Stadsgebouw waar goederen gewogen werden ten behoeve van de handel. Het is ons niet bekend waar het gebouw toen stond. In de 17de eeuw bevond de waag zich aan de Breestraat, op de plaats waar nu no.30 te vinden is. 3 Dit huis stond aan de Breestraat, op de noordelijke hoek van de Bloksteeg. Mangelen: gladmaken van gewassen linnengoed met behulp van een mangel. 4 Oranjerie: ruimte waar ‘s winters oranjebomen en andere gewassen worden bewaard. Schouten de Waal was eigenaar van de buitenplaats Oud-Meerestein (voorheen De Schans). Zie noot 6 bij 3 oktober 1799. 5 Zie noot bij 1 april 1790. Het weeshuis bevond zich aan de westzijde van de Koningstraat, iets ten zuiden van de Kloosterstraat. Den 6e februari 1795

wierd door de Municipaliteid opschrijving gedaan van ’t getal der hemden welke ieder burger vrijwillig zoude willen geeven ten behoeve der Fransche troepen. Moetende gemelde hembden 8 dagen daaraanvolgende geleeverd worden, belopende ’t getal alhier ter steede ingeteekend 224 stuks hemden.

Den 7e februari 1795

kwaamen hier binnen 25 husaaren die voor een nagt blijven moesten.

Den 8e februari 1795

wierd alhier de eerste publicatie der Provisioneele Representanten van ’t Volk van Holland afgeleezen, vervattende in ’t bizonder de grondslag onzer constitutie. Werdende zulks in allen luister en plegtigheid met gewoone vreugdebedrijven ten uitvoer gebragt.

Den 10e februari 1795

wierd door de Municipaliteid eene collecte gedaan ten behoeve onzer minvermogende ingezeetenen, uit hoofde van de drukkende bezwaaren der inkwartieringen, bij welke geleegen-

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

25

Den 12e februari 1795



Den 13e februari 1795 Den 14e februari 1795



Den 15e februari 1795

Den 21e februari 1795

Den 23e februari 1795



Den 3e maart 1795 Den 4e maart 1795 Den 5e maart 1795 Den 6e maart 1795

Den 9e maart 1795 Den 10e maart 1795

Den 11e maart 1795 Den 18e maart 1795

Den 20e maart 1795 Den 26e maart 1795 HGMK Ledenbulletin 23, 1999

heid gecollecteerd wierd ƒ 426. Dienzelvden dag kwaamen hier weeder binnen 50 Fransche kanonniers van Amsterdam om te overnagten en des anderen daags vertrokken dezelve naar Noordholland. reeden hierdoor naar Alkmaar 35 Fransche hussaaren, alsmeede 50 guarde Hollandsche dragonders1 naar Medemblik. Des middags passeerden hierdoor 50 Hollandsche koebeesten voor de Fransche armee, welke dien nagt alhier uittrusten. 1 Het cavalerieregiment Gardes Dragonders behoorde tot het Staatse leger. Zie artikel ”De cavalerie”. passeerden wederom 35 Fransche hussaren, alsmeede een groot getal guarde dragonders. Vervolgens 20 wagens met brood voor de Fransche troepen. Des namiddags passeerden weederom 50 Fransche hussaren, komende van Alkmaar naar Haarlem. wierd alhier het stoffelijk overschot van een jong Fransch burger, zijnde een soldaat onder het regiment van den generaal Zalme1, ter aarde besteld met alle gewoone plegtigheeden en ceremoniën bij die geleegenheid gebruikelijk. Werdende deeze lijkstaasie agtervolgd door meer dan 100 gedistingueerde persoonen van de burgerij deezer plaats 1 Mogelijk wordt hier de Franse generaal Salm bedoeld. wierden wij middernagt zeer onverwagts uit order der Municipaliteit uit de slaap gewekt met bericht dat er aanstonds 600 Franschen zoude koomen, om deeze nagt alhier te blijven. Dit maakte een groote beweeging en ieder huisgezin proviandeerde zig met het benodigde voor die gasten. Dan men wierd in zijne verwagting teleurgesteld en hadden het plaisier om wagtende te blijven tot den dag daaraanvolgende, wanneer zij des namiddags eerst binnenkwaamen. wierd alhier opgeregt een burger societeid1 door 41 burgers, welke tot commissarissen verkooren Jb.Agg. Kool, Hk. Verveer, Pr. Stelt, Gt. van der Jagt en Jan Karshoff, waarvan de twee laatsten tot secretarissen wierden verkooren. 1 Het oprichten van burgersociëteiten behoorde bij de democratiseringsgolf die toen het land overspoelde. In die zin waren het vooral politieke clubs, die functioneerden als leerscholen van de democratie. In dat streven is ook de officieel afgekondigde maatregel in te passen die voorschreef dat iedereen, ongeacht zijn maatschappelijke positie met “burger” diende te worden aangesproken. trokken van Alkmaar hierdoor 80 ruijters van ‘s Gravenmoer1 en ’s namiddags nog 60 dito van ’t zelve regiment, alsmeede een meenigte bagagewagens en leegerkarren en nog twee wagens met Engelschen en emigranten geëscorteerd wordende door een escorte gewaapende burgers van Alkmaar naar Haarlem. 1 Deze ruiters hadden deel uitgemaakt van het Staatse cavalerie-regiment Van der Duyn, commandant A.F. van der Duyn van ‘s Gravemoer. Zie artikel “De cavalerie”. passeerden hier weeder van Haarlem koomende en gaande naar ’t Noorderkwartier 600 man Fransche troepen en wijders nog dienzelvden dag uit het Noorderkwartier naar Amsterdam agt waagens met Engelsche krijgsgevangenen. passeerden hier weeder door naar het Noorderkwartier 800 man Fransche troepen. al wederom 800 man alsvooren en wierden dien dag daarvan 50 man gedetacheert naar Wijk aan Zee. ontvangen wij alhier patent van de Fransche commandant der stad Alkmaar voor 500 man Fransche troepen, hetwelk daags daaraanvolgende nog met 200 man wierd vermeerdert, zoodat ieder inwoonder thans 3 van die Fransche burgers had geïnkwartierd. Dan waarvan wij den 8e daaraanvolgende van ontlast wierden. passeerden hierdoor van Alkmaar een battallion Franschen, bestaande in 900 man met hunne bagagewagens, kanon- en ammunitiewagens, gevolgt van eenige boerenwagens met zieken, welke nae eenige verversingen gebruikt te hebben naer Haarlem vertrokken. wierd onse plaats weeder verleevendigt met 650 man Franschen, die neevens de voorgaande parthijen naar Hanover1 moesten. Kunnende ieder inwoonder welke bereekenen dat hij, beneevens de vorige dag, wel 9 man verversching van tenminsten kaas en brood had moeten geeven. 1 Hannover in Duitsland. passeerden alhier enkelde manschappen welke agtergebleeven waaren. marcheerde uit Haarlem 500 Franschen hussaaren, waarvan er eenige te Overveen, Bloemendaal, Santpoort, Velzen, Heemskerk en alhier ter plaatze 80 geïnkwartierd wierden. Welke allen den volgende dag hierdoor naar Alkmaar vertrokken met 9 leegerwagens en een smeederij. reeden er nog 60 van dezelve hierdoor naar Alkmaar. trokken hierdoor (komende van Noord- en Katwijk) naar Bakkum en Limmen 300 Bataven1, 26

Wijk aan Zee in de 18de eeuw, naar het zich laat aanzien onder rustige omstandigheden. Na de komst van de Fransen en vooral tijdens de Brits-Russische invasie nam het aantal inkwartieringen toe tot een schrikbarende omvang. Het soldatenvolk vertoonde alle soorten van wangedrag. In 1801 typeerde het gemeentebestuur het dorp als “het weleer bloeijend dog nu gantschelijk geruineerde en vervalle Wijk aan Zee” (De Speelwagen. 1953, p. 111). (afb. 8)

Den 28e maart 1795 Den 29e maart 1795

Den 30e maart 1795

Den 31e maart 1795 Den 4e april 1795 Den 7e april 1795

Den 8e april 1795 Den 9e april 1795 Den 18e april 1795

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

welke de volgende dag naar de Helder marcheeren moesten. 1 Militairen van de Bataafse Republiek. kwaamen dezelve 500 hussaaren van den 18e deezer weeder door, moetende naar Naarden met drie leegerkarren en een smederij. passeerden alhier het 13e regiment Fransche dragonders, zijnde 400 man, alle met koperen mutsen en paardestaarten agter dezelve op ’t hooft, alsmeede 200 man infanterie. Des namiddags kwamen alhier binnen 80 man Fransche infanterie van Alkmaar met patent voor een nagt logement. marcheerde hierdoor 100 Fransche soldaaten naar het Zuiderkwartier. Des namiddags al weederom, zeer onverwagts en zonder aanschrijving, kwam hier weeder binnen van Hoorn 200 man Fransche infanterie om des nagts te blijven, die den volgende dag patent op Lisse hadden. Dezelvde dag passeerden hier verschijden leegerwaagens naar het noorden. trokken hierdoor naar Noordholland 200 Fransche infanterie die te Velzen vernagt hadden. passeerden hier weeder, nae eenige verversching van hunne eigen provisie gebruikt te hebben, 200 Fransche infanterie naar ’t Noorderkwartier. Dienzelvde dag 30 dragonders met paardestaarten van ’t 13e regiment alsvooren. vierden men alhier ’t feest der Vrijheid door ’t planten en inwijden van een nieuwen groeibaare vrijheidsboom1. Dit geschiede met alle festiviteiten die zulks gepast en vrolijk konde maaken. 1 Kennelijk een boom “met kluit”. trokken hierdoor 20 Fransche hussaren naar ’t Zuiderkwartier en 20 man Fransche infanterie naar ’t Noorderkwartier. passeerden hierdoor naar Noordholland 70 man Fransche infanterie. wierd alhier justitie gedaan1 aan 18 perzoonen, meestal weegens oproerigheeden en het dragen van orange, komende van Crommenie, Crommeniedijk en Crommeniehorn, werdende van dezelve 9 gegeezeld. Een vrouwsperzoon, meede aldus gevonnist, wierd om haare zwangerheid uitgesteld en vervolgens voor 5 jaaren geconfineert in ’t werkhuis der stad Haarlem en daarnae voor altoos uit deeze provintie gebannen. 3 Manspersoonen moesten wijders aan27

Den 20e april 1795 Den 27e april 1795 Den 30e april 1795 Den 1e mei 1795 Den 2e mei 1795 Den 4e mei 1795 Den 6e mei 1795

Den 7e mei 1795 Den 8e mei 1795



Den 13e mei 1795



Den 14e mei 1795

Den 15e mei 1795 Den 20e mei 1795

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

schouwens en op ’t schavot te pronk staan en 5 dito wierden onder handtasting ontslagen2. 1 Werden vonnissen uitgevoerd. Krommenie en de andere genoemde plaatsen behoorden tot het baljuwschap van Blois. Beverwijk was daarvan de hoofdplaats. Daarom stonden de achttien verdachten daar terecht, in het stadhuis. 2 Uit gevangenschap ontslagen na het doen van een belofte in handen van iemand van het gerecht. reeden hierdoor twee boerenwagens met Engelsche krijgsgevangenen, komende van Texel, moetende naar Amsterdam en geëscorteerd wordende door eenige Fransche dragonders. passeerden alhier naar ’t Noorderkwartier 50 zwarte Fransche hussaren van de 10e compagnie. marcheerden alhier 100 hussaren van ’t zelvde regiment naar Noordholland en retourneerde vandaar naar het Zuiderkwartier 70 Fransche dragonders met paardestaarten. reeden hierdoor 2 kruijtwagens naar het Noorderkwartier. passeerden hier weeder uit Noordholland komende 100 Fransche dragonders naar het Zuiderkwartier. marcheerden hierdoor 20 zwarte Fransche hussaren naar ’t Noorderkwartier. is alhier uitgemarcheert 4 compagnien zwarte Hollandsche hussaaren, bestaande in 200 man onder ’t regiment van Van Heekeren1, welke op den 26e december laatstleeden alhier in cantonnement gekoomen waaren, welke dus verleijd wierden naar ’t Noorderkwartier. Dog arriveerden alhier dienzelvde dag 17 Fransche zwarte hussaren die op ordonnance moesten reijden en bij de burgers voor 5 dagen geïnkwartierd wierden. 1 Het regiment Huzaren van Heeckeren behoorde tot de ruiterij van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Zie artikel “De cavalerie”. passeerden alhier 14 Franschen ruijters naar ’t Noorderkwartier. reeden hierdoor 6 boeren- en twee leegerwaagens, alle gelaaden met bagage voor de Franschen, naar ’t Zuiderkwartier. Dienzelvden dag wierd alhier een schutterij1 geformeerd en die burgers daaronder behoorende wierden in de kerk opgeroepen, ten einde aldaar hunne opper- en onderofficieren te verkiezen. Blijkende bij de opneeming der stemmen dat voor de 2 compagnien tot commandant waar verkooren dr Johannes Husung en capitains Fred. Vermooten en Mart. Langeveld junior, zijnde de luitenants Pr. Kool, Gt. Schoehuisen, Dirk Flentrop en Anth. George Zwanenbeek. 1 Het nieuwe Bataafse bewind was van meet af aan de mening toegedaan dat de zojuist verkregen vrijheid onder bescherming gesteld diende te worden van gewapende burgers. Vrij snel na de machtsovername volgden dan ook de eerste stappen tot instelling van een gewapende burgermacht (Koolemans Beijnen, Krijgsgesch. studie, 177 e.v.). In Holland ontvingen de Municipaliteiten dientengevolge een “Ontwerp ter organizatie van de Bataafsche gewapende burgermacht”. Naar aanleiding daarvan richtte men in Beverwijk op 8 mei het hier genoemde burgerkorps op. arriveerde alhier den generaal Merchier met een gevolg van 20 officieren en eenen secretaris, welke het commando had over een brigade infanterie die in Zuijd- en Noordholland tot een cordon leggende waaren. Dan welke generaal begreep om ten deezer plaatse zijn hoofdkwartier te houden. Hoezeer de Municipaliteid uit hoofde der finantiële omstandigheeden hier veel zwarigheeden in stelde, moest dit egter geschieden. Tot een locaal wierd dierhalven gegeeven het huis genaamt Meerwijk1, ’t welk ten dien tijd juist onverhuurd was. De nodige bedden wierden gedeeltelijk neevens de verdere meubilen van de logementhouders gehuurd en het ontbreekende van eenige particuliere burgers. Behalven het bovenstaande getal van officieren was voornoemde generaal vergezeld van een lijffwagt van l4 man, die dus allen ten kosten deezer steede moesten onderhouden worden. 1 Zie noot 3 bij 2 februari 1795. Die generaal was waarschijnlijk J.C. Mercier. passeerden hierdoor 8 compagnien Fransche infanterie bestaande in 600 man, beneevens 13 kanon-, kruit- en bagagewagens met een aantal zieken, waarbij nog 30 paarden met haare manschappen of waagenknegten meede behoorende tot de brigade van den generaal Merchier (Mercier), en gaande naar Noordholland. marcheerden hierdoor 100 Franschen reidende artilleristen, beneevens 100 waagen- en paardenknegts met 2 smeederijen en 24 stukken kanon en diverse kruit-, kogel- en bagage- off leegerwaagens, meestal met 6 paarden bespannen, allen moetende naar ’t Noorderkwartier. wierd op aanschrijving van’t algemeene Committé van Waakzaamheid1 off Binnenlandsche Correspondentie uit den Haag, door de Municipaliteid alhier tot leeden van waakzaamheid aangesteld de burgers Jan Braams, Fred.Vermooten, Gt. van der Jagt, en Martinus Langeveld junior. 1 Het Bataafse bewind wist zich bedreigd door tegenstanders van allerlei kleur en was daarvoor begrijpelijkerwijze op zijn hoede. Beverwijk kreeg dus een 28

Den 26e mei 1795

Den 1e juni 1795

Den 2e juni 1795 Den 4e juni 1795



Den 5e juni 1795 Den 6e juni 1795

Den 7e juni 1795



Den 8e juni 1795





HGMK Ledenbulletin 23, 1999

plaatselijke afdeling van dit comité. wierden alle de ingezeetenen deezer steede opgeroepen teneinde haar goud en zilver op te brengen, ingevolge publicatie van de Provisioneele Representanten dato 26 maart 17951. Dit en de vrijwillige geldnegotiatie in deeze jaare heeft ter deezer plaatse gerendeerd circa ƒ 18.000 guldens. 1 Men kon aan de plicht tot inlevering ontkomen door aan de overheid de waarde van het metaal te vergoeden. zijn hier geïnkwartierd 70 Hollandsche hussaaren van ’t regiment van Timmer1 met eenige leegerkarren, welke den volgende dag weeder naar ’t Noorderkwartier vertrokken. 1 Hier zal het Staatse regiment Timmerman bedoeld zijn. Zie artikel “De cavalerie”. reeden hierdoor vier leeger- off bagagewaagens, welke weederom retourneerde naar het Zuiderkwartier. zijn hier uit- en doorgemarcheerd 630 man Fransche infanterie, welke in een marsch van Naarden, Breukelen, Maarsen en Loenen waaren hier gearriveerd, waarvan hier 430 man voor eene nagt wierden geïnkwartierd. Bij hun hebbende 4 canon, 6 kruijt- en 4 leeger- of bagagewagens, behoorende onder den generaal Moreau1, welke in Hollandsche dienst overgingen, moetende dezelve naar het Noorderkwartier. Dienzelvden dag kwam hier weeder binnen 520 man Fransche infanterie met 2 kanon, 3 kruijt- en 4 leeger- of baga-gewaagens. En des avonds ten 11 uuren kwaamen er nog 80 man met 2 kanon, 4 kruit- en 2 leegerwagens. Moetende door de meenigvuldigheid van inkwartieringen deezen dag het raadhuis en de Mennonite kerk2 tot logementen voor ’t volk3 gebruikt worden. Werdende aldaar, weederom ten koste deezer steede, met het noodige voedsel en drank verzorgd. 1 Toen opperbevelhebber van het Franse leger in Nederland. 2 Doopsgezinde of meniste kerk aan de Meerstraat. 3 De schrijver zal daarmee militairen van lagere rang bedoelen. ’s namiddags kwam hier weeder binnen een compagnie Fransche infanterie. ’s Avonds 6 uuren nog een dito en ten 10 uuren nog 200 man, welke laasten in een marsch van Petten hier waaren binnen gemarcheert. des morgens ten 3 uuren wierden wij hier weederom gedechargeerd van 720 man, welke door de Municipaliteid wierden geproviandeert van kaas en brood en vervolgens marcheerden naar Leijden, alwaar haar equipage wierd getransporteerd met een vaartuig. Denzelvde dag passeerden alhier naar het Noorderkwartier 50 blauwe Fransche hussaaren. Wijders wierden wij tenzelve dage ontlast van den generaal Merchée (Mercier) met zijn gansche gevolg, die wij met het grootste genoegen naar ‘t Zuiderkwartier zagen vertrekken. Hoezeer wij ons verheugden met het vertrek van bovengemelde troepen, wierden wij tenzelven dage weederom verrast met 700 man Fransche inkwartiering, waarvan de 9 eerste officieren al weederom voor steede reekening geïnkwartierd wierden in het huis Meerwijk. Dezelve hadden bij haare equipage 2 kanon, 2 kruijt-, 7 bagagewagens en 30 paarden- en waagenknegts. Des anderen daags ‘s morgens tusschen 2 en 3 uuren vertrokken dezelve van hier naar Hillegom en Lisse. kwaamen hier weeder binnen uit het Noorderkwartier 7 blauwe Fransche hussaaren om op ordonnance te rijden, welke bij de burgers ieder voor 8 dagen op zijn tour bij dezelve geïnkwartierd wierden. Ten zelve dage des nademiddags kwam hier weeder binnen, om voor een nagt geïnkwartierd te worden, 30 man Fransche troepen met verder patent van 700 man, welke dienzelvde avond nog stonden geïnkwartierd te worden. Edog daarover wierd een commissie benoemd uit het Commité van Waakzaamheid, welke zig vervoegden bij de Municipaliteid van Haarlem teneinde over de verregaande drukkende last der inkwartieringen haar beklag in te brengen, alsmeede weegens ‘t gebrek en opkorting van de nodige leevensmiddelen. Welke commissie zo gelukkig slaagde dat wij dienzelvde avond nog met een volgelaaden wagen Fransch brood voorzien wierden en van die 700 man verschoond wierden, welke dus met een vaartuig van Haarlem naar het Noorderkwartier getransporteerd wierden. tusschen 4 en 5 uuren arriveerde alhier 200 Fransche zwarte hussaaren met 6 bagagewagens. Ten 6 uuren, ‘s avonds nog 15 en in de morgenstond, tusschen 4 en 5 uuren, nog 26 man van ‘t zelvde regiment, welke alhier vernagten en des anderen daags met nog 17 man van’t zelvde regiment, welke alhier op ordonnance hadde geleegen, vertrokken naar ‘t Noorderkwartier. Dienzelvde avond wierd alhier van ‘t raadhuis gepubliceert de alliantie tusschen Frankrijk en deeze Republicq1 met het geluij der klokken en muzijk der trompetten. ‘t Welk vervolgens door de alhier leggende husaren, gewaapende burgers, leeden der Municipaliteit in behoorlijke ordere gerangeert op alle hoeken der straaten, door den burger Gerrit van Aalst aan de burgerij wierd voorgeleezen. Werdende wijders dien avond in vrolijkheid doorgebragt. 1 Dit bondgenootschap wordt het Haags Verdrag genoemd. 29

Den 9e juni 1795

Den 11e juni 1795 Den 14e juni 1795 Den 16e juni 1795

Den 27e juni 1795 Den 28e juni 1795

Den 29e juni 1795



Den 30e juni 1795

Den 5e juli 1795

Den 6e juli 1795

Den 7e juli 1795

Den 8e tot den 10e juli 1795 Den 13e juli 1795

Den 20e juli 1795 Den 21e juli 1795

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

arriveerde alhier 200 man Fransche artilleristen welke zig van hun eigen brood wat ververschten en van de burgers van drinken voorzien wierden, en wijders hunne marschroute naar het Zuijderkwartier voortzette. Dienzelvde dag passeerden hier weeder retour van het Noordernaar ‘t Zuiderkwartier 100 Franschen reidende artilleristen, met 100 waagen- en paardenknegts, neevens de nodige kruit- en leegerwaagens. Zie verder den 15e meij. ‘s morgens ten 8 uuren marcheerden hierdoor, naar ‘t Noorderkwartier 20 Hollandsche soldaten en twee bagagewaagens, met eenige vrouwspersoonen. wierden allen de geweesen regentenbanken1 aan particulieren burgers verhuurd. 1 Banken in de Grote Kerk die voor de omwenteling van 1795 in gebruik waren bij stedelijke en provinciale regeringspersonen. wierd des avonds ten 6 uuren een plegtig dankuur gehouden in de Groote Kerk, alwaar door den predikant dominee J. Wigerie1 een zeer plegtige en toepasselijke redenvoering gedaan wierd, onder een meenigte toehoorderen. 1 Zie J. Wigeri in de Lijst van personen en noot 2 bij 24 janauari 1795. zijn hier geïnkwartierd 40 blauwe hussaaren, welke de volgende morgen weeder vertrokken naar ‘t Noorderkwartier. passeerden alhier 200 man van ‘t regiment van Van Brakel1 naar ‘t Zuiderkwartier. 1 Zie 12 februari 1795. ‘s morgens /2 9 uuren passeerden hierdoor 70 Hollandsche husaaren van ‘t regiment van Timmerman1 met 6 vrouwspersoonen, 6 bagagewagens en karren naar ‘t Zuiderkwartier; ten 9 uuren weederom 300 man van Plettenburg2 meede naar ‘t Zuiderkwartier; ten 10 uuren nog 200 Waalsche dragonders3 met 230 paarden en 7 wagens met zieken en bagage almeede naar ‘t Zuiderkwartier. Dienzelven dag zijn hier geïnkwartierd 150 man van ‘t regiment van Plettenberg, ten 10 uuren nog 100 man en te 11 uuren nog 100 man van ‘t zelve regiment, neevens 20 vrouwspersoonen en 5 bagagewagens, welke de volgende morgen weeder vertrokken naar ‘t Zuijderkwartier. 1 Zie noot 1 bij 1 juni 1795. 2 Zie noot 3 bij 21 januari 1795. 3 Franstaligen uit de Zuidelijke Nederlanden, in dienst van de drie regimenten dragonders bij de Staatse cavalerie. Zie artikel “De cavalerie” zijn hier ‘s morgens ten /2 10 uuren binnengetrokken en geïnquartierd 338 huzaaren van ‘t regiment van Van Heekeren met 47 bagagewaagens en karren, bij hun hebbende 30 vrouwspersoonen. Ten 12 uuren kwamen er nog 30 hussaaren van ‘t zelve regiment, welke de volgende morgen ten 7 uuren weeder uitmarcheerde naar ‘t Zuiderkwartier. ‘s morgens /2 10 uuren marcheerden hierdoor 300 Mekkelenburgsche troepen1, te /2 11 uur 200 man van dezelvde met 12 vrouwspersoonen en 5 bagagewagens, naar ‘t Zuiderkwartier. 1 Zie noot 1 bij 27 januari 1795. marcheerden hierdoor 300 granadiers van het regiment weleer Orange Grooningen en Ommelanden1 onder van Baaden Duurlag, welke 12 maanden in Frankrijk krijgsgevangen waaren geweest, bij hun hebbende 12 vrouwspersoonen en 9 bagagewagens, naar ‘t Noorderkwartier. Ten 1/2 12 uuren passeerden hier weeder 250 soldaaten van ‘t geweesen regiment van Orange Drenthe, thans onder Huard, welke alhier geïnkwartierd wierden met eenige vrouwspersoonen en bagagewagens. 1 De hier genoemde infanterieregimenten “Orange-Groningen en Ommelanden” en “Orange-Drenthe” waren, voor zover wij weten, al in 1752 samengegaan in één regiment onder de naam “Orange-Stad en Lande en Orange-Drenthe” Van Baaden Duurlag, verderop nog gespeld als Van Baade Duurlag, zal gelezen moeten worden als Van Baden Durlach. vertrokken dezelve weeder naar ‘t Noorderkwartier. Even naar haar vertrek passeerden hierdoor 150 soldaaten van Van Baade Durlag met 25 vrouwspersoonen en 7 bagagewagens, ten 9 uuren nog 200 man van ‘t zelve regiment met 20 vrouwspersoonen en 6 bagagewaagens, alle naar ‘t Noorderkwartier. 1

1

1

1

is hierdoor getrokken een smeederij met 11 leegerwagens en karren. trokken hierdoor 14 Hollandsche ruiters naar ‘t Zuiderkwartier, behoorende tot het regiment van Hessen-Philipsthal1. 1 Zie arikel “De cavalerie” kwaamen hier binnen 80 Fransche kannoniers, welk zig bij de burgers wat ververschten en wijders hunne reijs naar ‘t Zuiderkwartier voortzette. kwaamen hier van Texel met 2 wagens, geëscorteerd door 2 Fransche hussaaren, 8 Engelsche krijgsgevangenen jongelingen, zijnde vaarensgezellen van een Engelsch scheepje dat door een Fransche kaper genoomen was, welke op het steedehuis met brood en kaas enz. ververscht 30

Den 23e juli 1795 1

Den 24e juli 1795 Den 25e juli 1795 Den 1e augustus 1795

Den 3e augustus 1795 Den 5e augustus 1795

Den 6e augustus 1795 Den 7e augustus 1795 Den 8e augustus 1795 Den 13e augustus 1795 Den 18e augustus 1795 Den 28e augustus 1795 Den 30e augustus 1795

Den 10e september 1795 Den 16e september 1795

Den 18e september 1795 Den 19e september 1795



Den 21e september 1795



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

wierden en vervolgens naer Haarlem wierden getransporteerd. ’s morgens ten 11 uuren trokken hierdoor 70 blauwe hussaren1 en een bagagewagen naar ‘t Noorderkwartier en ‘s namiddags ten 5 uuren nog 23 van ‘t zelve regiment en een bagagiewagen naar ‘t Zuiderkwartier. Dit moeten Fransen geweest zijn. Het Bataafse leger kende ook huzaren, maar die droegen toen nog geen blauwe uniformen (F.G. de Wilde e.a., 54). arriveerden alhier 26 blauwe huzaaren met patent voor een nagt inkwartiering, vertrokken wijders naar ‘t Zuiderkwartier. zijn hierdoor naar ‘t Zuiderkwartier gemarcheerd 54 blauwe hussaaren. kwaamen alhier 8 Hollandsche soldaaten welke zig voor reekening deezer steede wat ververschten en wijders naar ‘t Zuiderkwartier marcheerde. Des namiddags passeerden nog alhier 8 blauwe hussaaren naar ‘t Zuiderkwartier. Teegens den avond nog 20 Fransche kanonniers, welke alhier vernagten en des anderen morgen naar de Helder vertrokken. kwaamen hier binnen 30 man en 70 paarden reijdende artillerij met 7 kruitwagens en koogelwagens, welke de volgende morgen ten 5 uur in eenen marsch naar de Helder vertrokken. marcheerden hierdoor 50 Hollandsche soldaaten van Van Baade Duurlag, bij hun hebbende 3 wagens met zieken en bagage, moetende naar ‘t Zuiderkwartier. Dienzelvde dag trokken van hier 7 blauwe hussaaren, welke op ordonnance geleegen hadden, naar ‘t Zuiderkwartier, werdende door anderen uit ’t Noorderkwartier weederom geremplaceert. wierden wij weeder verwelkomd met 102 blauwe hussaaren om provisioneel in cantonnement te blijven, dog waarvan 40 naar Heemskerk wierden geëxpedieert. zijn hier binnengekoomen 2 bagage- off leegerwagens, waarvan ‘t volk en paarden voor een nagt geïnkwartierd wierden, die de volgende morgen naar ‘t Zuiderkwartier vertrokken. zijn hier ‘s morgens ten 8 uuren uitgetrokken 62 blauwe hussaaren, moetende naar ‘t Noorderkwartier. Dan des namiddags wierd dat getal weeder door anderen geremplaceert. zijn hier 16 Fransche soldaten voor een nagt geïnkwartierd, met een leegerwagen, welke den volgende morgen weeder vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier. passeerden alhier naar ‘t Noorderquartier 50 zoldaaten van ‘t regiment de Calmette1, bij hun hebbende een bagagewagen. 1 Dit waren soldaten van het vroegere Staatse infanterieregiment Bosc de la Calmette. kwamen hier met een boerewaagen 6 Fransche gevangenen, geëscorteerd door 4 blauwe hussaaren, welke voor steedereekening verversching ontvongen en vervolgens vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier. kwaamen hier binnen 150 Hollandsche kanonniers welke voor eene nagt geïnkwartierd wierden, bij hun hebbende 6 bagagewagens met 15 vrouwen en eenige kinderen, moetende naar ‘t Zuiderkwartier. Dienzelvde dag ‘s namiddags kwaamen alhier 100 Fransche soldaaten met 2 bagagewagens, welke nae eenige verversching gebruikt te hebben, naar ‘t Zuiderkwartier vertrokken. trokken hierdoor 20 Hollandsche dragonders met 10 paarden naar ‘t Zuiderkwartier en des namiddags ten 6 uuren kwamen hier 15 blauwe hussaaren, werdende voor een nagt bij de burgers geïnkwartierd en des anderen dag vertrokken naar Wijk aan Zee. wierd het steedeschool, dat reeds van den beginne deezer revolutie1 geoccupeerd was geworden tot een barak voor de blauwe hussaaren, weederom ontruijmd. 1 De omwenteling van 1795. zijn hierdoor getrokken een smeederij, een kruijt- en kogelwagen, alsmeede een leegerwaagen met 16 karretjes meest gelaaden met kisten, naar Noorderkwartier, alle behoorende aan de Fransche troepen. des nagts tusschen 12 en een uur wierd ten huize van den bakker Lambert Alberts op de Agterweg1 op eene insolente wijze 14 ruijten in de raamen van de voorpuij stuk geslagen, zonder dat daarvan den daader is ontdekt geworden. 1 Koningstraat. vertrokken de burgers Jan Karshoff en Pieter Verheul als gecommitteerdens der gewapende burgermagt1 naar den Haag, teneinde cessie2 te neemen in de gewapende burgermacht van Holland, die op aanschrijving van ‘t Committé Militair3 op den 22 september en volgende dagen zoude gehouden worden tot het vaststellen van een plan van organisatie, blijvende aldaar 8 dagen. De volgende week vertrok den burger Karshoff, in dezelvde commissie, voor den tijd van 14 dagen en nae welke tijd geene gecommitteerdens weeder zijn vertrokken, dewijl men de weezentlijke nuttigheid daarin niet konde beoogen en behalven de financiëele omstandigheeden zulks ook niet permitteerde. 1 Zie noot 1 bij 8 mei 1795. 2 Hier wordt bedoeld “sessie te nemen”, dat is zitting te nemen. 3 Het Comité Militair van Holland was belast met de reorganisatie van het leger in 31

de Bataafse Republiek. zijn de hussaaren, welke alhier op den 6e augustus in cantonnement gekoomen waaren, weeder vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier. Den 4e oktober 1795 wierd alhier de Gewaapende Burgermacht geëxamineert1 en teffens door dezelve de generaale afvuuring2 gedaan, waar in bizonder onder een aantal evolutiën3 uitmuntede een attacque4 der beiden compaagnien met het rottevuur5 en vervolgens in de holleweg6, welke laatste geschiede op ‘t wegje ten noordwesten ‘t exercitieveld7, ‘t welk tot groet genoegen der regeering en alle aanweezende wierd ten uitvoer gebragt. 1 Geïnspecteerd. 2 Men zal hier moeten denken aan een militaire oefening of demonstratie, gepaard gaande met het afschieten van vuurwapens. 3 Bewegingen, zwenkingen. 4 Attaque, aanval. 5 Rotsgewijs schieten, afgegeven door rotten, rijen achter elkaar staande soldaten in een in gelederen opgestelde troepenafdeling. 6 Een verzonken weg met oplopende wanden. Het is niet geheel duidelijk hoe deze manoeuvre verliep. 7 Het exercitieveld lag aan de Galgenweg. Daar staat nu de “Goede Raad kerk.” Zie noot 1 bij 14 november 1799. Den 11e oktober 1795 zijn hier voor een nagt geïnkwartierd 20 Fransche soldaaten, welke de volgende morgen vertrokken naar Sandvoort. Den 12e oktober 1795 zijnde nog overige 6 man blauwe hussaaren, die op ordonnance lagen, van hier vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier, dus alhier thans bevrijd van militairen. Den 13e oktober 1795 zijn hier doorgetrokken 50 blauwe hussaaren, 12 boerewagens met zieken en eenige vrouwen en bagagewagens, alle naar ‘t Zuiderkwartier. Den 14e oktober 1795 des morgens tusschen 7 en 8 uuren trokken hierdoor 22 blauwe huzaaren, ten 10 uuren nog 100 dito met 4 bagagewagens, allen naar het Noorderkwartier. Des namiddags ten 2 uuren 60 blauwe hussaaren die voor eene nagt geïnkwartierd wierden. Den 15e oktober 1795 zijn hier doorgetrokken, zoo naar het Noorder- als Zuijderkwartier, 200 blauwe hussaaren. Dienzelvde dag wierd op order van Hun Hoogmogenden opschrijving gedaan, weegens de hoofden1 (als in de daagen van ouds ging er een gebod uit van de keijzer Augustus, dat de geheele waereld beschreeven zoude worden) zoo alsdan thans ook geschiede. Welke getal bevonden wierd, zoo mannen, vrouwen, als kinderen, een montand2 van 1639 zielen. 1 Achter deze op het eerste gezicht weinig zeggende passage gaat een belangrijke ontwikkeling schuil. Het gaat hier namelijk om de eerste algemene volkstelling die ooit in Nederland is gehouden. Het initiatief ertoe werd genomen door de StatenGeneraal (“Hun Hoogmogenden”). De heren hadden er bijzondere bedoelingen mee. Deze in 1795 gehouden telling moest namelijk de gegevens leveren om tot een indeling van het land in stemdistricten te komen. Die indeling zou men nodig hebben voor de voorgenomen verkiezing van een Nationale Vergadering, die in 1796 zou plaatshebben. Of de opsteller van dit handschrift geheel doordrongen is geweest van de betekenis van deze “sprong voorwaarts” in het Nederlandse democratiseringsproces staat te bezien. Hij trekt nog wel een aardige vergelijking met een volkstelling die de Romeinse keizer Augustus (31 voor - 14 na Chr.), volgens de bijbel van plan was “over heel de wereld” te houden (Lucas 2,1). 2 Omvang, grootte. De bevolking van Beverwijk bleek 1.639 zielen te omvatten. Den 16e oktober 1795 kwamen hier binnen 50 Fransche soldaaten, des middags nog 150 van ‘t zelve battallon, bij hun hebbende 10 bagage-, kruyt- en kogelwagens, dien hier een nagt overbleeven en den volgende morgen vertrokken naar Haarlem. Den 18e oktober 1795 nog 120 man van ‘t zelve battallon met 5 bagagewagens, die almeede voor eene nagt geïnkwartierd wierden. Den 19e oktober 1795 kwamen hier 6 blauwe hussaaren om op ordonnances te reijden. Den 25e oktober 1795 wierd op aanschrijving van ‘t volk van Holland, offwel de representanten van ‘t zelve1, op order van de Municipaliteid, alle burgers deezer steede in de Groote Kerk opgeroepen, teneinde hunne stemmen uit te brengen ter benoeming van 2 burgers, zoo ook de Municipaliteit uit hun midden 2 persoonen teneinde onderzoek te doen nae allen ‘s lands en steedelijke amptenaaren, welke zig zoude hebben schuldig gemaakt aan plunderingen, teekenen van adressen2 of andere oproerigheeden, welke met de thans subsisteerende ordre van zaaken eenigsins strijdig waaren. Dan welke commissiën naar gedaan onderzoek alhier niemand bevonden, welke van die natuur onder de amptenaaren of bediendens zig hebben schuldig gemaakt en dus geen remotie alhier plaats gehad. 1 Zij hadden de plaats ingenomen van de vroegere Staten van Holland en vormden Den 1e oktober 1795

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

32



Den 5e november 1795 Den 10e november 1795

Den 12e november 1795 Den 14e november 1795

Den 15e november 1795 Den 16e november 1795





HGMK Ledenbulletin 23, 1999

nu dus voorlopig het bestuur van het gewest. valt te denken aan het ondertekenen van verklaringen, waarmee groepen personen verzet hadden aangetekend of eisen hadden gesteld tegenover het overheidsgezag of overheidspersonen. trokken hierdoor 200 blauwe hussaaren naar ‘t Zuiderkwartier. weederom 50 blauwe hussaaren als vooren en des namiddags 600 man Fransche infanterie, bij hun hebbende 13 bagage- en 4 kruijt- en leegerwagens, naar ‘t Zuijderkwartier. Nog dienzelvde dag 22 man Fransche soldaaten, die hier vernagten en des anderen daags vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier. trokken hierdoor 100 ruijters van ‘t regiment Hessen-Philipstal met 2 bagage-wagens naar ’t Noorderkwartier. kwaamen hier binnen een battallon bestaande in 550 man Hollandsche soldaaten van de 3e halve brigade1, bij hun hebbende 14 bagagewagens en 14 vrouwspersoonen, die alhier overnagten en des anderen daags vertrokken naar ‘t Noorderkwartier. 1Zie artikel “De infanterie”. passeerden alhier 50 blauwe hussaren en 800 man Fransche infanterie, alsmeede 18 rijdende artilleristen met 9 kanon-, kruijt- en kogelwagens waarbij nog 17 bagagewagens, bij hun hebbende 10 vrouwlieden, alle naar ‘t Zuiderkwartier. kwaamen hier binnen een battallon bestaande in 550 man Hollandsche soldaten van de 3e halve brigade met 14 bagagewagens en 20 vrouwlieden, die alhier overnagten dog met welk battallon alhier de grootste onaangenaamheeden en verregaande brutaliteiten plaats hadde. Bestaande dit geval en had haaren oorsprong omtrend de inquartiering van een vrouwspersoon, welke uit hoofde alle burgers en ingezeetenen bereijds van inkwartiering voorzien waaren en zij juist met haar zogenaamde man in één kwartier wilde weezen. In weerwil de Municipaliteit gezorgd had zij in een bizonder huis gebillietteerd was, begeerde zij volstrekt bij haaren man te weesen, en klaagde dus desweegens bij den commandant Abbema1, die daarop met een commando van de wagt hun zelvs met geweld wilden inkwartieren bij eenen der leeden van de Municipaliteit. Intusschen ontmoeten hij bij deeze verrigting twee leeden der Municipaliteit, die met de burgers Martinus Langeveld en Pieter Kool neevens eenige anderen stonden te spreeken. Den commandant deeze ontmoetende geraakte met dezelven in een heevige woordentwist en herhaalde andermaal, dat hij nu zelvs zoude billietteeren, antwoordende dezelve leeden der Municipaliteit wanneer hij begreep daar recht toe te hebben zulks dan maar te moeten doen. De genoemde burgers daarbij tegenwoordig ondersteunde de Municipaliteit, zeggende dat de vrouwen geen troepen van den staat waaren en dus niet verpligt waar dezelve inkwartiering te geeven en dus alleen goedheid was. Het dispuut wierd dus nog ernstiger. Een soldaat, welke een Duijtscher was, kwam tusschen beiden invallen en zeide onze commandant zal uw zulks wel leeren. Den burger Pieter Kool repliceerde: “wij zijn vrije republicainen en geen slaaven, laaten ons dus niet dwingen”. Hierop trad een der officieren, die een Hollander was, naar Kool zeggende dat hij zoo wel een republicain was als hij. Kool beantwoorde zulks met te zeggen dat hij zulks wel geloofden, hem daarop de hand van broederschap aanbiedende, maar dat hij, die kaerel (op den soldaat doelende) zulks gezegt had. Dit woord was dan een grondoorzaak om haare verregaande oproerigheeden ten top te brengen en aanstonds was ‘t geroep: “hij zegt kaarel tegen den commandant”. Daarop wierd wel door 6 officieren de kling getrokken en Pieter Kool daarmeede deerlijk geslaagen en mishandeld. De soldaaten vielen met de gevelde bajonet zoo op hem, als op de beiden Municipaaliteitsleeden Rentink en Knegjes en de overige ingezeetenen daarbij tegenwoordig. Dan welke steeken gelukkig wierden afgekeerd, behalve dat Rentink door een bajonetsteek in zijn hand wierd geblesseert. Eene geheele verwarring had er toen plaats en den commandant wilde allarm laaten slaan. Dan de woede en verontwaardiging der burgerij in ‘t algemeen ging zoo verre dat zij de waapenen wilde opvatten teneinde zig teegens deeze gevloekte handelwijze deezer militairen te verzetten. Dan de weesentlijke ernst en de getergde wraak der burgers tegemoet ziende, deed den genoemde commandant zijne orders intrekken en de rust herstellen. De Municipaliteit deed haare vergadering bijeenkoomen, requireerde den commandant en vorderde van hem eene volleedige satisfactie. Dan hij was met de zaak verleegen, bood alles aan wat mogelijk waar om daaraan te voldoen. Eindelijk werd de zaak in zooverre gevonden, dat de burgers, van wien informatiën waaren ingewonnen, des morgens voor ‘t front zoude passeeren en aanweisen welke officier de grootste wanordre en het eerst geslagen had. Alras wierd dezelve gevonden en aangeweesen, zijnde den sous luitenant Jan van Essen, welke daarop direct in arrest wierd geplaast. Bij ‘t vertrek der commandant wierd hem geweigerd een gewoonlijk declaratoir van goed gedrag en wijders wierd van het gansche geval een verbaal opgemaakt en daarvan kennis gegeeven aan de Provisioneele Representanten van het 2 Hier

33



Den 1e december 1795



Den 13e december 1795 Den 16e december 1795

Den 20e december 1795 Den 21e december 1795 Den 27e december 1795





Den 31e december 1795



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

Volk van Holland.2 1 Luitenant-kolonel J. C. Abbema was commandant van het 1e bataljon van de 3de halve brigade. 2 Het protest heeft weinig opgeleverd. Kort na het incident werd Van Essen bevorderd tot 1e luitenant. wierd de burgerij in de Groote Kerk opgeroepen om hunnen stemmen uittebrengen ter benoeming van 2 gecommitteerdens naar ‘s Hage, om aldaar hunne klagten in te brengen over de ijsselijke drukkende last der inkwartieringen, met sterke instantiën om eenige restitutiegelden1, welke deeze plaats ten behoeve de Fransche troepen bereijds had uitgegeeven. Daartoe wierden benoemd de burgers dominee Joannes Wigerie en Christ.n Stumphius en uit de Municipaliteit Jb.A. Kool en Jan Sluijs, in welke qualiteid zij den 14e deezer haare commissie ten uitvoer bragten, retourneerende den 17e dato. Met dat effect dat zij een wissel van ƒ 3.000 meede bragten, behalven nog eene van ƒ 1.200 die bevoorens ontvangen was. 1 “Restitutie van gelden” maakt de zin duidelijker. De omschrijving zou dan kunnen luiden: vergoeding voor uitgaven die Beverwijk had moeten doen ten behoeve van de Franse troepen. trokken hierdoor 23 Hollandsche canonniers, hunnen marsch neemende naar den Helder. trokken hierdoor 25 ruyters van het geweesen regiment van Hessen-Phiplipstal1 naar het Noorderkwartier. 1 Zie artikel “De cavalerie”. zijn hier 26 Hollandsche kanonniers gebilletteerd, welke den volgende morgen weeder naar ‘t Zuijderkwartier marcheerde. kwaamen hier 5 ruiters van ‘t geweesen regiment van Hessen-Philipstal, om op ordonnance te rijden. wierd alhier door ‘t Committé van Waakzaamheid1 (op aanschrijving van ‘t algemeene Committé uit ‘s Hage) uit het huis van den pastoor Bommer te Castricum2 gehaalt en naar de Wijk getransporteerd een Fransche emigrant, zijnde een roomsch priester genaamt Joseph Hervy, geboortig uit de provintie Bretagne en gewoond hebbende te Nantes. Werdende dienzelvde avond ten 12 uuren overgebragt in civil arrest op de geijzelmaaker3 in het huis der gemeente, werdende dezelve op den 2e januari door den balliuw en hoofdofficier C.A.van Sijpesteijn, neevens zijn secretaris, met een koetswagen naar ‘s Hage vervoert. 1 Zie noot 1 bij 20 mei 1795. 2 Zie over deze pastoor en het door hem opgestelde verslag van de gebeurtenissen te Castricum op 6 oktober 1799: “Op zoek naar Castricum’s verleden”, Castricum 1992, blz. 120 e.v. 3 Lees: geijzelkaamer. wierd alhier bij eenige onwillige burgers, welke hunne opgelegde en zeer gemodereerde contributie aan de krijgraad niet wilde betaalen, eenige roerende goederen bij executie verkogt als van Barend Hulst, Jb. Huber1, Willem Vis, en Dirk Heuverkamp, dog welke laaste voor de verkooping zulks nog met de kosten afmaakte. 1 Er staat wellicht Stuber. Lijsten der doorgetrokken en geïnkwartierde militairen, waagens- en paardenknegts, paarden, canon, bagage-, leegerwagens en karren, neevens de vrouwlieden, bereekend per calcula1 van december 1794 tot ultimo 1795 daaraanvolgende, 28.109 manschappen, 498 vrouwlieden, 7.186 paarden en 1.357 wagens. 1 Volgens telling. De dan volgende bevolkingsaantallen heeft de schrijver hoogstwaarschijnlijk ontleend aan de publicatie Volkstellinge in de Nederlandsche Republiek (uitgeg. op last der commissie tot het ontwerpen van een plan van constitutie voor het volk van Nederland), ‘s-Gravenhage 1796. Zie ook de “Chronologie van gebeurtenissen”. We hebben er in de noot bij 20 mei 1795 op gewezen dat de resultaten van de volkstelling van 1795 bedoeld waren om de verkiezing van een Nationale Vergadering in 1796 mogelijk te maken. Dat zou het eerste op min of meer democratische wijze tot stand gekomen Nederlandse parlement worden. Dat het de nieuwe Bataafse machthebbers ernst was met hun vergaande democratiseringsplannen, bewijst het op voorhand genomen besluit dat de Nationale Vergadering zich onmiddellijk bezig zou moeten gaan houden met het ontwerpen van een grondwet. De verkiezing zou plaatsvinden volgens het systeem van districten en op getrapte wijze. Het land werd verdeeld in kiesdistricten van elk 15.000 inwoners. Onder gebruikmaking van de resultaten van de volkstelling kwam men tot een aantal van 126 districten. Elk district werd op zijn beurt verdeeld in 30 grondvergaderingen 34

van 500 inwoners. In elke grondvergadering wezen de stemgerechtigden - mannen boven de twintig jaar - één kiezer aan. De dertig kiezers binnen een district kozen dan één volksvertegenwoordiger (representant) in de Nationale Vergadering. Het district Beverwijk, dat in het handschrift wordt aangeduid als het “Eerste district van de Noordzee” of korter nog het “District van de Noordzee”, wees als zodanig aan Joachim Nuhout van der Veen. Nuhout van der Veen was notaris te Castricum en tevens secretaris van Castricum en Bakkum. Van de samenstelling van zijn district krijgen we een duidelijk beeld doordat de auteur van het handschrift alle plaatsen noemt die ertoe behoorden, terwijl hij bovendien bij elke plaats de grootte van de bevolking noemt. Hieraan voegt hij dan nog de aantallen grondvergaderingen toe. Beverwijk bijvoorbeeld telde er drie. Daarna geeft hij nog een opsomming van de plaatsen die respectievelijk tot het baljuwschap van Blois, het baljuwschap van Kennemerland en het baljuwschap van Brederode behoorden. Ook hier vermeldt hij steeds de bevolkingsaantallen. De hele opzet wekt de indruk dat de schrijver nogal geboeid was door al die cijfers. Eigenlijk zou dat niet zo vreemd zijn. Men moet wel bedenken dat die gegevens nieuw waren. Voor die tijd waren ze niet of nauwelijks beschikbaar. Uit de lijsten van de telling des volks van Holland gedaan in den Haag den 6e Januari 1796, blijkt ons dat het totaal der zielen off ingezeetenen in deeze provintie beloopt ten getalle van 828.532. Dit getal verdeelt in de streeken van zoo nae mogelijk bedragende 15.000 zielen in 55 districten.

Het eerste district van de Noordzee. Akersloot met de Woude 837 Limmen 435 Castricom 540 Uitgeest 1.031 Crommenie 1.725 Crommeniehorn 205 Crommeniedijk 204 Heemskerk 548 Beverwijk 1.639 Wijk aan Zee 327 Wijk aan Duijn 168

Velzen 1.383 Sparendam 356 Schooten en gehugten 305 restant van Haarlem No. 10 1.012 Zandvoort 722 Tetterode off Overveen 643 Albertsberg of Bloemendaal 383 Vogelezang 263 Berkenrode 80 Heemsteede 1.857 Bennebroek 366

Grondvergaderingen Velsen 3 Sparendam, Schoten en gehugten 1 restant Haarlem 2 Zandvoort en Vogelesang 2 Tetterode off Overveen 1 Albertsberg off Vogelezang of Bloemendaal 1 Heemstede en Berkenrode 4 Bennebroek 1

Akersloot met de Woude 2 Limmen 1 Castricom 1 Uitgeest 2 Heemskerk 1 Crommenie 3 Crommeniehorn en Crommeniedijk 1 Beverwijk 3 Wijk aan Zee en Wijk aan Duin 1

maakende een getal van 30 Grondvergaderingen. Zijnde de hoofdplaats ter verkiesing van een ­representant de Beverwijk. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

35

Plaatzen welke behooren onder den Lande van Blois. Beverwijk Wijk aan Zee Wijk aan Duin Spaarnwoude Crommenie Crommeniedijk Crommeniehorn Westzaandam

1.639 327 168 255 1.725 232 207 5.179

Westzaanen Zaandijk Koog Wormerveer Westknollendam Assendelft, dog deeze plaats heeft zijn eigen recht

zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen

2.274 1.480 1.626 2.084 90

zielen zielen zielen zielen zielen

2.186

zielen

Plaatsen onder Kennemerland. Groet Hijlo en Oestdam Akkersloot met de Woude Uitgeest Markenbinnen Limmen Heemskerk Castricum Wormer Oostknollendam Starmeer onder Wormer Schalsmeer onder Wormer Jisp Starmeer onder Jisp Oostzaandam

181 455 837 1.031 147 435 548 540 1.160 190 14 24 569 52 4.938

zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen zielen

Oostzaanen Engewormer Sparendam Slooten, Sloterdijk, Osdorp en Vrijegeer Houtrijk en Polaanen Nieuwerkerk, Zuidschalkwijk en Vijfhuizen Heemsteede Bennebroek Berkenrode Aalsmeer Rietwijk en Rietwijkeroort

1.101 27 356

zielen zielen zielen

2.616 226

zielen zielen

95 1.857 366 80 1.811 73

zielen zielen zielen zielen zielen zielen

Plaatzen onder Brederoode. Zandvoort Tedterode of Overveen Aalbertsberg off Bloemendaal Vogelezang Velzen

Den 26e januari 1796

Den 31e maart 1796 Den 2e april 1796 Den 11e april 1796

Den 13e april 1796

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

722 643

zielen zielen

383 263 1.383

zielen zielen zielen

Schoorl en Harge Kamp Hoffambagt Haarlemmerliede en Noordschalkwijk Schooten en gehugten

536 40 28

zielen zielen zielen

156 305

zielen zielen

wierden alhier, zooals elders, de grondvergaderingen gehouden ter benoeming van kiezers en plaatsvervangers. Bij ‘t verkiesen van repraesentanten voor de algemeene Nationaale Vergadering en volgens de verdeeling van ‘t volk van Holland, waaren alhier 3 grondvergaderingen behoorende tot het district van de Noordzee. trokken hierdoor 100 hussaaren van ‘t geweesen regiment van Van Heekeren naar ‘t Noorderkwartier. kwaamen hier binnen 150 man off ruiters van ‘t geweesen regiment van Hessen-Cassel, welke voor een nacht geïnkwartierd wierden en de volgende morgen vertrokken naer ‘t Zuiderkwartier. passeerden alhier 350 man van ‘t regiment van Waldek1 naar ‘t Noorderkwartier, met 5 leegerkarren. 1 Huursoldaten uit het Duitse vorstendommetje Waldeck maakten al deel uit van het leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Ze vormden daarin binnen de infanterie twee regimenten en nog een afzonderlijk bataljon. Met toestemming van hun vorst gingen ze in 1795, op dezelfde manier georganiseerd, over in dienst van de Bataafse Republiek. Onze auteur slaat dus de plank mis, wanneer hij maar één “regiment van Waldek” onderscheidt. Zie ook artikel “De infanterie”. 550 man infanterie van de 3e halve brigade, onder den commandant Abbema1, welke doorpasseerde naar ‘t Zuiderkwartier. 1 Zie bij 16 november 1795 en artikel “De infanterie”. 36

Den 29e mei 1796 Den 11e juni 1796

Den 19e juni 1796

Den 20e juni 1796 Den 27e juni 1796



Den 2e juli 1796

Den 3e juli 1796 Den 20e juli 1796

Den 24e juli 1796 Den 25e juli 1796 Den 30e juli 1796 Den 26e september 1796

Den 27e september 1796 Den 28e oktober 1796 Den 28e november 1796 Den 1e december 1796 HGMK Ledenbulletin 23, 1999

kwam hier binnen 50 Fransche kanonniers, die alhier overnagten en vervolgens marcheerde naar ‘t Zuiderkwartier. zijn te Haarlem 24 stuks obligatiën verkogt, tezaamen groot in capitaal ƒ 23.400, die door elkander monteerde 56 procent, dus eene somma van ƒ 13.1041/2. Welke de steede genoodzaakt wierd te moeten verkoopen door de zwaare lasten en drukkende inkwartieringen, houdende deeze plaats nu alleen nog over 4 obligatiën groot in capitaal ƒ 10.200. passeerden alhier 70 man Hollandsche soldaten, met hunne bagagewagens, naar ‘t Zuijderkwartier, moetende daarvan 25 man nae ‘t dorp Wijk aan Zee. Op dato passeerden alhier 100 husaaren naar ‘t Zuijderkwartier. marcheerden alhier 50 man infanterie naar ‘t Zuijderkwartier, bij hun hebbende twee bagagewagens. trokken hierdoor van Wijk aan Zee 30 man van de 3e halve brigade en 500 man van dezelve halve De fervente patriot mr Joachim Nuhout van brigade uit ‘t Noorderquartier met 6 bagagewader Veen (1756-1837) werd in 1796 gekogens, alle naar ‘t Zuiderkwartier. Nog dienzelvde zen als vertegenwoordiger van het district dag 30 blauwe hussaren1 naar ‘t Noorderkwartier, van de Noordzee (hoofdplaats Beverwijk) blijvende van dezelve alhier 5 man op ordonin de Nationale Vergadering, het eerste nance. Nederlandse parlement. 1 Zie bij 23 juli 1795. (afb. 9) ‘s morgens ten 9 uuren kwam alhier in ’t Heere­ logement1 den generaal en cheff Bournonville2 van de Fransche en Bataaffsche armeen, verzeld van een secretaris en een domestick3. Nae dat zij zig wat ververscht hadden, vertrokken dezelve weeder met een koets met 6 paarden bespannen naar ‘t Noorderkwartier. 1 Zie noot 1 bij 22 januari 1795. 2 Deze mededeling betreft de Franse generaal Beurnonville, die toen “général en chef ” (opperbevelhebber) van het Franse leger in Nederland en het leger van de Bataafse Republiek was. “Général en chef ” werd in het Nederlands gewoonlijk verbasterd tot Generaal en chef. 3 Verbastering van het Franse woord domestique, wat bediende betekent. Het woord kan zowel betrekking hebben op een mannelijke als op een vrouwelijke werkkracht. ’s avonds 1/2 10 uuren retourneerde bovengemelde generaal, vernagten weeder in ‘t Heerelogement en vertrok des anderen daags vroeg naar ‘t Zuiderkwartier. kwam hier binnen 520 jagers van ‘t 1e battallon van den luitenant Lucks1, welke voor een nacht geïnkwartierd wierden en de volgende morgen vertrokken naer ‘t Noorderquartier. 1 Ook hier zijn weer fouten ingeslopen. Het Eerste Bataljon Jagers werd toen geleid door luitenant-kolonel G.W. Luck. Deze commandant had het ongeluk op de eerste dag van de landing van de Britten bij Callantsoog, op 27 augustus 1799 te sneuvelen. Zie bij 31 juli 1800. kwam hier weeder voor eenen nagt 125 jagers van ‘t voornoemde battallon, die den volgende morgen meede naar ‘t Noorderkwartier marcheerden. passeerden alhier 30 man, welke te Wijk aan Zee gecantonneert geweest zijn, naar het Zuiderquartier. nog 13 jagers van den luitenant Lucks, die voor eenen nacht wierden gebillietteerd en vervolgens weeder naar haar battallon vertrokken. passeerden alhier 400 man infanterie van de 6e 1/2 brigade1 met 10 bagagewagens naar ‘t Noorderkwartier. 1 Zie artikel “De infanterie” trokken hierdoor 120 man van bovengenoemde battallon met 6 bagagewagens naar ‘t Noorderkwartier. Des namiddags nog 350 jagers met 12 bagagewaagens alsvooren. passeerden alhier 500 man infanterie, bij hun hebbende 30 vrouwspersoonen en 12 bagagewagens, naar ‘t Noorderkwartier. passeerden alhier 18 Hollandsche hussaaren, alsvooren. kwaamen alhier 21 hussaaren, welke voor eenen nagt geïnkwartierd wierden en de volgende morgen weeder vertrokken naar het Noorderkwartier. 37

Dus gereekend van den 31e maart 1796 tot den 1e december ingeslooten, zijn hier weeder zoo geïnkwartierd als doorgetrokken 4.377 manschappen, behalven de vrouwen hieronder begreepen. Den 23e april 1797 Den 26e april 1797

Den 1e mei 1797 Den 3e mei 1797 Den 22e mei 1797 Den 27e mei 1797 Den 15e juni 1797 Den 28e juni 1797

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

kwam hier binnen de reijdende artillerij, bestaande in 8 wagens en 45 man, die voor een nagt wierden geïnkwartierd en wijders naar de Helder vertrokken. passeerden alhier 700 man infanterie van de 7e 1/2 brigade1 naar ‘t Noorderkwartier. 1 Zie artikel “De infanterie”. passeerden alhier 650 man infanterie van gemelde 7e 1/2 brigade, welke zig van haar eigene proviant wat ververschten en vertrokken alsvooren. nog 600 man van dezelvde 7e 1/2 brigade, passeerende alsvooren. 30 Fransche hussaaren, die voor een nacht geïnkwartierd wierden en ‘s anderen daags vertrokken naar ‘t Noorderkwartier. weederom 21 Fransche hussaren, die meede overnagtede en vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier. arriveerde alhier 330 Fransche infanterie, welke voor een nagt geïnquartierd wierden, bij hun hebbende 25 paarden, met kanon-, kruijt- en bagagewagens. kwam hier binnen 200 man keijzerlijke soldaaten, welke er zeer afschuwelijk uitzagen alvoorens zij van haare eigen provisie zig wat ververscht hadden. Marcheerden zij naar Texel om aldaar op de transportscheepen geplaatst te worden teneinde ‘t getal van 18.000 soldaaten te completeeren, die tot een landing in Engeland1 bestemd waaren, dog waarvan niets gekoomen is. 1 De “keizerlijke soldaaten”, waarvan in het handschrift sprake is, zullen wel eens deel hebben uitgemaakt van het Oostenrijkse leger, maar intussen waren ze dus in het leger van de Bataafse Republiek terecht gekomen. Men moet bedenken dat de meeste legers in die dagen uit huursoldaten bestonden, die vaak uit alle mogelijke landen afkomstig waren en gemakkelijk van broodheer veranderden. Frankrijk was sinds 1792 met Oostenrijk in oorlog geweest, maar in april 1797 hadden de twee landen een wapenstilstand gesloten, die een half jaar later in een vredesverdrag werd omgezet. De Fransen konden toen de Oostenrijkse Zuidelijke Nederlanden, die ze in 1794 veroverd hadden, officieel inlijven. Omdat Frankrijk al in 1795 vrede had gesloten met Pruisen, had het nu de handen vrij om zich met alle kracht te keren tegen de enige overgebleven vijand, Groot- Brittannië. In die dagen haalde men in Parijs een oud plan uit de kast om een landing uit te voeren in Ierland of in Engeland. Een van de drie opperbevelhebbers van de Bataafse strijdmacht, de tot onbesuisdheid neigende luitenant-generaal Daendels liep met soortgelijke gedachten rond. In Parijs werd overleg gevoerd met Ierse opstandige groepen en met Daendels en admiraal De Winter. Eenmaal weer teruggekeerd in Nederland wisten zij steun te verwerven voor de plannen bij de Bataafse regering. In hoog tempo begon men toen met het gereedmaken van een expeditievloot van 80 schepen bij Texel en het bijeenbrengen van een leger van 15.000 man. Daar behoorden dus ook de “zeer afschuwelijk” ogende “keijzerlijke soldaaten” bij die wij zojuist hebben leren kennen. In de uiteenzetting “De infanterie” werden voorbeelden genoemd van de manier waarop het Bataafse leger aan soldaten kwam. Erg vertrouwenwekkend klonk dat allemaal niet. Natuurlijk hielden de autoriteiten de expeditieplannen zoveel mogelijk geheim. De schrijver van het handschrift wist blijkbaar wel iets, maar miste toch de details. In juni waren de voorbereidingen in Nederland afgerond, maar toen gaven de Fransen te kennen dat zij niet tijdig met hun deel van het karwei gereed zouden komen. Tegelijkertijd kregen de Nederlanders te horen dat er van Franse zijde geen bezwaar bestond als de Bataafse Republiek de expeditie alleen zou uitvoeren. Daar hadden de beide Nederlandse militaire leiders wel oren naar. Zij popelden van verlangen om hun kunnen te tonen. In juli vond de inscheping plaats, waarna er gewacht moest worden op een gunstige wind. Het doel zou Ierland zijn. Intussen was gebleken dat de Engelsen hun leger in Ierland hadden uitgebreid tot 80.000 man. Zij hadden blijkbaar lont geroken. Daendels wijzigde zijn plannen in zoverre dat hij nu eerst in Schotland wilde landen. Na de verovering daarvan, zou Ierland aan de beurt komen. De Winter begon zich zorgen te maken over de wel erg fantastische ideeën van zijn collega en hij stond daarin niet alleen. Kort daarna besloot de Nationale Vergadering om de expeditie af te gelasten. Er was nog een ander plan, dat nu hernieuwde aandacht kreeg. De regering en Daendels speelden al eerder met de gedachte om een eskader schepen, met troepen bemand naar de koloniën in de West te sturen. Zo’n eskader zou die gebieden tegen 38

Den 5e juli 1797 Den 7e juli 1797 Den 8e juli 1797 Den 10e juli 1797

Den 13e juli 1797 Den 14e juli 1797

Den 15e juli 1797

Den 17e juli 1797 Den 20e juli 1797 Den 27e juli 1797

Den 28e augustus 1797 Den 1e september 1797 Den 6e september 1797 Den 11e september 1797 Den 12e september 1797 Den 14e september 1797

Den 17e september 1797 Den 18e september 1797 Den 19e september 1797

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

een Engelse aanval kunnen verdedigen en Suriname, dat al in Engelse handen was gevallen, misschien kunnen heroveren. Wat lag er nu meer voor de hand dan de toch al gereedliggende vloot voor dat doel te gaan gebruiken? Intussen wordt het tijd om zich af te vragen hoe de soldaten van het expeditieleger stonden tegenover de landingsplannen en de veranderingen die zich daarin voltrokken. Helemaal rustig was het blijkbaar niet in de gelederen. Al in juni waren er militairen die verzet pleegden en daar ook voor gestraft werden. Op 4 juli meldde een legerorder dat de grenadier Jan Jordan en de soldaat Pieter van de Schel “gearquebuseerd” (gefusilleerd) waren en dat de soldaat Jan Nutgenburger 50 klingslagen, d.w.z. slagen met de botte zijde van een sabel, had ontvangen en vervolgens uit de dienst was weggejaagd. Zij hadden zich schuldig gemaakt aan oproerig gedrag, aan insubordinatie zoals men in de krijgsmacht pleegt te zeggen. Als het militaire gezag gedacht had met de veroordelingen een voorbeeld te stellen, kwam het bedrogen uit. Toen in september bekend werd dat de expeditie naar de West zou gaan, voelden veel soldaten zich dusdanig bedrogen dat ze tot muiterij overgingen. Ze maakten “zich meester van de voorraad jenever, dronken elkaar “Oranjeborrels” toe en verklaarden liever de schepen in brand te zullen steken of te laten zinken dan naar de West te gaan”. Zo kwam het plan volledig op losse schroeven te staan. Na een paar weken aarzelen achtte de regering het verstandig om de expeditie maar helemaal af te blazen. (Koolemans Beijnen, Krijgsgesch. studie, 103; Mendels, 123). trokken hierdoor eenige Fransche hussaaren, bestaande in 20 man met 40 paarden. Wijders nog 30 paarden met 13 man, welke tot eene nadere ordre hier moesten blijven. kwaamen hier drie gelaaden waagens met geld, geëscorteerd door eenige hussaaren, waarvan 11 man alhier wierden gebilletteerd tot nader ordre. passeerden alhier weeder drie zwaar gelaaden wagens met geld ieder met een span van 6 paarden, geëscorteerd wordende door 16 Fransche hussaaren, allen naar ‘t Noorderkwartier. kwamen hier binnen 128 groene jagers te paard1, waarvan er 68 doortrokken en 60 van dezelve voor een nagt geïnkwartierd wierden, dog eene nadere ordre was oorzaak zij nog eene nagt alhier moesten blijven als wanneer zij naar Noordholland vertrokken. 1 Deze jagers behoorden tot het Franse leger. Het Bataafse leger kende alleen jagers te voet. arriveerde alhier een escadron groene jagers te paard bestaande in 118 man, die eene nagt geïnkwartierd wierden en wijders vertrokken naer Noordholland. arriveerden alhier een battallon Fransche infanterie bestaande in 700 man, welke zig van hun eigen proviant ververschten en vervolgens naar Noordholland vertrokken. passeerden alhier 11 blauwe Franschen hussaaren1 naar ‘t Zuiderkwartier. 1 Zie bij 23 juli 1795. trokken alhier door naar ‘t Noorderkwartier 20 groene Fransche jagers te paard. retourneerden alhier de voorschreeven wagens met 6 paarden bespannen met de bewuste escorte, die alhier overnagten. kwam hier binnen 60 Franschen jagers te paard, welke voor 4 nagten bij de burgers wierden gebillietteerd en vervolgens aanbesteed1 wierden voor reekening deezer plaats. 1 Besteed, in de kost gedaan. passeerden alhier 100 Fransche jagers te paard naar Zuidholland. passeerden alhier 600 man Fransche infanterie naar ‘t Zuiderkwartier. passeerden alhier 60 Fransche jagers te paard naar ‘t Zuiderkwartier . 50 Fransche soldaaten naer het Zuijderkwartier. 75 dito, dito, naar dito. kwam hier binnen 7 man Engelsche krijgsgevangenen, koomende van een scheepje hetwelk door een Hollandsche kaper was genoomen, geëscorteerd wordende door 20 Fransche jaagers, welke voor eene nagt wierden gebillietteerd en de krijgsgevangenen gearresteerd tot des anderen daags, wanneer zij naar Haarlem wierden gebragt. passeerden alhier 70 man Fransche soldaten naar ‘t Zuiderkwartier. trokken hieruit 60 groene jagers welke op den 27e juli laatsleeden hier waaren binnengekoomen. Nog passeerden alhier naar ‘t Zuiderkwartier 1.000 man infanterie, zoo Hollandsche als Fransche troepen. passeerden alhier 40 Fransche jagers te paard naer ‘t Noorderkwartier. Dienzelvde dag nog 200 Hollandsche soldaten naar ‘t Zuiderkwartier. Des namiddags weederom 153 man cavalleristen zonder paarden1, behoorende tot de 3e halve brigade welke in Texel op de transportscheepen geleegen hadden, welke voor twee nagten wierden gebilletteerd. 1 Deze cavaleristen hadden deel uitgemaakt van een leger dat aanvankelijk bedoeld was om een landing in Ierland uit te voeren (zie bij 28 juni 1797). Er waren geen 39

Den 21e september 1797

Den 22e september 1797

Den 23e september 1797

paarden ingescheept, omdat de legerleiding ervan uitging dat die in Ierland in voldoende mate beschikbaar zouden zijn. wierden van deeze 98 man in de barak1 gelegt en de overige manschappen voor twee nagten bij de burgers verlegt wierden. 1 Vermoedelijk was dit de als verblijfplaats voor soldaten ingerichte stadsschool. wierd de wagt betrokken in ‘t steedehuis1. 1 Die wacht zal wel betrokken zijn door de Gewapende Burgermacht. De Municipaliteit had vermoedelijk gehoord van de muiterij op de expeditievloot en nam maatregelen om een oogje in het zeil te houden. wierden er 50 man van hier verlegt naar Wijk aan Duin. Dienzelvde dag arriveerde alhier nog 11 man van ‘t gemelde volk, welke in ‘t huis van de Lutersche gemeente1 geplaatst wierden dat tot een barak off hospitaal was gehuurd. 1 De Lutherse kerk aan de Koningstraat.

Evenals de andere Beverwijkse kerken werd de Lutherse kerk aan de Koningstraat in de onrustige jaren na 1794 herhaaldelijk als “barak” voor soldaten en als hospitaal voor gewonde militairen gebruikt. (afb. 10) Den 24e september 1797 Den 26e september 1797 Den 1e oktober 1797 Den 5e oktober 1797

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

kwam hier binnen vijf kruit- en kogelwagens met 2 kanonstukken, waarbij nog 40 man, die voor eene nagt geïnkwartierd wierden en vervolgens vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier. trokken hierdoor 50 man Fransche infanterie, naar ‘t Zuiderkwartier. passeerden alhier weeder 50 man Fransche infanterie naer ‘t Zuiderkwartier. trokken hier weeder uit de cavalleristen, welke op den 19e september hier in cantonnement waaren gekoomen, naar ‘t Zuiderkwartier. Dienzelvde dag passeerden nog 50 Fransche jagers te paard na ‘t Zuiderkwartier en ook vertrokken dien dag 5 Fransche jagers die alhier op ordonnance hadden geleegen. 40

Den 7e oktober 1797



Den 9e oktober 1797 Den 10e oktober 1797 Den 15e oktober 1797 Den 24e november 1797 Den 25e november 1797 Den 30e november 1797 Den 2e december 1797 Den 3e december 1797 Den 4e december 1797 Den 6e december 1797 Den 7e december 1797 Den 12e december 1797 Den 17e december 1797

kwam alhier binnen 212 man infanterie van het 3e battallion der 1e halve brigade1, welke voor een nagt geïnkwartierd wierden. Dienzelvde dag passeerden alhier 200 man infanterie van dezelve halve brigade. Nog trokken dienzelvde dag hierdoor 550 man van dezelvde brigade naar ‘t Zuiderkwartier. Over de middag van Zaandam 470 man infanterie, waarvan er 250 man nae Velsen marcheerden en de overblijvende hier overnagtede. 1 De op deze bladzijden genoemde halve brigades behoorden tot het Bataafse leger. Zie artikel “De infanterie”. passeerden alhier door 450 man Hollandsche jagers en 30 stuks Hollandsche soldaten naar ‘t Zuiderkwartier. trokken hierdoor 430 man van de 3e halve brigade. Nog kwam hierdoor 550 man van de 5e halve brigade, dog waarvan hier 230 man van wierden gebillietteerd en de overige naar ­Velsen. passeerden alhier 5 kruijt- en kogelwagens met twee kanonstukken en 40 man Franschen, moetende naar de Helder. kwam hier binnen 214 man infanterij van de tweede halve brigade, welke voor een nagt wierden geïnquartierd en vervolgens naar Noordholland vertrokken met nog 200 man die dien nagt te Velzen hadden vernagt geweest. kwam hier binnen 194 man infanterie van de 3e halve brigade, welke voor eene nagt geïnkwartierd wierden. Van welke brigade 130 man nae Velsen marcheerden, welke 324 man tegelijk naar ‘t Noorderkwartier vertrokken. kwam hier weeder binnen een battallon infanterie, bestaande in 414 man van de 1e halve brigade, welke voor een nagt geïnkwartierd wierden en de volgende morgen weeder uittrokken naar ‘t Noorderkwartier. passeerden alhier 50 Hollandsche kanonniers naar ‘t Noorderkwartier. kwam hier binnen de reijdende artillerie bestaande in 32 man Franschen met 10 kruijt-, kanon-, kogel- en ammunitiewagens, welke voor eene nagt geïnkwartierd wierden en volgende morgen vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier. kwamen hier weeder binnen 8 kanon-, kruit-, kogel- en bagagewagens met 4, 6 en 8 paarden bespannen en 40 man Hollandsche artillerie, welke een nagt wierden geïnkwartierd, en de volgende morgen vertrokken naar de Helder. retourneerde weeder de zoëeven gemelde 40 man naar ‘t Zuiderkwartier. kwamen hier binnen 16 kanonniers, welke voor eene nacht wierden geïnkwartierd en des morgens vertrokken naer ‘t Noorderkwartier. trokken hierdoor 150 nationaale guardes ruijters1 naar ‘t Noorderkwartier. 1 Dit korps was belast met de bewaking van het staatsbestuur van de Bataafse Republiek. marcheerden hierdoor 50 man infanterie naar ‘t Noorderkwartier.

Dus van den 23e April tot den 17e deezer maand van deezen jaare 1797 zijn alhier geïnkwartierd en doorgetrokken 11.704 manschappen. Den 2e januari 1798 Den 14e januari 1798 Den 19e februari 1798 Den 27e februari 1798 Den 1e maart 1798 Den 5e maart 1798 Den 23e april 1798

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

trokken hierdoor 150 nationaale guardes ruiters nae ‘t Zuiderkwartier. kwam hier binnen een battallon infantarie van de 3e 1/2 brigade bestaande in 314 man, waarvan 46 nae Velsen vertrokken en 268 die alhier wierden geïnkwartierd, en de volgende morgen naer Haarlem vertrokken. kwamen hier binnen 8 compagnien van de 1e halve brigade bestaande in 480 man, waarvan 360 voor een nagt wierden gebilletteerd en de resteerende nae Velzen trokken, die des anderen daags naar Haarlem vertrokken. passeerden alhier 20 cavalleristen naar ‘t Noorderkwartier. kwam hier binnen 43 man infanterie, welke voor een nacht geïnkwartierd wierden en wijders naar Haarlem vertrokken. trokken hierdoor 20 guarde ruiters nae Noordholland en dienzelve dag kwam hier binnen 30 man infanterie, die voor eene nacht wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier. wierd alhier gestemd over de constitutie, blijkende door een opgaaf van ‘t Gouvernement, dat het getal der geenen welke in de Republicq daarover hadden gestemd een getal was beloopende van 153.913 voor en die daartegens gestemd 11.5971. 1 Constitutie: staatsregeling; Gouvernement: regering van de Bataafse Republiek. Hier en daar laat de schrijver van het handschrift zich kennen als een echte partijman, die maar liever zwijgt over minder aangename gebeurtenissen in het politieke bestel. In de “Chronologie van gebeurtenissen” en bij 31 december 1795 hebben wij al het een en ander gezegd over de verkiezing van een Nationale Vergadering en het 41



Den 19e mei 1798 Den 21e mei 1798 Den 29e mei 1798 Den 1e juni 1798 Den 5e juni 1798 Den 11e juni 1798 Den 30e augustus 1798 Den 1e september 1798 Den 4e september 1798 Den 29e september 1798

Den 1e oktober 1798 Den 6e oktober 1798

Den 19e oktober 1798

Den 22e november 1798 Den 28e november 1798 Den 30e november 1798 HGMK Ledenbulletin 23, 1999

door die vergadering op te stellen constitutie-ontwerp. Dat ontwerp vond in eerste instantie in de ogen van de kiesgerechtigde burgers geen genade. Verkiezing van een nieuwe Nationale Vergadering bood geen soelaas. Tenslotte moesten een echte staatsgreep en nog wat toegevoegde kunstgrepen het pad effenen om het ontwerp in 1798 aangenomen te krijgen. Van het prachtige, gemanipuleerde resultaat van de stemming maakt onze schrijver hier wel melding, evenals van de feestvreugde in Beverwijk, maar over de enigszins troebele voorgeschiedenis bewaart hij het stilzwijgen.

Het blijkt trouwens ook anderszins dat gebeurtenissen in Beverwijk, die wij de moeite van het vermelden waard zouden hebben gevonden, in het dagboek ontbreken. In 1795, in de begintijd van de Bataafse Republiek gebood de nieuwe regering het opruimen van gedenktekenen van adel en aristocratie. Kasteelruïnes moesten weggeruimd worden, kerken ontdaan van de rouwborden van leden van vooraanstaande geslachten en van stenen monumenten en grafzerken moesten de familiewapens weggebijteld worden. Deze culturele revolutie voltrok zich ook in Beverwijk. De oude grafstenen in de Grote Kerk vertonen er nog de sporen van. De opsteller van het handschrift gaat geheel aan deze gebeurtenissen voorbij. vierden men alhier gelijk op allen anderen plaatsen deezer Republicq het feest deezer constitutie, werdende dit feest alle luister bijgezet zoveel de plaatselijke vermogens zulks permitteerde. wierd opgaaf gedaan van ‘t getal der volkrijkheid in deeze Bataafsche Republicq, beloo-pende 1.880.463 zielen, verdeeld in 3.763 Grondvergaderingen en 126 representanten. passeerden alhier 90 man cavalleristen met hunne paarden naar ‘t Noorderkwartier. passeerden hierdoor een honderd man cavallerie naar ‘t Noorderkwartier. Nog marcheerden dienzelvde dag 25 ruiters te voet van ‘t bovengemelde volk meede naar het Noorderkwartier. passeerden alhier 100 artilleristen te paard met 30 man paardenvolk en 5 canon met 2 bagage­wagens, behoorende tot de Hollandsche militairen, moetende naar de Helder. kwaamen hier binnen twee zwaarbelaaden wagens met kruit en kogels, bespannen met 6 en 8 paarden bespannen, waarbij 14 man, welke voor eene nacht wierden geïnkwartierd en de volgende morgen naar de Helder vertrokken. zijn hier 14 Franschen artilleristen voor een nagt geïnkwartierd, die de volgende morgen naar de Helder marcheerden. Dienzelvde dag nog 50 Hollandsche soldaten naar ‘t Noorder­ kwartier. kwamen hier 16 Fransche artilleristen, welke voor een nacht wierden geïnkwartierd en de volgende morgen marcheerden naar ‘t Noorderkwartier. 16 man Hollandsche artilleristen, die voor eene nagt gebilletteerd wierden en de volgende morgen vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier. kwam hier binnen 80 man Hollandsche reijdende artillerie met 32 reijknegts en 16 kanonhouwitsers1, kruit-, kogel- en bagagewagens, welke tot nader order alhier in cantonnement moesten blijven. 1 Het gebruik van het begrip kanonhouwitser schept onduidelijkheid. Bij de artillerie maakt men onderscheid tusssen vlkabaan- en krombaangeschut. Het kanon behoort tot de eerste categorie: het projectiel doorloopt een lange, gestrekte kogelbaan. De houwitser valt onder het krombaangeschut: het projectiel volgt een meer gekromde baan dan dat van een kanon. wierden alhier 5 Fransche soldaten voor eene nagt geïnkwartierd. kwamen hier binnen 120 man Hollandsche soldaaten, die naar eenige verversching gebruikt te hebben vertrokken naar Noorderkwartier. Dienzelvde dag kwamen hier nog binnen 28 paarden met de waagen-, of reijknegts van Castricum, welke bij de artillerij behoorden die hier in cantonnement laagen. kwamen hier binnen 350 man infanterie van ‘t battallon der 1e 1/2 brigade onder den commanderende officier Abbema1, die voor eene nagt geïnkwartierd wierden, alsmeede 400 man van dezelvde brigade, welke te Velzen wierden gebillietteerd en de volgende morgen (tezamen 750) hier doortrokken naar ‘t Noorderkwartier. 1 Hier is een vergissing ingeslopen. Luitenant-kolonel J. C. Abbema was commandant van het 1e bataljon van de 3e halve brigade. In de persoon zal de schrijver zich niet vergist hebben. Sinds het incident van 16 november 1795 was men in Beverwijk goed bekend met Abbema. vertrokken weeder van hier de artilleristen die op den 29e september alhier in cantonnement waaren gekoomen. trokken hierdoor 60 ruiters, zoo nae ‘t Zuider- als Noorderkwartier. trokken hierdoor 36 man Hollandsche jagers naar ‘t Zuiderkwartier. 42

Volgens de staatsregeling van 1798 werd de Bataafse Republiek verdeeld in 8 geheel nieuwe departementen. Dit kaartje toont het Departement van Texel, dat weer onderverdeeld was in 7 zogenaamde “Ringen”. Binnen dat departement bevond zich nog het afzonderlijke Departement van de Amstel. (afb. 11) Den 12e december 1798

Den 15e december 1798

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

kwamen hier binnen 500 man infanterie van de 3e 1/2 brigade, waarvan hier 300 man voor 2 nagten geïnkwartierd wierden, van welke wij de overige 200 man patent verzogten om naar Velzen te marcheeren, die aldaar ook voor 2 nagten wierden gebillietteerd en den 14e dato vertrokken naar den Haag. Dienzelvde morgen trokken hierdoor 250 man, welke te Castricum gebillietteerd geweest waaren. Nog passeerden alhier 60 ruiters naar ‘t Zuiderkwartier . kwaamen hier binnen 18 kanonniers, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd en den volgende morgen vertrokken nae Amesfoort.

43

Dus van januari tot december zijn hier geïnkwartierd geweest en doorgetrokken 3.435 manschappen. Den 9e januari 1799

kwaamen hier binnen 80 man groene jagers van ‘t Hollandsche corps1, die voor eene nagt wierden geïnquartierd en de volgende dag vertrokken naar ‘t Zuiderkwartier. 1 Het Bataafse leger telde vier bataljons jagers te voet. Zie artikel “De infanterie”. Alle jagerbataljons droegen een groen uniform. Den 23e januari 1799 kwamen alhier 11 man infanterie, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken naar ‘t Noorderkwartier. Den 11e mei 1799 kwamen hier binnen 25 Hollandsche jagers om te blijven tot nader orders. Den 13e juni 1799 kwamen hier binnen 18 Fransche hussaren, die naer eenige verversching gebruikt te hebben weeder vertrokken naar ‘t Noorderkwartier. Den 14e juni 1799 passeerden alhier de reidende artillerie, bestaande in 80 man met 16 kanon- en cassonswagens en 32 rijknegts naar ‘t Noorderkwartier. Den 15e juni 1799 zijn hier weeder uitgetrokken de 25 man groene jagers (die den 11e meij hier waaren binnengekoomen) naar ‘t Noorderquartier. Dienzelvde morgen passeerden alhier naar ‘t Noorderkwartier 700 man Hollandsche jagers. Den 19e juli 1799 kwam hier binnen 45 kanonniers, die naar een nagt verblijf vertrokken naar ‘t Noorderkwartier. Den 10e augustus 1799 arriveerden 120 kanonniers en artilleristen met 89 paarden, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd en wijders vertrokken naar ‘t Noorderkwartier. Den 11e augustus 1799 wierden alhier en omleggende plaatsen alle de wagens en paarden in requisitie genoomen, teneinde aankoomende troepen en bagage naar ‘t Noorderkwartier te transporteeren. Den 14e augustus 1799 kwaamen hier binnen 24 kanonniers welke voor eene nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken naar Noordholland. Den 23e augustus 1799 ’s morgens ten 10 uuren trokken hierdoor 300 man infanterie naar ‘t Noorderkwartier. Dienzelvde dag nog 400 man en 14 kanon- en ammunitiewagens waarbij 90 man, alsmeede 150 Hollandsche ruiters, die voor een nacht wierden geïnkwartierd. Ook nog 300 man, die almeede overnagten en wijders marcheerden naar ‘t Noorderkwartier. Den 24e augustus 1799 des morgens ten 9 uuren trokken hierdoor 20 man met 4 ammunitiewagens naar ‘t Noorderkwartier. Des namiddags ten 4 uuren kwaamen hier binnen 160 Hollandsche ruiters, 16 kanon en cascons met 4, 6 en 8 paarden bespannen waarbij 80 man en een escorte van 24 ruiters, welke alle voor eene nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen weeder vertrokken naar ‘t Noorderkwartier. Dienzelvde namiddag waaren alhier van onderscheijden plaatsen gearriveerd 150 boerenwagens, behalven een meenigte karren, die in requisitie gesteld waaren teneinde aankomende troepen en bagagiën naar ‘t Noorderkwartier te transporteeren. Dan vermids de aankomst daarvan zeer gering was, zoo wierden de meeste wagens des avonds ten 6 uuren provisioneel afgedankt om weeder nae haare destinatie te retourneeren1. 1 Het woord destinatie wordt hier ten onrechte gebruikt. Destinatie betekent plaats van bestemming, maar hier wordt kennelijk bedoeld plaats van herkomst. Retourneren = terugkeren. Den 19e augustus 1799 verscheen de Engelsche vloot voor ‘t eerst op de zuijdelijkste kusten van Noordholland en geseind wierd. Des anderen daags zig op de hoogte van Texel bevindende deed den admiraal Duncan1, bij wiens onderhebbende scheepsmagt het escader van den admiraal Mitchel2 zich gevoegt had, aan den schout bij nacht Story3 toekomen eene sommatie om zig aan hem over te geeven en daardoor hun verkleefdheid aan den dag te leggen omtrend hunnen wettige souvereijn den prins van Orange Willem de 5e 4 met verdere aandrang dat alreeds eene landing van meerder dan 20.000 man op de Helder zoude zijn geëffectueerd (dan hetwelk geheel bezijden de waarheid was). Het antwoord van den schout bij nacht Story was ten dien tijd zeer voldoende en beantwoorde volmaakt aan zijne bestemming, namentlijk dat hij de achting van my lord Duncan zoude onwaardig zijn: “eeven zoals ik die van elk eerlijk man zoude verliesen. Ik ken de plichten die ik aan de vlag, waaronder ik diene en aan mijn vaderland verschuldigt ben. Ook wanneer uwe magt verdubbelde zoude mijne gevoelens dezelvde blijven. Dierhalve my lord wacht van mij eene verdeediging mijne natie en mijne eer waardig. Intusschen zend ik ogenblikkelijk uwe sommatie aan mijn Gouvernement. Indien Gij deszelvs dispositie verkiest af te wachten, dan zal ik uw van den uitslag informeeren”, getekend Story. 1 Bevelhebber van de Britse vloot die op het punt stond in Noord-Holland een landing uit te voeren. 2 Het gaat hier om vice-admiraal A. Mitchell. 3 Samuel Story was bevelhebber van de Bataafse vloot. 4 Voor deze kwalificatie werd lord Duncan later door zijn regering op de vingers HGMK Ledenbulletin 23, 1999

44

Den 25e augustus 1799

Den 26e augustus 1799



Den 27e augustus 1799

Onze auteur gebruikt wel eens fantasienamen als roodkleppen, blauwkleppen, e.d. om bepaalde legeronderdelen aan te duiden. De kleppen zijn de op dit schetsje goed zichtbare borstopslagen. Afhankelijk van het onderdeel waren de borstkleppen, maar ook de kraag en de mouwopslagen van de uniformjas in een bepaalde kernmerkende kleur uitgevoerd. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

getikt. Terecht, want de stadhouder is nooit exclusief drager geweest van de soevereiniteit in de Republiek der Verenigde Nederlanden. des middags ten 4 uuren kwaamen hier binnen 210 Hollandsche dragonders tot nader ordre, dog wijl dezelve voorzien wierden van de nodige billieten van inkwartiering kwam er intusschen contra ordres om direct naar ‘t Noorderkwartier te vertrekken. Des avonds ten 9 uuren kwamen al weeder 290 dragonders van ‘t zelve battallon, die voor eene nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen naar Noordholland vertrokken. des avonds ten half 7 uuren zijn hier doorgetrokken l00 Hollandsche ruijters naar ‘t Noorderkwartier. Dienzelvde dag had men op ordre van ‘t Gouvernement weederom naar een aantal plaatsen expressen afgezonden om de nodige wagens te requireeren, ter vervoering van troepen en bagagiën naar ‘t Noorderquartier. De “ceijnpaal” of telegraaf op het Seinpostduin Des avonds ten 9 uuren konde men daar te Scheveningen in 1799. De herinnering aan eerst een begin meede maaken, dewijl van de telegraaf is al lang verdwenen, maar de naam onderscheijden dorpen nog geene wagens Seinpostduin is nog steeds in gebruik. (afb. 12) waaren aangekoomen. Ten 10 uuren had men een getal van 200 boerenwagens, welke op ordere der Municipaliteit aan alle hoeken en uitweegen door de Gewapende Burgermagt moest bewaakt worden, teneinde dezelve door het lange wagten niet echappeerde. De vervoering van troepen en bagagiën ging ondertusschen zijnen voortgang, ‘t welk tot des morgens ten 3 uuren voortduurde, als wanneer dezelve bereijds 1.600 Hollandsche soldaaten van de roodkleppen vervoert hadden. ‘s morgens ten 4 uuren, op de hoogte van de seinpaal1, tusschen de kleine Keet2 en het weeshuis zette de Engelsche troepen hunne landing voort onder begunstiging van een allerheevigst vuur uit de gewapende scheepen. Wierden alstoen alle zijne battallions grenadiers en jagers door middel van aan elkander vastgemaakte chaloepen aan wal gezet, deeden dadelijk een heevigen aanval op ‘t eerste en tweede battallion jagers, op die hoogte bij de telegraaph1 geposteerd, terwijl het tweede battaillon der 5e 1/2 brigade op eenige afstand van de jagers in ‘t duijn geplaast was, om derzelve retraite te dekken. De twee andere battallions van de 5e 1/2 brigade hielden post op de regtervleugel van den vijand, regts tegen de groote Keet2. Deeze en meerdere battallions der 7e 1/2 brigade neevens eenige regimenten cavallerie en andere troepen ten getalle van 10.374 man deeden wonderen van dapperheid. Dan alles was vrugteloos. Op dat tijdstip kon men geen gebruik maaken van de artillerie, men moest dies zig alleen bepaalen tot het moorddaadig muskettenvuur. En zoodra had een battaillon niet eenige tijd gevochten off het wierd bijnae te niet gebragt en tot den terugtogt genoodzaakt door het aantal gekwetsten, die telkens door anderen nog moesten agteruitgebragt worden. Waarbij nog kwam dat, hadden zij eenig veld gewonnen, zij voor de groote openingen aan de zijde van de zee kwaamen, welke hun aan al het vuur der vloot blootstelden en het voortzetten hunner voordeelen onmogelijk maakten. Dit gevecht, ‘s morgens om 4 uuren begonnen, duurde tot ‘s avonds ten 6 uuren en volgens geloovwaardige opgaaven zoude aan onze zijde daarbij gebleeven zijn aan dooden, gekwetsten en vermisten 1.400 man, waaronder 57 officieren. Terwijl het verlies van den vijand teegens de 800 is geweest zoo verdronken, gedooden als gekwetsten. Van welke gekwetsten aan weederzijden dien dag een aantal op boerenwagens in Alkmaar en door deeze plaats naar Haarlem wierden getransporteerd. Ook wierd nog ten zelve dage 16 ammunitiewagens geëscorteerd door eenige ruiters en Fransche jagers, alle naar ‘t Noorderkwartier. 1 Toen de Britse vloot in augustus 1799 de Nederlandse kust naderde met de bedoeling daar een landing uit te voeren, was de regering in Den Haag vrij goed op de hoogte van de bewegingen van de Britse schepen. Dat dankte zij vooral aan de ruim dertig optische telegrafen die in de zomer van 1799 langs de Hollandse kust en op de Waddeneilanden waren opgesteld. De onderlinge afstand van de seinposten bedroeg gemiddeld 7 km. Zo’n seinpaal bestond uit een mast van 20 m hoogte, die bovenaan voorzien was van een ra. 45

Aan de ra kon men bollen of - ‘s nachts - brandende pektonnen ophangen. Halverwege de mast bevonden zich driehoekige wieken die in verschillende standen geplaatst konden worden. Bovenop de mast stond een vlaggenstok. Door middel van de bollen of tonnen, de wieken en vlaggen was het mogelijk berichten naar een naburige telegraaf over te seinen. De seinwachters kregen de beschikking over seinboeken, waarin was aangegeven met behulp van welke combinaties en standen van bollen, wieken en vlaggen men bepaalde berichten kon doorgeven. De centrale seinpaal stond in Scheveningen op het bekende Seinpostduin. In de omgeving van Wijk aan Zee stond een telegraaf op het duin ten zuidwesten van de Breesaap, dan een bij het dorp en de volgende ter hoogte van Castricum. 2 Tussen de hier genoemde gehuchtjes “kleine Keet” en “groote Keet”, gewoonlijk aangeduid als Kleine Keeten en Groote Keeten, voerden de Britten op 27 augustus hun eerste landingen uit. De buurtjes bestonden uit niet veel meer dan wat schuren van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland. Kleine Keeten lag direct ten zuiden van Huisduinen en Groote Keeten zeven kilometer zuidelijker, iets ten noorden van Callantsoog. Halverwege, in het centrum van het landingsgebied stond op het duin een “telegraaph”.

Het landen van de Engelsen op 27 augustus 1799. De landing vond niet, zoals het onderschrift zegt, plaats tussen Petten en Callantsoog, maar tussen Huisduinen en Callantsoog, ter hoogte van de op de achtergrond zichtbare “telegraaf ”. Op het vaandel lijkt “2 Battaillon 1 Halve Brigade” te staan. In werkelijkheid bevonden zich daar Bataafse jagers en soldaten van het 2e bataljon van de 5e halve brigade. (afb. 13) Den 28e en 29e augustus 1799

Den 29e augustus 1799 Den 30e augustus 1799 Den 31e augustus 1799

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

was ten deezen plaatse een algemeene verleegenheid en angst door het landen van den vijand, hetwelk door voorbaarige gerugten nog veel sterker wierd gemaakt waardoor veele inwoonders, bizonder vrouwen, deeze plaats verlieten en de beste effecten en meubilen in zeekerheid wierden gebragt. Des nagts ten 1/2 12 uuren kwam hier binnen 50 Fransche hussaaren en 100 man voetvolk, tot nader ordere. zijn hier doorgetrokken 26 waagens met ammunitie waarbij 200 man, behalven een aantal van kleine troepen van onderscheiden detachementen, alsmeede eenige wagens met gekwetsten naar Haarlem. passeerden alhier 1.400 man, zoo voet- als paardenvolk en 30 ammunitiewagens waarbij 90 man tot een escorte, neevens 32 wagens gelaaden met volk en proviantwaaren. trokken hierdoor 1.470 man voetvolk en 240 cavalleristen, 18 ammunitiewagens en 26 bagagewagens. Hiervan wierd in deeze plaats zooveel men bergen konde voor eene nagt geïnkwartierd. 46

Den 1e september 1799

in het midden van de nacht passeerden alhier met geforceerde marchen 3.000 man, zoo voetals paardenvolk, neevens een groot aantal van ammunitie en zwaar geschut. ‘s Morgens ten 1/2 5 uuren kwam hier binnen 400 man voetvolk, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd. Ten 6 uuren trokken hier weeder door 800 man. Ten 12 uuren kwam hier binnen 160 man, welke nae zig wat ververscht te hebben weeder voortmarcheerden. En nademiddag ten 4 uuren kwaamen hier weeder eenige wagens met zieken uit ‘t Noorderkwartier. ’s Avonds ten 8 uuren trokken hier weeder door 400 man voetvolk en 100 man paardenvolk alle naar ‘t Noorderquartier. Den 2e september 1799 arriveerden alhier den Fransche generaal en chef de Brune1, den agent van oorlog Pijman2 neevens eene commissie uit het midden der conventie3, die nae eenige verversching in ‘t Herenlogement gebruikt te hebben hunne reijs naar ‘t Noorderkwartier vervolgden. 1 Met “generaal en chef ” duidde men de opperbevelhebber van de Frans-Bataafse strijdmacht aan. De naam van de commanderende generaal was G.M.A. Brune. 2 Zo noemde men in de Bataafse Republiek de minister van oorlog. Zijn naam was G. Pijman. 3 De schrijver gebruikt een onjuiste benaming voor het toenmalige Bataafse parlement. Dat heette niet “Conventie”, maar “Vertegenwoordigend Lichaam”. Onder de aanwezige commissieleden bevond zich de Castricummer Joacbim Nuhout van der Veen, die wij eerder tegenkwamen als vertegenwoordiger van het “district van de Noordzee” in de eerste Nationale Vergadering. Zie bij 31 december 1795.

Guillaume Marie Anne Brune (1763-1815) opperbevelhebber van de Franse en Bataafse strijdkrachten. Van alle over Brune gevelde oordelen valt dat van Napoleon het meest op. Die noemde hem “un déprédateur intrépide”, een onverschrokken plunderaar (Koolemans Beijnen, Krijgsgesch. studie, 148). (afb. 14) Den 3e september 1799



Den 4e september 1799

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

Frederick Augustus Duke of York (1763-1827), in 1799 commandant van de Britse en Russische invasiemacht. Van Nederlandse zijde heeft men hem gekarakteriseerd als “eigenzinnig, onbekwaam en besluiteloos” (H.C. Differee, Het gedenkboek 1813, 82). (afb. 15)

is hier doorgetrokken 400 man voetvolk en 30 man cavallerie, ten 1/2 11 uuren 60 kanonniers en 8 ammunitiewagens en namiddags ten 4 uuren 7 ammunitiewagens met 20 man. Wijders had men dien dag weederom 100 wagens in requisitie gesteld, die allen op de Meerstraat geplaatst wierden en teegens den avond met troepen en bagage naar ‘t Noorderkwartier vertrokken. ‘s Avonds ten 1/2 11 uuren trokken weederom door 7 ammunitiewagens met 201. 1 Hier eindigt de zin. ontving men ter deezer steede de zeekere tijding van de overgaaf van ‘s lands vloot, door den schout bij nacht S. Story, op den 30e passato.1 1 De 30e van de vorige maand. 47

BESTAANDE DEZELVE IN DE VOLGENDE SCHEEPEN: de Washington



Leijden Cerbures2 de Admiraal de Ruijter Utrecht Gelderland de Batavier de Beschermer

1 2

{

s.b.n1. S. Story Captein Van Capelle Captein Van Braam Captein De Jong Captein Huijs Captein Kolf Captein luitenant Waldek Captein Van Senden Captein Eilbracht

groot 74 stukken groot 64 stukken groot 64 stukken groot 64 stukken groot 64 stukken groot 64 stukken groot 50 stukken groot 50 stukken

Schout-bij-nacht. Voor deze naam moet men lezen Cerberus

Fregatten: Amphitrite Mars Embuscade Korvet: Galathé

Captein Schutter Captein Bock Captein luitenant Rivery



groot 44 stukken groot 44 stukken groot 32 stukken

Captein luitenant Droop



groot 18 stukken

Behalven de aanwinst deezer vloot, maakte de Engelsche capitein Winthrop1 zig meester van de scheepen die in’t Nieuwediep laagen, bestaande uit de volgende: de Verwagting van 66 stukken de Broederschap van 54 stukken van 44 stukken, de Hector allen scheepen van linie. Voorts 5 fregatten2, waarvan een van 32 en 4 van 24 stukken, beneevens 5 Oostindische compagniescheepen en 4 andere vaartuigen, alsmeede van ‘t arsenaal der Marine, waarin onder anderen gevonden wierden 95 stukken canon. 1 Deze











HGMK Ledenbulletin 23, 1999

kapitein heette R. Winthorp. waren de grootste oorlogsschepen binnen de Bataafse vloot. Zij waren zwaar bewapend, maar vrij traag. Fregatten waren kleiner en minder zwaar bewapend, maar wel veel sneller.

2 Linieschepen

Op gemelde 4e september trokken hierdoor ‘s morgens ten 11 uuren sestien wagens met proviant en een parthij losse paarden met 40 rijknegts en 30 man voetvolk. Ten twee uuren reeden hierdoor 80 leedige boerenwagens, ten 3 uuren 200 burgers, zoo van Arnhem als Utrecht, welke voor een nacht alhier wierden geïnkwartierd. Dan intusschen bekwamen die van Arnhem, ten getalle van 100 granadiers, contra order om weeder naar Haarlem te marcheeren en vandaar met verhaaste marschen naar Arnhem retourneeren. Teneinde eenige Bataafsche emigranten, die zig zeedert een geruimen tijd op dat gedeelte van ‘t Pruijssies grondgebied hadden opgehouden en nu bij deeze geleegenheid den oproerstandaard in hun vaderland te planten, verstouten zig als nu gewapenderhand een inval te doen en reeds werkelijk zig hadden meester gemaakt van ‘t dorp Westervoort. Dan de goede geïntentioneerde van Arnhems burgeren met deeze welwillende granadiers wisten die onverlaaten zeer spoedig te beteugelen.1 Des avonds ten 6 uuren kwamen hier weeder binnen 50 man voetvolk, die voor eene nagt wierden geïnkwartierd. Laat in den avond passeerden alhier nog naar het Noorderkwartier 8 ammunitie- en 10 bagagewagens neevens een escorte van 20 man. 1 In de laatste zin lijkt iets te ontbreken. Er zal wel zo iets bedoeld zijn als “de door goede voornemens bezielde Arnhemse burgers”. 48



Ten tijde van de Brits-Russische inval in Noord-Holland probeerden Oranjegezinde Nederlanders, die zich in het buitenland ophielden, in het begin van september door invallen in Twente en de Achterhoek terrein te veroveren en een opstand onder de bevolking te veroorzaken. Gewapende burgers, afkomstig uit Arnhem, gesteund door een aantal militairen slaagden erin de aanvallers te verdrijven. Uit de hier besproken passage in het handschrift komt naar voren dat het Frans- Bataafse opperbevel bij de strijd in Noord-Holland, in navolging van het Franse voorbeeld uit de tijd van de revolutie ook gewapende burgers inzette. Dat dit geen incidentele maatregel was blijkt uit tal van mededelingen elders in het handschrift. Het stond voor de nieuwe machthebbers in de Bataafse Republiek vast dat burgerbewapening noodzakelijk was om de nieuw verworven vrijheden “van de mens en burger” tegenover de reactionaire krachten te kunnen verdedigen. Tot die vijandige machten behoorde natuurlijk binnenslands de Oranjepartij, maar men keek ook wel, zij het aarzelend, over de grenzen. Het bondgenootschap met Frankrijk betekende trouwens automatisch dat de vijanden van dat land ook tegenstanders van de Bataafse Republiek waren. De organisatie van de zo geheten “gewapende burgermacht” werd aan de municipaliteiten - de gemeentebesturen - overgelaten Het uitgangspunt was de opvatting dat alle mannen van 18 tot 45 jaar dienst- plichtig zouden moeten zijn. Het was niet te verwachten dat de totstandkoming van de burgerkorpsen overal vlot zou verlopen. Als de gemeentebestuurders al voluit meewerkten, waren het nog vaak de burgers die blijk gaven van hun onwil tegenover de verplichting tot militair dienstbetoon. Soms kwamen ze daartegen ook openlijk in verzet. Toen de dreiging van een Britse landing op het grondgebied van de republiek zich duidelijk begon af te tekenen, drong de legerleiding er bij het Uitvoerend Bewind op aan om de gewapende burgermacht te betrekken bij de te verwachten strijd. Generaal Brune wilde de “gardes nationales”, zoals hij ze noemde, niet alleen voor diensten achter het front inzetten, maar ze ook verplichten om aan de gevechten mee te doen. De regering, intussen wijs geworden door teleurstellende ervaringen, wilde Brune daarin niet volgen. Zij verklaarde zich wel bereid om in geval van een buitenlandse aanval, gewapende burgers op basis van vrijwilligheid aan de strijd te laten deelnemen. Het past in de stijl van de tijd dat de regering zich in de uitgevaardigde oproepen tot vrijwillige dienstneming bediende van uiterst hoogdravende bewoordingen. Op 25 augustus, twee dagen voor de landing, verschijnt een publicatie waarin het Uitvoerend Bewind verklaart dat het zich tot haar taak rekent om regelend op te treden “... waar onderscheidene als om strijd zich aanbieden om het vaderland in het tegenwoordig gevaar bij te springen, en met hunne gewapende vuist daar henen te snellen, waar ‘s vijands aanvallen het geweldigst worden”. (Koolemans Beijnen, Krijgsgesch. studie, 188). Men is later vaak geneigd geweest om het hele plan en de pogingen tot uitvoering ervan te karakteriseren als een totale mislukking, maar dat gaat echt te ver (Lafeber, 205). Het ging met die gewapende burgermacht zeker niet overal geweldig en het verlangen om aan de echte oorlog mee te doen was niet verschrikkelijk groot. Toch zijn er aanwijzingen dat er nog heel wat mannen aan de oproep van de regering gehoor hebben gegeven. Een kapitein der infanterie van onverdachte huize schrijft al ruim een eeuw geleden: “Er zijn intusschen meerdere burgerkorpsen in de nabijheid van en op het oorlogstooneel geweest” (Koolemans Beijnen, Krijgsgesch. studie, 186). En vergeten wij ook niet de toespraak die generaal Brune op 17 september 1799 hield tegenover een compagnie vrijwillige burgers van Rotterdam: “Burgers! zie hier de brave vrijwilligers van Rotterdam. Die braven hebben zich op de voorposten begeven: zij hebben het vuur reeds gezien; zij hebben de Engelschen niet geschroomd, maar hen stout onder de ogen durven zien” (Vonk I, 169). Wie nu nog twijfelt moet Schama er maar eens op nalezen, op de bladzijden 463-464.

Den 5e september 1799

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

des nagts ten een uur wierden alle burgers aanzegging gedaan dat nog inkwartiering stond te koomen. Die dan ook in den vroegen morgen ten 3 uuren volgde, bestaande in 700 man van de roodkleppen, welke alhier tot nader ordere moesten blijven. Dienzelvde dag passeerden alhier 5 ammunitiewagens met de daarbij behoorende manschappen. Ten 9 uuren kwam hier binnen 400 man Frans voetvolk, welke nae zig wat ververscht te hebben weeder uittrokken naar ‘t Noorderkwartier. Ten 1/2 10 uuren nog 12 Hollandsche jagers en ten 11 uuren nog 60 man voetvolk. 49

Den 7e september 1799

Den 8e september 1799

Den 9e september 1799

Den 10e september 1799



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

‘s morgens ten 10 uuren trokken hierdoor 50 man voetvolk; ten 11 uuren 32 ammunitiewagens met 4, 6 en 8 paarden bespannen en 160 manschappen; namiddag ten drie uuren 360 Hollandsche hussaaren en 25 bagagewagens; ten 4 uuren eenige rijdende artillerij bestaande in 20 zoo kanon als cascons waarbij 160 man te paard en 50 soldaaten; ten 5 uuren 80 vrijwilligers van Amsterdam, welke burgers hier moesten blijven tot nader order; alsmeede nog 100 burgers van Utrecht, dog welke laaste weederom contra order ontvongen. ‘s morgens ten 9 uuren passeerden alhier 15 ammunitiewagens waarbij 80 man; ten half 11 uuren 3 ammunitiewagens met 12 man; ten 12 uuren kwaamen hier binnen 120 burgers van Zutphen met 60 hussaren, welke nae zich wat ververst te hebben weederom naar ‘t Noorderkwartier vertrokken; namiddag ten 3 uuren trokken hierdoor 32 ammunitiewagens met 200 man en verscheiden bagagiewagens; ten 6 uuren marcheerden het battallion van 700 man, die op den 5e deezer hier waaren binnen- getrokken. Ook passeerden nog tenzelve dage 21 ammunitiewagens Schout-bij-nacht S. Story zag zich op 30 augustus en 130 man. 1799 genoodzaakt om de Bataafse vloot aan de ‘s morgens 10 uuren reeden hierdoor 38 Engelsen over te geven. De bemanning ervan ammunitiewagens waarbij 100 man; ten 11 weigerde te vechten. Het onderschrift op deze uuren trokken er 30 burgers door; ten 6 uuEngelse spotprent kan men naar believen lezen ren kwaamen hier binnen 28 hussaaren van als “een droevig verhaal” of als een “een bedroefde Noordholland met eenige zieken en gedrukte Story”. (afb. 16) paarden, die hier moesten blijven tot nader order. ‘s morgens ten 7 uuren trokken hierdoor 80 artilleristen; ten 8 uuren 5 ammunitiewagens met 20 man; ‘s avonds ten 7 uuren 130 burgers van Groningen en 30 Fransche zoldaaten, welke voor eene nagt wierden geïnkwartierd. Op dienzelvde dato des morgens ten 4 uuren rukten onze armee in 3 colonne teegen den vijand aan. De rechtervleugel gecommandeert door den luitenant generaal Daandels1 was belast met den aanval op den Eenigenburg en St. Maarten. De kolom van ‘t middenpunt, onder de orders van den generaal Dumonceau2, stoote met haar rechtervleugel teegen den linkervleugel van den generaal Daendels en met den linker, beneeden Crabbendam, aan de rechteroever van de vaart van Alkmaar naar de Zijp3. De colom Franschen, sterk 7.000 man, onder den generaal Van Damme4, stoote ter rechterzijde aan de linkeroever van evengemelde vaart en strekte zig lings zeewaarts uit. De vijand was agter den dijk van de Zijp verschanst. De Franschen dwongen hun Camp te ontruimen en aan hun over te laaten. Herhaalde reijzen deeden zij pogingen om hen tot in zijne laatste verschansingen te overweldigen. Maar niettegenstaande den onverschrokken moed, wierden zij hierin verhinderd door het gestadig vuur van den vijand, welke zoowel agter den dijk als agter de vaart, beneeden de Zijpersluijs5 tot omstreeks Petten verschanscht lag en daarenboven beschermd wierd door ‘t geschut van twee fregatten en twee brikscheepen, die zig op die hoogte nabij ‘t strand geposteerd hadden. Verscheiden Franschen trachten wel ‘t kanaal over te zwemmen, dan omtrend 30 derzelven verdronken met de wapenen in de hand. Allen verlangden wel om den vijand onder de oogen te zien, dog wierden genoodzaakt om van haare verdere voorneemens af te zien. Hielden de Franschen post te Petten tot in de namiddag, wanneer zij haare voorige stellingen weederom betrokken. Het middenpunt slaagde nog minder in deszelvs verrigtingen. Den generaal Dumonceau liet zijn kolom op Schoorldam aanrukken, overmeesterde wel den versterkten post te Crabbendam dog stoote het hoofd teegens de sterke verschansingen van de Zijp. Eenige battallions raakte aan ‘t wijken, waardoor hij genoodzaakt wierd terug te trekken. De regtervleugel was niet gelukkiger. Deszelvs voorhoede was ten 3 uuren op marsch gegaan en ten 4 uuren reeds meester van Haringcarspel en Dirkshorn. Vervolgens rukte zij aan op den Eenigenburg om 50





aldaar den aanval te doen, waarmeede den generaal Daendels belast was. Hier vond zij zig in haaren marsch afgesneeden door de brigade van den generaal major Bonhomme6, die alle de weegen stopte langs welke de regtervleugel passeeren moest. Enfin na deezen algemeenen schoon vrugteloos ondernomen aanval, betrok onze armee weederom haare voorige stellingen. Ons verlies bestond aan de zijde der Franschen in 40 dooden, waaronder 4 officieren, en 749 gekwetsten, onder welke 36 officieren en aan de zijde der Bataven 97 dooden, waaronder 8 officieren, en 498 gekwetsten, onder welke 32 officieren, en 375 vermisten. En volgens opgaaf in de Engelsche hofcourant zouden de Engelsche in deeze actie verloren hebben 37 dooden, 144 gekwetsten en 19 vermisten. Wat eigentlijk de reedenen geweest zijn dat de onderneeming van dien dag met geen beeteren uitslag is bekroond geworden, is niet ligtelijk te decideeren7. Zeeker is waar dat in den avond van dienzelvde dag, eene gebeurtenis plaats had welke de allernoodlottigste gevolgen nae zich zoude hebben kunnen sleepen. Drie uuren nae den aftogt volbragt en de vijandelijke armee even gelijk de onze haare voorige positiën weederom had genoomen, onstond er bij de kolom van den generaals Daandels een valsch alarm. Een sergeant van de jagers, door kwalijk gezinden omgekogt, riep allerweegen uit dat de Engelsche ruijterij in een der dorpen van de Langedijken gerukt was en alles wat zij ontmoete neersabelde8. Hierdoor kwam een groote verwarring en een aantal lafhartigen en kwalijkgezinden wierd daarop voortvlugtig en deeze blodaarts verspreijden door de geheele stad Alkmaar de akelijkste gerugten, die de beste krijgsman aan ‘t wankelen zoude gebragt hebben, indien zij aan die snode lagen zielen geloof hadden willen slaan. Eenige weinige blodaards echter,van de reserve corpsen, op de hoogte van Hijloo geleegen, volgden het voetspoor der vlugtelingen en vermeerderden de schrik onder de buitenlieden. Teegens elf uuren des avonds wierden wij ter deezer plaatse door een aantal dier lafhartige rustverstoorders overvallen, hetgeen den gansche nagt voortduurde. Die alhier de schrikverwekkenste tijdingen verhaalden. Jae zelve dat de Engelsche reeds in Alkmaar waaren, dat ons leeger geheel geslaagen was en alles retireerende. Hoedanig men alhier in de grootste verleegenheid was, welke benauwde ogenblikken dit voor ieder sterveling veroorzaakte, dit is ligtelijk te beoordeelen voor de zodanigen die immer eene vlugtende armee heeft bijgewoond.

De geheele Breestraat was in de morgenstond opgepropt van Hollandsche militairen, wagens en bagagiën. Jae men verbeeld zig een raasende woeste hoop van menschen in de grootste wanordre zonder officieren. Men deed alreeds bij de Municipaliteid ongehoorde requisitiën, verzeld met ijsselijke drijgementen waaraan niet konde beantwoord worden. Den armen boer en handwerksman wierden met het pistool op de borst afgeperst hetgeen haar aanstond en wat zij begreepen nodig te hebben. Dan met het grootste genoegen ontvongen wij per expresse berigt van Alkmaar, dat de poorten aldaar geslooten waaren om ’t vlugten te beletten. Dat alle die alarmeerende gerugten geheel valsch en bezijden de waarheid was, vermids de armee nae den slag haare voorige stellingen weederom betrokken had. 1 Luitenant-generaal H.W. Daendels, bevelhebber van de 1e Bataafse Divisie. Zie artikel “De infanterie”. 2 Luitenant-generaal J.B. Dumonceau, bevelhebber van de 2e Bataafse Divisie. Zie artikel “De infanterie”. 3 Deze zuid-noord lopende vaart heette onder Koedijk Koedijker Vaart en bij en voorbij Schoorldam de Nieuwe Sloot (gegevens ontleend aan de grote kaart van de Uitwaterende Sluizen van J. Douw). Deze waterweg is later een deel geworden van het Noordhollands Kanaal. 4 Divisiegeneraal J.R. Vandamme. 5 De Engelsen en Russen hadden zich aan de zuidelijke rand van de Zijpe verschanst achter de Schoorlse Zeedijk - die ook wel als Zijper Zeedijk werd aangeduid - en de daarvoor liggende Hondsbosse Vaart. De Zijpersluis of Jacob Claessesluis is een uitwateringssluis. Hij is er nog steeds, maar is wel in 1809 geheel verbouwd 6 H.D. Bonhomme was commandant van een van de beide infanteriebrigades in de 2e Bataafse Divisie, die geleid werd door Dumonceau. 7 Daar is geen bepaalde uitspraak over te doen. 8 De schrijver Alberts heeft een andere dan de hier gegeven verklaring voor de verwarring. Hij houdt het erop dat de soldaten op de vlucht sloegen, omdat vrouwen en kinderen tijdens het strijdgewoel paniek veroorzaakten (De huzaren van Castricum, 249). Aanzienlijk geloofwaardiger lijkt de iets gecompliceerder verklaring die Van Uythoven onlangs van het incident gaf (De lange herfst van 1799, 61). Tijdens het terugtrekken van de Frans-Bataafse troepen, na het grotendeels mislukte offensief van 10 september, HGMK Ledenbulletin 23, 1999

51

kwam een Bataafs bataljon pas tegen het vallen van de avond aan bij de eigen voorposten in Broek op Langedijk. Een sergeant van de jagers daar herkende de soldaten in het donker niet als eigen mensen, maar meende dat hij met Engelsen te maken had. Zonder verder op verkenning uit te gaan nam hij de benen, al roepende dat de Engelsen in aantocht waren. Twee marketentsters die daarbij aanwezig waren en ook in verwarring raakten, verspreidden het bericht van de veronderstelde Britse aanval, met de gemelde paniek als gevolg. Met de betrokken sergeant liep het slecht af. Hij kwam op last van Brune voor de krijgsraad en werd na veroordeling “met een kogel voor de kop geschoten”. Den 11e september 1799 ‘s avonds ten 6 uuren kwam hier binnen 50 Hollandsche hussaaren, welke voor eene nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen naar ‘t leeger vertrokken. Den 12e september 1799 ‘s morgens ten 8 uuren trokken hierdoor 10 veldstukken met 40 man; ten 10 uuren 40 man infanterie; en namiddag ten een uuren 300 man Frans voetvolk, welke naar eenige verversching gebruikt te hebben vertrokken naar ‘t Zuijderkwartier; ten 1/2 4 uuren 500 man Hollandsche zoldaaten en 4 ammunitiewagens met 30 man; ‘s avonds ten 6 uuren nog 500 Hollandsche zoldaaten, alle naar ‘t Zuijderkwartier. Dienzelvde dag wierd men in de noodzaakelijkheid gebragt om den burger Rijnier Zégles in arrest op de gijzelkamer te brengen, weegens zijne slegte en onvoorzigtige uitdrukkingen teegens de Franschen. Ook wierd tegelijkertijd opgebragt een verdagt en vreemd vrouwspersoon, welke suspecte brieven voor den vijand bij zig hadde. Den 13e september 1799 ‘s morgens ten 7 uuren vertrokken van hier 12 ammunitiewagens met 48 man, welke alhier overnagt hadde; ten 10 uuren wierd hierdoor getransporteerd 42 deeserteurs, welke allen aan touwen waaren vastgekoppelt, onder een escorte van 30 militairen, zoo voet- als paardenvolk, naar ‘t Noorderkwartier. Dienzelvde dag wierd het bovengemelde vrouwspersoon naar den Haag getransporteerd; ten elf uuren 11 ammunitiewagens met 40 man, welke nae zig wat ververscht te hebben, vertrokken naar ‘t Noorderkwartier; ten 1/2 12 uuren kwaamen hierdoor 9 Engelsche krijgsgevangenen met 2 boerenwagens naar ‘t Zuijderkwartier, namiddag ten 2 uuren trokken hierdoor 2 kanonstukken met 10 man; des nagts ten 1/2 12 uuren 5 ammunitiewagens met 16 man welke alhier gebillietteerd wierden en de volgende morgen weeder vertrokken naar ‘t Noorderquartier. Den 15e september 1799 kwaamen hier binnen des morgens ten 1/2 10 uuren 1.000 man Fransche en 12 Hollandsche kannonniers; ten 12 uuren 200 burgers van Groningen; naemiddag ten 2 uuren 100 jaagers van Zwoll; en ten 3 uuren 100 burgers van Utrecht, welke allen naar zig wat ververscht te hebben naar ‘t leeger vertrokken. Den 16e september 1799 ‘s morgens ten 9 uuren trokken hierdoor 22 Fransche jagers te paard en 25 man Fransch voetvolk nae ‘t Noorderkwartier. Nog ten zelve dage 40 Hollandsche hussaaren, die alhier in de barak wierden gelegt. Den 18e september 1799 ‘s morgens ten 7 uuren trokken hierdoor 20 Fransche dragonders met paardenstaarten1 aan hunne met koper beslaagen mutsen; ten 8 uuren 100 man Fransch voetvolk; ten 9 uuren 11 ammunitiewagens met 50 man en 30 lossen paarden; ten 10 uuren 280 Fransche dragonders, met paardenstaarten gelijk de voorgaande; namiddag ten 2 uuren 13 ammunitiewagens waarbij 40 man, alle naar ‘t leeger, alsmeede nog 2 Fransche deserteurs die nae Haarlem wierden gebragt. 1 Aan de strijd in Noord-Holland nam aan Franse zijde o.a. het 10e Regiment Dragonders deel. Op hun hoofd droegen ze een koperen helm, die aan de achterkant voorzien was van een fraaie bos paardenhaar. Zie het opstel van H. van Roo in ‘De lange herfst van 1799’, blz. 23-46. e Den 19 september 1799 in den vroegen morgenstond, begon den vijand den aanval langs onse geheele linie met zeer veel heevigheid. De generaal Hermann1, aan ‘t hoofd van een verbaasend corps Russen, gevolgd van een divisie Engelschen, deed de Franschen voorposten te Kamp2 en te Groet terugdeinsen en marcheerde voortwaarts met oogmerk om de divisie van den generaal Van Damme3 in te sluiten, die hierdoor genoodzaakt wierden terug te mar-cheeren omdat hij zijn steunpunt lings van zig verlooren had. Vervolgens maakten de Russen zig meester van Schoorldam en kort daarnae van Bergen. De Franschen, verplicht geweest zijnde een wijl tijds voor den verwoeden aanval der Russen te moeten wijken, vereenigden zich in ‘t bosch van Bergen. Op dat tijdstip waren de laatstgenoemden reeds de agterste gedeeltens van het middenpunt van onze linie van bataille4 voorbijgetrokken, terwijl dezelve in ‘t front aangevallen wierden door den hertog van York5, met een sterke divisie Engelsche en Russiesche troepen. In deezen toestand liet de generaal de Brune6 de agterhoede der divisie van den generaal Dumonceau, bestaande in 2 battallions infanterie, eenige rijdende artillerie en hussaaren, naar Bergen opmarcheeren langs een brug, welke eenige dagen tevoren gelegt was over de vaart naar de Zijp7. Terwijl hij gelijktijdig de divisie van den generaal Daandels liet aanschuijven HGMK Ledenbulletin 23, 1999

52

teegen het middenpunt, hetwelk door het gemis van deszelvs agterhoede was verzwakt geworden. Alstoen wierd weldra de Russiesche kolom, welke zig te veel voorwaarts gewaagt had, op beiden haare flanken aangevallen door de divisie van den generaal Van Damme en een gedeelte van den generaal Dumonceau. Door welke wel uitgedachte en ten uitvoer gebrachte manoeuvre aan den generaal Herman alle gemeenschap met het middenpunt der Engelsche armee wierd afgesneeden. De generaal Van Damme het dorp Bergen hebbende doen omcingelen door zijn linkerflank van de zijde der duijnen en door den regterflank van den kant van Alkmaar, deed de in het nauw gebrachte Russen met de bajonet aantasten. Bergen wierd hernomen nae een gevecht des te hardnekkiger, omdat de Russen hoopten hunne eerste voordeelen te zullen kunnen behouden, totdat zij door de Engelschen bijgesprongen wierden. Zij vochten als wanhopigen en toen zij uit elkander gedreeven en verstrooid waren verdeedigden zich nog uit de kerk8 en uit de huizen, hetwelk een weesentlijke slagting ten gevolge had.

Het middenpunt, onder bevel van den generaal Dumonceau die in den beginne van ‘t gevecht gewond wierd, bleef standhouden of hervatte deszelvs posten. Egter moest deeze divisie veel leijden omdat zij den aanval van het middenpunt der Engelsche armee doorstaan en beletten moest dat hetzelve niet met de rechtervleugel vereenigde.



De diviesie van den generaal Daandels welke haare positie te Oudcarspel had en zooals gezegt is den rechtervleugel onzer armee uitmaakte, wierd door de Engelschen met zooveel verwoedheid aangevallen als de Russen zulks aan de linkervleugel gedaan hadden. Zij bleef echter in haare stelling tot 2 uuren in de namiddag, wanneer zij genoodzaakt wierd dezelve te verlaaten met verlies van veele manschappen en eenige stukken kanon. Reeds verzwakt door den bijstand welke zij had moeten geeven aan het middenpunt en eenigsins in wanordre gebragt door het springen van een kruidwagen, vereenigde zij zig weeder en hervatten het gevegt teegens den avond, wanneer den generaal Daendels het dorp Broek op Langendijk deed aanvallen. Deeze onderneeming gelukte hem niet alleen, maar ook stelde hij zich in ‘t bezit zijner voorige stelling te Oudcarspel en had daarenboven het geluk, om behalven van de door hem agtergelaatenen kanonnen zich ook nog meester te maaken van 2 vijandlijke stukken, van een aantal krijgsgevangenen, waaronder 4 officieren en van een geheel veldhospitaal. Volgens opgaaf door den hertog van York weegens het verlies der Engelschen gedaan bestond hetzelve aan dooden in een luitenant collonel, 2 capitainen, 3 subalterne officieren, 2 sergeanten en 125 gemeenen; aan gewonden 7 luitenants collonels, 6 majors, 15 capitainen, 16 subalterne officieren9, 20 sergeanten, 2 tamboers en 376 gemeenen; aan vermisten 356 zo officieren als gemeenen, dies tezamen 931 man. Terwijl ‘t verlies van den kant der Russen, zooals ’t zelve door een officier dier natie aan den Russiesen ambassadeur te Londen is bericht geworden, bestaan heeft in 3.000 gesneuvelden en veele gevangenen zonder ‘t juiste getal te bepaalen. Onder de gesneuvelden bevond zich den generaal Gerepsow10, kommandant der expeditie onder den generaal Hermann11. Deeze opgaav kwam naegenoeg overeen met die van den Fransche generaal Brune. Het verlies der Fransche-Bataafsche armee was zeer gering in vergelijking van dat der vijandelijke. Aan de zijde der Franschen, bij welke kolom het heevigste van het gevecht had plaats gehad, bestond hetzelve in 50 dooden en 300 gekwetsten. Dat der Bataaven was naar evenreedigheid minder. De vijand was dien dag 39.000 man sterk, te weeten 14.000 Russen en 25.000 Engelschen, terwijl de Franschen en Bataaven gezamentlijk maar ruijm de helft dier magt uitmaakten. Het is niet mogelijk eene beschrijving te geeven hoe woedend aan de eene en met welk een beleijd en heldhaftigheid aan de andere zijde gestreeden wierd. Het slagveld in een zeer uitgestrekt bosch geleegen, aan den voet van hooge duinen, lag met dooden en gewonden bezaaijd, dog meestal Russen. Een aantal dier woeste schepselen, welke er het leeven nog van afgebragt hadden en wanhoopig waaren omdat zij door de Engelschen niet behoorlijk ondersteund wierden, wilden zich niet overgeeven. Zij vloden in het hout en in de duinen en verkozen liever aan hunne bekoomen wonden of door den honger om te koomen, dan zig in de armen hunner edelmoedige overwinnaars te werpen.12 1 Luitenant-generaal Ivan Ivanowitch Hermann, bevelhebber van de Russische strijdmacht. 2 Camp. 3 Divisiegeneraal Vandamme. Zie 10 september 1799. 4 Gevechtslinie. 5 Frederick Augustus duke of York (1763-1827), opperbevelhebber van de Brits- Russische strijdkrachten, tweede zoon van koning George III. 6 G.M.A. Brune. 7 De hier genoemde vaart is de Nieuwe Sloot, die al ter sprake is gekomen in noot 3 bij



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

53

10 september 1799. De brug stelde generaal Dumonceau, wiens 2e Bataafse Divisie zich tussen Koedijk en Schoorldam bevond, in staat om een aanval te doen op de linkerflank van de Russische colonne die over Schoorl optrok in de richting van Bergen. Bij deze succesvolle actie raakte Dumonceau gewond, waardoor hij gedwongen was de leiding van zijn divisie voor de rest van de veldtocht over te dragen aan generaalmajoor Bonhomme. 8 Men moet niet denken dat de kerkruïne in het hart van het dorp Bergen het resultaat is van de strijd van 1799. De kerk was al vernield in het begin van de 80-jarige oorlog, in 1574. Later heeft men een klein gedeelte van de kerk herbouwd. 9 Officieren van lagere rang; gewoonlijk verstaat men daaronder kapiteins en luitenants. Hier worden de kapiteins onder de gesneuvelden en gewonden afzonderlijk genoemd. Sergeanten zijn onderofficieren, met “gemeenen” duidt men gewone soldaten aan. 10 De afwijkende aard van het Russische schrift is er de oorzaak van dat de spelling van de naam van deze luitenant-generaal in ons schrift verschillen vertoont. Soms spelt men Jerepsoff, maar ook Jérebtzov komt voor. In dit dagboek houdt de schrijver het op Gerepsow. 11 De generaal Hermann werd op die 19e september gevangen genomen. 12 Dit soort ontboezemingen ontleent de schrijver aan het verslag van de strijd door L.C. Vonk. Ze moeten met een korreltje zout bezien worden. Het gedrag van de “edelmoedige overwinnaars” was niet voortdurend van de fraaiste soort, al is er geen reden om dat van hun tegenstanders hoger aan te slaan. Den 20e september 1799

Den 21e september 1799

Den 22e september 1799



Den 23e september 1799





HGMK Ledenbulletin 23, 1999

wierden alhier binnengebragt 642 Russen soldaaten en 19 officieren, 298 Engelschen en 8 officieren, tezamen een getal van 967 uitmaakende, die nae alvoorens eenig brood en waater ter verkwikking gebruikt te hebben door een escorte Fransche dragonders en Alkmaarsche burgers naar Haarlem wierden getransporteerd. trokken hierdoor 8 ammunitiewagens waarbij 60 man; ten 11 uuren 350 man Frans voetvolk, welke voor eenen nacht wierden geïnkwartierd en des anderen daags vertrokken naar ‘t Noorderkwartier. Nog dienzelvden dag van den 21e passeerden door naar ‘t Zuiderkwartier 5 Russiese soldaten; namiddag ten 2 uuren 3 ammunitiewagens met 12 man naer ‘t Noorderkwartier; ten 5 uuren 10 stukken kanon en 5 kogelwaagens; ten 6 uuren nog een stuk kanon en een kogelwagen, allen ‘t welk van de Russen veroovert waaren en getransporteert wierd naar ‘t Zuiderkwartier; nog 3 ammunitiewagens met 12 man na ‘t leeger en ten 9 uuren kwamen nog 30 man Franschen, die alhier tot des anderen daags vernagten. trokken hierdoor 3 amunitiewagens met 20 man naar ‘t leger en van ‘t Noorderkwartier naar Haarlem 100 Russen en Engelsche krijgsgevangenen, welke door Hollandsche ruiters en gewapende burgers wierden geëscorteerd. Nog passeerden dien dag 200 Franschen voetvolk en 40 dragonders met paardenstaarten, alsmeede 200 burgers van Utrecht en Arnhem. Ook nog 700 man Franschen voetvolk met 19 dito1 hussaaren, alle naar ‘t leeger. 1 Gelijk aan de voornoemden, d.w.z. eveneens Fransen. ‘s morgens ten 2 uuren wierd alhier door de nagtwagts 3 dezerteurs opgebragt, zijnde rij- of karreknegts. Ten 9 uuren trokken hierdoor 40 soldaaten van de roodkleppen naar ‘t leeger. Dienzelvde morgen al zeer vroeg kwaamen hier twee Hollandsche officieren van de hussaaren, die mij voorstelde dat zij ten oogmerk hadden om alhier eenige boeren te pressen teneinde tot het aanleggen van batterijen geëmplojeerd te werden. Dan hoezeer ik als president der Municipaliteit1 ik haar onder ‘t oog bragt dat de boerenstand hier zeer weinig in getal waaren en behalven de menschen hier alreeds teveel geleeden hadden om nu tot dat werk gebruikt te worden, men gav hier gehoor aan en beloofde mij zulks niet in de environs van de Beverwijk te zullen effectuëeren. Dan weinige uuren daarnae ontdekte men al te zeer die beloffte van geene waarde was, vermids allerweegen in deeze plaats en in de anvirons alle werklieden, jae wat maar nae boer geleek door de hussaaren vervolgt en opgeligt wierden. Jae ging zoo verre dat men eenigen dier menschen met geweld uit de huizen zag haalen, off zij geschikt waaren of niet. Dan de Municipaliteit gesecondeerd door den balliuw en hoofdofficier deezer steede, stelde hiermeede paal en perk. Deeden eenige dier hussaaren in arrest neemen en naar een heevige woordentwist wierden veelen dier gedwongen burgers weederom ontslagen en vrijgesteld. Ten 11 uuren trokken hierdoor 11 ammunitiewagens met 26 man naar ‘t leeger; nademiddag ten 4 uuren kwaamen hier binnen 57 Russen en Engelsche krijgsgevangenen, waarbij eene vrouw, werdende geëscorteerd door eenig Fransch voetvolk. Nae zig alhier in de kolfbaan van ‘t logement de Doelen2, wat ververscht te hebben vertrokken dezelve naar ‘t Zuiderkwartier. 1 Hier verraadt de samensteller van het “Dagverhaal” voor het eerst zijn identiteit. 54

Nu blijkt dat onze schrijver op die 23e september 1799 president van de Beverwijkse Municipaliteit was. Het was in die tijd in Beverwijk de gewoonte om elke maand het voorzitterschap te laten bekleden door een ander lid van de raad. Op 23 september werd het presidium vervuld door Fredricus Vermooten. Fredricus of Frederik Vermooten, geboren in 1755, komen we in 1806 tegen als koopman in wijnen. In die branche zal hij al eerder actief zijn geweest, afgaande op de mededeling dat in april 1799 het dak van zijn azijnschuur was afgewaaid. Vermooten moet een “heer van stand” zijn geweest. We weten dat hij zijn haar poederde, een duidelijk teken van welstand in die dagen. (Oud-archief Beverwijk 413; idem 500, 7-3-1806; Lijst van personen). 2 Dit logement stond op de noordelijke hoek van de Breestraat en de Hobbesteeg. Den 24e september 1799

‘s morgens ten 8 uuren reeden hierdoor 5 waagens, alle belaaden met geweeren welke van de Russen en Engelschen veroverd waaren, naar ‘t Zuiderkwartier; ten 10 uuren kwaamen hierdoor 2 ammunitiewagens en 6 extraordinaire groote leegerwagens met brood, met 120 man Frans voetvolk en een aantal losse paarden; nademiddag ten 4 uuren 9 ammunitiewagens met 66 man, alle naar de armee.



Des avonds ten elf uuren wierd men alhier weeder overvallen van 40 hussaren, om ter deezer en omleggende plaatsen volk te pressen om aan de batterijen te werken, waarvoor weeder alle boeren en ambagtslieden de vlugt naamen. Des anderen daags op de middag kwamen deeze 40 hussaren hier weeder door, die intusschen uit de environs deezer plaats 39 persoonen op eene brutale wijze had geprest en aan den anderen waaren gebonden, welker schouwtooneel een der aakelijkste gezigten uitmaakte, die alleen de woestheid van ‘t oorlogsleeven deed beseffen. trokken hierdoor 54 man Fransch voetvolk en 22 Fransche dragonders naar ’t leeger en des avonds ten 9 uuren kwaamen hierdoor 7 krijgsgevangenen Engelsche officieren, welke onder een escorte van Franschen naar ’t Zuiderquartier getransporteerd wierden. kwamen hier binnen een battallion Frans voetvolk, welke nae zig wat ververscht te hebben, ’s morgens ten 10 uuren weeder vertrokken naar het leeger. Nog dienzelve dag arriveerden alhier den Russchiesche generaal Herman, als krijgsgevangenen, bij zig hebbende zijne goederen, bedienden en twee aides de camp1. Die naar zig alhier in het Heerenlogement wat ververscht te hebben, weederom onder een escorte van een Fransch officier neevens een detachement cavallerie, wierden getransporteerd naar Amsterdam. 1 Adjudant, een officier aan een hoge officier toegevoegd om deze in dienstaangelegenheden bij te staan. ’s morgens ten 10 uuren trokken hierdoor 130 Fransche hussaaren naar ’t leeger; des nagts ten 12 uuren nog een gantsch1 battallion Fransch voetvolk naar ’t leeger. 1 Gans, heel. ’s morgens ten 2 uuren passeerden alhier een battallion Fransch voetvolk; ten 10 uuren 280 Fransche jagers te paard en 40 Hollandsche jagers te voet; ten 5 uuren wierden alhier doorgebragt 5 gedeserteerde burgers1 naar Alkmaar; ’s middags ten een uuren 5 ammunitiewagens en 400 man Fransch voetvolk, welke laatste nae zich wat ververscht te hebben vertrokken naar ’t leeger. 1 We maakten al melding van het feit dat in het Bataafse leger ook gewapende burgers aan de strijd deelnamen (noot 1 bij 4 september 1799). Niet voor iedereen was een heldenrol weggelegd. Sommigen gaven er de voorkeur aan om zich op eigen gezag aan de dienst te onttrekken. ’s morgens ten 9 uuren, trokken hierdoor 30 Fransche dragonders; namiddag ten 3 uuren een battallion Frans voetvolk; ten 6 uuren 100 Fransche jagers te paard, welke bij de burgers zig ververschten en de paarden op de Breestraat aan de boomen vastbonden, tot 6 uuren in den avond, wanneer zij haaren reijs naar ’t leeger voortzetten. Des avonds ten 11 uuren kwamen hier binnen van Noordholland 40 Engelschen of Bergschotten1 krijgsgevangenen, waaronder eenige zwaargekwetsten die in ‘t huis genaamt het Varken2 (dat tot een hospitaal wierd gebruikt) gebragt wierden en de overige op de koupel van den heer Engel- Gevelsteen afkomstig van het inmiddels verdwenen huis “ Het Varken”, dat aan de Breestraat berts3, alwaar dezelven overnagten en door de municipaliteit wierden verzorgt van stroo, heeft gestaan. Ten tijde van de veldslag in NoordHolland was er een noodhospitaal in gevestigd. beneevens eenige brooden met kaasen. Nog (afb. 17) kwaamen dien nagt hierdoor 7 ammunitie­

Den 25e september 1799 Den 26e september 1799

Den 30e september 1799

Den 1e oktober 1799



Den 2e oktober 1799



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

55

Deze kaart met “frontnieuws” verscheen in Londen tijdens de oorlog om het Britse publiek voor te lichten. Het verloop van de gebeurtenissen is aangegeven tot en met 2 oktober 1799. Daarna ging het ook niet meer zo goed met de opmars. (afb. 18)

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

56





Den 3e oktober 1799



wagens met 25 man naar ’t leeger. 1 Schotse Hooglanders zouden er zeker bezwaar tegen hebben gehad om Engelsen genoemd te worden. 2 Dit huis moet aan de Breestraat gestaan hebben. In het Museum Kennemerland wordt een gevelsteen met een afbeelding van een varken bewaard, die van dit huis afkomstig is. De steen is gedateerd 1740. 3 De Amsterdammer Jan Engelberts was in die dagen eigenaar van de buitenplaats Zeewijk. Daar zal de hier genoemde theekoepel bij gehoord hebben. Zeewijk lag aan de noordzijde van de Zeestraat, tussen de Koningstraat en de Baanstraat (Scholtens, Oud Beverwijk, 10). des nagts ten een uuren kwaamen hier binnen 80 Engelsche krijgsgevangenen, die almeede in de actie van den 2e oktober krijgsgevangen waaren gemaakt. ’s Morgens ten 8 uuren trokken hierdoor 1.000 man Fransch voetvolk; ten 10 uuren 12 wagens met ammunitie en eenige manschappen naar ’t leeger; en ten 11 uuren trokken hierdoor een battallion Fransch voetvolk naar Wijk aan Zee. Heeft de Beverwijk eene drukkende last van inkwartieringen en doortrekkende troepen gevoeld en ondervonden, dit was niet te bereekenen nog in overweeging te neemen, bij ’t hoofdquartier1 neevens het geheele artillerijtrein2, dat op deezen dag hier binnen kwam trekken. Niemand die zulks nooit heeft ondervonden

De Lutherse kerk deed, zoals we zagen, bij herhaling dienst als kazerne en als noodhospitaal. We horen niet of er in het gebouw schade werd aangericht. (afb. 19) HGMK Ledenbulletin 23, 1999

57



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

kan hiervan eenig denkbeeld formeeren: 20.000 zoo Hollandsche als Fransche militairen te voet en te paard was het getal, die in een plaats van nog geen 400 huizen moesten geborgen worden. Heeft immer een Municipaliteit in ons land eene drukkende en alzints akelige toestand ondervonden, het was ter deezer plaats. Men wilde den arbeider en den behoeftigen slegts met 10 man inkwartiering bezwaaren, dan dit was slegts niets, dewijl sommige 30 ja 40 militairen in haare huisen kregen. Jae veelen wierden genoodzaakt om haar huisen met al wat daarin was ten prooij te geeven. De leedig staande huizen wierden door de generaals en officieren gerequireerd en in bezit genoomen. De buitenplaatsen onder ’t territoir3, die meestal verlaaten waaren van haare bewoonders, wierden al met militairen geoccupeert en vol geleegen4. De Gereformeerden, Roomsche, Lutersche en Mennonite kerken wierden tot barakken en hospitaalen aangelegt. De terreijnen voor ’t canon, ammunitie- en bagagewagens wierden gebragt in de landen vooraan ’t zuideinde van de Breestraat tot aan Schulpen5. Alsmeede in de Schans, op de plaats Oud-Meeresteijn6, die alstoen behoorende was aan den heer Schouten de Waal. Ook in het gerojeerde Overbosch en in de zogenaamde Munnikkewijde7. Daar zag men overall het branden van zwaare vuuren. De rasters, scheeringen en hout uit de bosschen wierd rondsomme omgehakt en weggesleept, zoo tot stooken dier vuuren als tot het maaken van tenten off hutten. Waartoe zelve de plaatsen niet bevrijd bleeven. In de artillerijperken zag men de kostelijkste paarden dood liggen, de landen geheel onbruikbaar aan stukken gereeden. Men deed aan de Municipaliteit requisitiën, waaraan zij nimmer konde beantwoorden. Egter wierd men gedwongen om uit dezelve eene commissie te stellen, die huis aan huis bij de burgers moesten rondvragen om aan de gemaakte en gevraagde requisitiën voor de generaals en verdere officieren te voldoen. Dewijl in de leedige huisen en veele plaatsen meestal ontmeubeld waaren, hetwelk een alleronaangenaamste en lastige commissie veroorzaakte, dewijl de meeste menschen zig van haare meubilen en huiscieradiën hadden ontdaan. Dit veroorzaakte weederkeerig bij eenige Franschen de verregaandste bedreigingen, die zulks als een onwilligheid van de Municipaliteit beschouwden, dewijl op verre nae niet aan haare requisitiën konde voldaan worden. Dit ging zooverre dat de Municipaliteit en bizonder den president dikwils aan lijfsgevaaren wierden blootgesteld. Men kan zig geen verbeelding maaken met welke faciliteiten8 het gemeentebestuur te worstelen had. Nagten en dagen wierden permanent op het raadhuis doorgebragt. Dan was men omringd van honderden Fransche militairen aan welker verzoeken de mogelijkheid niet permitteerden te beantwoorden, dan wierd men omcingeld van den behoeftigen en klagenden burger die men ongetroost met het grootste hartseer moest afwijzen. Dewijl men zelve zijn huisen en meubilen aan den militair moest overlaaten. En die ogenblikken welke men van zijn huis tot nodige rust wilde gebruik maaken wierd men telkens door onaangenaame bezoeken weeder gestoord en opgeroepen. 1 Het Brits-Russische offensief van 2 oktober dwong generaal Brune om zijn hoofdkwartier van Alkmaar naar Beverwijk te verplaatsen. 2 Artillerietrein of -tros: aantal kanonnen en houwitsers met alles wat ertoe behoort, zoals munitiewagens, kruitwagens, bagagewagens en een smederij. 3 Het grondgebied van de gemeente. 4 Hoe het bijvoorbeeld op Adrichem, de buitenplaats van Gijsbert Karel van Hogendorp toeging, lezen we met enige moeite uit een brief die tuinbaas Willem Leenders op 5 oktober aan zijn in Amsterdam verblijvende werkgever schreef: “Meijn heer hier op de plaats staan alles vol paarden en het volk en de heele plaats door, het volk en alles gaat weg en de ooverdze heeft meij gevraagt of ik liever hat dat ik de boomen laat hakke of het drooge hoet brande en ik heb de takkebosse aangesproke maar ik kon niemendal want de plaats gaat niet langer zoo en ik verblijf U getrouwe en dienstwillige dienaar”. Op Adrichem had toen net kwartier betrokken generaal-majoor Bonhomme met zijn staf. Bonhomme had op 19 september de leiding van de 2e Bataafse Divisie op zich genomen, nadat de divisiecommandant Dumonceau gewond was geraakt. Men begrijpt dat de keldervoorraden, vooral die van de wijnkelder zwaar te lijden hebben gehad van deze onwelkome gasten, maar verder werd er geen onherstelbare schade aangericht (De Beaufort, 168). 5 Buitenplaats in het huidige Velsen-Noord, iets ten zuiden van Scheybeeck. 6 Aan het einde van de Breestraat, ongeveer op de plaats waar zich nu de straat De Schans bevindt, lag in de 17de en de 18de eeuw de buitenplaats De Schans. Die plaats behoorde van 1712 tot 1756 toe aan François van Harencarspel, heer van Beverwijk, Wijk aan Zee en Wijk aan Duin (1685-1756). In die tijd is op onjuiste gronden als tweede benaming van de buitenplaats, Oud-Meerestein in gebruik genomen. Die naam lijkt op de duur de oude naam enigszins verdrongen te hebben, maar blijkbaar is de aanduiding De Schans toch steeds, als een soort veld- of buurtnaam blijven 58

voortbestaan. Er zijn aanwijzingen dat de buitenplaats in 1799 in een staat van afbraak verkeerde. Vermooten noemt al het “geroijeerde (gerooide) overboscb” en een tijdgenoot, waarvan we de naam ook in het handschrift tegenkomen, Jan de la Chambre, voegt er nog bijzonderheden aan toe:“In december van ‘t jaar 1797 is ‘t groote bosch weleer toebehorende aan de heere François van Harencarspel, heere van de steede Beverwijk, Wijk aan Zee & Wijk aan ‘t duin, ... & laastelijk toebehorende aan den burger J. Schouten de Waal, uitgeroijd & tot land gemaakt, & ‘t volgende jaar is de Schans meeden uitgerooijd & tot land gemaakt”. (Scholtens, Uit het verleden van Midden-Kennemerland, 262; Het Zegenpralent Kennemerlant I, 17; handschrift De la Chambre, 118 vo. Museum Kennemerland, bibl. 937) Door verarming zagen eigenaren van buitenplaatsen en van grond zich in de Franse tijd vaak gedwongen hun bezit van de hand te doen. Ging het om een buiten, dan was de gewone procedure dat een makelaar na aankoop de tuinaanleg deed verdwijnen en het bestaande bos liet kappen, waarna de grond werd verkaveld en in afzonderlijke percelen verkocht aan tuinders en boeren. Voor die mensen waren de tijden gunstig. Agrarische producten deden goede prijzen. Daar stonden aantrekkelijke landprijzen tegenover, als gevolg van het ruime aanbod. Voor de landhuizen was de belangstelling in de regel veel minder groot. Die werden dan ook vaak afgebroken. Het is niet bekend of het herenhuis op De Schans (Oud-Meerestein) in 1799 nog bestond. Het feit dat Schouten de Waal op De Schans woonde zou er op kunnen wijzen dat het toen nog niet gesloopt was. 7 Munnikenweide. Dat was een tamelijk omvangrijk gebied dat begrensd werd door de Schans, de Munnikenweg, de St. Aagtendijk en de huidige Spoorsingel. 8 Inschikkelijkheden. Vermooten bedoelt waarschijnlijk dat het stadsbestuur zich uiterst inschikkelijk had te gedragen tegenover de Franse en Bataafse militairen, om nog meer ellende te voorkomen. passeerden hier weeder door drie battallions Frans voetvolk naar ’t leeger. zondag, was eene der akelijkste en angstvalligste dagen welke men ter deezer plaatse nog had ondervonden. Ten 9 uuren in den morgenstond wierd een algemeen allarm geslagen, waardoor het trekken van militairen, wagens met proviant en aanvoer van kruijt en lood1 naar ’t leeger ontelbaar was. Jae het geheele hoofdkwartier, tot zelve de wachthebbende voor ’t huis der gemeente, zag men met scherp laaden2 en ogenblikkelijk naar den vijand afmarscheeren. Welk een tijdstip, welke gewaarwordingen onstonden in ons midden. Dit wierd vermeerderd door de alsins hart en schrikverwekkende berichten, dat de Engelschen en Russen zeer hard avanceerden en de Beverwijk stonden te naderen, welke ogenblikken voor een gevoelig hart, daar men of ten prooij van eenen vlugtende armee of wel van de invasie van een woesten en gedugten vijand stonden te worden. Dan het behaagde den bestierder van alles, dat den vijand op alle zijne onderneemingen eindelijk wierd afgeslagen. Welk berigt ons teegens den avond wierd meedegedeeld, jae zelve dat den vijand reeds door Alkmaar was teruggetrokken. Hoezeer deezen tijding een algemeene vreugde verschafte is zeer ligtelijk te beseffen. Ter gedagtenisse en ter herinnering zal ik hier volgens de juiste berigten een verhaal van dien merkwaardigen en allergedugsten slag laaten volgen.

Den 5e oktober 1799 Den 6e oktober 1799



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

Op den 6e oktober 1799 ’s morgens ten 7 uuren deed den hertog van York de geheele linie onzer voorhoede aantasten3. Zulks geschiede met zooveel woede en overmagt, dat de Fransche troepen, onder bevel van den generaal Boudet4 te Akersloot geposteerd, op Uitgeest moesten terugtrekken waar zij ondersteund door de divisie van den Bataafschen generaal majoor Bonhomme5 standhielden. Terwijl de divisie van den Franschen generaal Gouvion,6 almeede de posten te Limmen, Baccum7 en in de duinen moest verlaaten en te Castricum zich nader zamentrekken. De Russen door de eerste voordeelen hunner voorhoede aangewakkerd, maakten eenen aanslag op laastgemelde plaats van de zijde van Baccum, gelijktijdig dat een sterke colom door de duinen trok met oogmerk om den Franschen generaal Pactoct8, die met drie battaillons Castricum verdeedigde, in den rug te vallen en ware ’t mogelijk te omcingelen. Terwijl om deeze stoute manoeuvre te ondersteunen een sterke kolom Engelschen van Egmond op Zee langs het strand kwam opmarcheeren, om onzen linkervleugel te ontrusten. Den generaal Pactot, die het oogmerk der Russchen vermoede, verliet Castricum nae eenen genoegzaame teegenstand en posteerden zijne troepen in de duinen agter dit dorp, ten einde met meer vrucht te kunnen werken. Den generaal Brune van deeze beweegingen onderricht, deed den generaal Boudet van Uitgeest opmarcheeren ende zijne divisie in linie formeeren op de hoogte van Noord-dorp9. De generaal Gouvion moest in de duinen standhouden om de zeekust te verdeedigen teegen de opkoomende Engelschen van de zijde van Egmond op Zee. 59

De strijd bij Castricum op 6 oktober. Rechts en op de achtergrond Russische grenadiers, te herkennen aan hun mijterachtige hoofddeksels. Ze behoorden tot de infanterie. De ruiters links zouden Bataafse huzaren kunnen zijn. (afb. 20) En de generaal Brune begaf zig in persoon aan ’t hoofd van eenige battaillons naar den kant van Castricum om den generaal Pactot te hulp te schieten, die zich een geruimen tijd lang hardnekkig verdeedigde zonder eenig terrein te verliesen. Alstoen wierd er van weerszijden zeer heevig gevochten tot 3 uuren in den namiddag, wanneer beiden partheijen gebrek aan munitie begonden te krijgen. De vijand zijne troepen in de vlakte ter rechterzijde van Castricum verspreide en de Russiesche battaillons, die tot nog toe een waakend oog gehouden hadden op de divisie van den generaal Bonhomme, zich in beweeging stelden om op Castricum aan te rukken. De generaal Brune de gevolgen voorziende welke hieruit konden ontstaan, stelde twee battaillons Bataven en een battaillon Franschen te werk om den vijand op te houden en maakte intusschen in de duinen de nodige aanstalte om met de bajonet er op los te gaan. De Russen, ofschoon in getal de onzen overtreffende, waaren teegen het blank geweer10 niet bestand. Zij wierden genoodzaakt de duinen te verlaaten en in wanordre af te trekken tot agter Castricum, waar de ligte artillerie hun beletten zich te vereenigen. Intusschen was Castricum door seeven opkoomende Russiesche granadier battaillons11 van den kant van Uitgeest en een zwaare terrein artillerie opnieuw bezet. De generaal Brune stelde zich andermaal aan het hoofd van vier battaillons om hen op de vlucht te slaan en dit gelukte hem zoo wel, dat de Russen verpligt wierden met agterlaating van zeeven stukken geschut langs den grooten weg op Limmen en langs de duinen op Baccum terug te trekken. De generaal Pactot vervolgde hen op Limmen en zoude waarschijnlijk een groot gedeelte van dezelve krijgsgevangen gemaakt hebben, waare hij in zijn marsch niet gestuit geworden door de afgebrooken brug bij ’t zoogenaamd Schilpwaater12. Alwaar men bij voorraad reeds een batterij had opgeworpen, welke den Russen in dit ogenblik zeer te stade kwam. De generaal Barbou13, aan ’t hoofd der Fransche cavallerie, zat hun op de hielen in de duinen, bij welke geleegenheid het 10e regiment dragonders14 bijkans ’t slachtoffer zijner al te groote drift zoude geworden zijn. Hetzelve verviel15 in een regiment Engelsche dragonders, dat in een hinderlaag lag in de engte16 der duinen. De tegenwoordigheid van geest van den generaal Barbou herstelde echter de door eenen onvoorzienen aanval veroorzaakte wanordre en leide zijne cavallerie op de kolom infanterie terug. De vijand op alle punten terug- gedreeven zijnde, kwam ten 5 uuren in de namiddag een kolom Engelschen uit de reserve te Egmond op den Hoef naar den kant van Baccum opmaarcheeren en alstoen wierd het gevecht met nog meer verwoedheid hervat, omdat deeze laatste poging over de voordeelen van dien dag beslissen moest. Nauwlijks waaren onze troepen, door het lang strijden afgemat, op de hoogte van Castricum weer vereenigd, HGMK Ledenbulletin 23, 1999

60

off zij wierden opnieuw teegen den vijand aangevoerd en deeden hem terugdeinsen, toen de Engelsche cavallerie boven den linkervleugel onzer linie kwam aanzetten en de infanterie, die in de vlakte van de duinen stond gevaar liep van in den rug te worden aan­gevallen. Het was reeds scheemeravond en den generaal Brune de noodzaakelijkheid gevoelende om zich uit deeze hagchelijke omstandigheid te redden, deed hij de Bataafsche hussaaren eene geschikte geleegenheid waarneemen om op de vijandlijke cavallerie aan te vallen. De kolonel van dat regiment, Quaita, volvoerde dit oogmerk onder ’t oog van den generaal en chef met zooveel beleid en kloekmoedigheid dat hij de Engelsche dragonders tot den aftogt noodzaakte17, hetwelk van dat gevolg was dat de vijandlijke infanterie meede agteruit moest deinsen en door de onzen, nietteegenstaande de duisternis, op eene aanmerkelijke afstand vervolgd werd. Evenals ’t middenpunt onzer armee gedurende den geheelen dag met zeer veel onverzaagtheid gestreeden had en bij welke geleegenheid alle de Bataafsche troepen opnieuw blijken van hun moed en beleid gaven, zoo ook gelukten het den Franschen generaal Gouvion op den linkervleugel ’s vijands oogmerken te veriedelen en ter geleegener tijd ons centrum bij te springen. Het verlies van onze zijde in deeze roemrugtige bataille, welke van ’s morgens ten 7 uuren tot des avonds ten 8en duurden, bestond in ruim 1.400 man dooden, gekwetsten en krijgsgevangenen, terwijl dat van den vijand, volgens zijne opgaave, ruijm 2.500 man bedroeg. Onder zijne gekwetsten bevond zich de generaal majoor Hutchinson.18 1 De kogels van de handvuurwapens waren in die dagen rond en uit lood gegoten. 2 Geweren en pistolen werden geladen met scherpe patronen en gereed gemaakt om mee te schieten. 3 In dit verslag wordt de indruk gewekt dat York op die zondag, de 6de oktober begon aan een massale, zorgvuldig voorbereide aanval, bedoeld om een doorbraak in de richting van Beverwijk, naar Holland op zijn Smalst dus, te forceren. Volgens de jongste opvattingen is deze voorstelling van zaken aan herziening toe. Het is waarschijnlijk dat York aanvankelijk slechts de bedoeling had om op die dag een aantal voorposten van het Frans-Bataafse leger aan te vallen, om betere uitgangsposities te verkrijgen voor een later te ontplooien groot offensief dat de beslissing in de veldtocht zou moeten brengen. Het toeval wilde dat die incidentele gevechten, die plaats hadden in Bakkum, Limmen en Akersloot, onbedoeld uitgroeiden tot een complete veldslag, waarin de beslissing viel van de bloedigste oorlog die ooit in Nederland is uitgevochten. De hele dag werd

De buurtschap Noorddorp in welstand, omstreeks 1790. Op de achtergrond is de kerk van Heemskerk te zien. Noorddorp lag aan de grote weg van Haarlem, via Beverwijk naar Alkmaar, die ook door de diligence werd bereden. (afb. 21) HGMK Ledenbulletin 23, 1999

61







HGMK Ledenbulletin 23, 1999

er in en bij Castricum en op het strand en in de duinen verwoed gestreden. Het zal nog uit het “Dagverhaal” van Frederik Vermooten blijken dat Russische tirailleurs verspreid opererende soldaten - er op een gegeven ogenblik in slaagden ten westen van Castricum vrij ver in zuidelijke richting door te dringen, tot bij Noorddorp en zelfs tot in Heemskerkerduin. Tot het laatst toe bleef de uitslag onzeker. Steeds weer leken de kansen te keren. Het dorp Castricum wisselde tijdens de gevechten een aantal keren van bezetter. En intussen was het begonnen te regenen en naarmate de dag vorderde regende het steeds harder. Maar de gevechten werden er niet minder om. 4 Franse divisiegeneraal. 5 Wij wezen er eerder op dat Bonhomme de 2e Bataafse Divisie leidde, sinds de divisiecommandant, generaal Dumonceau, gewond was geraakt. 6 Franse divisiegeneraal, commandant van de Franse 1e Divisie. 7 Bakkum. 8 Deze Franse divisiegeneraal heette Pachtod of Pacthod. 9 Buurtschap aan de Rijksstraatweg in de gemeente Heemskerk, 3 km ten zuiden van Castricum. 10 Hier gebruikt in de betekenis van blanke bajonetten. 11 Grenadiers behoorden tot de infanterie. De Russische grenadiers droegen een mijterachtig hoofddeksel, dat voorzien was van een metalen frontplaat. Er waren twee soorten mijters. Zie H. van Roo, in De lange herfst van 1799, 28 e.v. 12 Deze brug in de weg naar Limmen, de Vloysbrug genaamd, lag over het hier genoemde water, dat tegenwoordig Schulpvaart heet. 13 Barbou werd op 6 oktober op het slagveld aangesteld als divisiegeneraal. 14 Dit regiment zou tegen het vallen van de avond meedoen aan de beslissende BataafsFranse aanval, die onder leiding van kolonel Quaita stond. We hebben de mannen van dit Franse regiment al leren kennen als de dragonders met de paardenstaarten. Zie noot 1 bij 18 september 1799. 15 Kwam terecht in. 16 Nauwe doorgang. 17 Na elke veldslag of oorlog schijnt zich de behoefte te openbaren om vast te stellen wanneer het keerpunt in de strijd werd bereikt, het moment waarop de uiteindelijke afloop zichtbaar werd. Over de Slag bij Castricum bestaat dienaangaande geen twijfel. Nadat de uitslag van de gevechten lange tijd onzeker was geweest, werd de ommekeer teweeg gebracht door een charge met de blanke sabel van de Bataafse huzaren, daarin gesteund door twee Franse bereden regimenten. De operatie stond onder leiding van de commandant van het Bataafse Regiment Huzaren, kolonel Francis Quaita, een bekwaam officier van Italiaanse afkomst, die het later tot generaal zou brengen. Opperbevelhebber Brune had de huzaren al in de vroege ochtend als reserve opgesteld in de duinen ter hoogte van Noorddorp. Daar stonden zij nog toen de avond al begon te vallen. Over de rol die Brune bij de beslissende aanval heeft gespeeld bestaat onzekerheid. Sommige schrijvers gaan er vanuit dat hij zelf het bevel tot de aanval aan Quaita heeft gegeven. Die uitleg zal de ijdele Brune niet onwelgevallig zijn geweest. Later werd de mening verkondigd dat de opperbevel- hebber Quaita had gemachtigd om in de strijd in te grijpen als hij dat nodig vond (De lange herfst, 83). Toen Quaita dat tenslotte deed was het de Engelse cavalerie net gelukt om de Frans-Bataafse infanterie terug te dringen, waardoor het er dreigend begon uit te zien. Kolonel Quaita gaf zijn ondercommandant bevel met de huzaren te attaqueren. Meteen daarna liet hij de aanval blazen voor de twee Franse regimenten, het 10e Regiment Dragonders en de Jagers te paard. De infanterie riep hij met luider stem toe: “La cavalerie charge! Ne tirez plus! En avant, enfants de la patrie, battez la charge aux baïonnettes! Pas de charge! (De cavalerie valt aan! Niet meer schieten! Naar voren, kinderen van het vaderland, sla de trom voor de bajonetaanval! Aanvalspas!)” De schrijver Alberts heeft dan weinig woorden nodig om de verdere gebeurtenissen te beschrijven: “De huzaren vlogen vooruit (600 paarden!). De dragonders en de jagers volgden. De infanterie rende achter de paarden aan. Onder deze druk bezweken de Anglo- Russen en vluchtten naar het noorden. Bij Bakkum werd de achtervolging gestaakt, want toen was er geen hand voor ogen meer te zien. Er zijn bij deze laatste aanval vier paarden gesneuveld” (Alberts, 319 e.v.). Aan Quaita dus de eer. Toch deed toen ook het wel erg romantisch getinte verhaal de ronde dat de beslissende cavalerieaanval geleid was door generaal Brune persoonlijk. Schama, toch niet de eerste de beste, maakt er het volgende van: “Brune zelf verwierf zich een plaats in het pantheon der onsterfelijken door aan het hoofd van zijn ruiterij 62

Den 7e oktober 1799





Den 8e oktober 1799 Den 9e oktober 1799



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

de Britse linies aan te vallen, waarbij twee paarden onder hem vandaan werden geschoten”. Vooral de toevoeging van die paarden is natuurlijk heel mooi, maar eigenlijk wordt het betoog er juist daardoor niet geloofwaardiger op (Schama, 465). 18 Hutchinson raakte gewond in de vroege ochtend, tijdens de gevechten bij Akersloot. In zijn verslag aan de Britse regering schrijft York daarover: “I have sincerely to regret, that, in the course of the action, major-general Hutchinson received a musquet-shot wound in the thigh, which however, is not serious. (Ik betreur het oprecht dat in de loop van de actie generaal-majoor Hutchinson door een geweerschot een wond in de dij kreeg, die echter niet ernstig is)”. ’s morgens vroegtijdig kort op den anderen trokken hier met geforceerde marchen door 4.000 man Fransche infanterie naar ’t leeger. ’s Morgens 9 uuren passeerden alhier onderscheiden stukken metaale geschut en cascons, die in de actie van de voorigen dag verooverd waaren. Neevens dezelve zag men een aantal paarden en wagens met veelen Russiesche en Engelsche krijgsgevangenen, waaronder zig een aantal gekwetsten bevonden welke in de Gereformeerde, Roomsche en Lutersche kerken gebragt wierden. Deeze beschouwende, doorloopende en voor een ogenblik bij die ongelukkigen voorwerpen stilstaande, zag men een tafereel der ijsselijkheeden van den oorlog, ’t welk de menschheid doet beeven daaraan te gedenken. Daar zag men de schreuwende lijders armen en beenen afzetten1. Verder vond men zieltogende, voor wien geen hulp te vinden was, met de dood worstelende. Op een ander plaats zag men stervelingen wiens gezicht, neus en mond, jae het geheele kakement2 door ’t moordtoneel des oorlogs was verbrijseld geworden, dan wie kan langer zig bij die akelige vertooningen ophouden. Alleen zal ik nog zeggen, dat bij ’t uitgaan der Gereformeerde kerk3 men aanschouwer wierd van een aantal afgezette leedemaaten dier ongelukkige slagtoffers. Dienzelvde dag kwaamen hier nog door 350 Russen en Engelsche krijgsgevangenen en weederom wat laater nog 15 boerenwagens met Russen en Engelsche krijgsgevangenen, die meestal in gekwetsten bestonden en naar ’t Zuiderquartier getransporteerd wierden. Hierop volgden nog vijf ammunitiewagens, welke op dezelve verooverd waaren. Nog marcheerden hierdoor naar ’t leeger 2.000 man Fransch voetvolk. 1 Men dient hierbij te bedenken dat narcose en pijnstillende middelen onbekende begrippen waren. Het is daarom eigenlijk onmogelijk zich een voorstelling te maken van het lijden van de slachtoffers. Als de amputatie al geslaagd mocht heten, dan bezweek de patiënt nog vaak aan de wondkoorts die volgde. Antiseptische wondbehandeling en antibiotica lagen nog ver in het verschiet 2 Kaken 3 Bij het verlaten van de Grote Kerk. trokken hier weederom door 2.000 man Fransche infanterie naar ’t leeger. in den morgenstond tusschen 4 en 7 uuren, wierd alhier weeder een algemeen allarm geslagen teneinde zig dadelijk naar de vijandelijke armee te begeeven om den vijand met meer succes ’t hoofd te bieden, en dus algemeen te verjaagen. Alles was ogenblikkelijk op de been en de Franschen en Hollandsche militairen, welke zoo hier onder Velsen en Zandpoort laagen, trokken bij duijzenden hierdoor met ontelbaar geschut, ammunitie en wagens met proviant. Des morgens ten 10 uuren ontvong men de zeekere tijding dat de Engelschen en Russiesche armeen niet hadden goedgevonden om de Hollandsche en Franschen af te wagten, maar de stad Alkmaar bereijds hadden geëvacueert en verder naar haar oude stellingen agter de Zijp1 retireerden. Dit had evenwel ten gevolge dat veelen Russen en Engelschen in handen van onze armee als krijgsgevangen zig overgaven, dat met een aantal stukken canon en ammunitiewagens gevolgt wierd. Ten 11 uuren conformeerde2 alhier de gunstige tijding dat de Engelschen Hoorn verlaaten hadden en zij reeds haare troepen inscheepte. Op de middag ten 12 uuren wierden hier 20 Engelschen en Russen getransporteerd en in de Mennonite kerk gebragt. Ten 5 uuren weederom 150 Russen en Engelsche krijgsgevangenen, waaronder 40 à 50 vrouwlieden met zuigende kinderen. Onder deeze vrouwen bevond zich eene hoogzwangere welke dienzelvde avond alhier nog verlost wierd. Behalven deeze bevonden zig nog 3 zwangere vrouwen, die allen neevens de genoemde krijgsgevangenen in de Gereformeerde kerk behoorlijk van legplaatsen en ’t nodige voedzel verzorgt wierden. Bij deeze geleegenheid en ter verzorging dier ongelukkigen zag men weeder veelen der nog leggende gekwetsten met de dood worstelende. Eenen Rus kermende, welke beiden zijne beenen waaren afgezet en nog een aantal verbondene gekwetsten die met het grootste verlangen haar sterfuur waaren afwagtende. In de Lutersche kerk was dit tafereel van menschelijke elende niet minder. Dewijl behalven een aantal zwaar gekwetsten en verbondenen men onder dezelve reeds verscheidene bevond, die het leeven verlaaten en aan haare wonden overleeden waaren. Dienzelvde dag vertrok van hier weeder ’t hoofdkwartier naar Alkmaar. Des nagts tussen den 9e en 10e oktober 1799 kwam hier binnen onder het slaan der trommen een battaillon Frans 63

voetvolk uit ’t Zuiderquartier die, alvoorens zij eenige verregaande brutaliteiten en afpersingen van veele ingeseetenen gedaan hadden, met de morgenstond weeder naar ’t leeger vertrokken. 1 De Britten en Russen bezetten de Zijpe en vandaar liep hun hun verdedigingslinie in oostelijke richting over St. Maarten, langs Haringhuizen en verder naar Kolhorn. 2 Wij veronderstellen dat Frederik Vermooten hier “confirmeerde” bedoelt. Confirmeren = bevestigen. Den 10e oktober 1799 ’s morgens ten 7 uuren trokken hierdoor een ontelbaare meenigte boerenwagens beladen met provisie en andere noodwendigheid, waarop volgden onderscheijden groote karren met paarden bespannen, 1.000 man Fransch voetvolk en 300 Hollandsche ruiters; ten 8 uuren een terrein kanon- en ammunitiewagens; ten 9 uuren weeder eenigen ammunitie- en boerenwagens met proviant, alle naar ’t leeger. Ten 10 uuren wierden de voormelde 350 Russen en Engelsche krijgsgevangenen met de daarbij zijnde vrouwlieden, welke de voorgaande in de kerk1 overnagt hadden, getransporteerd onder behoorlijke escorte naar ’t Zuiderkwartier; nademiddag ten 4 uuren kwam hier binnen een battaillon Fransch voetvolk, welke naar zich wat ververscht te hebben weederom naar ’t leeger vertrokken; ten 1/2 5 uuren wierden hierdoor 280 Russen en Engelschen krijgsgevangenen met onderscheiden vrouwspersoonen naar Haarlem geëscorteerd; ten 6 uuren kwamen hierdoor 100 vrijwillige burgers van Rotterdam2, die voor eene nagt wierden geïnkwartierd en vervolgens weeder naar ’t Noorderquartier vertrokken. Welke geruste ogenblikken ondervond men thans. Veelen die staande het hoofdkwartier nog in haare huizen hadden kunnen blijven, egter geen rust op haare bedden hadden gehad, dog alleen door de sterke slaap overvallen zulks op eene simpele stoel verrigten moesten. Veelen burgers waaren in hunne eigene huisen door Fransche en Hollandsche militairen zeer mishandeld geworden. Hierbij door een genoegzaam gebrek aan veele leevensmiddelen zoo wierden een aantal boeren en tuijnders van haare voorraad van hooij, haver en stroo, zaad, erwten, aardappelen, jae koejen, schaapen en varkens, haar geheele bestaan uitmaakende, op eene verregaande wijze berooft en tot de uitterste armoede gebragt3. 1 De Grote Kerk 2 Zie noot 1 bij 4 september 1799. 3 Het staat vast dat Vermooten hier de waarheid geen geweld aandoet. Tegelijkertijd kan men er zich van overtuigd houden dat de Russen en Britten zich in het door hen bezette gebied geen haar beter hebben gedragen. Intussen rijst de vraag of de Bataafse legerleiding niet geneigd was de eigen bevolking althans enigszins in bescherming te nemen. Daarover hoeft men zich blijkbaar geen illusies te maken. In een brief van 25 augustus 1799, dat is twee dagen voor de landing, vraagt luitenant-generaal Daendels, commandant van de 1e Bataafse Divisie aan generaal Brune om er bij de Bataafse regering op aan te dringen voor de dorpen en steden van Noord-Holland de staat van beleg af te kondigen. Daarmee zou het hoogste gezag in dat gebied in handen van de militaire overheid worden gegeven. Daendels motiveert zijn verzoek met de mededeling: “Nous y rencontrons des obstacles multipliés et toujours renaissants de la part des municipalités pour les mesures nécessaires au cantonnement de nos troupes, de plus dans quelques endroits des orangistes de ce pays où ils sont assez nombreux. (Wij ontmoeten er van de zijde van de gemeentebesturen veelvuldige en steeds weer oplevende hinderpalen tegen over de noodzakelijke maatregelen ten behoeve van de inkwartiering van onze troepen, meer nog in enige plaatsen in dit gebied met Oranjegezinden, daar waar die nogal talrijk zijn)” (Koolemans Beijnen, Krijgsgesch. studie, 572). Wie dit leest vraagt zich allicht af hoe het Beverwijkse stadsbestuur er in het oordeel van de toenmalige gezagdragers is afgekomen. De Municipaliteit zal het gewaardeerd hebben dat haar in dit opzicht lof is toegezwaaid. L.C. Vonk,secretaris van het departementaal bestuur van Texel, die al in 1801, als een van de eersten de gewelddadige gebeurtenissen van 1799 heeft beschreven, prijst in zijn boek het “lofwaardig gedrag der Municipaliteiten van Haarlem en de Beverwijk” (II, 97). Hij herinnert aan de problemen waar een gemeentebestuur mee te maken krijgt “bij den doortogt eener geheele armee” en komt tot het lovende oordeel: “Dan, welke moeite en onaangenaamheden deze Municipalen ook in de uitoeffening hunner posten mogten ondervinden, zij bleven daar in volijverig en standvastig volharden”. De inspanningen van de stadsbestuurders van Beverwijk hebben blijkbaar ook de aandacht getrokken van het hoogste militaire gezag. We zullen nog zien dat opperbevelhebber Brune op 30 oktober de Beverwijkse Municipaliteit met een beleefdheidsbezoek vereerde, waarbij hij “eene dankbetuiging aan dezelve” uit- sprak “over haaren betoonden ijver en bizondere activiteit”. Of het lot van de bevolking ook ter sprake is gekomen, blijkt nergens. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

64

Wij laten nu als intermezzo het verslag uit 1799 volgen dat de Beverwijkse schoolmeester Broer Schermer ons in handschrift heeft nagelaten. Hij beschrijft daarin zijn ervaringen in Beverwijk in de tijd van 3 tot 9 oktober.



Merkwaardig was voor ons in deze steede (Beverwijk) de maand october Aº 1799 en verdiend altoos in geheugenisse te blijven wegens het geene van den 3e tot den 9e dito zo in als nabij dezelve is voorgevallen. Nadat het den Engelschen gelukt was op den 28e Augustus1 tusschen Calansoog2 en Huisduinen te landen en zich vervolgens van den Helder meester te maaken en verdere versterking, zo van hunne als Russche hulptroepen ontfangen hebbende, vielen er van tijd tot tijd tusschen deze en het vereenigde Fransche en Bataafsche leger verscheiden swaare gevegten voor, meestal in het noordelijkste gedeelte van Noordholland namelijk tusschen Alkmaar en de Helder. Verscheiden keeren zagen wij hier transporten van gevangenen Engelschen en Russen passeeren, hetgeen voor ons, als zulke vertooningen niet gewoon, een zeer vreemd verschijnsel opleverde, gelijk ook de groote menigte van Fransche en Bataafsche troepen, geschut en ammunitie enz. welke te vooren hierdoor naar Noordholland was gepasseerd. Dan op den 3e october bovengenoemd kwam hier des morgens zeer onverwagt het hoofdkwartier der Fransche en Bataafsche armee3 van den generaal en chef de Brune met de beide artillerijparken, de Fransche en Hollandsche, zijnde de regtervleugel onzer armee onder den generaal Daendels geretireerd tot Purmerend. Hierdoor geraakte deze plaats opgepropt met militairen, zo wel als de dorpen Heemskerk, Noordorp, Heemskerkerduijn, Wijk aan het Duin en Wijk aan Zee. Alle huizen liepen vol volk en echter moest er nog een groot gedeelte in de open lugt campeeren. Het weer was zeer ongunstig, daar het gestadig zeer sterk regende; dit veroorzaakte dat zij die niet in de huizen hun intrek konden neemen zich zo goed mogelijk in tenten moesten behelpen, welke zij van hout en takken van boomen (het welke ze overal afbraaken en hakten) te samen stelden en braaf hooij en stroo zogten te krijgen om op te kunnen liggen en rusten. Van alle noodwendigheeden gebrek hebbende en zederd verscheiden dagen in de open lugt hebbende moeten doorbrengen, veel ongemakken uitgestaan, geduurig tegen den vijand te hebben moeten vegten, waaren zij vermoeid, hongerig en dorstig. Het was voor ons burgers niet mogelijk hun behoorlijk te kunnen verzorgen. Dan zij maakten zich meestal zelve wel zo veel meester van alles dat ze konde bekomen, dat het veelen zeer groot nadeel heeft toegebragt, niet alleen van wegens het geene gemelde troepen nodig hadden maar wel meest doordien ze veele goederen hebben medegenoomen, verdorven enz. vooral van tuin- en aardvrugten4, hooij, stroo, haver en ander graan, als ook hout enz.. Dit duurde tot den 9e derzelver maand, als wanneer het hoofdkwartier weder van hier opbrak naar Alkmaar, blijvende toen hier nog al eenige troepen overig van hun die ter versterking der Fransche armee dagelijks arriveerden. Dan deze wierden van tijd tot tijd verplaast in het kamp dat tusschen deze plaats en het duin was gemaakt, op het land toebehoorende J. Beekman, nabij de herberg Nieuw Romen5.

Op dit kaartfragment van Wijk aan Zee en de naaste omgeving is de op het duin staande telegraaf te zien en ook de toegang tot het strand via de Relweg (hier aangeduid als Schulpweg). De kaart dateert van 1800. Zie noot 1 bij 27 augustus 1799. (afb. 22)

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

65



Aldergedenkwaardigst is, en behoord nooit vergeeten te worden, den zondag zijnde den 6e october. Des morgens om 7 uuren wierden wij ontsteld door het geluid van het gestadig schieten welke men hier hoorde, wordende toen onze en de Fransche troepen door de Engelsche op verscheiden plaatsen tegelijk aangetast, als te Akersloot, Limmen, Castricum en op het strand tusschen Egmond en Wijk aan Zee. De Engelschen avanceerden tot Dorregeest6 even buiten Uitgeest, langs het strand tot niet ver van de Rel7 een quartier uur benoorden Wijk aan Zee en hun centrum tot aan Noordorp daar voornamelijk in de duinen agter de hofsteede de Vlotter8 het hevigste gevogten wierd. De beweging welke hier plaats had van het marcheeren der troepen, geschut enz. was onbeschrijfelijk en verdoofde voor ons schielijk het geluid van canon- en musketschooten. Wij waaren in de grootste angst en vreesden voor den uitslag van deze swaare en gewigtige battallie, door welke, waare dezelve ten voordeele der Engelschen uitgevallen onze plaats waarschijnelijk tot een puinhoop zoude hebben geworden, daar zij doch dezelve vegtende zoude hebben moeten overmeesteren en het welke zeer beswaarlijk door de tegenstand der Franschen zoude hebben kunnen geschieden en er veel belang bij hadden om hun stand hier te blijven verdedigen. In deze benauwde omstandigheid, daar er reeds veele vrouwen en kinderen van hier waaren gevlugt, hoewel ik mijne kinderen bij mij had gehouden als hebbende geen occasie om hun naar elders te verzenden, resolveerde ik echter om drie van hun, als Kaatje en Bregje en Floris met de veerschuit te laten vertrekken naar Amsterdam om verder te zien waar ze konden te gang komen om eenige dagen te verblijven totdat het ergste gevaar wat voorbij mogte zijn. Jacob hield ik bij mij, Marijtje was toen te Twisk bij de zuster mijner overleden vrouw, Jannetje woonde bij F. Vermooten9 in deze plaats en Cornelis in dienst op de flotille10. Ik was geresolveerd het uitterste af te wagten en als ik oordeelde het al te gevaarlijk voor mij en Jacob wierd ook heen te gaan. Wij namen dus afscheid van elkanderen, niet zonder veel aandoening als vreezende of wij elkander wel weder zouden zien. En zo het de voorzienigheid had behaagd mij door deze omstandigheid uit dit leven weg te neemen zoude dit voor mijne kinderen een onherstelbaar verlies zijn geweest. Deze bedenking trof mij het meeste. Dan de Heere tot wien ik mijne smeekingen om hulp in de benaauwdheid dikwijls had opgezonden gaf nu gelijk mij meermalen heeft mogen gebeuren licht in de duisternisse en betoonde dus dat Hij onze gebeden nog weder wilde verhooren.



In den nademiddag zagen wij reeds een groot aantal gevangenen Engelschen en Russen, alsmede veele gekwetsten van dezelve hier binnen brengen, ook eenige gekwetsten van de Franschen. Onder de eerstgenoemde bevonden zich mede veele vrouwen en kinderen, zelfs zuigelingen. Ze wierden in de kerken geplaast, welke er alle vol van waaren. De gevangenen wierden den volgende dag vervoerd en de gekwetsten naderhand. Des avonds kwamen mijne drie genoemde kinderen weder terug doordien de veerschuit niet kon vaaren, hetgeene mij bijzonder wel te pas kwam wegens de drukte welke er toen weder door de terugkomende troepen ontstond en die zo bij mij als in alle andere burgerhuizen hun intrek namen, zodat wij er bij menigte hadden te vernagten en hun zo veel de omstandigheid toeliet verversching zogten te geven, hetgeen echter zeer beswaarlijk viel uit hoofde der schaarsheid van alle levensmiddelen welke bijna niet meer te bekomen waren, moesten ons dan eens met ongerezen tarwenbrood, dan eens met droog roggenbrood geneeren en hadden somtijds moeijelijkheden hierdoor met de militairen. Behalven diegeene welke donderdag den 3e dito en op dezen avond in huis drongen om hier te vernagten had ik nog officieren van de Franschen geïnquartierd als den 3e dito 7 of 8 zonder billiet die den 4e weder vertrokken. Toen kreeg ik drie andere met een billiet die tot den 8e dito bij mij zijn geweest. Dan dit waren zeer geschikte menschen daar wij het zeer wel mede hadden. Ook kreeg ik ‘s avonds van den 6e nog 2 gekwetste Fransche militairen welke mede den 7e dito vervoerd zijn. Zoveel ik mij kan herinneren heb ik op de twee genoemde dagen wel meer dan 200 man gehuisvest, welke meerendeels in het school sliepen en verder in de vertrekken in huis. Voor ons zelf bleef er bijna geen plaats overig en moesten ons of op een stoel of op wat stroo behelpen, zo wij wat rusten wilden en daardoor in 8 dagen niet uit onze kleederen zijn geweest.



Zeer veel blijdschap verwekte het ons toen wij ‘s avonds van den 6e october meergemeld vernamen dat de Engelsche en Russche armee met groot verlies was teruggeslagen, maar nog grooter wierd onze blijdschap toen wij dingsdag den 8e daaraanvolgende tijding kreegen dat de vijandelijke armee in aller ijl Alkmaar had verlaaten en weder tot in haar retranchementen11 was teruggetrokken, waarop toen dienzelven morgen het hoofdkwartier van den generaal de Brune met het grootste gedeelte der troepen en de artillerij enz. naer genoemde stad vertrokken, ook dat de nog aankomende versterking vervolgens naer het camp bij de herberg Nieuw Romen wierden gezonden. Het een en ander gaf ons een zodanige verligting dat wij

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

66

er ten hoogste door verheugd waren en God hartelijk dankten voor uitkomst ons zo spoedig verleend. Deze blijdschap wierd vervolgens nog meer bevestigd en bestendig toen ons de mare van de gesloten capitulatie12 ter oore kwam en welke hier op vrijdag den october13 bekend wierd en saturdags daaraanvolgende met muzijk en klokkengelui plechtig wierd bekend gemaakt. 1 De Engelsen begonnen met hun landing op 27 augustus. 2 Callantsoog. 3 Na het min of meer geslaagde Brits-Russische offensief van 2 oktober zag Brune zich gedwongen zijn hoofdkwartier van Alkmaar naar Beverwijk te verplaatsen. De wensen die de heren militairen in verband daarmee bij de Beverwijkse Municipaliteit kenbaar maakten logen er niet om. Zij verlangden de “nodige locaalen ... mitsgaders de benodigde bureaux”, benevens “logement voor alle de generaals en verdere staffofficieren”. Daaraan viel alleen tegemoet te komen door beslag te leggen op een “groot gedeelte der voornaamste huizen” (Resolutiën Municipaliteit, Oud archief Beverwijk 413). 4 Wortels, bieten, knollen, aardappels, e.d. 5 In de Franse tijd bevond zich op de westelijke hoek van de Zeestraat en de tegenwoordige Noorderwijkweg een herberg, genaamd Nieuw Romen of kortweg Romen. Toen Beverwijk een doorgangsplaats werd voor de Frans-Bataafse troepen die de strijd moesten aanbinden met de gelande Britten en Russen, verrees er ten westen van deze herberg het militaire kampement waarvan hier sprake is. 6 Buurtschap ten noorden van Uitgeest, aan de weg naar Akersloot. 7 Een geul in de zeereep, vlak ten noorden van Wijk aan Zee. De bewoners van het dorp konden hierdoor met paard en wagen het strand bereiken. 8 Deze buitenplaats was eigendom van de Amsterdammer Albertus Cornelis Schuijt. De naam De Vlotter was al in 1710 vervangen door Jagerlust, maar de mensen in de streek bleven toch hardnekkig de oude naam gebruiken. Een nieuwe eigenaar noemde de plaats in 1815 weer De Vlotter. 9 De dochter Jannetje van Broer Schermer was waarschijnlijk bij Vermooten in dienst. 10 Flottille; vermoedelijk bedoelt Schermer hiermee de Bataafse oorlogsvloot. 11 Tweede verschansing, waarachter men zich kan terugtrekken als de eerste linie verloren is gegaan. Het Brits-Russische leger had zich na de nederlaag bij Castricum op 6 oktober achterwaarts verplaatst tot bij Schagen en in de Zijpe achter daar aangelegde verdedigingswerken. 12 Hiermee wordt de overeenkomst bedoeld die op 18 oktober werd gesloten tussen de opperbevelhebbers York en Brune. 13 De datum is hier niet ingevuld. Er had moeten staan 18. Den 11e oktober 1799



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

wierden van hier 14 vrouwspersoonen en een Engelsman, welke laatste op de weg liep dwaalen, meede getransporteerd naar ’t Zuiderkwartier. Volgens onderscheiden informatiën en eenige mijner bekenden vrienden, welke dien dag haare nieuwsgierigheid voldeeden en inspectie naamen van allen die plaatsen weIke op den 6e october het toneel van verwoesting en jammeren van elende waar geweest, ontvong ik het volgende berigt ten deeze volgende: In de duijnen tusschen Castricum en Heemskerk op de weegen tusschen Limmen en Castricum laagen onderscheiden dooden, zoo Russen als Engelschen, alsmeede nog een aantal gekwetsen, waarvan eenige berijds met verlangen den dood afwagten en anderen van pijn en gebrek aan voedsel hunne klagten uitboesemden. Men had door ’t vlugten dier menschen en ‘t in requisitie stellen der boeren van gemelde dorpen niet in de geleegenheid geweest om die ongelukkigen op te zoeken of hulp toe te brengen. Edog dien dag was daar ordere op gesteld1, om zulks op alle mogelijke wijze te remedieeren. Te Heemskerkerduin2 zag men op de landen nog verscheiden tenten off hutten staan, die van hout, takken, blaaden, alsmeede van hooij en strooi, waarin ’t zaad nog was, tezamen gesteld. Verder komende tot aan ‘t eind van Heemskerkerduin ging men zich ververschen bij den huisman Hendk. Scheerman3, die ons verhaal deed hoedaanig veelen schaadens hij door den oorlog geleeden had en dat de militairen hem berooft hadden van hooij, zaat en alle zijne schaapen, dog dat hij dat lot met allen de boeren daaromstreeks gemeen had. Wijders verhalende dat hij met zijn zoon digt aan zijn huis op een duijn had gestaan, waardoor hij geheel aanschouwer van de bataille geweest was en duijzenden militairen had zien vallen. Jae dat hij de kogels tot digt aan zijn huis had zien nederkoomen. Beduidende wijders waar de slag het heevigst en een einde genoomen had. Men ging al wijders voort onder geleijde van den zoon van gemelde huisman tot het evengenoemde slagveld, zagen duijzende van waapenrustingen, wat verder 3 dooden Russen, al voortgaande honderden van patroontassen, patroonen met kogels en een berg van stukkende geweeren. 67

Transport van gesneuvelde militairen tijdens de Engels-Russische inval in Noord-Holland. De plaats waar het zich afspeelt is onbekend. De lichamen zijn ontdaan van de meeste kledingstukken, waarschijnlijk uit zuinigheidsoverwegingen. (foto 23)

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

Verder voortwandelende zag men weeder 2 dooden Russen. Eindelijk op een hogen duin gekoomen zijnde zag men een geheel magazijn van allerleij krijgstuigen, welke door de boeren opgezogt en aldaar bewaart wierden, zijnde ook teffens aangesteld om alle de gevonden lijken in ’t duijn te begraaven. Men meenden ter gedagtenis ’t een en ander van ’t gevondene en daar voorhanden zijnde iets meede te neemen, dog zulks wierd strengelijk verbooden en teegengegaan. Men avanceerden wijders door de duijnen tot aan ’t begin van ’t Noordorper Bosch, daar men een Rus vond leggen die zo ’t scheen levenloos was. Egter naderbij komende ontdekte men dat hij wel degelijk leefde en wijnig in de schouder en arm gekwetst was. Men bragt hem door middel van sterke drank zooverre dat hij overeind ging zitten. Men gav hem vervolgens een gedeelte van een boterham, die men stuksgewijze in zijn mond stak en die hij kauwde en doorslikte. Den chirurgijn daar bij toeval bijkoomende gav berigt dat hij verflauwt en verstijfd was, dog gezond van harte. Men bragt hem op de beenen en met behulp van eenige boeren in een nabij zijnde uitgeplundert boerenhuis, alwaar hij op een bankje wierd needergezet. Andermaal een boterham en drank gegeeven, daar hij alstoen een goede portie van gebruikte en door buigen en spreeken zijner alhier onverstaanbaare taal zijne hartelijke dank betuijgde. Wijders wierd hij bij gemelde chirurgijn te Castricum in huis gebragt, die hem in korte dagen volmaakt herstelde. Al verder voortgaande vond men weeder een doode Rus. Weijders koomende aan de plaats van den heer Schuijt4, zag men bezeiden gemelde plaats in de duijnen weederom ontelbare tenten of hutten. De plaats zelve van genoemde heer Schuijt was ontbloot van alle zijne scheeringen, kastens en houtwerk, ’t welk geheel was vernield of verbrand. De herberg te Noord-dorp was geheel leedig en van alles ontblood. De boeren daar omstreeks waaren van alles beroofd en geheel uitgeplunderd. Wijders vond men al voortwandelende op de laanen van den heer Hogendorp5 ontelbaare hutten of tenten waarin, zoo van de Houtweg6 digt aan deeze plaats tot aan het buitengoed van den heer Hogendorp, 3.900 Franschen en Hollandsche militairen geleegen hadden en 20 officieren, die met hunne bediendens op ’t heerenhuis van gemelde heer Van Hogendorp gelogeert hadden. Op de boerenlanden teegens het bosch den Eenhoorn7 stonden meede ontelbaare tenten welke met militairen belegt waaren. In ’t Wijkerveld8 op de hoek van de plaats van den heer Hogendorp en digt aan den dijk9 waaren meeden tenten geplaatst, alsmeede 3 stukken canon alwaar een behoorlijke wagt bij gesteld was. 1 Was daarvoor een regeling getroffen 2 Deze buurtschap, plaatselijk Het Duin genoemd, strekte zich toen bijna uitsluitend uit langs de Voorweg. 3 De boerderij van Scheerman stond nabij de aansluiting van de Duinweg op de Oudendijk. In de Heemskerkse duinen draagt een niet ver achter de zeereep gelegen vlakte de naam “Russisch vlak”. In die duinen is op 6 oktober strijd geleverd, waarbij ook Russen betrokken waren. Op een kaartje van Heemskerk uit 1869 in de Gemeente-atlas van Nederland van J. Kuyper staat bij de bewuste benaming bovendien 68

Den 12e oktober 1799

het jaartal 1799 vermeld. Blijkbaar herinnerde men zich toen nog bij welke gelegenheid de naam ontstaan was. 4 De buitenplaats Jagerlust, eigendom van A.C. Schuyt. 5 Gijsbert Karel van Hogendorp was eigenaar van de buitenplaats Adrichem. Zie de noot betreffende Adrichem bij de gebeurtenissen van 3 oktober 1799. 6 De Groote Houtweg liep van Beverwijk naar Noorddorp en maakte deel uit van de grote weg naar Alkmaar. Een gedeelte in Beverwijk heeft de oude naam behouden. De voortzetting van het oude tracé heet in Beverwijk Alkmaarseweg en in Heemskerk Rijksstraatweg. 7 De ligging van dit bos is niet bekend. 8 Met deze naam duidde men vroeger ook wel de polder De Wijkerbroek aan. Deze werd begrensd door de Hoflanderweg, de St Aagtendijk en de Heemskerker Zuidbroek (Van der Aa, Aardrijksk. woordenboek, dl. 12, 426). Adrichem was gelegen in de zuidwestelijke hoek van de Wijkerbroek, tegen de St. Aagtendijk aan. 9 De St. Aagtendijk. Zie afbeelding 27. kwaamen hier en in ’t land bij Roomen1 1.000 Franschen in campement. Het boschje aan de Mennonite kerk behoorende, daar digt aan grensende, wierd door de Franschen in requisitie gesteld, dat tot brandstoffen voor het camp moest verstrekken. Dienzelvden dag wierd ter deezer plaats veelen mannen en vrouwen door de Municipaliteit geprest, teneinde de leedigstaande huijzen van haare ijsselijke vuiligheden zooveel mogelijk te ontlasten. Dit moest ook geschieden omtrend de straaten, alwaar men op de meeste plaatsen met geen laarsen konde doorwandelen. 1 Hier lag het militaire kampement dat al ter sprake kwam in het verhaal van Broer Schermer, noot 5.

Een ander gedeelte van dezelfde kaart als gebruikt in afbeelding 22. Bij het woord “Roomen” bevindt zich aan de “zessprong”, de voormalige herberg Oud-Romen, later badhuis van Westerhout. Daartegenover, aan de noordzijde van de Zeestraat, staat de herberg Nieuw-Romen. Aan het “Galgenweggetje” vindt men het in het “Dagverhaal” vermelde exercitieveld. Op die plaats staat nu de “Goede Raadkerk”. (afb. 24) HGMK Ledenbulletin 23, 1999

69

Den 13e oktober 1799



Den 14e oktober 1799 Den 15e oktober 1799





Den 19e oktober 1799



HGMK Ledenbulletin 23, 1999

’s morgens 10 uuren trokken hierdoor 25 kanon-, kruit- en lootwagens1; ’s avonds ten 6 uuren nog 6 dito en verscheiden wagens met proviant, die naar zig wat ververscht te hebben naar ’t leeger vertrokken. Namiddag ten 4 uuren wierd alhier weeder voor de eerste maal godsdienst gehouden in ’t steedeschool, alzoo men zeedert eenige weeken geen gebruik van de Gereformeerde kerk had kunnen maaken. Werdende bij die gelegenheid voorgezongen uit psalm 42 verzen 3 en 5, zijnde de text psalm 93, werdende naegezongen psalm 25 vers 2. Ten zelve dage wierden hierdoor naar ’t Zuiderquartier geëscorteerd 44 Engelschen en 4 Russiesche krijgsgevangenen. 1 Lood diende als materiaal voor het gieten van geweer- en pistoolkogels. trokken hierdoor 40 Franschen jagers naar ’t leeger. trokken hierdoor een battaillon Franschen naar ’t leeger. Alsmeede 100 man Franschen soldaaten, welke eenige wagens veroverde geweeren en verdere krijgstoerustingen naar ’t Zuiderquartier transporteerden. 500 man Franschen welke alhier binnentrokken wierden gerenvoijeerd naar ’t camp bij Roomen en 4.000, welke reeds daar gecantonneert lagen, trokken ’s morgens ten 4 uuren van den 16e daaraanvolgende uit het camp over Wijk aan Zee langs de stranden naar het leeger. Blijvende dus nog een battaillon Franschen in ’t camp leggen. En degeene welke nog in deeze plaats laagen vertrokken meede naar ’t camp of het leeger op zeer weinigen nae. Dienzelvden dag van den 16e deezer wierden door onderscheiden inwoonders het kamp bezigtigd en doorwandeld, alwaar men ontelbaare tenten of hutten bevond, zoo kleinen als grooten van allerleij maaksels, die op reegels en vrij juiste ordre waaren aangelegt bij wijze van een dorp. Hier heerschte een volmaakte eensgezindheid, zoo onder de officieren als gemeenen1. Men kon daar van drank, brood en kaas behoorlijk verzorgt worden. De werkzaamheeden waaren meenigvuldig, daar zag men nog aan tenten werken, anderen lagen vuuren aan. Verder was beezig met het schoonmaken van groentens, andere plaatsen was men beezig de pot te kooken. Ook vond men onder dezelve een aantal vrouwen, die zig met wassen beezig hielden. Kortom dit leeverden de schoonste gezigten op, die men van die natuur verlangen konde. Des namiddags passeerden alhier 100 burgers van Haarlem, 3 affuitwagens met bom-keetels2 ieder met 12 paarden bespannen, naar ’t leeger. 1 Onder gemeenen verstaat men in de regel gewone soldaten. Het is niet duidelijk waar Frederik Vermooten de onderofficieren toe rekent. 2 Een affuitwagen is een rijdend onderstel waarop een stuk geschut is aangebracht. Een bomketel is een mortier waaruit men bommen schiet: holle, ijzeren met brand- of springlading gevulde kogels. De kogelbaan van dit werpgeschut vertoont een grote kromming. De hier genoemde bomketels moeten wel erg groot zijn geweest, gezien het aantal voorgespannen paarden. deed men algemeen weederom een wandeling naar ’t kamp bij Roomen. ’t Welk dien dag nog met 2 battaillons Franschen vermeerdert wierd, welke uit ’t kamp bij Wijk aan Zee geleegen hadden. Deeze 3 battaillons uit 3.000 man bestaande, formeerden op ’t land teegenover gemelde kamp1 ’t bataillon Quarré2. Maakten wijders nog eenige manoeuvres en wierden vervolgens georganiseert, zoo officieren als gemeenen naar haare merites3, waarnae zij den eed van getrouwheid deeden en alstoen aan hunn eenige nieuwe vaandels overhandigt, hetwelk gepaard gong van ’t allerheerlijkste musiek, werdende zulks verrigt in tegenwoordigheid van 2 collonels te paard. De Municipaliteit die op een gedistingueerde wijze hierbij waaren verzogt, hadden neevens veelen der aanschouweren hier meerder genoegen van dan toen zij met het hoofdquartier belast wierden. Dienzelvden datum, ofwel den 18e october bevoorens, ontvong men alhier de gewigtigen tijding omtrend de capitulatie4, die zeekerlijk in den beginne gunstiger wierd opgegeeven dan dezelve weesentlijk is afgeloopen en die genoeg bekend zij dan hieromtrend eenige aanhaalingen van te laaten volgen. 1 Dit tegenover het kamp bij Roomen gelegen terrein lag vermoedelijk aan de zuidzijde van de Zeestraat. 2 Frederik Vermooten tobt wel eens met de spelling van de woorden. Hij zal hier het oog hebben op de vorming door de militairen van een carré, de opstelling in een vierkant. 3 We vermoeden dat de militairen opgesteld werden volgens hun verdiensten in de strijd. 4 De Nederlandse tekst van deze capitulatie, de overeenkomst die op 18 oktober gesloten werd tussen de opperbevelhebbers York en Brune, vindt men in Vonk, Geschiedenis der landing van het Engelsch-Russisch leger in Noord-Holland, II, 173 e.v.

70

Den 20e oktober 1799

wierd alhier namiddags ten 2 uuren de gereformeerde godsdienst gehouden in de Mennonite kerk, dewijl de Gereformeerde nog onbruikbaar, dewijl dezelve thans gebruikt wierd tot een magazin van haver, hooij en strooij. Werdende bij die geleegenheid voorgezongen uit psalm 77 vers 6, de text uit psalm 64 en nagezongen psalm 1241. Dienzelvden dag kwaamen alhier uit het Noorderquartier 129 Franschen soldaaten, die voor een nacht wierden geïnkwartierd en des morgens vertrokken naar ’t Zuiderkwartier. 1 Het spreekt vanzelf dat de hier vergaderde Beverwijkers het einde van de oorlogs- dreiging met een zucht van verlichting hebben begroet. Het ziet er ook niet naar uit dat zij erg sympathiek hadden gestaan tegenover de pretentie van de Engelsen, dat zij gekomen waren om de Hollanders te bevrijden van het Franse juk. De keuze van psalm 124, waaruit wij de verzen 1 en 2 laten volgen, leert wel anders:

Dat Israël nu zegge, blij van geest: Indien de Heer, die bij ons is geweest; Indien de Heer, die ons heeft bijgestaan, Toen ‘s vijands heir en aanval werd gevreesd, Niet had gered, wij waren lang vergaan.



Dan hadden zij ons leevendig vernield; Hun heete toorn had ons gewis ontzield; Bedolven in een’ diepen jammervloed: Dan had een stroom, dien niemand tegenhield, Ons gansch versmoord, had God het niet verhoed.

Buiten de kerk gaf men op wat alledaagser wijze uiting aan zijn vreugde. In het Letteroefenend Gezelschap van Beverwijk rijmde een lid met de nodige realiteitszin:

Nog klinkt U ‘t grof geschut in de ooren, Bij ‘t klettren van ‘t musketten-vuur; Nog staart ge, ô Burgers! van uw tooren, En reekent, hoe gij ‘t volgend uur, Uw Stede ligt zult zien verkeeren, Uitplondren en tot asch verteeren.’ A. Loosjes Pz.

Den 21e oktober 1799 Den 22e oktober 1799 Den 22e oktober 1799

Den 24e oktober 1799 Den 25e oktober 1799

Den 26e oktober 1799

Den 27e oktober 1799 HGMK Ledenbulletin 23, 1999

’s namiddags ten 2 uuren kwaamen alhier uit het Noorderkwartier 80 Fransche jagers te paard, welke weederom voor eenen nagt wierden gebillietteerd en wijders vertrokken naar ’t Zuiderquartier. kwamen hierdoor 12 boerenwagens allen gelaaden met Hollandsche, Franschen, Engelschen en Russen geweeren, die op onderscheiden plaatsen waaren bijeen verzameld en naar het Zuiderkwartier getransporteerd wierden. heeft den magazijnmeester Van Hamelsveld, geïnkwartierd zijnde bij den secretaris Ogelwight1, zich op een moordaadige wijze, nog in ’t bed leggende, in den arm gesneeden, alsmeede eenige wonden in den hals en keel toegebracht, in welke situatie, den meijd hem willende oproepen, aldus gevonden wierd. Naardat zulks verbonden was en hij nae 3 à 4 dagen verwijl alle hoop zig opdeed om weeder volmaakt te herstellen, rukte hij in den nagt het verband weeder van de wonden en den 28e daaraanvolgende was hij reeds overleeden. 1 Frederik Vermooten vermeldt dit voorval waarschijnlijk minder om de persoon van Van Hamelsveld, dan wel omdat het plaats vond in het huis van de stads-secretaris. trokken hierdoor 20 artilleristen te paard met 26 zoo kanon als cascons naer het Noorderquartier. En dienzelvden dag nog 2 battaillons welke van ’t Zuiderquartier nog kwaamen opmarcheeren, wierden gedetacheerd naar ’t kamp bij Roomen. alweederom een battaillon Franschen die ook meede naar ’t kamp geweesen1 wierden. 1 Verwezen. ’s namiddags ten 3 uuren marcheerden hierdoor 80 vrijwilligers, zijnde burgers van Haarlem, dog welke onderweegen contra-orders ontvongen om zig direct weeder naar haare stad te begeeven. Dienzelvden dag arriveerden alhier uit het Noorderquartier 25 zoo kanon-, kruitals kogelwagens met 60 man, die voor eenen nagt wierden geïnkwartierd en den volgende morgen vroegtijdig vertrokken naar ’t Zuiderquartier. ’s morgens ten 11 uuren brak alhier ’t kamp bij Roomen en Wijk aan Zee op, die tot een corps de réserve1 gediend hadden en in 8.000 man bestond, trekkende daarvan 900 man naar 71

Heemskerk. 1.520 Bleeven alhier in de leedig staande huisen, waarvan de officieren bij de gegoedste burgers wierden geplaatst en de overige marcheerden naar ’t Zuider-quartier. Intusschen zal ik alhier nog aanhaalen, dat bij die geleegenheid 2 vaandels met de daarbij behoorende officieren bij den heer Schouten de Waal op Oud-Meerenstein wierden geplaatst. Dan welke heer daarover zeer te onvreeden was hadd zelve in dien tusschentijd zig van eenige bedden en leevensmiddelen ontdaan als niet gedagt hebben­de zooveel inkwartiering meerder te ontvangen. Dan dit wierd door den hoofdofficier dier vaandels zoo kwaad opgenoomen, dat zij een ander kwartier opzogten en den heer De Waal 100 gemeenen in plaats gaven. Behalven de leedige huisen waaren in de environs op de geëvacueerde buitenplaatsen als Scheijbeek, Akerendam en anderen 300 à 400 man geleegen. Ook zal ik teffens aanmerken dat de resteerende troepen van ’t kamp niet verder wierden gedepêcheert als Wijk aan Zee, Zandpoort en Velzen tot eene nader ordere. Dienzelvden dag kwaamen hier 120 Haarlemmer burgers van Alkmaar, welke nae zig wat ververscht te hebben weeder uitmarcheerden nae eerstgemelde stadt2 1 Reservekorps 2 Met de “eerstgemelde stadt” wordt Haarlem bedoeld. e Den 28 oktober 1799 trokken hierdoor 36 Fransche jaagers te paard, die naer een korte wijl zig opgehouden te hebben vertrokken naar ’t Noorderquartier. Den 29e oktober 1799 op de middag ten 12 uuren trokken hierdoor 3.000 man Fransche troepen, met 2 cascons en twee leegerwagens naar ’t Zuiderquartier. Op dato ’s namiddags ten 4 uuren 25 lijfguardes van den generaal Bruune1 die meede naar ’t Zuiderquartier vertrokken. 1 De juiste schrijfwijze is Brune. Den 30e oktober 1799 ’s avonds ten 8 uuren retourneerde alhier den generaal Brune met zijn gevolg van officieren en 40 zijner lijfguardes1 uit het leeger, welke vervolgens met eenige zijner officieren een bezoek afleggde bij de Municipaliteit, welke op ’t huis der gemeente2 vergaderd was. Hij deed verder eene dankbetuijging aan dezelve, over haaren betoonden ijver en bizondere activiteit. ’t Welk door dezelve op de best mogelijke wijze wierd beantwoord. Naar ’t gebruik van eenige glaasen3 rode wijn, nam dezelve afscheijd en vertrok met zijn gevolg naer Haarlem. Des avonds laat kwaa­men hier nog binnen 30 jagers te paard, welke voor eene nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken naar ’t Zuiderquartier. 1 Lijfgardes, belast met de bewaking van de generaal. 2 Stadhuis. 3 Naar = na. e Den 31 oktober 1799 ’s morgens tusschen 11 en 12 uuren trokken hierdoor 2 battaillons Fransche troepen, alsmeede nog 80 kanon, cascons en leegerwagens met 200 man, allen naar ’t Zuiderquartier.

Zilveren herdenkingspenning, uitgegeven in 1799 na de slag bij Castricum. Op het schildje in het midden staat: “De Britten en Russen te Kalans-oog geland 27 Aug. - 18 Sept. 1799”. Op de achterzijde prijkt het gedicht: “Gods wonderbaare hand! Verloste Nederland; Door Brune’s kort beraaden, En der Bataven moed! Waardoor der roov’ren stoet, Nu smeekt om lyfs-genaaden.” (afb. 25)

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

72

Den 1e november 1799

trokken hierdoor ’s middags ten 12 uuren 80 kanon en cascons, waarbij 290 man en ten 2 uuren 300 hussaaren allen naar ’t Zuiderquartier. Nog wierd ten zelve dagen alhier geëscorteerd en getransporteerd den krijgsgevangen Engelse generaal Knox1 naar ’t Zuiderkwartier. 1 Frederik Vermooten geeft een verkeerd beeld van de positie waarin generaal- majoor Knox verkeerde. Tot zijn verontschuldiging kan aangevoerd worden dat hij wellicht door gebrek aan informatie niet in staat is geweest om de komst van Knox in het juiste perspectief te zien. Knox had in oktober in Alkmaar namens de hertog van York onderhandeld met een vertegenwoordiger van Brune over beëindiging van de strijd in Noord-Holland. Die gesprekken leidden tot de “Capitulatie” van 18 oktober, waarmee een eind kwam aan de vijandelijkheden. Zie noot bij 19 oktober 1799. In die overeenkomst was o.a. vastgelegd dat de Engelsen 8.000 Franse en Bataafse krijgsgevangenen uit vroegere gevechten zouden vrijlaten. Generaal-majoor Knox zou bij het Franse leger blijven, als waarborg voor de nakoming van dit artikel. Een krijgsgevangene kan men hem echter niet noemen. Knox zal wel naar Den Haag zijn gebracht, naar het hoofdkwartier van Brune, waar hij ongetwijfeld met alle egards is behandeld. De heren opperofficieren meenden het aan hun stand verplicht te zijn om, dwars door de partij- en frontlijnen heen beleefd met elkaar om te gaan. Den 2e november 1799 ’s morgens ten 11 uuren trokken hierdoor 400 Fransche dragonders en 24 canon en cascons, waarbij 120 man. Nademiddag ten 2 uuren 300 Hollandsche hussaaren en 6 cascons waarbij 14 man, alle naar ’t Zuiderquartier. Den 3e november 1799 ’s morgens half 10 uuren trokken hierdoor 420 Waale dragonders, tusschen 11 en één uuren 3.000 man Franschen en 50 kanon-, kruit- en lootwagens, waarbij 150 man, welke nae zig wat ververscht te hebben alle naar ’t Zuijderquartier vertrokken. Tegens den avond 100 Rotterdamsche vrijwillige burgers van Rotterdam die meede naar ’t Zuiderquartier vertrokken. Den 4e november 1799 kwamen hier binnen 3 battaillons Fransche troepen die, alvoorens eenige verversching gebruikt hebbende, hunnen marsch naar ’t Zuiderquartier vervolgden. Den 5e november 1799 ’s morgens ten 10 uuren trokken hierdoor een battaillon Franschen naar ’t Zuiderquartier. e Den 6 november 1799 een battaillon als vooren na dito1 1 Naar hetzelfde (gebied) e Den 7 november 1799 een detachement Hollandsche ruiters te paard naar ’t Zuiderquartier. Den 8e november 1799 ’s morgens ten 11 uuren trokken hierdoor 80 Fransche jagers te paard. Ten 12 uuren kwamen hier binnen 2 battaillons Franschen, welke naar zig wat ververscht te hebben weeder van hier naar ’t Zuiderquartier vertrokken en ’s namiddags ten 2 uuren nog 400 Hollandsche soldaaten, meede naar het Zuiderkwartier. Den 10e november 1799 ’s morgens ten 11 uuren trokken hierdoor 900 Franschen, welke zeedert 27 october aldaar hadden gecantonneerd geleegen, almeede naar ’t Zuiderkwartier. Dit wierd gevolgt van nog 100 granadiers daarbij behoorende, welke ter deezer plaatse geleegen hadden. Den 11e november 1799 ’s morgens ten 12 uuren trokken hierdoor 38 kanon en cascons, waarbij 150 cavalleristen te paard. Nademiddag ten 2 uuren nog 300 Hollandsche jagers, alle naer ’t Zuiderkwartier.

Tegeltableau met een voorstelling van de inscheping van de Engelsen en de Russen in oktober/november 1799 bij Den Helder. Het gebouw rechts is het logement “Het wapen van Haarlem”. Geheel links bevindt zich het portret van de hertog van York, rechts dat van generaal Brune. Dit tableau is aanwezig in de keuken van het museum Willet-Holthuysen te Amsterdam. (afb. 26) HGMK Ledenbulletin 23, 1999

73

Den 12e november 1799

2

Den 13e november 1799 Den 14e november 1799

Den 17e november 1799 Den 20e november 1799

Den 22e november 1799 Den 23e november 1799 Den 24e november 1799 Den 25e november 1799 Den 26e november 1799



Den 27e november 1799





HGMK Ledenbulletin 23, 1999

wierd alhier in ’t logement de Doelen1 door den castelijn Arie van Suijlen 80 Russen en Engelsche paarden in publicque veijling verkogt, welke door gebrek aan voedsel door de Engelsche waaren agtergelaaten. Dien namiddag wierd alhier met alle honneurs en de meesten distinctie2 een Fransche capitain op ’t kerkhof ter aarde besteld. 1 We merkten al eerder op dat dit logement op de noordelijke hoek van de Breestraat en de Hobbesteeg stond. Met alle eerbewijzen en de meeste achting. namiddag ten 2 uuren trokken hierdoor 200 Hollandsche jagers, welke bij de Engelschen waaren krijgsgevangen geweest, almeede na’t Zuiderquartier. ’s morgens ten 11 uuren kwaamen hier binnen 3 battaillons Franschen, welke naer zig wat ververscht te hebben, weederom naer het Zuiderkwartier vertrokken. Juijst ter zelver tijd dat gemelde 3 battaillons hier waaren binnen gemarcheerd kwamen de 2 battaillons die hier nog laagen van ’t exerceerveld1 marcheeren. Dus zag men op de Breestraat 5 battaillons tegelijk, ’t welk een aanzienlijk partijtje menschen uitmaakte. 1 Hier werd door militairen exercitie bedreven: marcheren en andere bewegings oefeningen, maar ook het oefenen met wapens. Het exercitieveld lag aan de Galgenweg. Op een van de afgebeelde fragmenten van de kaart van de Linie van Beverwijk uit 1800 staat het aangegeven: afbeelding 24. ’s namiddags ten 2 uuren kwaamen hierdoor 12 Engelsche krijgsgevangenen matroosen en een vrouwspersoon, welke door eenige Franse jagers getransporteerd wierden. Dienzelvde dag zijn de laatste Engelsche en Russen van ons grondgebied vertrokken. ’s morgens ten 9 uuren trokken hierdoor 50 artilleristen, welke van den 27e october op Scheijbeek of plaats van den heer Temminck1 geleegen hadden, moetende naar de Helder. Ten elf uuren trokken hierdoor 360 Fransche jagers te paard naer het Zuiderquartier. 1 Mr. Matthias Temminck (1734-1814) was lange tijd advocaat te Amsterdam. Temminck had tot 1787 zitting gehad in de Amsterdamse vroedschap. Hij stond bekend als Patriot en anti-Oranjegezind. Na het herstel van de stadhouderlijke macht door de Pruisen, werd hij samen met zestien andere Raden door Willem V geremoveerd, dat wil zeggen uit de vroedschap verwijderd. Financiële schade heeft Temminck daar kennelijk niet door opgelopen. In 1792 kocht hij Scheijbeeck voor f 37.000. Hij deed het weer van de hand in 1800, vermoedelijk omdat hij intussen naar Leiden was verhuisd (Elias, De vroedschap van Amsterdam). ’s morgens 10 uuren kwamen hier binnen 3 battaillons Franschen, welke naer zig wat ververscht te hebben weeder vertrokken naar ’t Zuiderquartier. trokken hierdoor 150 Fransche jagers te paard alsvooren. ’s morgens ten 11 uuren kwamen hier binnen 3 battaillons Franschen, welke naar zich wat ververscht te hebben weederom naar het Zuiderkwartier vertrokken. trokken hierdoor 100 Hollandse ruiters van de zwartkleppen en 2 battaillons Hollandsche soldaaten van de roodkleppen, waarvan een battaillon dadelijk doormarcheerde en ’t anderen eenige verversching gebruikte waarnae zij meede naar ’t Zuiderquartier vertrokken. trokken hierdoor 400 Hollandse zoldaaten van de geelkleppen, alsvooren. Dienzelvde dag wierd door voorengemelde castelijn Arie van Zuijlen in ’t logement den Doelen, weederom 90 Russen en Engelsche paarden verkogt. kwamen hier opmarcheeren een battaillon Franschen welke te Wijk aan Zee geleegen hadden. Deezen, neevens de 2 battaillons die alhier nog gecantonneert lagen, marcheerden met malkander en tegelijk naar Amsterdam en vervolgens naar Braband. Welk een vreugde, welk een genoegen dit aan de burgers en ingezeetenen deezer plaats veroorzaakte is zeer ligt te beseffen. Veelen waaren van alles beroofd geworden. Onderscheiden huizen en wooningen waaren onkenbaar geworden, dewijl uit verscheijden vengsters, deuren, zolders en vloeren waaren uitgebrooken en aan de vlammen opgeoffert. Kortom iemand bevoorens de plaats gekend hebbende zoude in deeze tijden gezegt hebben het is de Beverwijk niet meer. Gelukkig, ja mirakuleus zijn wij nog voor brand bewaard gebleeven. Hoezeer men naar ’t vertrek der troepen op onderscheiden plaatsen door het verbaasende en zwaare stooken van vuuren ontwaarden dat bereijds beginselen van brand ontstaan waaren, dog die zij zelve geblust hadden1. Dit hadde meede in ‘t bizonder plaats gehad op ’t huis Akerendam, alstoen behoorende aan den heer Gt. Hooft Gz., welken heer dan ook door alle die onaangenaame gebeurtenissen dezelve op den 20e januari 1800 in Amsterdam publicq deed verkoopen2, voor eene somme van ƒ 13.100. De opgaaven van schaadens enkel ten behoeve van noodlijdende ofwel de zodanige die zig onmogelijk konde herstellen3, monteerde voor de Beverwijk ruijm ƒ 12.000 en Wijk aan Duijn ƒ 7.641.6. Dan in aanmerking genoomen dat door den heer De Veer, op de plaats genaamt Westerhout, geene schadens voor Wijk aan Duijn zijn opgegeeven. Dan moet men 74

Den 27e november 1799 Den 4e december 1799 Den 5e december 1799

Den 6e december 1799

zeeker wel sustineeren dezelve 4 maal zooveel zoude beloopen hebben. Volgens gecertificeerde opgaaven bij de Municipaliteit rendeerde de schadens van hooij, strooij en haver in de Beverwijk ruijm ƒ 13.000. 1 Van massaal kappen van bomen en slopen van houtwerk uit huizen en andere bouwwerken en van het “verbaasende en zwaare stooken van vuuren” wordt ook uit andere delen van het oorlogsgebied melding gemaakt. Die berichten zijn niet los te zien van de uiterst onaangename weersomstandigheden die tijdens de strijd van 1799 in Noord-Holland heersten. De herfst van dat jaar onderscheidde zich door koude, veel wind en opvallend zware regenval. Er is niet veel fantasie voor nodig om zich voor te stellen hoeveel moeite de soldaten van alle partijen moesten doen om zichzelf te verwarmen en om hun uniformen, laarzen en uitrustingsstukken te laten drogen. Bedenken we dan ook nog dat het vechten in drassig polderland, doorsneden van sloten en vaarten, menige soldaat natte voeten zal hebben bezorgd, dan wordt het eens te meer duidelijk dat er wel eens behoefte bestond aan wat warmte. Dat er erg veel ziektegevallen in het leger van York, maar ook bij de strijdmacht van Brune voorkwamen, zal nu ook niemand meer verbazen 2 In openbare veiling liet verkopen. 3 Vergoeding van de geleden schade werd dus alleen in het vooruitzicht gesteld van degenen die zelf financieel niet in staat waren om tot herstel over te gaan. ’s morgens ten 10 uuren trokken hier nog door 230 Hollandsche soldaaten van de geelkleppen nae ’t Zuiderquartier. op de middag ten 12 uuren kwam hier binnen een Hollandsch battaillon van de 4e 1/2 brigade, die nae zig ververscht te hebben vertrokken na ’t Zuiderquartier. kwam hier binnen een battaillon Hollandsche troepen, behoorende onder de 4e 1/2 brigade, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken naar ’t Zuiderquartier. Dienzelvde dag passeerden alhier 350 Hollandsche soldaaten van de geelkleppen, welke naar Noordholland vertrokken om aldaar guarnisoen te houden. ’s namiddags ten een uuren trokken hierdoor 22 kanon- en ammunitiewagens waarbij 132 artilleristen na ’t Zuiderquartier, zijnde dit de laatste expeditie welke voor ’t leeger gediend hadde. Dus volgt hier de sterktens van ’t leeger zoo voet als paardenvolk alsmeede kanon- en ammunitiewagens welke naer ’t leeger en weederom nae ’t Zuiderkwartier zijn doorgemarcheert en geïnkwartierd geweest zeedert 9e januari tot den 6e december 1799 ingeslooten:

39.802 infanterie met de artilleristen en rijknegts na ’t leeger1 4.059 cavallerie of paardenvolk 565 ammunitie2 en stukken kanon

weeder retour naar ’t Zuiderkwartier: 28.887 hoofden3 met de artilleristen en 2.470 cavallerie 351 ammunitie met kanon dus totaal heen en retour door deeze stede Beverwijk getrokken en geïnkwartierd geweest: HGMK Ledenbulletin 23, 1999

68.689 hoofden voetvolk 6.529 paardenvolk en 916 geschut en ammunitie

behalven de wagens en karren nog die hier dagelijks doorreeden met allerleij behoeftens en leevensmiddelen, welke niet te beschrijven waaren. Nog zal ik hier bijvoegen dat de meeste burgers in dit jaar, zeeker over de hondert militairen hebben gelogeert gehad. Ja voor een, 2, 4 en 14 dagen sommigen de kost hebben moeten geeven. 75

1 De

hier genoemde artilleristen en rijknechten kwamen blijkbaar niet te paard.

2 Ammunitiewagens.

3 Personen. wierd ’t avondmaal der gereformeerde godsdienst in de Lutersche kerk gehouden. wierd op order van ’t tegenwoordige bestuur door de gansche Republicq een algemeen feest gehouden, bij welke geleegenheid in de Lutersche kerk door den burger Agge Kool Jbz. ter requisitie1 der Municipaliteit een zeer toepasselijke en juiste redenvoering naar tijdsomstandigheeden wierd gedaan, die een algemeen genoegen aan de toehoorderen opleeverde. 1 Op verzoek.

Den 15e december 1799 Den 19e december 1799

e Den 1 januari 1800

wierd in de Gereformeerde kerk1 naar de landing der Engelse en Russen voor de eerste maal godsdienst gehouden. Hiermeede zullen het jaar 1799 sluiten en daarmeede een einde maaken van dit rampzalig moordjaar en gebeurtenissen die ’t menschdom doet ijssen, welke ongelukkigen en woedende gevolgen zulks gehad heeft. 1 Grote Kerk. e Den 17 februari 1800 kwaamen hier nademiddag ten een uuren 60 Hollandsche soldaaten van de roodkleppen en 15 ruiters van de blauwkleppen, welke tot nader order in de barak1 wierden gelegt. 1 Het stadsbestuur had verscheidene gebouwen in gebruik genomen als “barak of caserne”, om daarin militairen onder te brengen. Het is niet duidelijk welk gebouw Frederik Vermooten hier bedoelt. Den 22e februari 1800 kwaamen hier de luitenant collonel directeur Krajenhoff met nog 5 ingenieurs, welke gelast waaren van ’t Gouvernement tot het aanleggen van batterijen, welke zig zoude uitstrekken in een linie beginnende van ’t oud casteel Oosterwijk 1/4 uur van de Beverwijk tot aan Wijk aan Zee. In welke linie zijn aangelegt geworden 33 batterijen, die alle van een zeer groote omtrek zijn, zijnde onder dezelve eenige die met de daarbij aangelegde gragten meer dan een morgen land beslaan. Zijnde bij de batterij No. 15 tot een gedenkteeken der battaille van den 6e october een zuijl of toepasselijk monument opgerigt1. 1 De Linie van Beverwijk. Luitenant-kolonel C.R.T. Krayenhoff, in 1799 directeur der “Hollandsche Fortificatiën, Defensie- en Artificiële Inundatiën”, is letterlijk vanaf het allereerste ogenblik bij de strijd in Noord-Holland betrokken geweest. Toen de landingen van de Engelsen begonnen stond hij op het duin ten noorden van Callantsoog, bij de telegraaf, halverwege de Groote Keeten en de Kleine Keeten en keek toe. Ruim dertig jaar later dacht hij nog met bewondering terug aan deze landings- operatie. Hij oordeelde toen: “Nimmer zag men meer orde en betere uitvoering”. Krayenhoff was een uiterst bekwame man, die in 1799 eigenlijk nog maar aan het begin van zijn carrière als vestingbouwkundige stond. Het doet er in dit verband natuurlijk niet toe, maar terloops willen wij toch opmerken dat dr Krayenhoff aanvankelijk als arts in Amsterdam een geneeskundige practijk had uitgeoefend. Aan zijn patriotse sympathieën hield hij een vriendschap over met de zeer actieve, maar nogal ongedurige Daendels. Wanneer een Frans leger onder Pichegru in december 1794 over de bevroren rivieren de Republiek binnendringt en in de volgende dagen verder het land bezet, acht Daendels het tijdstip gekomen om actie te ontketenen. Hij zendt Krayenhoff naar Amsterdam “om de revolutie in deze stad daar te stellen”, dat wil zeggen om het daar zittende, aan de stadhouder getrouwe stadsbestuur duidelijk te maken dat het dient op te stappen. De niet bang uitge- vallen, in een Frans officiersuniform gestoken Krayenhoff weet burgemeesters en garnizoenscommandant ertoe te bewegen hun plaatsen ter beschikking te stellen van het Amsterdamse revolutionaire comité. Zich zelf roept hij uit tot militair commandant van de hoofdstad. Die gebeurtenissen, die zonder geweld verlopen, voltrekken zich op 18 januari 1795, niet geheel toevallig ook de dag waarop stadhouder Willem V naar Engeland vlucht. Twee dagen later is de voorhoede van het Franse leger in Amsterdam. Zou de Heemskerkse gemeenteraad wel van dit revolutionaire, voor veel Oranje- gezinden uit die tijd landverraderlijke optreden geweten hebben, toen spontaan het besluit werd genomen om aan een nieuwe laan in de gemeente de naam van Krayenhoff te geven? Het is geen gegeven om lang bij stil te staan. Onder het bewind van koning Willem I komen wij Krayenhoff ook tegen, nu als Inspecteur-generaal van Fortificatiën, met de rang van luitenant-generaal. De koning is zelfs zo tevreden over Krayenhoff, dat hij hem in 1815 in de adelstand verheft met de titel van baron. De loopbaan van de nieuwe baron viel in die dagen helemaal niet uit de toon. Tal van Nederlandse prominenten hebben hun diensten aan de elkaar soms snel opvolgende machthebbers aangeboden, zonder dat de tijdgenoten zich er druk over maakten. Misschien komt het HGMK Ledenbulletin 23, 1999

76

Het begin van de Linie van Beverwijk bij ‘t huis Oosterwijk. Het verschil tussen de voorste lunetten en die van de tweede lijn is duidelijk te zien. Ten oosten van Oosterwijk en de buitenplaats Adrichem kon het laaggelegen terrein geïnundeerd worden. Detail van de ook bij de afb. 22 en 24 gebruikte kaart. (afb. 27)

wel doordat de Fransen hier zo lang de dienst hebben uitgemaakt, maar liefst acht- tien jaar. Wij keren terug naar het jaar 1799. Toen de Engelsen en Russen aanvankelijk succes- sen behaalden bij hun expe- ditie in Noord-Holland, kreeg Krayenhoff opdracht om Amsterdam in staat van verdediging te brengen. Hij deed dat door de aanleg van een aantal geschutopstellin- gen aan de Zuiderzee en het IJ en tussen het IJ en het Haarlemmermeer. Bovendien construeerde hij een tweetal inundatiestellingen, waarvan de belangrijkste zich uit- strekte van Monnikendam over Purmerend naar Krommeniedijk. In het vol- gende jaar, toen de Engelsen en Russen hun expeditie al hadden beëindigd, gelastte de Agent (Minister) van Oorlog, die bevreesd was voor een herhaling van de invasie, Krayenhoff om de linie van Monnikendam en Purmerend te verlengen tot aan de Noordzee. Belonje, die het ontstaan van deze Linie van Beverwijk heeft bestudeerd, komt tot de nogal verrassende conclusie dat niet Krayenhoff, maar luitenant-kolonel- ingenieur C.G.D. Gillet de ontwerper en uitvoerder van de linie is geweest. Die deed dat dan wel onder de orders van Krayenhoff. Het is dus denkbaar dat de directeur de nodige invloed heeft uitgeoefend op de totstandkoming van het werk, maar daarover worden we in het onzekere gelaten. Het plan voorzag allereerst in de mogelijkheid van inundatie van de polder De Wijkerbroek. In het hoger gelegen gebied ten westen daarvan, dat niet inundeerbaar en dus het meest kwetsbaar was, zou een serie aarden lunetten worden aangelegd. Die reeks moest zich gaan uitstrekken van de ruïne van het kasteel Oosterwijk tot bij Wijk aan Zee. Frederik Vermooten maakt melding van 33 batterijen. In werkelijkheid werden het er 26. Alle lunetten dragen een nummer. Die nummering begint bij de meest oostelijk gelegen versterking, die bij Oosterwijk. De lunetten zijn onderling geëchelonneerd geplaatst, dat wil zeggen de met oneven nummers aangeduide veldwerken liggen vooraan, terwijl die met een even nummer iets achterwaarts geplaatst zijn. De laatste, de veldwerken dus van de tweede lijn dekken de open gedeelten in de voorste lijn. Er is een duidelijk verschil in vorm tussen de lunetten van de eerste en die van de tweede lijn. Bij de voorwaarts geplaatste versterkingen, die met de oneven nummers dus, is de hoofdwal aan de achterzijde aan beide kanten ongeveer halfcirkelvormig naar binnen omgebogen. Daardoor zijn er drie geschut- HGMK Ledenbulletin 23, 1999

77













HGMK Ledenbulletin 23, 1999

opstellingen beschikbaar, elk voorzien van een oprit. De open achterzijde de keel - zou bij dit type door palissaden worden afgeschermd. En tenslotte was het de bedoeling dat de versterking langs de buitenkant van de hoofdwal werd voorzien van een natte gracht. Bij de posten van de tweede lijn was de hoofdwal aan de uiteinden niet omgebogen. Er was dan ook maar één plaats voor een kanon beschikbaar. Die bevond zich vooraan, op de saillant, zoals de punt in het vestingbouwjargon heet. De keel van deze lunetten bleef open en slechts bij een enkel exemplaar werd een natte gracht aangelegd. Uit het voorgaande is af te leiden dat de lunetten onderling ook in omvang verschilden. Frederik Vermooten merkt op dat sommige ervan ruim een morgen beslaan. Omdat de opmetingen ten behoeve van de linie Het monument van de Linie van Beverwijk. Het geschiedden in Rijlandse maat, nemen staat nu op lunet no. 14 aan de Creutzberglaan. we maar aan dat hij hier het oog heeft (afb. 28) op een Rijnlandse morgen. Die heeft een oppervlakte van 0,85 ha. Uit alles blijkt dat er met de aanleg haast werd gemaakt. Waarschijnlijk is men direct na het bezoek van Krayenhoff met de werkzaamheden begonnen. In het begin van juli was het werk ongeveer gereed. Mogelijk was er toen nog wat geld over, maar het kan ook zijn dat de regering - het Uitvoerend Bewind - erg tevreden was over het resultaat en daarvan blijk wilde geven. Op lunet no. 15, de eerste in de “wildernis”, het niet in cultuur gebrachte duingebied, verrees een monument waarop het volgende opschrift werd geplaatst: “SI VIS PACEM PARA BELLUM 1800”. De vertaling van deze klassieke Latijnse tekst luidt: “Als gij de vrede wilt, wees dan op de oorlog voorbereid”. Dat monument is omstreeks 1930 overgebracht naar lunet no. 14, die aan de westzijde van de Creutzberglaan ligt. Op de plaats van lunet 15 wilde de gemeente Beverwijk toen de begraafplaats Duinrust aanleggen.We mogen aannemen dat de betrokken gemeenten en de bewoners van het gebied indertijd niet echt blij zijn geweest met de komst van de linie, die de regering hun per slot van rekening maar heeft opgedrongen. De lunetten zijn ook altijd vreemde eenden in de bijt gebleven, hinderlijke obstakels waar niemand “iets mee had”. Als er naar het oordeel van de gemeentebesturen lunetten zouden moeten verdwijnen, ten behoeve van woningbouw, uitbreiding van de industrie of anderszins, stuitte dat bij de bevolking niet op weerstand. Pas in de laatste jaren is het besef doorgedrongen dat het handjevol lunetten dat nog is overgebleven, als historisch monument bewaard zou dienen te worden. Een nieuw argument dat tegenwoordig veel aandacht krijgt, is de overweging dat oude vestingwerken zich vaak onder- scheiden door de aanwezigheid van een bijzondere flora en fauna. De zaak moet in beweging zijn. In 1982 lazen we in een boekje over de Beverwijkse straatnamen bij de naam De Lunetten de bemoedigende woorden: “aan het behoud van de overgebleven lunetten wordt hard gewerkt”. We moeten maar hopen dat het Noordhollands Landschap, dat vier lunetten onder zijn hoede heeft, erin zal slagen de oude vestingwerkjes voor verder verval te behoeden en, beter nog, ze in de oorspronkelijke staat te herstellen. J.Belonje, De Linie van Beverwijk. In: Haerlem. Jaarboek 1957. B1z. 61-75. 300 Jaar bouwen voor de landsverdediging. ‘s-Gravenhage, 1988. C.R.T. Krayenhoff, Geschiedkundige beschouwing van den oorlog op het grondgebied der Bataafsche republiek in 1799. Nijmegen, 1832. J.Th. Leeuw, Beverwijkse straatnamen. Zaltbommel, 1982. Vesting. Vier eeuwen vestingbouw in Nederland. Uitg. Stichting Menno van Coehoorn. ‘s-Gravenhage, 1982. 78

Den 2e maart 1800 Den 7e maart 1800 Den 27e maart 1800 Den 22e mei 1800 Den 23e mei 1800 Den 10e juni 1800

zondag namiddag trokken hierdoor 2 stukken canon met 12 man naar ’t Noorderkwartier. trokken hierdoor 13 stukken canon en cascons met 100 man en veel losse paarden naar ’t Noorderkwartier. reeden hierdoor 13 leegerwagens, welke in de onderscheidene actiën teegens den vijand in Noordholland waaren ontramponeert, gaande naar ’t Zuiderquartier met 26 man. kwaamen hier binnen 60 man reij- of karrenknegts van de Hollandsche artillerij met 200 lossen paarden, welke voor een nagt geïnkwartierd wierden en de volgende morgen vertrokken naar ’t Noorderquartier. kwaamen hier weeder gelijk getal uit ’t Noorderkwartier terug, welke meede overnagtede en vertrokken naer ’t Zuiderkwartier. kwam hier binnen een battaillon Hollandsche infanterie van de 4e 1/2 brigade bestaande in 700 man, welke naer eenige verversching gebruikt te hebben weeder uitmarcheerde nae ’t Zuiderquartier.

In ‘d’Erve Stichters Enkhuijser Almanach voor het jaar 1800’, gemaakt voor Beverwijk, treffen we de namen aan van de mensen die toen de voornaamste openbare functies bekleedden. In de lijst staan bovenaan de namen van de zeven leden van de Municipaliteit. Ook de “stede schoolmeester”, Broer Schermer wordt genoemd. (afb. 29)

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

79

Den 14e juli 1800 Den 31e juli 1800

Den 6e augustus 1800 Den 9e augustus 1800 Den 10e augustus 1800 Den 17e augustus 1800 Den 18e augustus 1800 Den 19e augustus 1800

Den 21e augustus 1800 Den 19e augustus 1800

Den 3e september 1800 Den 15e september 1800

Den 19e september 1800 Den 17e oktober 1800 HGMK Ledenbulletin 23, 1999

kwam hier binnen 700 man van de 3e 1/2 brigade, waarvan hier 400 man wierden geïnkwartierd en de overige te Velsen, vertrekkende gezamentlijk ’s morgens vroegtijdig nae ’t Zuiderquartier. trokken hierdoor 700 Hollandsche jagers van den luitenant Luck1 nae ’t Noorderquartier. 1 We moeten vrezen dat het geheugen en het aantekenboekje van dagboekschrijver Frederik Vermooten hem wel eens in de steek hebben gelaten. De hier genoemde Luck had als luitenant-kolonel van 8 juli 1795 - toen hij tot die rang bevorderd werd - tot 27 augustus 1799 - toen hij sneuvelde - het bevel gevoerd over het 1e bataljon Jagers. Vermooten is er op 31 juli 1800 nog niet achter dat Luck dood is en dat hij luitenantkolonel was. Pas op 5 november 1801 noteert hij dat Luck gesneuveld is. Vermooten vermeldt Luck voor het eerst op 20 juli 1796 en noemt hem dan luitenant Lucks. Het heeft dus enige tijd geduurd voor Vermooten er achter was hoe de vork in de steel zat. Luitenant-kolonel G.W. Luck sneuvelde op de eerste landingsdag van de Britten. Krayenhoff aarzelt niet om het sneuvelen van Luck te wijten aan de zwakke tegenstand van het detachement jagers, dat zich door de juist gelande Engelsen “in de grootste wanorde schandelijk uit de duinen verdrijven liet” (Krayenhoff, 70). kwaamen hier binnen 700 Hollandsche zoldaaten van de blauwkleppen, welke nae zig wat ververscht te hebben weeder uitmarcheerde naar ’t Noorderkwartier. kwaamen hier binnen 50 Hollandsche ruiters van de blauwkleppen, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken naar ’t Noorderkwartier. kwaamen hier binnen 140 Hollandsche kanonniers, welke voor een nacht wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken naer ’t Noorderkwartier. Dienzelvde dag marcheerden hierdoor 50 Hollandsche soldaaten naar ’t Zuiderkwartier. is hier doorgetrokken de reijdende artillerij te paard waarbij 160 man artilleristen en 30 zoo kanon- als ammunitiewagens naer ’t Noorderquartier. kwam hier binnen 40 ruiters van de blauwkleppen in cantonnement, welke direct in de barak gelegt wierden. kwam hier binnen 400 Waldekkers1, welke zooveel mogelijk in de barakken wierden geplaatst en de overige bij de burgers wierden geplaatst voor den tijd van 14 dagen. Vertrekkende van dezelve een commando naar Wijk aan Zee. 1 Zie noot bij 11 april 1796. kwaamen hier binnen 8 artilleristen, welke voor eene nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken naar ’t Noorderkwartier. wierd het steedeschool geheel geapproprieert tot een barak1 en door een voorschot van ’t Gouvernement2 wierd door de Municipaliteit een ander locaal tot een school gekogt. 1 Geapproprieerd tot = ingericht als. Frederik Vermooten en Broer Schermer maken er in de voorgaande jaren nu en dan melding van dat de aan de noordkant van de Grote Kerk staande stadsschool gebruikt werd om doortrekkende militairen te huisvesten. Op 2 februari 1795 schrijft Vermooten dat de school tijdelijk onderdak heeft gevonden in het weeshuis aan de Koningstraat. Voor de schoolkinderen is er nu weer een ander gebouw beschikbaar gekomen. Het oorspronkelijke schoolgebouw moet tot nader order onderdak bieden aan soldaten. Op die manier hoopt het stadsbestuur de last van de inkwartiering voor de burgers te verminderen. 2 De regering in Den Haag, die toen het “Uitvoerend Bewind” werd genoemd. trokken hierdoor 12 ammunitiewagens waarbij 30 man naer ’t Noorderquartier. ’s morgens tusschen 3 en 4 uuren vertoonden zig een Engelsch 3 mastschip, welke een bood uitzette met 20 man en op de hoogte van Calansoog aanlande en aldaar even naardat de wagt was afgelost bij de sijnpost kwaamen en aldaar uit het huisje, waarin een man zat welke de wagt hield, van wien de sijnboeken en andere papieren wierden ontweldigt en vervolgens vertrokken dezelve weeder spoedig nae hunne bood. Hebbende zij in de retraite een sabel, een geweer en ’t anker agtergelaaten1. 1 De Engelsen hadden al een jaar eerder de gelegenheid gehad om de seinpost of telegraaf van Callantsoog van dichtbij te bekijken. Op 27 augustus 1799 voerden zij juist op die plaats de grote landing uit, die na twee maanden in een mislukking eindigde. Blijkbaar bleef het stelsel van telegrafen, dat langs de Bataafse kust was opgesteld en dat gebruikt kon worden om snel berichten door te seinen, de Engelsen intrigeren. Daarover is al het een en ander verteld in noot 1 bij 27 augustus 1799 Dat de Engelsen bij hun overval de seinboeken meenamen ligt voor de hand. Ze wilden natuurlijk weten hoe het systeem werkte. wierden de onderofficieren van de Waldekkers bij de burgers voor 8 d.1 weeder verplaatst. vertrokken de Waldekkers weeder van hier nae Alkmaar, welke op den 19e augustus laatstleeden hier binnen waaren gekoomen. Dienzelven dag trokken hierdoor 700 man Hollandsche 80

Den 18e oktober 1800

Den 19e oktober 1800

Den 31e oktober 1800 Den 2e november 1800

soldaaten van de geelkleppen met de rijdende artillerij bestaande uit 160 man met 30 kanon en ammunitiewagens nae ’t Zuiderkwartier. 1 Vermoedelijk staat de d voor “dagen”. trokken de ruiters van hier weeder uit nae ’t Zuiderquartier, welke op den 18e augustus laastleeden alhier in cantonnement gekoomen waaren. Dienzelvde datum vierden men alhier, gelijk meede op allen anderen plaatsen in deeze Republicq, volgens proclamatie van den 3e october ’t feest ter gedagtenis weegens de verlossing der Engelsche en Russiese vijanden. ’t Welk naer omstandigheeden der plaats door de Municipaliteit en de gewapende burgermagt met alle luister wierd gevierd. trokken hierdoor 600 Bataaven van de 3e 1/2 brigade onder commando van den commandant Abbema1 naar ’t Zuiderquartier. 1 Dat is dezelfde Abbema die zich op 16 november 1795 in Beverwijk zo ongemanierd heeft gedragen kwaamen hier binnen 65 karren- off rijknegts neevens eenige ammunitiewaagens, meestal met 6 paarden bespannen, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken dezelve weeder uit naar ’t Zuiderkwartier. kwaamen hier binnen 160 Hollandsche kanonniers, karre- off reijknegts met ammunitiewagens en geschut, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd en vervolgens vertrokken naer ’t Noorderquartier.

Beloopende dit jaar, de zoo ingekwartierden als doorgetrokkenen van den 17e februarij tot 2e november 1800 ingeslooten 5.601 hoofden. Den 14e januari 1801 Den 1e april 1801 Den 2e april 1801 Den 12e april 1801 Den 14e april 1801 Den 25e april 1801 Den 27e april 1801 Den 2e mei 1801 Den 3e mei 1801 Den 6e mei 1801 Den 20e augustus 1801 Den 26e augustus 1801 Den 1e november 1801 Den 2e november 1801 Den 3e november 1801 Den 4e november 1801 Den 5e november 1801 Den 16e november 1801

kwaamen alhier 16 ruiters, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen weeder vertrokken naar ’t Noorderquartier. trokken hierdoor 16 karren- off rijknegts met lossen paarden naar ’t Noorderquartier. kwamen hier binnen 50 kanonniers, die voor een nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken naar ’t Noorderquartier. kwaamen hier binnen 500 man Hollandsche geelkleppen, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd. Vertrekkende van dezelve ’s morgens 300 man naer Alkmaar, werdende de overige alhier in de barakken gelegt, om cantonnement te houden. trokken hierdoor 30 reidende artilleristen met 2 stukken canon naar ’t Noorderquartier. trokken hierdoor naar ’t Noorderquartier 50 Hollandsche hussaaren, waarvan alhier vijff bleeven leggen om ordonnance te rijden. passeerden alhier 80 Hollandsche hussaaren naar ’t Noorderquartier. Nog kwaamen hier binnen een honderd dito ruiters, die overnagten en wijders naar ’t Zuiderquartier vertrokken. trokken hierdoor 30 kanonniers naer ’t Noorderquartier. passeerden almeede hierdoor naar ’t Noorderkwartier 150 Hollandsche canonniers. naar het Noorderkwartier 500 man Hollandsche troepen. kwamen hier binnen 60 Hollandsche kanonniers die eene nagt wierden geïnkwartierd en vervolgens vertrokken naar Noordholland. passeerden alhier naar het Noorderquartier 36 Hollandsche hussaaren. passeerden hierdoor 100 man naar ’t Zuiderquartier. almeede 100 man alsvooren. trokken hierdoor 50 artilleristen te paard met 2 stukken canon en een cascon, alsmeede 50 Hollandsche hussaaren naar ’t Zuiderkwartier. passeerden hierdoor naar ’t Zuiderquartier 150 Waldekkers. trokken hierdoor 400 jagers van den gesneuvelden commandant Luck naar ’t Zuiderquartier. kwamen hier binnen 40 man Hollandsche troepen, die voor een nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen vertrokken naar ’t Noorderkwartier.

Dus van den 14e januarij tot 16e november 1801 zijn ter deezer plaatse, zoo geïnkwartierd als doorgetrokken 2.352 hoofden. Den 9e januari 1802

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

kwaamen hier binnen 100 man affgedankten soldaaten van de roode en blauwkleppen, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd. Die wijders de volgende morgen met 150 man, welke te Velzen geleegen hadden, nae Texel ten einde aldaar ingescheept te worden voor de colloniaale troepen naar de Westindiën gedestineert.1 1 Troepen bestemd voor de Nederlandse gebieden in Midden- en Zuid-Amerika. Er waren vredesonderhandelingen gaande tussen Engeland en Frankrijk Op 1 oktober 1801 hadden de partijen al een aantal punten bekrachtigd. De Bataafse Republiek nam weliswaar niet deel aan de besprekingen, maar was wel op de hoogte van de resultaten. 81

Den 14e januari 1802 Den 5e februari 1802 Den 4e maart 1802 Den 27e maart 1802 1

Den 31e maart 1802 1

Den 11e mei 1802 Den 12e mei 1802 Den 13e mei 1802 Den 20e mei 1802

Nederland zou onder andere weer de beschikking krijgen over Suriname en de Nederlandse Antillen. Het zenden van soldaten naar West-Indië houdt daar- mee verband. kwamen alhier 50 soldaaten, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd en wijders naer ’t Zuiderquartier vertrokken. trokken hierdoor 450 vrijwilligers om nae de Westindiën te worden ingescheept. kwaamen hier binnen 40 kannoniers, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd en de volgende morgen weederom naar Texel om ingescheept te worden voor de colloniale troepen naar de Westindiën. is op ’t congres, gehouden werdende te Amiens, de algemeene devinitive vreede geteekend.1 Daar kwam op 27 maart 1802 de vrede tot stand. Amiens ligt in het noordwesten van Frankrijk, aan de Somme. De bondgenoten van Frankrijk, Spanje en de Bataafse Republiek waren wel vertegenwoordigd in Amiens, maar werden bijna overal buiten gehouden. Toen de Nederlandse vertegenwoordiger, Schimmelpenninck, daar bezwaar tegen maakte, meende Bonaparte, die toen nog 1e Consul van Frankrijk was, daarop te moeten reageren met de mededeling: “Als Frankrijk en Engeland vrede sluiten, wat kan een tweederangs mogendheid als Holland dan anders doen dan zich daarbij neerleggen?” wierd alhier de vreede afgekondigt, waarbij militairen- en burgerofficieren1 teegenwoordig waaren, werdende wijders 3 salvo’s gedaan en dien dag zooveel de plaatselijke vermogens toelieten met de meeste vreugde doorgebragt. Officieren van de Gewapende Burgermacht. kwamen hier binnen 160 man vrijwilligers, welke voor een nagt wierden geïnkwartierd, vertrekkende de volgende morgen naar Texel om geënbarqueert te worden. 90 vrijwilligers, almeede om nae de Westindiën ingescheept te worden. 54 man die alsvooren, dog wel voor eenen nagt wierden geïnkwartierd. een honderd kanonniers, die meede voor een nagt wierden geïnkwartierd en wijders almeede nae Noordholland marcheerden om geënbarqueert te worden.

Zijnde dus alhier van den 9e januarij tot den 20e meij 1802 alhier geïnkwartierd en doorgetrokken 1.194 man. Den 2e juni 1802

vierden men alhier de vreugdedag van de algemeenen vreede1, werdende van ’s morgens van 10 tot 11 uuren een zeer plegtig dankuur gehouden, werdende bij die geleegenheid een redenvoering gedaan door dominé J.Wigerie2 uit psalm 147 vers 13 en 14 en voorgezongen uit psalm 147. 5, 6 en 7 en nagezongen uit psalm 85 vers 3 en 4. Wijders heeft alleen ’t huis der gemeente geïllumineert geweest. ’t Welk een algemeen genoegen aan de meenigvuldige aanschouweren veroorzaakte, zijnde de 3 couzijnen of ramen met 3 geschilderde decoratiën vercierd onder welk ieder van dezelve de volgende digtreegels geplaatst waaren als: No.13 No.2 No.3 Behalven het huis der gemeente was eene der barakken ook zeer proper geïllumineert en met een decoratie, waaronder de volgende reegels. Lieve vreede gunst der gooden! Eindelijk daald gij tot ons neer, Seeven jaar waard’ g’ons ontvlooden, Plant nu hier u zeetel weer. Wijders was het bad bij Roomen ofwel het locaal van den balliuw en hoofdofficier mr Jan van Blarkom ook zeer juist neevens een fraaje decoratie voorzien, bij wien ter zelver geleegenheid een zeer uitmuntend vuurwerk wierd afgestooken. Zijnde vervolgens de Municipaliteit, neevens de oude regenten, welke in 1795 in functie waaren geweest, met de militairen- en burgerofficieren den ganschen nagt op ’t huis der gemeente alwaar dezelve op een glas wijn en ham met brood en kaas onthaald wierden, waarmeede deezen dag en nagt met de grootste vrolijkheid wierd ten einde gebragt. 1 2 juni was door het Staatsbewind, zoals de regering van de Bataafse Republiek sinds 1801 heette, aangewezen als nationale feestdag. Men behoeft er niet aan te twijfelen dat de feestvreugde overal in het land oprecht was. Iedereen rekende op betere tijden: de Franse soldaten het land uit, herstel van de scheepvaart, opbloei van de handel, dat was zowat het minste waar men op hoopte. De vreugde was helaas van korte duur. Binnen het jaar werd de oorlog hervat. 2 Wigeri. 3 Deze dichtregels ontbreken in het handschrift van Vermooten. We kennen toch de HGMK Ledenbulletin 23, 1999

82

inhoud ervan, dank zij de “Resolutiën van de Municipaliteit”. Daarin staat ook een verslag van de feestelijkheden op die dag (Oud archief Beverwijk 414, 2-6-1802). In een “Aanhangsel” geven we er een samenvatting van.

Aanhangsel Het verslag van de feestviering van de hand van Frederik Vermooten kunnen we op een aantal punten aanvullen met gegevens uit de Resolutiën van het stedelijk bestuur. Het daarin opgenomen verhaal van de plechtigheden maakt ook melding van de illuminatie van het stadhuis, maar geeft dan details over de versiering ervan die bij Vermooten ontbreken. In de drie ramen waren geschilderde zinnebeeldige voorstellingen aangebracht. In het middenraam zag men de vrede, voorgesteld door een vrouw in zittende houding. In de rechterhand droeg zij een korenhalm en in de linker een mercuriusstaf. Boven haar hoofd zweefde de faam. Die voerde aan haar trompet een vlag met het opschrift: “Algemeene Vrede”. Aan weerskanten waren respectievelijk de landbouw en de scheepvaart uitgebeeld. Op de voorgrond bevond zich een hoorn des overvloeds. Aan de hemel tenslotte vertoonden zich de lichtstralen van de aanbrekende dageraad. Onder de voorstelling stonden de versregels:

“Wie vreede mint, waardeert in haar een heemelsch pand, Vint welvaart, volksgeluk en ‘t heil van ‘t vaderland.”

In het linkerraam werd de standvastigheid voorgesteld door een bij een marmeren zuil staande vrouwengestalte. In haar linkerhand hield zij een vel papier met daarop de woorden: “Getrouw van pligt”. Aan de voet van de zuil bevond zich het wapen van Beverwijk met daarboven de datum 6 October 1799. Verder toonde de voorstelling het slagveld bij Castricum, waarop vluchtende Engelsen en Russen achtervolgd werden door Bataafse soldaten. Op de achtergrond was de kerktoren van Castricum zichtbaar. Onder deze afbeelding las men de dichtregels:

“Standvastigheid en moed der Batten heldendeugd Juicht de overwinning toe bij de algemeene vreugd.”



(Met Batten zullen Bataven bedoeld zijn).

In het raam rechts was de dankbaarheid uitgebeeld, voorgesteld door een staande vrouw die op een altaar wierook offert. Vanaf dat altaar steeg de rook ten hemel. Aan de rechterkant waren aan de voet van het altaar twee gezichten afgebeeld die in eerbiedige aandacht toekeken . Aan de andere kant lag een menselijk figuur in verrukking terneder. Aan de hemel omsloten lichtstralen een driehoek, die het alziend oog voorstelde. Als onderschrift waren toegevoegd de versregels:

Bij vreede leeft de deugd die zaligheên verspreidt, Heure inspraak is gevoel, heur eerdienst dankbaarheid”

Dat Vermooten zich niet uitlaat over het klokgelui, dat nu en dan op deze feestelijke dag over Beverwijk galmde en over de vlaggen die werden uitgestoken, zullen we hem niet zwaar aanrekenen. Het valt wel op dat hij helemaal geen aandacht besteedt aan de parade door de voornaamste straten van Beverwijk van vier compagnieën Bataafse soldaten van de 7e halve brigade. Misschien was hij door de herinnering aan al die duizenden militairen, die in de gepasseerde maanden door Beverwijk waren getrokken, zo aangeslagen dat hij geen soldaat meer kon zien. Een van de hoogtepunten van het feest was het afsteken van een vuurwerk, waar iedereen bij aanwezig kon zijn. Zowel Vermooten als de Resolutiën maken er melding van en ze vertellen ook waar het heeft plaatsgehad. Frederik Vermooten noemt als plaats van uitvoering “het bad bij roomen, of wel het locaal van den balliuw en hoofdofficier mr. Jan van Blarkom”. In die dagen bevond zich ongeveer op de plaats van het tegenwoordige landhuis Westerhout een “huizinge genaamd Oud Romen, geapproprieerd tot (dat is: ingericht als) een bad- en woonhuis” (Scholtens, Oud Beverwijk, 10). Het badhuis is gebouwd voor de bewoners van Westerhout. Dat Westerhout stond iets ten zuidwesten van het huidige landhuis. De Resolutiën melden dat het vuurwerk werd afgestoken bij de onder Wijk aan Duin gelegen woning van de hoofdschout van Beverwijk, mr. Jan van Blarkom. Het lijkt een niet al te gewaagde veronderstelling dat Van Blarkom toen in Oud Romen woonde en daar ook kantoor hield. Na afloop van het vuurwerk vertrok de Municipaliteit met de genodigden naar het stadhuis. Daaronder bevonden zich legerofficieren, officieren van de Gewapende Burgermacht, maar ook de oude regenten van 1795. Met die laatsten hebben we al oppervlakkig kennis gemaakt op 25 januari 1795. Het viel ons toen op dat de verstandhouding met de nieuwe bestuurders zo goed was. Kennelijk was daarin sindsdien geen verandering gekomen. Nu moet worden opgemerkt dat intussen overal in de Bataafse Republiek de scherpe kanten van de vroegere partijtegenstellingen wel wat afgesleten waren (Lafeber, 214). Het verslag dat Frederik Vermooten van de verdere viering op het stadhuis geeft is wat ruimer van toon dan de terughoudende mededelingen die de Resolutiën ervan geven. Bij Vermooten duurt het feest “den ganschen nagt”, in de HGMK Ledenbulletin 23, 1999

83

Resolutiën heet het dat het festijn ‘s nachts om twee uur “in de juiste order” was afgelopen. In de officiële notulen leest men dat er “eenige verversching, naar gelang de kragt van stedelijke finantieele omstandigheeden zulks gedoogde” werd aangeboden. En als om elke twijfel omtrent het laatste volledig uit te sluiten, wordt er in de volgende zin nog eens nadrukkelijk op gewezen dat de “eenvoudigheid dit onthaal zonder zwier, praal en pragt vergezelden”. Frederik Vermooten vertelt zonder terughoudendheid dat de aanwezigen onthaald werden op een glas wijn en ham met brood en kaas. Bij de notulist van de Resolutiën - zou het stadssecretaris Ogelwight zijn geweest? - gold kennelijk het devies om in de officiële stukken niet de indruk te wekken dat er met geld gesmeten was. Beide zegslieden betuigen tenslotte hun tevredenheid over de afloop van het feest, maar waar Frederik Vermooten aan één regel genoeg heeft, waagt onze notulist zich aan een zelfingenomen, opgeblazen betoog van een halve bladzijde. Daar lichten we het meest menselijk getinte gedeelte uit: “Men zag er ... vaderlandsche rondheid in eene gulle, gezellige eendragt”.

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

84

Literatuuroverzicht • C. van der Aa, Geschiedenis van den jongst-geëindigden oorlog, tot op het sluiten van den vrede te Amiëns. Bijzonder met betrekking tot de Bataafsche Republiek, 10 dln, Amsterdam 1802-1808. (De oorlog in Noord-Holland krijgt aandacht in de delen 7 en 8). • A. Alberts, De huzaren van Castricum. Een geschiedenis van de Nederlandse republiek van 1780 tot 1800, Amsterdam 1973. • F. van Anrooy e.a., Herman Willem Daendels, 1762-1818, Geldersman, patriot, Jacobijn, generaal, hereboer, maarschalk, gouverneur: van Hattem naar St. George del Mina, Utrecht 1991. • D. Aten, “Oorlog in het Noord-Hollandse polderland. Waterlinies en waterschappen tijdens de invasie van 1799”, in: Tijdschrift voor waterstaatsgeschiedenis, 8e jaarg. no.1, mei 1999. • D. Aten en F. Klompmaker, Kleine Kennemer watergeschiedenis; 100 jaar mens en water in de regio Beverwijk, Alkmaar 1996. • D. Aten, M.N.J. Lucassen en V.J.M.L Wijnekus, De atlas van de Engels-Russische invasie in 1799. Uitgegeven in samenwerking met Regionaal Archief Alkmaar. Map met 32 losse bladen en een boek met toelichtingen op de afbeeldingen. Zaltbommel 1999. • H.L.T. de Beaufort, Gijsbert Karel van Hogendorp, Rotterdam-Antwerpen 1948. • J.Belonje, “De Linie van Beverwijk”, in : Haerlem Jaarboek 1957, p.61-75. • T.C.W. Blanning, The French revolutionary wars, 1787-1802, Londen 1996. • E. Broersen, Akerendam, een buitenplaats in Beverwijk. Met een bijdrage van Heimerick Tromp, Zutphen 1992. • P. Brood, P. Nieuwland en L. Zoodsma (red.), Homines novi. De eerste volksvertegenwoordigers van 1795, 1993. • J.R. Bruyn, “Oranje in Engeland en de invasie van 1799”. in: Tijdschrift voor geschiedenis 79 (1966), p. 5-23. • H.T. Colenbrander, De Bataafsche Republiek, Amsterdam 1908. • D.van Deelen, Historie van Castricum en Bakkum, Schoorl 1973. • N.J.M. Dresch, Inventaris van het oud-archief der gemeente Beverwijk 1250-1817, Beverwijk z. jr. (ca. 1928). • A.M. Elias en P.C.N. Schölvinck m.m.v. H. Boels, Volksrepresentanten en wetgevers. De politieke elite in de BataafsFranse tijd 1796-1810, Amsterdam 1991. • E. Gachot, Les campagnes de 1799: Jourdan en Allemagne et Brune en Hollande, Parijs 1906. • P. Forbes Wels, De Nederlandse cavalerie, Bussum 1963. • Geschiedenis van de landing der Engelschen en Russen in ‘t najaar van 1799. Benevens anecdotes omtrent de bevelhebbers. Opgesteld door een officier van den generaal Brune, Gouda 1801. • P. Geyl, De Patriottenbeweging 1780-1787, Amsterdam 1947. • J.W. Groesbeek, Heemskerk onderweg van verleden naar heden, Heemskerk 1978. • F. Grijzenhout, W.W. Mijnhardt en N.C.F. van Sas (red.), Voor vaderland en vryheid. De revolutie van de patriotten, Amsterdam 1987. • E.O.G.Haitsma Mulier, “De geschiedschrijving over de Patriottentijd en de Bataafse Tijd”, in: W.W. Mijnhardt (red.), Kantelend geschiedbeeld. Nederlandse historiografie sinds 1945, Utrecht - Antwerpen 1983, p.206-227. • M. van der Hoeven, G. Boven en A. Aerts-van Bueren, 1799! Strijd achter de duinen. Brits-Russische invasie in NoordHolland, z. p1., z. jr. (Den Helder 1999). • J.P.C.M. van Hoof, “De artillerie door de eeuwen heen”, in: Armamentaria, afl. 12, 1977, p. 9-28. • J.I. Israel, De Republiek 1477-1806, 2 dln., Franeker 1996. • J.G. Kerkhoven, “Franse trofeeën en Bataafse roem”, in: J.G.Kerkhoven, Nederlandse trofeeën uit drie oorlogen, Armamentaria, afl. 2, 1967, p. 853 (betreft Russisch vaandel buitgemaakt in 1799). • C.P.M.Klep, “De Gele Rijders, 200 jaar Korps Rijdende Artillerie”, in: Armamentaria, afl. 27, 1992, p. 55-62. • M.J.A.V. Kocken, Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur, ‘s-Gravenhage 1973. • G.J.W. Koolemans Beijnen, “De erfprins van Oranje in Noord-Holland in 1799”, in: Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde, 4e reeks, dl IX, p. 1-156. • G.J.W. Koolemans Beijnen, Krijgsgeschiedkundige studie over de verdediging der Bataafsche Republiek in 1799, Breda 1895. Overgedrukt uit De Militaire Spectator, 1891-1895. • E.H. Kossman, De lage landen 1780-1980. Twee eeuwen Nederland en België, 2 dln., Amsterdam - Brussel 1986. • (C.R.T.) Krayenhoff, Geschiedkundige beschouwing van den oorlog op het grondgebied der Bataafsche Republiek in 1799, Nijmegen 1832. • J.C. Krom, met medewerking van W.A.M. Admiraal, Het molenrijk Uitgeest. Uit de geschiedenis van een dorp, Uitgeest 1980. • C.V. Lafeber, Patriotten, Bataven, Fransen en Groot-Nederlanders. Een halve eeuw vaderlandse geschiedenis, 1781-1831, Goirle z.jr. (1996). • De lange herfst van 1799. De Russisch-Engelse invasie in polder en duin, Castricum 1998. • M. Lindeman, Wijk aan Zee 1700-1900. Van visserdorp tot badplaats, Wijk aan Zee 1990. Doctoraal scriptie geschiedenis Universiteit van Amsterdam. • J. van der Linden, “Wijk aan Zee, al eeuwen het kind van de rekening”, in: J. van der Linden, Kennemer mozaiek. Een bundel geschiedkundige schetsen uit Midden-Kennemerland, Alphen aan den Rijn 1993, p.66-119. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

85

• (A. Loosjes Pz.), Geschiedkundig gedenkstuk van het voorgevallene binnen Haarlem in de laatste helft van het jaar MDCCIC, Haarlem 1803. • A. Loosjes Pz., Hollands Arkadia of wandelingen in de omstreeken van Haarlem, Haarlem 1804-1805. • P. Mackesy, Statesmen at war. The strategy of overthrow 1798-1799, Londen - New York 1974. • A.H. Martens van Sevenhoven, De justitieele colleges in de steden en op het platteland van Holland 1795-1811, Utrecht 1912. • I. Mendels, Herman Willem Daendels vóór zijne benoeming tot gouverneur-generaal van Oost-Indië (17621807), ‘s-Gravenhage 1890. • M. Parlange, Les signaux de la défense des côtes en Belgique, aux Pays-Bas et en Allemagne sous l’occupation française (1794-1814), Den Haag-Brussel 1968. • R.B. Prud‘homme van Reine, Jan Hendrik van Kinsbergen 1735-1819, admiraal en filantroop, Amsterdam 1990. • M.van Reenen-Völter, De heerlijkheid Bergen in woord en beeld, tweede uitgebreide druk, Alkmaar 1948. • H. Ringoir, De Nederlandse infanterie, Bussum 1968. • H.A. Ritter, “Een Russisch verhaal van den veldtocht in Noord-Holland in 1799”, in: De Militaire Spectator, 1914, suppl. nr. 1. • C.P.P. van Romburgh, “De Bataafse kusttelegraaf, 1799-1801” in Spiegel historiael XXVII (1992), p. 326-327. • P. Saal, “Voorgeschiedenis en voorlopers van de Stelling van Amsterdam”, in: De Stelling van Amsterdam. Vestingwerken rond de hoofdstad 1880-1920, Beetsterzwaag z.jr. (1989) , p. 21-28. • S. Schama, Patriotten en bevrijders. Revolutie in de Noordelijke Nederlanden 1780-1813, vertaald door G. Groot, derde druk, Amsterdam 1989. • H.J.J. Scholtens, Oud Beverwijk. Een rondwandeling. Stedeplan en stadsbeeld in vroegere eeuwen, Beverwijk 1948. • H.J.J. Scholtens, Uit het verleden van Midden-Kennemerland, ‘s-Gravenhage 1947. • W.Steeman, “De slag bij Castricum”, in: S. de Jong (red.), Op zoek naar Castricum’s verleden, Castricum 1992, p. 101-126. • J.M. Sterck-Proot, “Haarlem achter het front”. in: Historia VI (1940), p. 179, 207. • I.L. Uijterschout, Beknopt overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen uit de Nederlandsche krijgsgeschiedenis van 1568 tot heden, Den Haag z.jr. (1937). • G. van Uythoven, Voorwaarts, Bataven! De Engels-Russische invasie van 1799, Zaltbommel 1999. • P. van ‘t Veer, Daendels, maarschalk van Holland, Bussum 1983. • Veldtocht van den generaal Brune in de Bataafsche republiek in het jaar 1799. Beschreeven door een officier van zijn état-major. Uit het Fransch. Haarlem 1801. • L.C. Vonk, Geschiedenis der landing van het Engelsch-Russisch leger in Noord-Holland; alsmede der krijgsbedrijven en politieke gebeurtenissen, zoo aldaar, als in Vriesland en Gelderland, in den jare 1799, 2 dln., Haarlem 1801. • P. Waldeck, “De Vlieter: dieptepunt in de geschiedenis van de Nederlandse zeemacht. Relaas van een persoonlijke belevenis”, in: Tijdschrift voor zeegeschiedenis, jaarg. 19, nr. 1, 1999, p.29-46. • E. Walsh, A narrative of the expedition to Holland in the autumn of the year 1799, Londen 1800. • E. Walsh, Russen en Engelsen in Noord-Holland. Een verslag van de expeditie naar Holland in de herfst van het jaar 1799, vertaald door H.G.D. Eysink Smeets, Schoorl 1983. • F.G. de Wilde, J. Bartels, J. Fontaine en L. Ph. Sloos, De uniformen van het Nederlandse leger ten tijde van de Bataafse Republiek en het Koninkrijk Holland 1795-1810, Amsterdam 1999. • Th. S.M. van der Zee, J.G.M.M. Rosendaal en P.G.B. Thissen (red.), 1787: De Nederlandse revolutie?, Amsterdam 1988. • S.P.A. Zuurbier, “Wie was ... Joachim Nuhout van der Veen”, in: Oud-Castricum, 1e Jaarboekje Stichting Werkgroep Oud-Castricum, 1978, p. 20-21.

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

86

Verantwoording van de afbeeldingen Op het omslag Gezicht in de Kerkstraat te Beverwijk. Schilderij door Jan Ekels de Oude (1724-1781). Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk. Op het titelblad Het stadhuis aan de Breestraat in 1775. Aquarel door Jean de la Chambre. Zie afbeelding 5. Afbeelding 1 en 2 Assignaten uit 1793. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk. Afbeelding 3 Titelpagina van het handschrift “Dagverhaal der doormarcheerende troepen, inkwartieringen en in guarnisoen leggende militairen, nevens eenige verdere annotatien en bizonderheden, voorgevallen in de steede Beverwijk zeedert October 1787 tot op het sluiten van de vreede in den jaare 1802”. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk, bibliotheek nr. 787. Afbeelding 4 Het huis Adrichem aan de St. Aagtendijk in de 18e eeuw. Anonieme tekening. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk. Afbeelding 5 Vooraanzicht van het stadhuis aan de Breestraat in1775. Aquarel door Jean de la Chambre. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk. Afbeelding 6 De Grote Kerk van Beverwijk in 1793. Aquarel door Jean de la Chambre. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk. Afbeelding 7 Beverwijk gezien vanaf de “Hooghe Hofflander wech”. Aquarel door K.F. Bendorp (1737-1818). Universiteitsbibliotheek Leiden, collectie Bodel Nijenhuis. Afbeelding 8 Wijk aan Zee in de 18e eeuw. Tekening door F.A. Milatz (1764-1808). Prentenkabinet van de Rijksuniversiteit Leiden. Afbeelding 9 Mr Joachim Nuhout van der Veen. Prent uit C. Rogge, Geschiedenis der staatsregeling voor het Bataafsche Volk, Amsterdam, 1799. Particulier bezit. Afbeelding 10 Interieur van de Lutherse Kerk aan de Koningstraat. Prent door C. Philips Jacobsz. naar J. Verstegen, 1779. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk. Afbeelding 11 Nieuwe kaart van het Departement van Texel, verdeeld in VII Ringen. Uit het Aardrijkskundig Woordenboek der Bataafsche Republiek, te Leijden, bij D. du Mortier en zoon MDCCC. Archiefdienst voor Kennemerland, Haarlem, foto Frank van der Wijden. Afbeelding 12 De “ceijnpaal” of telegraaf op het Seinpostduin te Scheveningen in 1799. Anonieme tekening in kleur. Rijksprentenkabinet, Amsterdam, Fred. Muller nr. 5544. Afbeelding 13 Het landen der Engelsche tusschen Pette en Calantsoog. Prent door C. Brouwer naar J.A. Langendijk. Rijksprentenkabinet, Amsterdam, Fred. Muller nr. 5532. Afbeelding 14 Guillaume Marie Anne Brune, geboren 1763 te Brive-la-Gaillarde en vermoord in 1815 te Avignon. Mezzotintprent door Ch.H. Hodges. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

87

Afbeelding 15 Frederick Augustus Duke of York (1763-1827). Geschilderd portret door W. Wilkie, 1823. National Portrait Gallery, London. Afbeelding 16 A Sad Stor(e)y. Engelse spotprent op de overgave van de Nederlandse vloot. Rijksprentenkabinet, Amsterdam, Fred. Muller nr. 5548. Afbeelding 17 Gevelsteen afkomstig van het huis “Het Varken” aan de Breestraat te Beverwijk. De voorstellingen op de gevel-stenen gebruikte men om de huizen aan te duiden. Het systeem van huisnummering is pas in de Franse tijd, omstreeks 1795 ingevoerd. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk; foto A. Schweitzer. Afbeelding 18 Engelse kaart van de veldslagen en andere gebeurtenissen tot en met 2 oktober 1799. Particulier bezit. Afbeelding 19 Exterieur van de Lutherse Kerk aan de Koningstraat. Prent door C. Philips Jacobsz. naar J. Verstegen, 1779. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk. Afbeelding 20 Gevecht tusschen Castricum en Beverwyk den 6 October 1799. Prent door C. Brouwer naar J. A. Langendijk. Rijksprentenkabinet, Amsterdam, Fred. Muller nr. 5530-4. Afbeelding 21 De buurtschap Noorddorp. Uit Vaderlandsche gezichten of afbeeldingen behoorende tot den Tegenwoordigen Staat der Vereenigde Nederlanden in den jare 1786 (tot 1792) naar ’t leven getekend door J. Bulthuis e.a. en in ’t koper gebragt door K.F. Bendorp, Amsterdam, H. Gartman. Particulier bezit. Afbeelding 22 De locatie van de telegraaf te Wijk aan Zee en de toegang tot het strand via de Schulp- of Relweg. Een detail van de “Caart van de situatie tusschen de Dorpen Beverwijk, Wijk aan Duin, Wijk aan Zee en Heemskerk. Beneffens de nieuw-aangelegde linie in het vooriaar 1800. Op order van de Lieut: Coll: Directeur C:R:T: Kraijenhoff. Opgemeeten en getekend door de Capitein Ingenieur W: Lobrij”. Algemeen Rijksarchief, Den Haag. Afbeelding 23 Transport van gesneuvelde militairen tijdens de Engels-Russische inval in Noord-Holland, 1799. Tekening door Joh. Bemme naar D. Langendijk. Rijksprentenkabinet, Amsterdam, Fred. Muller nr. 5536-A.b. Afbeelding 24 De zessprong te Wijk aan Duin met Oud-Roomen en daartegenover Nieuw-Roomen. Een detail van dezelfde kaart als vermeld onder nummer 22. Afbeelding 25 Zilveren herdenkingspenning. Vervaardigd in 1799 na de slag bij Castricum door J.G. Holtzhey. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk; foto André Smit, Beverwijk. Afbeelding 26 Tegeltableau: De inscheping van de Engelsen en Russen in oktober/november 1799 bij Den Helder. Vervaardiger of herkomst Verwijk, Rotterdam. Amsterdams Historisch Museum. Afbeelding 27 Het begin van de Linie van Beverwijk bij ‘t huis Oosterwijk. Een detail van dezelfde kaart als vermeld onder nummer 22. Afbeelding 28 Het monument van de Linie van Beverwijk. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk. Afbeelding 29 “D’Erve Stichters Enkhuijser Almanach voor het jaar 1800”, editie gemaakt voor Beverwijk. Collectie Museum Kennemerland, Beverwijk. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

88

Bijzonderheden over in de handschriften vermelde personen, die woonachtig waren in of bij Beverwijk 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Aalst, Gerrit Jansz. van: Geboren circa 1748, overleden te Beverwijk op 07-11-1806. Gereformeerd. Beroep: azijnfabrikant. Gehuwd met Catharina van Berkelaar, geboren circa 1750, overleden te Beverwijk op 03-01-1808. Het echtpaar, komende uit Amsterdam, werd op 18-05-1780 ingeschreven in het lidmatenregister van de gereformeerde kerk van Beverwijk en liet drie kinderen dopen. Gerrit woonde aan de Breestraat en zijn pakhuizen waren gelegen aan de Meer. Hij werd als schepen benoemd op 04-04-1786 als plaatsvervanger van C.H. Venlet. Deze moest zich namelijk terugtrekken als kandidaat-schepen, omdat er onenigheid ontstond in de Vroedschap. Venlet had een bloedverwantschap met een ander lid van de Vroedschap en dit was niet toegestaan. Ook tegen de benoeming van Van Aalst werd geprotesteerd, maar die bezwaren hielden blijkbaar geen stand, want hij mocht aanblijven. Hij werd na 1788 niet meer vermeld als schepen. Op 25-01-1795 werd hij benoemd als lid van de Municipaliteit en bleef in functie tot 17-04-1796. Gemeentesecretaris van 19-04-1795 t/m 07-09-1795. Vanaf 15-04-1798 was hij thesaurier. In 1792 werd hij aangewezen als buurtmeester door het stadsbestuur. In 1787 werd hij vermeld als lid van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. Alberts, Lambert: Geboren te Groningen circa 1730, overleden te Beverwijk op 11-10-1808. Gereformeerd. Hij was van beroep broodbakker. Zijn kerkelijk huwelijk te Beverwijk met Alida van Velsen werd op 28-11-1756 gesloten. Zij woonde voor haar huwelijk te Amsterdam. Het echtpaar liet één kind dopen te Beverwijk. Het gezin woonde aan de Achterweg. Amersfoort, Hendrik van: alias Heijntje Pedoele. Geboren in 1753 te Eemnes. Gereformeerd, deed belijdenis op 29-10-1777 te Beverwijk. Hij is overleden te Beverwijk op 06-07-1822. Zijn kerkelijk huwelijk met Maria Magteld Willems Kuipers werd op 12-09-1784 te Beverwijk gesloten. Zij was weduwe van Frans Smit en rooms-katholiek. Het echtpaar liet vijf kinderen rooms-katholiek dopen te Beverwijk. In 1788 wordt hij als hospes (herbergier, waard) van ‘t Fortuijn genoemd. In 1806 wordt hij als tapper en eigenaar van een overdekte kolfbaan op de Achterweg vermeld. Beekman, Jan: Geboren te Beverwijk op 07-03-1750, werd rooms-katholiek gedoopt op 19-03-1750. Zijn akte van overlijden konden wij in Beverwijk niet vinden. Zijn beroep was koopman/smid. Hij huwde te Alkmaar op 12-01-1775 met Margaretha Duin. Zij overleed te Beverwijk op 27-08-1800. Het echtpaar liet één kind dopen in Beverwijk. Jan woonde aan de Breestraat en had op de Achterweg een stal. In 1787 komt hij voor op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. Ook werd hij in dat jaar benoemd in de commissie die de burgerbelangen behartigde en op 25-01-1795 werd Jan aangewezen als kiesman. Hij solliciteerde naar het lidmaatschap van de Municipaliteit in 1811; zijn persoonlijk vermogen bedroeg toen 500 gulden. Beekman, Pieter: Broer van bovenvermelde Jan. Pieter werd rooms-katholiek gedoopt te Beverwijk op 28-05-1751. Hij is overleden op 10-01-1819 te Beverwijk. Zijn beroep was waagmeester. Pieter huwde voor de eerste keer met Johanna Volders te Beverwijk op 31-03-1785. Zij kwam uit Amsterdam en werd op 08-06-1786 begraven te Beverwijk. Pieter huwde voor de tweede keer te Heemstede op 16-11-1788 met Johanna Schrama. Zijn tweede vrouw werd begraven op 03-04-1813 te Beverwijk. Van dit huwelijk werd één kind gedoopt. Pieter wordt in 1787 vermeld op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. Blarkom, Jan van: Geboren te Breukelen op 25-01-1770, was rooms-katholiek. Hij huwde te Beverwijk voor schout en sche-penen op 02-02-1796 met Cornelia van Lidt. Het echtpaar woonde aan de Breestraat en had drie kinderen. Jan had rechten gestudeerd in Leiden en was aanvankelijk aangesteld als geneesheer in Beverwijk. Op 25-01-1795 werd hij benoemd als secretaris van Beverwijk en vervulde deze functie tot 19-04-1795. In 1803 wordt hij vermeld als schout en baljuw en hoofdofficier. Jan was tevens schout en secretaris van het naburige Wijk aan Duin in de periode van 1797 t/m 14-03-1798. In 1807 wordt hij ook nog vermeld in deze functie. Op 25-01-1795 werd Jan benoemd als lid van de Municipaliteit en bleef dat t/m 17-04-1796. In 1811 solliciteerde hij weer naar het lidmaatschap van de Municipaliteit; zijn vermogen bedroeg toen 2500 gulden. Hij werd op 28-02-1811 gekozen tot lid van de Municipaliteit, maar was op 20-11-1813 niet meer in functie. Tijdens de viering van de feesten ter ere van de Vrede op 2-6-1802, stelde hij zijn woning onder Wijk aan Duin als bijdrage aan de algemene vreugde beschikbaar voor het afsteken van vuurwerk. Hij kreeg in 1806 het patent om te jagen. In 1838 werd hij de eerste procureur-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof in Noord-Brabant. Jan overleed in 1845. Braams, Jan: Volgens het lidmatenregister van de gereformeerde kerk van Beverwijk kwam Jan Braams op 26-5-1783 uit Amsterdam en vertrok later naar Westzaan. Volgens hetzelfde register kwam hij in 1787 vanuit Heemstede, samen met zijn vrouw Geertrui Barree, weer terug in Beverwijk. In de nacht van 3 op 4 maart 1791 werd er in zijn huis ingebroken. Er werd een geldbedrag en linnengoed gestolen. Een beloning werd uitgeloofd, maar of de dader gepakt is, vermelden de notulen niet. Jan diende in 1792 samen met andere burgers een verzoek in om een stille wacht. In

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

89

1799 kreeg Jan van de Municipaliteit de opdracht om de registratie te verzorgen van de ingestelde burgerwacht. In de periode van 1796 -1803 wordt Jan genoemd als lid van de Municipaliteit. Na deze periode wordt hij niet meer als zodanig vermeld. Volgens het lidmatenregister van de gereformeerde kerk van Beverwijk vertrok hij samen met zijn vrouw in november 1806 uit Beverwijk. De plaats, waarheen het echtpaar vertrok, stond niet vermeld. 8. Chambre, Jan (Jean) de la: Gereformeerd, gedoopt te Beverwijk op 25-12-1741 met als doopnaam Jan. Liet zich op latere leeftijd Jean noemen. Overleden op 11-04-1814 te Beverwijk. Jan deed op 01-06-1763 belijdenis. Gehuwd in de Grote Kerk te Beverwijk op 03-05-1767 met Femmetje Salm. Zij was geboren te Beverwijk op 08-05-1738 en werd op 17-08-1802 te Beverwijk begraven. Het gezin kreeg acht kinderen. Jean werd in 1787 vermeld op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. In 1785 werd Jean benoemd als kapitein en in 1800 als luitenant van de schutterij. In 1788 legde hij de verplichte eed van trouw op stadhouder Prins Willem V af. Op 21-05-1777 werd hij benoemd als lid van de Vroedschap. Na 1786 werd hij vermeld als burgemeester. Na de omwenteling op 25-01-1795 was hij t/m 19-04-1795 lid van de Municipaliteit en van 17-04-1796 t/m 14-03-1798 lid van het stedelijk bestuur. Jean was tevens regent van het weeshuis. Zijn beroep was huisschilder/glazenier. Jean was ook kunstschilder; er zijn enkele aquarellen van hem bewaard. De keizersportretten, welke in het Museum Kennemerland hangen, zijn ook van zijn hand. Ook bezit het museum een handgeschreven document van hem. • Opgemerkt dient wel te worden, dat in de rooms-katholieke doopboeken ook een Jan de la Chambre wordt vermeld. Deze Jan was gehuwd met Margaretha Zoutman. Dit echtpaar liet verschillende kinderen dopen. Over deze Jan vermeldden de notulen van de Vroedschap op 23-01-1788 het volgende: “De gearresteerde Karel de Wolf, geboren te Amsterdam, oud 65 jaar, heeft enige brutaliteiten gepleegd aan het huis van Jan de la Chambre. Volgens hem was Jan de la Chambre en zijn vrouw Margaretha Zoutman aan hem geld schuldig, nl. 11 guldens en 17 stuivers. Jan en zijn vrouw ontkenden het geld schuldig te wezen. De arrestant kwam er met een waarschuwing van af. Deze laatste Jan de la Chambre is volgens ons een andere Jan de la Chambre en niet degene die vermeld wordt in het dagboek. 9. Coevenhoven, Adriaan van: Gedoopt te Beverwijk 03-08-1738, gereformeerd. Hij deed belijdenis op 31-05-1758. Werd op 19-07-1801 begraven te Beverwijk. Er is van hem geen huwelijk te Beverwijk gevonden. Tussen 25-08-1772 en 18-07-1801 werd hij vermeld als lid van de Vroedschap en van 25-01-1795 t/m 19-04-1795 lid van de Municipaliteit. In 1788 legde hij de verplichte de eed van trouw op stadhouder Prins Willem V af. 10. Davids, Abraham: Israeliet. Koopman afkomstig uit Amsterdam, gehuwd met Judith Baroch. Woonde aan de Peperstraat. Zij overleed op 14-11-1797 en is begraven te Haarlem. Hij overleed te Beverwijk op 03-01-1799 en werd eveneens in Haarlem begraven. 11. Engelberts, Jan: Huwde in de Grote Kerk te Beverwijk met Gerarda Elizabeth Morré op 09-06-1783; beiden waren woonachtig in Amsterdam. Omstreeks 1805 was de buitenplaats Zeewijk eigendom van de weduwe van Jan Engelberts. 12. Flentrop, Dirk: Geboren te Wijk aan Duin en gereformeerd gedoopt te Beverwijk op 15-09-1765. Overleden te Beverwijk op 10-061803. Zijn beroep was chirurgijn. Gehuwd te Beverwijk (kerkelijk) met Magtilda Stroom op 31-08-1794; zij was geboren te Amsterdam. Het gezin liet vijf kinderen dopen te Beverwijk. Zes maanden na zijn overlijden werd er nog een zoon geboren en gedoopt. In 1795 werd Dirk benoemd tot luitenant van de schutterij. Het gezin woonde aan de Breestraat. 13. Hamelsveld, Wilhelmus Jacobus van: Was kwartiermeester. Pleegde zelfmoord in het huis van Ogelwight, zie ook nummer 32. In het begraafregister wordt op 29-10-1799 vermeld, dat hij vanuit het huis van Ogelwigt werd begraven. 14. Heuvelkamp, Dirk: Geboren circa 1759. Overleden te Beverwijk op 05-02-1827. Hij huwde voor de schout en schepenen van Beverwijk op 30-11-1794 met Anna Maria van Lieshout. Het echtpaar liet vijf kinderen dopen in de rooms-katholieke kerk. Dirk was niet rooms-katholiek, maar luthers. Het echtpaar woonde aan de Achterweg. 15. Hogendorp, Gijsbert Karel van: Geboren te Rotterdam op 27-10-1762, overleden te ‘s-Gravenhage op 05-08-1834. Pensionaris te Rotterdam. Kerkelijk huwelijk te Beverwijk op 03-05-1789 met Hester Clifford, geboren te Amsterdam. Zijn belastbaar inkomen in 1816 was 2243 gulden. Werd samen met zijn broer Dirk in 1773 door bemiddeling van prinses Wilhelmina op de kadettenschool te Berlijn geplaatst. In 1781 kwam hij terug in Nederland als officier bij de Hollandse gardes. In 1783 bezocht hij de pas onafhankelijk geworden Verenigde Staten, waar hij met George Washington en Jefferson kennismaakte. Bestudeerde de constitutie van de jonge republiek.Ging na zijn terugkeer in Nederland rechten studeren in Leiden en promoveeerde in 1786. Hogendorp werd in 1787 tot pensionaris van Rotterdam benoemd. Na zijn ontslag in 1795, als gevolg van de Franse inval, was hij zonder succes werkzaam als koopman en als financier van een mislukte kolonisatiepoging in Zuid-Afrika. Van 1802 tot 1809 leefde hij teruggetrokken op zijn buiten Adrichem bij Beverwijk, daarna in Den Haag. Na Napoleons nederlaag in de slag bij Leipzig in 1813 nam hij samen met Van der Duyn van Maasdam en Van Limburg Stirum het initiatief tot een nationale bevrijdingsactie. Werd na het instellen van de constitutionele monarchie onder het Huis van Oranje vice-president van de Raad van Werd 23, als 1999 dank door Koning Willem I in de adelstand verheven. Tussen Koning Willem I en van Hogendorp HGMK State. Ledenbulletin 90

16.

17.

18. 19.

20.

21.

22.

bestond echter een onverenigbaarheid van inzicht en karakter, die de samenwerking bemoeilijkte. Toen bovendien bleek dat de koning niet geneigd was hem als almachtig ‘eerste-minister’ naast zich te dulden, nam hij in 1816 teleurgesteld ontslag. Als minister van Staat bleef hij echter actief in de politiek en vond hij van 1817 tot 1825 in de Tweede Kamer het forum waar hij (vrijwel als eenling) zijn kritiek naar voren bracht op de economische en financiële aspecten van het regeringsbeleid. Uit ergernis ontnam de koning hem daarom in 1819 titel en rang van minister van Staat, al behield Hogendorp wel zijn pensioen. Ten tijde van de Belgische Revolutie in 1830 meende hij, dat ook het noorden rijp was voor hervormingen en pleitte voor een verantwoordelijk bestuur en grotere openheid op financieel gebied. Zo ontwikkelde de oorspronkelijk zeer conservatieve staatsman zich op latere leeftijd tot een van de wegbereiders van het liberalisme. Hooft, Gerrit: Mr. Gerrit Hooft geboren te Amsterdam in 1745 en overleden in 1815. Huwde in 1785 met Catharina Françina Bruyningh (1763-1819). Het echtpaar kreeg twee kinderen. Gerrit Hooft was eigenaar van de hofstede Akerendam tot begin 1800. In haar boek Akerendam vertelt Ellen Broersen dat hij in 1796 ernstig ziek lag in deze hofstede. Ook vermeldt zij, dat hij een brede interesse had in literatuur, beeldende kunst, wetenschap en muziek. Huber (Stuber), Jacob (Johan): Zijn naam (voornaam en familienaam) werd verschillend geschreven in de doop- en trouwboeken van Beverwijk. Jacob was geboren te Wezel in 1751 en werd begraven te Beverwijk op 22-04-1813. Zijn beroep was zadelmaker en behanger. Hij huwde te Beverwijk voor schout en schepenen op 07-03-1781 met Anna Nink, jonge dochter, afkomstig uit Vilbras aan der Laan, waarschijlijk gelegen in Duitsland. Het gezin liet drie kinderen dopen in de Lutherse kerk. In 1787 kwam hij voor op de ledenlijst van de burgersociëteit:”Eendracht en Vrijheid”. Het gezin woonde aan de westzijde van de Breestraat. Hulst, Barend: Geboren circa 1744, overleed ongehuwd te Beverwijk op 11-09-1809. Zijn beroep was schoenmaker. Husing (Husung), Johannes: Geboren in Sas van Gent op 05-08-1755. Overleden te Beverwijk op 11-10-1816. Volgens het gereformeerde lidmatenregister afkomstig uit Leiden op 26-05-1782. Was voor de eerste maal gehuwd met Cecilia Frederica van Dinter. Zij werd op 18-04-1804 begraven te Beverwijk. Het echtpaar had één kind. Zijn tweede huwelijk met Augustina van Graave werd gesloten voor schout en schepenen te Beverwijk op 24-06-1804, twee maanden na het overlijden van zijn eerste vrouw. Augustina was geboren te Lemmer en overleed te Beverwijk op 09-12-1812. Zijn beroep was doktor in de medicijnen en apotheker. Het echtpaar woonde aan de Peperstraat. Als eerste in Nederland stichtte hij samen met Hendrik Verveer in 1782 een tehuis waar patiënten, die leden aan zenuwziekten, opgenomen konden worden. Beverwijk had hun voorkeur als vestigingsplaats, omdat de luchtgesteldheid hier zeer geschikt was. Komt in 1787 voor op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. Na april 1796 wordt hij genoemd als lid van het stedelijk bestuur. Na 1 april 1803 wordt hij niet meer in die hoedanigheid vermeld. In 1795 werd hij benoemd als commandant van de burgerwacht, maar legde deze functie in 1796 neer. Jagt, Gerrit van der: Waarschijnlijk afkomstig uit Maassluis. Beroep: notaris (notaris publiq). Patriot, in 1787 vermeld op de ledenlijst van de vurige patriotten-burgersociëteit:”Eendracht en Vrijheid”. Was een van de mede-oprichters en secretaris van deze sociëteit, die oefende in de wapenhandel (=het beoefenen van de gevechtskunst). Het is niet helemaal zeker, maar hoogstwaarschijnlijk is een kleine afdeling van “Eendracht en Vrijheid” naar Elburg geweest. In 1787 wilde Prins Willem met behulp van de Gelderse Staten een eind maken aan het patriottische bewind in deze plaats .Toegesnelde groepjes patriotten van elders kwamen echter te laat om het tij te keren. Van der Jagt werd in 1789 gemolesteerd door de in Beverwijk gelegerde dragonders. Hield op 25-01-1795, tijdens een bijeenkomst in de Grote Kerk, een vlammend betoog ten gunste van de nieuwe tijden en eiste verkiezingen. Omstreeks 1801 is hij naar Zaandam vertrokken. In de notulen van de Vroedschap wordt Gerrit in 1786 regelmatig vermeld wegens zijn protesten inzake de rechten van de vrijcorpsen. Karshoff, Jan: Geboren te Amsterdam op 17-11-1768 en overleden te Beverwijk op 06-12-1827. Hij huwde in de Grote Kerk te Beverwijk op 21-07-1794 met Anna de la Chambre. Zij was geboren te Beverwijk op 26-07-1767. Het gezin had vijf kinderen. Jan’s beroep was notaris; hij was regent van het weeshuis van 1800 tot 1801. In de periode van 0108-1811 t/m 06-12-1827 was hij secretaris van Beverwijk; ook was hij secretaris van Wijk aan Duin en wel van 1403-1798 t/m eind 1810. Van 1817 t/m 06-12-1827 was hij secretaris en tevens burgemeester van Wijk aan Zee en Duin. De plaatsen Wijk aan Duin en Wijk aan Zee waren tot 1810 zelfstandig. Op 1 januari 1811 werden onder Frans bewind die plaatsen samengevoegd bij Beverwijk. Deze gedwongen fusie werd begin 1817 weer ongedaan gemaakt en werden de plaatsen Wijk aan Zee en Wijk aan Duin samengevoegd als Wijk aan Zee en Duin. Jan woonde met zijn gezin aan de Breestraat. Kinsbergen, Jan Hendrik van: Geboren te Doesburg op 01-05-1735 en overleden te Apeldoorn op 22-05-1819. Ridder van de Russische militaire orde van Sint George, schout bij nacht van Holland en West-Friesland, adjudant-generaal van Stadhouder Prins Willem V (1786) als admiraal-generaal van de Unie. Huwde in de Grote Kerk te Beverwijk met Hester Hooft op 23-07-1786. Zij was weduwe van George Clifford. Door zijn huwelijk met Hester ontstond er een relatie met Gijs-

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

91

23.

24.

25.

26.

27.

28.

29.

30.

bert Karel van Hogendorp. Deze was namelijk gehuwd met een dochter uit het eerste huwelijk van Hester Hooft. Hierdoor kwam de hofstede Adrichem in het bezit van Jan Hendrik van Kinsbergen. Knegjes, Jacob: Geboren te Beverwijk op 21-08-1755. Gereformeerd. Overleden te Beverwijk op 23-01-1823. Zijn beroep was broodbakker. Eerste huwelijk in de Grote Kerk te Beverwijk met Hendrina Schermer op 21-09-1777; Hendrina kwam uit Haarlem. Zij overleed te Beverwijk op 04-04-1783. Dit echtpaar liet één kind dopen. Hij huwde voor de tweede keer te Beverwijk (kerkelijk huwelijk) met Geertruij van Eeden op 21-03-1784. Zij was eveneens afkomstig uit Haarlem. Geertruij overleed te Beverwijk op 16-04-1817. Dit echtpaar had vijf kinderen en woonde aan de Breestraat. Jacob was schepen van 02-11-1784 t/m 04-11-1794 en lid van het gemeentebestuur van 19-04-1795 t/m 17-04-1796. Zijn persoonlijk vermogen bedroeg in 1811 volgens zijn eigen opgave 500 gulden. Zijn belastbaar inkomen in 1816 was 79 gulden. Kool, Agge Roskam: Geboren te Amsterdam op 16-10-1714, overleden te Beverwijk op 23-03-1789. Doopsgezind. Azijnfabrikant. Gehuwd te Beverwijk voor schout en schepen op 04-11-1736 met Trijntje Jansdr. Honig. Zij was geboren te Zaandijk op 04-08-1717 en overleed op 19-05-1781 te Beverwijk. Het gezin woonde aan de Meer. Agge was brandweercommandant van 1766-1776. Komt in 1787 voor op de ledenlijst van de burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland” Kool, Jacob Aggesz.: Zoon van bovengenoemde Agge Roskam, geboren te Beverwijk op 22-12-1745 en overleden te Beverwijk op 19-031820. Doopsgezind. Azijnmaker. Gehuwd te Krommenie op 19-11-1769 met Engeltje de Jong. Zij was geboren te Krommenie op 31-03-1746 en overleed te Beverwijk op 20-01-1803. Het echtpaar had zes kinderen en woonde aan de Meer. Hij was brandweercommandant in 1793 en in 1787 benoemd in de commissie die de burgerbelangen behartigde. In 1787 vermeld op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrij-heid en Vaderland”. Zijn dochter Neeltje huwde met Pier Zeper, een felle patriot uit Leeuwarden, die in de volksvertegenwoordiging zat na 1795. Zelf was Jacob lid van de Municipaliteit van 19-04-1795 t/m 14-03-1798. Solliciteerde in 1811 naar een functie in de Municipaliteit; zijn persoonlijk vermogen bedroeg toen 4000 gulden. Lid van het gemeentebestuur van 01-04-1803 t/m 1811. Per 28-02-1811 t/m 01-08-1811 provisioneel maire. Op 20-11-1813 geïnstalleerd als Assessor. Verscheidene malen aangesteld als buurtmeester. Kool, Pieter: Zoon van bovengenoemde Jacob. Geboren te Wormerveer op 22-11-1772. Overleden te Beverwijk op 21-071822. Doopsgezind. Azijnfabrikant. Gehuwd te Beverwijk voor schout en schepenen op 19-11-1794 met Elisabeth Schuckink. Zij was geboren te Amsterdam op 23-06-1774 en overleed te Beverwijk op 12-10-1831. Het echtpaar had vijf kinderen; woonde aan de Meer. Pieter solliciteerde in 1811 naar een functie in de Municipaliteit; zijn persoonlijk vermogen was toen 1500 gulden groot. Per 11-09-1811 adjunct-maire en per 19-12-1811 lid der municipaliteit. In 1788 cipier en dienaar van justitie, in 1795 lid van de Krijgsraad in de rang van 2e luitenant en in 1797 bevorderd tot kapitein van de schutterij. Langeveld, Martinus: Gedoopt te Beverwijk op 13-04-1721. Gereformeerd. Hij werd begraven te Beverwijk op 16-06-1795. Huwde te Haarlem op 16-09-1749 met Maria Meland. Zij werd begraven te Beverwijk op 19-03-1795. Het gezin liet tien kinderen dopen in Beverwijk. Was lid van de Vroedschap en burgemeester van Beverwijk van 24-08-1756 t/m 2105-1777. In 1747 vaandrig van het blauwe schuttertsvendel. Werd op 28-05-1785 bedreigd door een ingekwartierde dragonder, nadat Martinus hem beschuldigd had van het ingooien van ruiten. Werd regelmatig uitgescholden voor “Kees”(scheldnaam voor patriotten) en vele malen bedreigd en geslagen tijdens inkwartiering, na het herstellen van de macht van de Stadhouder Willem V. In 1798 weer gemolesteerd door een ingekwartierde militair. Langeveld, Martinus junior: Zoon van bovengenoemde. Gedoopt te Beverwijk op 14-04-1765. Gereformeerd. Gehuwd te Amsterdam op 24-041786 met Anna Maria Lijnslager. Het gezin liet in Beverwijk vijf kinderen dopen. In 1787 vermeld op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. In 1795 werd hij benoemd als kapitein van de schutterij. Volgens het lidmatenregister van de gereformeerde kerk van Beverwijk vertrok het gezin op 27-02-1798 naar Den Burg, Texel. Lidt, Lourens van: Afkomstig uit Leiden. Begraven te Beverwijk op 31-10-1796. In 1789 vermeld als eigenaar van huize Graafwijk, een verbeterhuis. Hierin werden geestelijk gestoorde mensen opgenomen uit een andere plaats. Zijn eerste huwelijk was met Christina Berendonk. Zijn tweede huwelijk werd in Beverwijk gesloten op 20-01-1771 met Cornelia Berkhout. Na dit huwelijk vestigde Lourens zich in Beverwijk. Cornelia werd begraven te Beverwijk op 18-11-1773. Zijn derde huwelijk was met Johanna Margaretha Höman. Zij was rooms-katholiek, gedoopt in Nieuwer Amstel op 30-03-1755. Dit huwelijk is niet opgetekend in de boeken van Beverwijk. Na het overlijden van Lourens, huwde zij voor de tweede maal en wel met Pieter Stelt. Zij overleed te Beverwijk op 06-08-1818. Lourens werd in 1787 vermeld op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. Noordman, Herman: Geboren te IJsselstein op 22-02-1752 en overleden te Beverwijk op 22-03-1823. Hij kwam met attestatie uit Nijmegen op 22-10-1782 te Beverwijk. Hij huwde in de Grote Kerk van Beverwijk op 02-08-1784 met Geertje Meer-

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

92

31.

32.

33. 34.

35.

36.

37.

huizen. Zij was weduwe van Marcus van der Waarden. Geertje is geboren circa 1746 en overleden te Beverwijk op 26-02-1816. Het echtpaar had geen kinderen. Beiden waren gereformeerd. Zijn beroep was azijnfabrikant/ winkelier. Voordat hij zich in Beverwijk vestigde, was hij woonachtig geweest in Enkhuizen en Hoorn. In 1787 wordt hij vermeld op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. Solliciteerde in 1811 naar een functie in de Municipaliteit, zijn persoonlijk vermogen was toen 2000 gulden groot. Herman was schepen en lid van de gemeenteraad geweest. Op 25-01-1795 werd hij benoemd als lid van de Municipaliteit en op 19-04-1795 opnieuw benoemd. Op 17-04-1796 volgde de benoeming als lid van het effectief stedelijk bestuur; deze functie bekleedde hij tot 14-03-1798. Op 01-04-1803 werd hij als lid van het gemeentebestuur benoemd en op 28-02-1811 werd hij gekozen als lid van de Municipaliteit, in de hoedanigheid van vice-president van de raad. Herman woonde aan de Breestraat. Volgens het lidmatenregister van de gereformeerde gemeente is het gezin vertrokken naar Den Haag. In deze plaats is Herman overleden. Noort, Bartel van der: Gereformeerd gedoopt te Beverwijk op 20-03-1735, begraven te Beverwijk op 26-03-1811. Gereformeerd. Hij huwde in de gereformeerde kerk te Beverwijk op 26-04-1767 met Susanna Schaap. Zij is gereformeerd gedoopt te Beverwijk op 11-06-1741, begraven te Beverwijk op 30-10-1776. Het gezin liet zes kinderen dopen. Bartel werd op 01-12-1774 benoemd tot schepen van Beverwijk en in 1790 vermeld als rentmeester. Op 25-01-1795 werd hij benoemd als lid van de Municipaliteit; deze functie eindigde op 19-04-1795. Op 15-04-1798 werd hij herbenoemd als verpondingsgaarder. Hij woonde aan de Breestraat. Vertrok op 09-03-1808 naar Den Haag, maar keerde later weer terug naar Beverwijk. Ogelwight, Marcus Hendrik: Geboren te Amsterdam op 17-10-1766 en overleden te Velsen op 28-11-1836. Gehuwd met Catharina de Flo. Zij is vóór 1836 overleden. Het echtpaar had zeker twee zoons. Ogelwight was in 1806 azijnfabrikant, maar in 1814 was hij notaris. Op 07-09-1795 benoemd als adjunct-secretaris van Beverwijk en later dat jaar benoemd als lid van de Municipaliteit. Werd op 14-03-1798 tot secretaris benoemd. Hij woonde aan de Breestraat; het huis droeg de naam “de Stenen Brug”. In de periode van 1810-1813 was Ogelwight maire en schout van Velsen. Peeters, J.B.: Komt alleen voor op de ledenlijst van aangeslagenen ten behoeve van de gasthuisarmen in 1798. Hier werd hij voor 6 gulden aangeslagen. Verder geen gegevens kunnen vinden. Rentink, Steven: Huwde te Heemstede op 24-07-1772 met de weduwe Elisabeth Hafkenscheid. Elisabeth woonde in Heemstede. Volgens het lidmatenregister van de gereformeerde gemeente werd Steven in 1773 ingeschreven, komende uit Heemstede. Elisabeth werd begraven te Beverwijk op 11-07-1780. Hij huwde voor de tweede keer (kerkelijk huwelijk) te Beverwijk op 24-06-1781 met Maria Bommeseij. Zij was woonachtig te Haarlem. Maria werd begraven te Beverwijk op 25-11-1796. Steven werd op 30-09-1788 als schepen benoemd en bleef in functie tot de machtswisseling. Op 25-01-1795 werd hij benoemd als lid van de Municipaliteit en werd herbenoemd op 19-04-1795. Werd op 17-041796 lid van het stedelijk bestuur en op 01-04-1803 werd hij benoemd als lid van het gemeentebestuur. Zijn rang bij de schutterij was luitenant. Rentink werd op 26-07-1805 te Beverwijk begraven. Rhijn, Gerrit van: Volgens het lidmatenregister van de gereformeerde gemeente van Beverwijk kwam Gerrit op 16-03-1778 uit Nisse (Zeeland) naar Beverwijk. Hij werd begraven te Beverwijk op 25-11-1796. Was gehuwd met Anna Maria Kiekenpost. Hun geloof was gereformeerd. Het echtpaar liet twee kinderen dopen te Beverwijk. Gerrit was schout en secretaris van Beverwijk in de periode van 1777 t/m 04-02-1784 en van 1786 t/m 1795 en tevens schout en secretaris van Wijk aan Duin van 1777 t/m 1796. Na de omwenteling bleef Gerrit belast met het bewind der veilingen, het actenschrijven, rol houden en collecteren der middelen. Na het herstel van Prins Willem V in zijn waardigheid als stadhouder in 1787, werd hij benoemd als kolonel van de vernieuwde schutterij. Maar ook werd hij door onbekende daders gemolesteerd, werden bij hem verschillende malen de ruiten ingegooid en werd hij zelfs één keer door een ingekwartierde militair met een mes gestoken. Rijnierse, Anthonie: Gehuwd met Jacomina Verbrugge te Beverwijk op 03-06-1785. Zij was weduwe van Jacob Beekman. Anthonie was woonachtig te Amsterdam. Na zijn huwelijk vestigde hij zich in Beverwijk. Hier werd hij begraven op 22-011808. Het echtpaar liet twee kinderen rooms-katholiek dopen in Beverwijk. Zijn beroep was winkelier in koffie, thee, chocolade, kruiden en inlandse waren. In 1787 werd hij vermeld op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. Werd ook in dat jaar benoemd als buurtmeester. Anthonie werd op 25-011795 gekozen als lid van de Municipaliteit; bleef dat tot 19-04-1795. Werd op 14-03-1798 opnieuw benoemd als lid van de Municipaliteit en bleef in functie tot 01-04-1803. Het gezin woonde aan de Breestraat. Scheerman, Hendrik: Geboren circa 1760 en overleden te Heemskerk op 14-10-1803. Huwde voor de schout en schepenen van Beverwijk op 31-10-1784 met Stijntje Makke.Zij was rooms-katholiek gedoopt op 06-01-1761 te Beverwijk en overleden te Heemskerk op 16-03-1818. Het gezin had zes kinderen. Tussen 1792 en 1796 moet het gezin verhuisd zijn van Beverwijk naar het Heemskerkerduin. Bij de aansluiting van de Duinweg op de Oudendijk huurde Hendrik van de familie Deutz van Assendelft een stuk land in het duingebied. Tijdens de oorlog van 1799 leed Hendrik volgens een opgave een schade van 103 gulden. Hendrik was hier namelijk een boerenbedrijf begonnen.

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

93

38. Schermer, Broer: Geboren circa 1751. Was van 1776 tot aan zijn dood schoolmeester van Beverwijk. Dit hield tevens in, dat hij voorlezer en voorzanger was in de Grote Kerk. Uit zijn huwelijk met Geertje Winkel waren in 1799 nog zeven kinderen in leven, Cornelis, Kaatje, Jannetje, Bregje, Jacob, Floris en Marijtje. Zijn vrouw Geertje overleed omstreeks de jaarwisseling van 1798 naar 1799; zij werd namelijk op 2 januari 1799 begraven te Beverwijk. Zelf werd Broer Schermer op 10 december 1807 begraven. De woning van het schoolmeestersgezin bevond zich bij het schoolgebouw; dat stond direct ten noorden van de Grote Kerk. 39. Schoehuisen, Gerrit: Geboren te Uitgeest circa 1760 en overleden te Beverwijk op 30-03-1825. Gerrit was winkelier in koffie en kruiden. Hij huwde te Beverwijk op 16-10-1784 met Jetje de Vries. Zij werd begraven te Beverwijk op 11-02-1786. Gerrit huwde voor de tweede maal op 09-01-1790 te Beverwijk met Johanna (Catharina) van Barneveld. Zij woonde voor haar huwelijk in Alkmaar. Johanna werd begraven te Beverwijk op 18-12-1805. Dit echtpaar, dat rooms-katholiek was, kreeg twee kinderen. Gerrit werd benoemd als lid van het gemeentebestuur op 20-11-1813. 40. Schouten de Waal, Jacob: Afkomstig uit Amsterdam. Zijn geloof was rooms-katholiek. Gehuwd met Elisabeth Maria Weede. Het echtpaar lieten drie kinderen dopen in Beverwijk. Het gezin woonde op de hofstede de Schans. 41. Schuijt, Albertus Cornelis: Geboren te Amsterdam op 18-06-1760 en overleden te Amsterdam op 21-01-1814. Gehuwd te Amsterdam op 1606-1782 met Johanna Albertina Geelvinck. Zij was geboren te Amsterdam op 06-03-1762 en overleden 08-011815 te Amsterdam. Albertus was de twintigste ambachtsheer van Bakkum en eigenaar van de hofstede Jagerslust (de Vlotter). 42. Seggelis, Rijnier: Gereformeerd gedoopt te Beverwijk op 21-04-1743 als Jurrij Reiniers, zoon van Jochem Segels. Vertrok in 1771 naar Krommeniedijk. Huwde hier voor de eerste maal met Johanna van der Jagt. Zijn tweede huwelijk (kerkelijk) werd te Beverwijk op 27-01-1792 met Alida van Egmond gesloten. Na dit huwelijk ging hij weer in Beverwijk wonen. Rijnier overleed op 19-10-1802 en werd begraven te Beverwijk op 22-10-1802. 43. Sluis, Jan: Rooms-katholiek gedoopt te Beverwijk op 24-08-1762. Overleden te Beverwijk op 07-01-1820. Kreeg op 2705-1794 attestatie van schout en schepenen van Beverwijk om te trouwen met Maria Nieuwenhooven in Tetteroode. Het echtpaar liet in Beverwijk zes kinderen dopen. Zijn beroep was koopman / biersteker (groothandelaar in bier). Het gezin woonde in de Meerstraat. In 1787 werd hij benoemd als vaandrig van de nieuw gevormde schutterij. In hetzelfde jaar werd hij benoemd in de commissie die burgerbelangen behartigde. In 1787 wordt hij vermeld op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. Op 14-03-1798 werd Jan benoemd als president van de Municipaliteit. Op 14-04-1798 herbenoemd als bierwerker en schipper op Haarlem. Op 01-04-1803 werd hij benoemd als lid van het gemeentebestuur. In 1811 solliciteerde hij naar een functie in de Municipaliteit; zijn persoonlijk vermogen bedroeg toen 1000 gulden. Werd in 1811 gekozen als lid van de Municipaliteit en bleef dit tot 1813 . 44. Stelt, Pieter: Rooms-katholiek gedoopt te Beverwijk op 10-12-1766 en overleden op 22-11-1823. Zijn beroep was azijnmaker. Gehuwd te Beverwijk voor schout en schepenen op 24-11-1801 met Johanna Margaretha Höman. Zij was roomskatholiek, gedoopt te Nieuwer Amstel op 30-03-1755. Zij was weduwe van Lourens van Lidt. Johanna overleed te Beverwijk op 06-08-1815. Het echtpaar had geen kinderen en woonde aan de Breestraat. Hij wordt in 1787 vermeld op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. Op 25-01-1795 zat Pieter Stelt al in een raad van vijf man, die toen de uit 14 personen bestaande Municipaliteit kozen. Op 19-04-1795 was hij lid van de Municipaliteit, als civiel-secretaris. De Municipaliteit werd op 17-04-1796 omgevormd tot “effectief stedelijk bestuur”. Op 14-03-1798 werd Pieter Stelt benoemd tot schout-civiel. Bij decreet van het Departementaal bestuur van Holland van 01-04-1803 werd hij benoemd tot lid van het gemeentebestuur. Bij besluit van 17-07-1811 werd hij benoemd tot adjunct-maire en op 11-09-1811 benoemd en op 21-09-1811 beëdigd als maire. Vanaf 20-11-1813 is hij opgetreden als hoofd van het gemeentebestuur totdat hij geïnstalleerd was als burgemeester. Sprak in 1811 Keizer Napoleon erg onderdanig toe, toen deze op doorreis Beverwijk aandeed. Op 02-06-1817 geïnstalleerd als kiezer van district 8. In een schrijven van 18-08-1817 van de ambachtsvrouwe van de heerlijkheid Beverwijk, de weduwe van Harencarspel, wordt Pieter Stelt voorgedragen als schout van Beverwijk en Wijk aan Zee en Duin. Op 18-10-1817 werd hij als schout geïnstalleerd. In de aanstellings­brief van 7-31815 van de Gouverneur werd hij als volgt omschreven: “zeer knap en accuraat, onpartijdig, zeer welwillig en men kan volkomen op zijn getuigenissen en renseignementen staat maken, behartigt zeer goed het interest van zijne gemeente”. Pieter kwam ongelukkig aan zijn einde. Volgens het notulenboek van de gemeenteraad te Beverwijk waren Pieter en zijn gerechtsdienaar te Alkmaar op een verpachting geweest en reden zij met paard en wagen ‘s avonds om 7 uur terug naar Beverwijk. Het was een donkere nacht en de lantaarn van het rijtuig was uitgegaan. Hierdoor geraakte het rijtuig met paard en al links van de straatweg in een sloot, die nauwelijks 3 voet breed was. “Pieter Stelt, zwaar van lichaam en belast met twee volle zakken geld (in zijn zakken), geraakte, ook al omdat het rijtuig op hem gevallen was, zoo vast in de modder dat hij dadelijk is gestikt”. In het notulenboek heet dat “het HGMK Ledenbulletin 23, 1999

94

45.

46.

47.

48.

49. 50.

51.

52.

53.

water zijn hart heeft overstelpt”. Hij werd naar de herberg de Rode Leeuw, gelegen even buiten Alkmaar, gebracht, maar het mocht niet meer baten. Stumphius, Christiaan: Geboren te Amsterdam op 12-02-1764 en overleden te Beverwijk op 22-02-1824. Gereformeerd. Gehuwd voor de eerste keer te Beverwijk op 06-05-1792 met Johanna Langeveld. Zij was gedoopt te Beverwijk op 15-11-1767 (dochter van nummer 27) en overleed te Beverwijk op 05-04-1806. Het echtpaar kreeg zeven kinderen. Hij huwde voor de tweede maal en wel te Haarlem op 08-10-1808 met Margaretha Pluim. Zijn beroep was metselaar/architect/makelaar en vrederechter. Op 25-01-1795 werd Christiaan benoemd als lid van de Municipaliteit en op 0104-1803 als lid van het gemeentebestuur. Op 28-02-1811 weer benoemd als lid van de Municipaliteit en in functie tot 1813. Stumphius, Francois: Broer van bovengenoemde Christiaan. Geboren te Amsterdam en begraven te Beverwijk op 08-01-1796. Huwde in de Grote Kerk van Beverwijk op 22-03-1772 met Catharina Och. Zij was weduwe van Cornelis Robbers. Catharina werd begraven te Beverwijk op 17-09-1788. Het echtpaar had geen kinderen. Hij was burgemeester van 1790 t/m de machtswisseling in 1795. Op 25-01-1795 werd hij benoemd als lid van de Municipaliteit en werd herbenoemd op 19-04-1795. Francois bleef lid van de Municipaliteit tot 17-04-1796. Zijn beroep: koopman in kalksteen. Sypesteijn, Mr. Cornelis Ascanius van: Hoofdofficier, woonde in Haarlem. Hij huwde op 06-07-1783 in de gereformeerde kerk van Bennebroek met Cornelia van Diepenburgh. Zij was woonachtig in Amsterdam. Op 08-08-1788 dienden 39 Oranjegezinde Beverwijkers een verzoek in bij de Staten van Holland en West-Friesland om hem uit zijn ambt te zetten. Volgens hen was hij anti-Oranje en was de oude gezagssituatie niet voldoende hersteld. Voormalige patriotten liepen in de straten van Beverwijk nog met witte oproerleuzen op hun hoed te pronken. Onder hun kleding droegen zij geladen wapens, terwijl de baljuw niet ingreep. Voormalige revolutionairen, die opgepakt waren, werden door toedoen van de baljuw weer vrijgelaten. De Oranjegezinden verweten hem partijdigheid en helaas voor hen, werd het verzoek afgewezen. Temminck, Matthias: Geboren te Amersfoort op 26-02-1734, overleden te Leiden op 24-12-1814. Huwde op 30-08-1762 met Clasina Nijman. Hij vestigde zich als advocaat te Amsterdam in 1757 en woonde er op de Kloveniersburgwal bij het Oude Mannenhuis. Hij kocht op 28-11-1792 voor ƒ 37.000 de hofstede Scheybeek, die hij in 1800 weer verkocht. Was regent in het stadsbestuur van Amsterdam van 1785-1787. Werd op 27-11-1787 door Prins Willem V geremoveerd wegens patriottische sympathieën. Bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie, commissaris van de 8e penning in 1760; regent van het Sint Pietersgasthuis in 1768; kassier in de Ontvangkamer der Oost-Indische Compagnie van 1775-1785. Veen, Jan Pieter, van der: Geboren circa 1731, begraven te Beverwijk op 22-05-1817. Gehuwd met Maria Maartens. Dit echtpaar liet verscheidene kinderen rooms-katholiek dopen in Beverwijk. Veer, Pieter de: Geboren in 1744, overleden in 1814. Begraven in een grafkelder in de Grote Kerk van Beverwijk. Gehuwd in 1781 met de weduwe Wilhelmina van der Keere. Zij had enkele maanden voor haar huwelijk met Pieter huize Westerhout gekocht. Pieter was kapitein-ter-zee in dienst van de admiraliteit van Amsterdam en was de zoon van de Amsterdamse juwelier Abraham de Veer en Geertruy Reesen. Het echtpaar liet 3 kinderen dopen in de gereformeerde kerk van Beverwijk. Velde, Pieter van de: Moet omstreeks 1748 geboren zijn te Beverwijk, maar wegens hiaten in het gereformeerde doopboek hebben wij hem niet gevonden. Begraven te Beverwijk op 19-10-1807 in de ouderdom van 59 jaar. Hij huwde in de Grote Kerk van Beverwijk op 21-05-1775 met Trijntje van Soest. Trijntje was gereformeerd gedoopt te Beverwijk op 01-101747. Het gezin liet vier kinderen dopen te Beverwijk. Pieter was burgemeester van Beverwijk van 06-11-1789 tot en met de machtswisseling in 1795. Zijn beroep was loodgieter. Van 25-01-1795 tot en met 13-04-1795 en van 14-03-1798 tot 30-03-1803 was hij lid van de Municipaliteit van Beverwijk. Verheul, Frederik: Gereformeerd gedoopt te Beverwijk op 24-02-1765. Overleden te Beverwijk op 02-09-1822. Hij huwde in de Grote Kerk te Beverwijk op 27-06-1790 met Jacoba Carolina van Kalker. Zij was geboren te Velsen. Het gezin liet één kind dopen in Beverwijk. Frederik wordt in 1787 op twee ledenlijsten vermeld, nl. op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland” en op de ledenlijst van de burgersociëteit “Eendracht en Vrijheid”, maar dit kan evengoed zijn grootvader zijn: deze leefde nog en was azijnfabrikant. Vermooten, Frederik: Volgens zijn eigen opgave geboren op 25-10-1755. Was volgens het lidmatenregister 25-05-1787 uit Oost-Zaandam gekomen en gehuwd. Frederik was gereformeerd en zijn vrouw was luthers. Het echtpaar had geen kinderen. In 1806 was hij koopman in wijnen, maar in 1811 postmeester; zijn persoonlijk vermogen bedroeg toen 1000 gulden. Volgens het handschrift van Jan de la Chambre Gtz.(bewaard in Museum Kennemerland), waaide in april 1799 het dak van de azijnschuur van F. Vermooten. Frederik woonde aan de Breestraat.

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

95

54. Verveer, Hendrik: Gehuwd met Alida Jacoba Schroot, begraven te Beverwijk op 08-01-1804. Het echtpaar had geen kinderen. Hendrik overleed te Beverwijk op 31-07-1807 en werd begraven te Beverwijk op 04-08-1807. Zijn beroep was doctor in de medicijnen. Als eerste in Nederland stichtte hij samen met Joannes Husing in 1782 een tehuis waar patiënten opgenomen konden worden, die leden aan zenuwziekten. Beverwijk had hun voorkeur omdat de “luchtgesteldheid” hier zeer geschikt was. Werd in 1795 kort na de omwenteling, volgens een door hem geschreven brief, bedreigd en vreesde hij voor zijn leven. De aanleiding hiertoe is helaas onbekend. 55. Vijvers, (Pheijpers/Phijvers) Andreas: Geboren te Leuven, huwde in de Grote Kerk van Beverwijk op 04-11-1781 met Maria Plaat. Oorspronkelijk was Andreas rooms-katholiek. Maria was weduwe en al twee maal eerder gehuwd geweest. De eerste keer met Jan van Stein en de tweede keer met Anthony van Putten. Zij deed in 1780 en hij op 06-12-1785 belijdenis in Beverwijk. Het echtpaar had geen kinderen. Volgens het gereformeerde lidmatenregister vertrok het echtpaar in 1801 uit Beverwijk. 56. Vis, Willem (alias Willem Kous): Hij huwde in de Grote Kerk van Beverwijk als weduwnaar op 21-10-1787 met Maria van der Swint, beiden waren woonachtig in Amsterdam. Volgens het lidmatenregister van de gereformeerde kerk van Beverwijk kwam hij pas in 1789 uit Amsterdam. In 1806 vroeg hij patent aan als timmermansknecht. Maria vroeg patent aan als kinderschoolhoudster. Maria overleed te Beverwijk op 09-01-1823 en Willem overleed te Beverwijk op 25-11-1827. Het echtpaar woonde aan het eind van de Breestraat. 57. Wigeri, Johannis: Geboren circa 1750. Overleden te Beverwijk op 17-10-1818. Dominee te Beverwijk van de Grote Kerk in de periode van 1780-1818. Hij kwam van Polsbroek. Gehuwd met Catharina Reinalda. Zij is te Beverwijk overleden op 02-01-1813. Johannis betaalde in 1806 patent voor het onderwijzen van studerende jongelingen. 58. Wolf, Andries de: Volgens eigen opgave geboren op 17-03-1754. Overleden te Beverwijk op 07-10-1818. Zijn beroep was timmerman. Hij deed te Beverwijk aangifte van zijn eerste huwelijk op 09-09-1784 met Maria Nuberg en daar zij in Amsterdam woonde, zullen zij daar wel gehuwd zijn. Maria werd begraven te Beverwijk op 24-12-1792. Het echtpaar liet één kind dopen in de rooms-katholieke kerk van Beverwijk. Andries huwde voor de tweede maal met Anthonia Sprong te Spaarndam op 18-05-1794. De gereformeerde kerk van Beverwijk gaf attestatie. Anthonia werd begraven te Beverwijk op 06-01-1816. Het echtpaar woonde aan de Breestraat. In 1785 werd hij benoemd als korporaal van het blauwe schuttersvendel. Hij was van 14-03-1798 tot 31-03-1803 lid van de Municipaliteit. In 1811 solliciteerde hij naar een functie in de Municipaliteit, zijn persoonlijk vermogen was toen 600 gulden groot. Op 20-11-1813 werd hij lid van het stedelijk bestuur. 59. Wolf, Thomas de: Volgens eigen opgave geboren op 28-05-1746. Luthers. Overleden te Beverwijk op 24-07-1816. Zijn beroep was meelmolenaar en timmerman. Hij huwde in de Grote Kerk van Beverwijk op 25-02-1776 met Gerritje Krak. Zij was weduwe van Arie de Vries. Het echtpaar woonde naast de molen op de Meer. Dit echtpaar liet verscheidene kinderen dopen, zowel in de gereformeerde kerk als in de lutherse kerk. Daarvan bleven er drie in leven. Thomas wordt in 1787 vermeld op de ledenlijst van de (gematigde) burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”en op de ledenlijst van de vurige patriotten-burgersociëteit “Eendracht en Vrijheid”. In dit zelfde jaar werd hij benoemd in de commissie die burgerbelangen behartigde en volgde ook zijn benoeming tot sergeant van het groene schuttersvendel. Op 25-01-1795 benoemd als lid van de Municipaliteit, vervolgens herbenoemd op 19-04-1795 tot 17-041796. Op 15-04-1798 aangesteld als thesaurier. In 1811 solliciteerde hij naar een functie in de Municipaliteit. Zijn persoonlijk vermogen bedroeg 500 gulden. 60. Zuijlen, Arie van: Gehuwd te Beverwijk voor schout en schepenen op 05-07-1791 met Elisabeth Wijsbroek. Zij laten een aantal kinderen rooms-katholiek dopen in Beverwijk. Hij was herbergier van de Doelen, gelegen aan de Breestraat. 61. Zuijlen, Cornelis van: Geboren te Noordwijk. Bij zijn huwelijk voor schout en schepenen te Beverwijk op 10-04-1767 was Cornelis nog minderjarig. Hij huwde de weduwe Ariaantje Ariens Barrenhoorn. Zij was geboren te Wassenaar en woonde in de Breesaap te Velsen. Ariaantje was weduwe van Cornelis van Steijn. Zij werd op 08-12-1789 te Beverwijk begraven. Cornelis was in 1787 lid van de gematigde burgersociëteit “Voor Vrijheid en Vaderland”. Hij werd in 1792 benoemd tot keurmeester over de hooiklamp (iemand die toezicht hield op hooibergen, in verband met broeigevaar). 62. Zwanenbeek, Anthonie George: Volgens het lidmatenboek van de gereformeerde kerk is Anthonie George ingekomen 21-02-1776 uit Alkmaar en op 18-03-1807 vertrokken naar Haarlem. In deze plaats is hij overleden. Hij werd op 04-11-1808 te Beverwijk begraven. Zijn beroep was broodbakker en koopman in bloemen. Huwde in de Grote Kerk van Beverwijk op 0907-1776 met Aafje Regtdoorzee. Zij was gedoopt te Beverwijk op 21-04-1743 en begraven te Beverwijk op 24-111795. Het echtpaar liet één kind dopen te Beverwijk.

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

96

Verklarende begrippenlijst Anvirons Appropriëren tot Arsenaal Artillerie

Dit moet een verschrijving zijn; zie environs. Inrichten als. Bewaarplaats van oorlogsbehoeften. Omvat het geschut en het personeel dat voor de bediening daarvan nodig is. Zie het artikel “De artillerie”. Artilleriepark: verzamelplaats van kanonnen en bijbehorend materieel of verzameling van Artillerieperk kanonnen enz. Artillerietrein of -tros Aantal kanonnen en/of houwitsers met alles wat ertoe behoort, zoals munitiewagens, kruitwagens, bagagewagens en een smederij. voorwaarts gaan (komen). Avanceren Baljuw/hoofdofficier/ De baljuw of hoofdofficier was in de Bataafse periode adviseur hoofdschout /schout- van het college van wethouders. Daarnaast was hij rechtsvorderaar crimineel in strafzaken. Uit deze functie ontwikkelde zich later de functie van openbaar aanklager, de officier van justitie. Gebouw bestemd tot huisvesting van soldaten. Dat kon in die dagen een willekeurig Barak of kazerne gebouw of een gedeelte daarvan zijn, dat tijdelijk voor dat doel door het gemeentebestuur was aangewezen. Soms gebruikte men overheidsgebouwen, bijvoorbeeld scholen, maar er werd ook wel ruimte van particulieren gehuurd, zoals leegstaande huizen en pakhuizen. Het kwam zelfs voor dat er door de municipaliteit een speciale loods voor dat doel gebouwd werd . Battallie Verbastering van het Franse woord bataille = veldslag. Verdedigingswerk, waarachter geschut wordt geplaatst. Batterij Bereids Reeds Hiermee wordt God bedoeld; bestierder = bestuurder. Bestierder van alles Bevoorens Te voren. Inkwartieren. Militairen die gedurende een of meer nachten in een plaats verblijf moesten Biljetteren houden, ontvingen van het stads- of dorpsbestuur een inkwartieringsbiljet, op vertoon waarvan zij ergens onderdak konden verkrijgen. Burgers die inkwartiering verleenden hadden recht op een vergoeding. Bill(i)etteeren Zie biljetteren. Waar sprake is van ruiters komen in aanmerking militairen van het 2e regiment cavalerie. Blauwkleppen Heel misschien waren het rijdende artilleristen. Die hadden ook blauwe borstkleppen. Waar van “soldaten van de blauwkleppen” wordt gesproken bestaat nog de kans dat het infanteristen waren van de 5e of de 6e halve brigade. Het blijkt dat de schrijver geen ingewijde was in het militaire schouwtoneel. Zie ook onder roodkleppen. Blodaart Bloodaard, lafaard. Buitenlieden Plattelanders. Caisson Munitiewagen. Zie kantonnement. Cantonnement Cantonneren Zie kantonneren. Cascon (casson) Verbastering van caisson, zie aldaar. Ruiterij; zie het artikel “De cavalerie”. Cavalerie Chaloep Afgeleid van het Franse chaloupe: sloep, barkas. Chirurgijn Heelmeester, dokter. Het in hechtenis nemen van een persoon in het kader van het burgerlijk recht (gijzelen). Civiel arrest Colom Colonne. Commando Kleine groep militairen die uitgezonden wordt met een bepaalde opdracht. Op commando rijden: beschikbaar zijn om opdrachten uit te voeren. Confineren Opsluiten, gevangen zetten. Considerabel Aanzienlijk. Contra ordre (order) Contraorder, tegenbevel. Constitutie Staatsregeling, grondwet. Cordon Keten van militaire posten. Dato Op de vermelde dag. Decerneren Aanwijzen. Dechargeren Verlossen, ontlasten. Declaratoir Verklaring, vaststelling, constatering. Depêcheren Zenden. Detachement Legerafdeling. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

97

Detacheren Plaatsen, onderbrengen. Devoir Plichtsgevoel. Dewijl Omdat. Dies Dus, derhalve. Dispositie Beschikking. Dispuut Woordentwist, geschil. Dito Hiermee wordt bedoeld van dezelfde maand. Diverteren op Vermaken met. Echapperen Ontsnappen. Edog Edoch, doch. Effect Schuldbrief of bewijs van deelgerechtigdheid in een onderneming. Effectueren Ten uitvoer brengen. Embarkeren Inschepen. Employeren Gebruiken. Environs Buurt, omstreken. Escader (eskader) In de eenvoudigste omschrijving: een groep oorlogsschepen. Escorteren Ter bescherming of bewaking begeleiden. Eskadron Afdeling ruiterij van wisselende omvang. Executeren Uitvoeren, ten uitvoer leggen. Expresse Bijzondere boodschapper of brief. Extraordinair Buitengewoon. Gecertificeerde opgave Officiële, door ondertekening bevestigde opgaven. Gecommitteerde Gevolmachtigde. Gedistingeerd, voornaam. Gedistingueerd Gedrukt Lusteloos, neerslachtig. Militairen van de 7e halve brigade. Zie ook onder roodkleppen. Geelkleppen Geforceerde mars Mars die met grote inspanning, zonder rust wordt volbracht. Geïnkwartierd Ingekwartierd; zie inkwartieren. Gemodereerd Gematigd. Generaal en chef Afgeleid van het Franse “général en chef”, opperbevelhebber. Zich behelpen. Generen, zich Gereformeerde kerk Zo duidde men toen de hervormde kerk aan. Wanneer dus in de tekst sprake is van de gereformeerde kerk in Beverwijk bedoelt men daarmee de Grote Kerk. Zie seconderen. Gesecondeerd G(u)arnisoen Militaire bezetting; standplaats van een legerafdeling. Vertrek in het Beverwijkse stadhuis dat dienst deed als verblijfplaats van gegijzelden Gijzelkamer (gevangenen). Halve brigades, 1e . tot en met 7e Zie het artikel “De infanterie” Hoofdofficier Zie baljuw. Houwitser Geschut met een vrij korte loop, waarvan het projectiel een meer gekromde baan doorloopt dan dat van een kanon. Huisman Boer. Infanterie Voetvolk. Zie het artikel “De infanterie”. Inkwartieren Aan militairen huisvesting verschaffen, bij burgers thuis of op andere plaatsen. Insolent Brutaal. Instantie Aandrang, verzoek. Jagers Behoorden in Nederland tot de infanterie. In het Bataafse leger kende men alleen jagers te voet, in het Franse leger bestonden jagers te paard. Kanon Stuk vlakbaangschut. Zie het artikel “De artillerie. Kanonstuk Kanon, stuk vlakbaangeschut. Kantonnement houden In een plaats verblijf houden door militairen. Kantonneren Inkwartieren; aan militairen huisvesting verschaffen, bij burgers of anderszins. Kazerne Zie barak. Kolom Colonne. Legertrein of legertros De gezamenlijke voertuigen en eventuele trekdieren, met het bijbehorende personeel, waarmee de krijgsbehoeften van een leger worden vervoerd. Manoeuvres Exercitie-, resp. krijgsoefeningen. Mennonite kerk Meniste of doopsgezinde kerk. Voorloper van de tegenwoordige doopsgezinde kerk, die ook aan de Meerstraat stond. Meubilen Meubelen, maar ook willekeurige stukken huisraad. Mirakuleus Op wonderbaarlijke wijze. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

98

Monteren Oplopen tot. Municipaliteit Gemeente, gemeentebestuur, gemeentehuis. Musket Geweer. Natuur Aard, soort. Negotiatie Lening. Noorderkwartier - De schrijver van het “Dagverhaal” lijkt het begrip Noorderkwartier te gebruiken om er Zuiderkwartier het vasteland van Noord-Holland ten noorden van het IJ en het Wijkermeer mee aan te duiden. Over de begrenzing van het Zuiderkwartier spreekt hij zich niet uit. Van oudsher bedoelde men daarmee het gedeelte van het gewest Holland ten zuiden van het IJ. Obligatie Een schuldbrief van een lening van de staat, waarop in principe een vaste rente werd uitbetaald. Onderhebbend Onder zijn bevel staande. Ontramponeert Ontramponeerd of ontrampeneerd: beschadigd. Op commando rijden Zie commando. Oplichten Met geweld wegvoeren. Ordonnance Op ordonnance liggen, rijden: beschikbaar zijn om berichten over te brengen, resp. zich daarmee bezig te houden. Passato Der vorige maand. Patent Lastgeving, bevelschrift, opdracht. Per calcula Volgens telling. Plaats Kan de betekenis van buitenplaats hebben. Permitteren Toestaan, veroorloven. Post Plaats waar militairen zijn opgesteld die die plaats moeten verdedigen. Posteren Plaatsen. Praecautiën Precauties, voorzorgen. Pressen Dwingen. Provisie Voorraad. Provisionele municipaliteit.

Voorlopig gemeentebestuur.

Provisionele representanten

Voorlopige vertegenwoordigers. Zij vormden in Beverwijk samen de Provisionele Municipaliteit: het gemeentebestuur.

Provisionele Representanten van ‘t Volk van Holland

Dit college kwam in 1795 in de plaats van de Staten van Holland en vormde dus het bestuur van het gewest.

Rangeren Opstellen. Rasters Hekwerken. Regeering Daarmee kan de centrale regering in Den Haag bedoeld zijn, maar ook wel het stadsbestuur van Beverwijk. Regent Stedelijke of provinciale regeringspersoon. Reis Maal, keer. Remedieeren Remediëren, verhelpen, herstellen Remotie Verwijdering, ontslag. Remplaceren Vervangen. Opbrengen, bedragen. Renderen Renvooieren Verwijzen, zenden. Requisitie Vordering. In of ter rekwisitie stellen: vorderen. Resolveren Besluiten. Retireren Terugtrekken, terugwijken. Retourneren Terugkeren. Retraite Aftocht, terugtocht. Roodkleppen Deze manier van aanduiden van militairen was niet gangbaar en zal dus wel een bedenksel zijn van onze dagboekschrijver. Erg nauwkeurig blijkt de methode niet te zijn. Kleppen zijn de aan de rok (jas) bevestigde borstkleppen of borstopslagen. Ze waren verschillend van kleur, afhankelijk van het onderdeel. Als het hier om infanteristen gaat - en die kans is groot - zijn het mannen van de 1e halve brigade (kleppen, kraag en mouwopslagen in de rode kleur van klaprozen) of van de 2e halve brigade (paarsrode uitmonstering). Minder groot is de kans dat het dragonders waren (rozerode kleppen enz.) Die zaten gewoonlijk te paard en daarvan is hier geen sprake. HGMK Ledenbulletin 23, 1999

99

Rijdende artillerie Zie het artikel “De artillerie”. Satisfactie Genoegdoening. Sauveren Beschermen, redden. Schering Heining. Schout of In de Bataafse periode behartigde de schout-civiel de handhaving van Schout-Civiel de politie in enge zin. Uit deze functie ontwikkelde zich later de functie van burgemeester, de voorzitter van het college van burgemeester en wethouders. Seconderen Helpen, bijstaan. Sommatie Aanmaning, eis. Sous-luitenant Tweede luitenant. Staatse leger Leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Steedecassa Stadskas. Steedeschool Stadsschool. Deze stond bij de toren van de Grote Kerk, aan de noordzijde Subsisterende Bestaande. Suspect Verdacht. Sustineren Aanvoeren. Teffens Tevens. Terrein Dit woord wordt in de tekst wel, ten onrechte, gebruikt voor trein, zie aldaar. Tour Beurt. Trein, train of tros Zie legertrein of -tros en artillerietrein of -tros. Uitboesemen Uitboezemen, uiten, te kennen geven. Vaandel Vendel, afdeling krijgsvolk Veerschuit Beurtschip; schip dat een geregelde dienst tussen twee plaatsen onderhoudt. Stuk veldgeschut Veldstuk Verkleefdheid Verbondenheid. Vernagten Overnachten. Vroedschap of raad In de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden was de vroedschap of raad in de steden en bannen het hoogste bestuurscollege. In Beverwijk bestond de vroedschap uit 12 vooraanstaande burgers. Naast de vroedschap werd het bestuurlijke gezag uitgeoefend door een uit twee burgemeesters bestaand college en de schout-civiel. De schout-crimineel hield zich bezig met strafrechtelijke zaken en werd eertijds benoemd door de Rekenkamer der Domeinen. De Beverwijkse vroedschap en de burgemeesters werden op 25 januari 1795 vervangen door een college van 14 provisionele representanten. Gevangenis waarin de gevangenen arbeid moesten verrichten Werkhuis Wissel Schriftelijke verklaring waartegen men geld in ontvangst kan nemen. Enige tijd, poos. Wijl(e) Zaad Dit woord kan ook de betekenis van graan hebben. Zuiderkwartier Zie Noorderkwartier Militairen van het Bataafse 1e regiment cavalerie. Zie ook onder roodkleppen. Zwartkleppen

HGMK Ledenbulletin 23, 1999

100

View more...

Comments

Copyright � 2017 NANOPDF Inc.
SUPPORT NANOPDF