Downloaden - Scholieren.com

January 17, 2018 | Author: Anonymous | Category: Geschiedenis, European History, Europe (1815-1915), Industrial Revolution
Share Embed Donate


Short Description

Download Downloaden - Scholieren.com...

Description

Samenvatting Geschiedenis The Human Web A Birds-Eye View of World History Shifting To Food Production 11.000-3.000 Years Ago

Zie tabel 2.1 voor een lijst van gedomesticeerde planten en dieren. P26.

Van jagen en verzamelen naar landbouw. Waarom kwam de overstap van jagen/verzamelen naar landbouw en wat waren de gevolgen? Jagers/verzamelaars waren per dag slechts enkele uren kwijt aan het zoeken naar voedsel en hadden een gevarieerder dieet dan landbouwers. De overgang van jagen/verzamelen naar landbouw kon alleen toen families gingen consumeren als afzonderlijke eenheden. Aan de sharing-mentaliteit van jagers/verzamelaars kwam hiermee een einde, dit viel waarschijnlijk samen met de overgang naar landbouw. Landbouw had ook voordelen, zo konden er meerdere kinderen grootgebracht worden, wat leidde tot bevolkingsgroei en specialisatie en diversificatie, dit vooral vanwege de organisatorische moeilijkheden die landbouw met zich meebracht. Bevolkingsgroei leidde ook tot een afname van het aantal prooidieren, waardoor terugkeren naar een samenleving van jagers/verzamelaars onmogelijk werd.

In de Jordaan vallei bij Jericho rond 9.800 jaar geleden is het eerste voorbeeld van landbouw gevonden, toen hadden planten zich aan aangepast aan nieuwe condities als oogsten opslaan en zaaien (grotere zaadjes meer zaadjes en een stevigere steel). In dezelfde periode kwam veehouderij op in west Iran en zuid Turkije, ook dieren pasten zich aan (dunnere botten en onderdaniger)

Nieuwe informatie door landbouw en veehouderij verbreidde zich tussen aanliggende gemeenschappen, ze wisselden informatie over kunde, zaad en vee. Deze gemeenschappen kwamen overal rond de beter bewaterde gebieden in Irak, Syrië en Israel op, waarna ze zich in all richten verspreidden.

4000 jaar geleden was er een voortbewegende linie van landbouwers, die bossen wegbranden en op deze minder goede landbouwgrond een tijd doorbrachten. Zie tabel 2.2 op p.30 voor lijst met nieuwe gedomesticeerde dieren. Deze dieren speelden een belangrijke rol bij de verdere verspreiding van deze gemeenschappen in Europa de rest van Azië, delen van Afrika en later Amerika en Australië.

De mogelijkheid melk tot op latere leeftijd te verteren is de duidelijkste aanpassing van mensen ingeleid door landbouw en veehouderij. Melk was veel voedzamer dan vlees (7:1) dus de kuddes groeiden, de tweede belangrijke taak van gedomesticeerde dieren was als lastdier.

Door lastdieren konden mensen meer grond bewerken dan ze nodig hadden om zichzelf te voeden, dit gaf de mogelijkheid tot het ontstaan van steden. In steden werd diversificatie en specialisatie belangrijker, zo kwamen beroepen als geestelijke, om een goede band met de goden te onderhouden en soldaat om de gemeenschap te beveiligen tegen invloeden van buitenaf.

Het begin van landbouw in China is minder bekend, in 1980 ontdekte men dat 9.800 jaar geleden rijst gecultiveerd werd in de Yangzi vallei. Rijst (100:1) had een voordeel over graan(7:1) omdat het meer oplevert , echter het is ook meer werk om rijst te verbouwen. Rijst benodigd waterbedden en lastdieren hadden een minder grote invloed. Had invloed op de sociale structuur van China, rijst werd pas na 200 na Christus het meest geproduceerde landbouw product in China. De kern van historisch China ligt in de valleien van de Huang He (Yellow River) waar men sojabonen verbouwde en varkens hield, ongeveer 7.500 jaar geleden. Vanaf 4.000 jaar geleden ontstonden onder deze vorm van landbouw de eerste dynastieën.

Tropische landbouw, hoewel waarschijnlijk al zeer oud, liet minder sporen achter en was voor de ontwikkeling van de mensheid verder ook niet zeer relevant. Bij tropische landbouw wordt alles wat geproduceerd wordt direct geconsumeerd, hierdoor ontstaan geen steden of afzonderlijke beroepen die te maken hebben met de opslag van zaaigoed. Ook geeft het weinig mogelijkheden tot bevolkingsgroei. Daardoor kon het dat de eerste dynastieën in China van 4000 jaar geleden vrij gemakkelijk uitbreiden in zuidelijke richting, omdat deze tropische landbouwers nog in kleine gemeenschappen leefden.

In Afrika begon de cultivatie van planten ongeveer 5000 jaar geleden, 6000 jaar geleden begon de Sahara door klimaatverandering te groeien, het houden van vee op de grote graslanden van de savanne was een succesvolle reactie hierop. De verbreiding van landbouw in Afrika ging moeilijker dan veehouderij vanwege het klimaat.

In Amerika begon landbouw op drie verschillende plaatsen in Mexico meer dan 5000 jaar geleden, met maïs en bonen. Langs rivierbeddingen in de oostelijke boslanden van de VS ongeveer 4500 jaar geleden, hier verbouwde men zonnebloemen en kalebas. In Zuid-Amerika meer dan 5000 jaar geleden, zoete aardappel en cassave en in de hoge vlakten van de Andes in Zuid-Amerika (Bolivia & Peru) ongeveer 5000 tot 4000 jaar geleden, zij verbouwden aardappelen en domesticeerden lama’s en hamsters. Geen van de dieren in Amerika werd gebruikt om land te bewerken en alleen lama’s werden gebruikt als lastdier.

Amerika en Afrika konden Eurazië niet bijhouden, omdat Eurazië meer macht had over de natuur, meer manieren had menselijk handelen te coördineren, groter was, meer domesticeerbare soorten had en een groter communicatie web en grotere bevolkingsdichtheid had.

Leven op dezelfde plaats zorgde voor een grote toename van handige hulpmiddelen die te zwaar waren om mee te dragen, nieuwe manieren van voedsel preparatie(koken en bakken), aardewerk, ovens, bijlen, andere landbouwwerktuigen zoals ploegen en sikkels. Door deze hulpmiddelen konden natuurlijke gebieden veel sneller omgezet worden in landbouwgebieden. De zuidwest Aziatische manier van landbouw veroverde tussen 8000 en 6700 jaar geleden heel Europa, dit doordat de bevolkingsgroei mensen dwong op zoek te gaan naar nieuwe vruchtbare grond.

Echter deze nieuwe manier van leven in agrarische gemeenschappen bracht ook problemen met zich mee, zoals infecties en ziekten (door het eigen afval maar ook door dieren) en hongersnood. Een ander nieuw verschijnsel georganiseerde oorlogsvoering verminderde bevolkingsgroei. De moeilijkheden die georganiseerde oorlog met zich meebracht voor landbouw gemeenschappen zorgde ervoor dat ze hun heil zochten in het onderhouden van steden en staten. Een ander belangrijk verschijnsel was astronomische kennis je moest immers weten wanneer je moest zaaien ook deze nieuwe vorm van kunde en wetenschap was een factor in het ontstaan van steden en maatschappijen.

Ongeveer 2000 jaar na het ontstaan van landbouw gemeenschappen hadden ze zich verspreid over Eurazië, Afrika en Amerika en leefde het overgrote deel van de mensheid in zo’n gemeenschap. Hierdoor ontstond een web van face-to-face communicatie binnen de gemeenschappen waardoor gewoonten overgedragen werden, echter er was ook contact met andere verder weg gelegen gemeenschappen.

Webs and Civilizations In The Old World, 5500 – 1800 years ago

In deze periode werd het voor mensen binnen het web onmogelijk zich van het web te ontrekken, een mix van vrijwillige handel in goederen en diensten gecombineerd met een onvrijwillige onderdanigheid aangaande plunder, huur en belastingen, werden niet te ontkomen zaken binnen een normaal leven.

Wat begonnen was als verschillende gemeenschappen was door verbeterde kunde, gewoonten en ideeën die vrij vloeiden tussen meer en meer mensen en constante conflicten en coöperatie verworden tot wat wij noemen het Old World Web(OWW), het OWW bestond uit Eurazië en Noord Afrika.

De nieuwe gebruiken en kunde van stedelijke beïnvloedde zelden de dagelijkse routine op het platteland. Wat de expansie van civilisatie voortduwde was de connectie tussen de lokale elite en steden. Lokale elite lieten een in de steden gewild ruw materiaal verbouwen, waarop zij luxe goederen uit de stad terug kregen om hun eigen status en macht te etaleren. Steden hadden de mogelijkheid overal producten vandaan te halen, door het onvrijwillige werk van anderen (de plattelandsarbeiders (peasants), die in opdracht van de elite op hun land werkte, hierdoor kwamen de eerste civilisaties aan rijkdom en dit maakte ze zo aantrekkelijk voor buitenstaanders. Lokale verschillen waren nog steeds niet te onderschatten, maar al de veranderingen in de sociale organisatie, techniek communicatie zorgden voor een groter vermogen natuurlijke bronnen en menselijke inspanning te controleren en te sturen.

The First Civilizations

De Nijl-Indus corridor, het gebied tussen de Tigris en de Eufraat in Mesepotamië (Irak) en de Nijl in Egypte en de Indus in Pakistan, was het eerste web tussen grote metropools ontstaan rond 3500-3000 voor Christus. Eenzelfde soort web was er in China langs de Huang He rivier (Yellow River) ontstaan rond 3000 voor Christus. Deze twee webs bleven gescheiden ondanks de contacten via de steppen, die nieuwe producten van het westen brachten zoals, tarwe, gerst, brons metaalwerk, de zevendaagse week en ergens na 1500 v. Chr. paard en wagen (chariots). Deze nieuwe technieken kwamen in China in gebruik en nabijgelegen samenlevingen modelleerden zich na Chinees voorbeeld, waardoor het tweede grote web ontstond met China als centrum. Ook in Amerika ontstonden samenlevingen, Olmecs ongeveer 1300 v. Chr. the Maya’s ongeveer 600 v. Chr. en vergelijkbare samenlevingen ontstonden in de vallei van centraal Mexico rond 400 voor Christus. Deze verschillende webs fuseerden niet zoals in Eurazië, maar hun groeiende interactie zorgde wel voor het eerste web tussen metropolen in Amerika. Ook in Zuid Amerika was er een web, tussen mensen aan de kust, op de altiplano (hoogland) en in het woud, het centrum van dit web wisselde tot het rond 100 v. Chr. versschoof naar de altiplano (hoogland). Informatie over Zuid Amerika en de Indus vallei is beperkt omdat er geen ontcijferbare geschreven bronnen zijn.

Rond 3500 v. Chr. begonnen mensen met het bouwen van grote clusters ‘mudbrick’ gebouwen bij de monden van de Tigris en Eufraat. Rond 3000 v. Chr. markeren de opgetrokken ‘mudbrick’ muren rondom deze nederzettingen een nieuw niveau van sociale interactie: The Sumerian City. Deze steden werden mogelijk door het nieuwe communicatie web over land, door ezel karavanen en rivier transport gecombineerd met de oudere scheepvaart routes langs de kust. . Deze twee grote communicatie wegen kwamen samen aan kop van de Perzische Golf en hier kwamen de eerste steden en

complexe samenlevingen die wij geciviliseerd noemen op. Eerst stelden deze kuststeden niet veel voor echter na de domestisering van de ezel in Egypte rond 5000 v. Chr. konden deze steden meer achterland bereiken.

De steden in Summier hadden drie verschillende elementen. Een groep geprivilegieerde stadsbewoners beoefende landbouw in omliggende gebieden (familie, afhankelijke werknemers en geïmporteerde slaven). Buiten de muren een haven waar handel gedreven werd. Het belangrijkste kenmerk echter is de aanwezigheid van enkel goddelijke huishoudens, tempels, deze waren groter dan privé huishoudens, maar de verdeling van inkomsten werkte hetzelfde. Het belangrijkste was het verschil in grote waardoor deze goddelijke huishoudens steeds rijker werden, waardoor de rituelen steeds uitgebreider, hierdoor konden speciale ambachtsmannen worden ingehuurd om producten te maken. Dit was de belangrijkste drijfveer voor de ontwikkeling van kunde en het ontstaan van de Sumerian City. Toen oorlog gewoonte werd echter ontstonden er leger huizen, deze hadden rond 2300 de goddelijke huizen onderdanig gemaakt. Kanalen, dijken, ploegen, wagens en zijlschepen komen we allemaal voor het eerst bij de Sumerische steden tegen, al bestonden deze al langer, Summieriërs vergrootte de schaal van deze technieken. Toen de nieuwe verschillende geestelijke, agrarische en stedelijke manieren van leven opkwamen rond 3500 v. Chr. werden zij verbonden door handel en plunderingen(het leger wordt nodig). De grote prestaties van de Sumerian City’s hebben ervoor gezorgd dat veel andere culturen een deel van hun godsdienstige gebruiken aan hun eigen pantheon hebben toegevoegd.

Stadsvolk had een groot voordeel in militair opzicht, met bronzen wapens, de mogelijkheden een getraind leger (formaties en leiderschap) te onderhouden. Een leger bracht ook moeilijkheden met zich mee zoals legeropstanden. Echter nieuwe vorsten/leiders zagen het nodig een leger te hebben alsook belasting inner, hiermee maakten zij hun eigen positie ook kwetsbaarder wanneer het leger en de belasting inner bevelen niet langer opvolgden. Plattelanders hadden de grootste moeilijkheden met de georganiseerde militaire tactieken van veehouders (op de steppen) en stadse soldaten, de plattelanders werden geplunderd en sloten zich dientengevolge bij één aan, omdat gereguleerde belastingen en huren beter te verdragen zijn dan ongecontroleerde plunderingen. Na 2500 v. Chr. is deze manier van bescherming, de samenwerking tussen stad en platteland de manier geweest om urbane gebieden te onderhouden. Status differentiatie en arbeidsspecialisatie samen sleurden lokale gemeenschappen in de richting van stadse niveaus van complexiteit. Raiders (overvallers) konden snel aan producten komen, echter ook zij moeten deze weer verkopen, daarnaast zorgde overvallen voor een vermindering van de handel, waardoor overvallen minder op begon te leveren, samenwerken was beter dit zorgde voor een intensivering van het Nijl-Indus web en verbreidde het in alle richtingen.

Door zeevaart langs de kusten werd reizen makkelijker en binnenkomende ideeën en kunde hebben de steden aan de oevers van de Indus van af het begin gestimuleerd in de ontwikkeling. De Indus steden hadden het eerste rioleringsnetwerk. Echter doordat de taal van deze gemeenschappen niet vertaald is weten we veel meer over de banden van Summier met Egypte. Duidelijke connecties tussen Egypte en Summier zijn duidelijk in de architectuur en ook in het schrift. Toch volgde Egypte zijn eigen weg. Egypte had

veel steen voor gebouwen tot haar beschikking, maar belangrijker was de Nijl, voor voedsel en transport. Gedurende millennia had Egypte een stabiele samenleving door het voedsel en de transport mogelijkheden van de Nijl, die de eerste Farao’s in staat stelde Egypte één te maken. Deze isolatie had ook te maken met de grote woestijnen die Egypte veilig hielden van invloeden van buitenaf, hierdoor had Egypte geen groot getraind leger. Al werd er wel handel met Egypte gedreven over zee, hierdoor geraakten Egyptische ideeën verspreid. Achter hun grenzen vonden de Egyptenaren maar weinig de moeite waard, dit kwam ze duur te staan toen oorlogzuchtige vreemdelingen vanuit Azië Egypte veroverden,met nieuwe technieken voornamelijk paard-en-wagen (chariots) wisten de Hyksos de woestijnen te doorkruisen. De heersers van Hyksos sleurden Egypte rond 1600 v. Chr. mee in de militaristische samenleving van Mesepotamië.

China ontwikkelde zich anders dan Mesopotamië en Egypte, doordat hun rituele, politieke en militaire relaties waren ontwikkeld vanuit oudere goed ontwikkelde dorpen. In het begin van deze samenlevingen lag de macht bij enkele lokale leiders, zij hadden het monopolie op toegang tot krachtige ancestral spirits (geesten van voorvaders), die een rol speelden bij de oogst. In China omdat de politieke macht en de militaire macht in dezelfde handen was, ontstond er nooit de polarisatie tussen geestelijken en vorsten zoals in Mesopotamië.

Rise of Bureaucratic Empire

Zie tabel 3.1 over de rijken in Mesopotamië. Er zijn drie opvallende kernperiodes, 1 vanaf 1700 v. Chr. de opkomst van paard-en-wagen (chariot). 2 vanaf 1200 v. Chr. de opkomst van gewone voetsoldaten, die gewapend met relatief goedkoop ijzer paard-en-wagen-elite (chariot) omver wierpen. Metaalbewerking ontstond op Cyprus rond 1200 v. Chr. De derde transformatie kwam met de opkomst van goedgetrainde ruiters met pijl en boog. Steden konden geen grote hoeveelheden paarden onderhouden vanwege het gebrek aan gras, hierdoor werden kleine groepen overvallende veehouders te paard al snel een niet te onderschatten militaire macht. De veehouders in Eurazië en Noord Afrika en hun militaire macht zorgden voor grote politieke instabiliteit en versnelde ontwikkeling van militaire tactieken, hun mobiliteit onderhield handelswegen, maar zorgde ook voor de verspreiding van microben, religieuze ideeën en technologie. Zij verbonden de webs tot het Old World Web. Voor de civiele maatschappij betekende de lange onrust aangaande de militaire en politieke situatie tot het ontstaan van bureaucratische regering, alfabetisch schrift en draagbare congregationele religies portable congregatie congregational geloven. Het bureaucratische principe hield in dat in principe iedereen die van de vorst autoriteit kreeg, ook gerespecteerd werd door al de anderen en zijn status door hen werd geaccepteerd. Wanneer officials en soldaten zich aan deze regels hielden werd het dagelijks verkeer tussen mensen veiliger en meer voorspelbaar. Technische vooruitgang zorgde voor grotere sociale interactieà belangrijk hierbij was alfabetisch schrift wat oudere sociale relaties hervormde door de democratisering van geletterdheid. Na 1300 v. Chr. democratiseerden alfabetisch schrift de geletterdheid en ijzerbewerking het leger. Door het alfabetische schrift werd ook de leek in staat gesteld de heilige geschriften te lezen, dit leidde tot portable & congretational religies op basis van heilige geschriften.

Portable, Congregational Religions.

Deze vorm van Religies was de derde innovatie die belangrijk was voor de menselijke historie naast het ontstaan van bureaucratisch bestuur en het alfabet. Voordelen van deze geloofswijze is dat ontheemden aan hun geloof vast konden houden (bijvoorbeeld de Joden). Judaïsm and Zoroastrianism zijn universele godsdiensten, met een sterke rechtvaardige god die overal machtig was, gebaseerd op heilige geschriften. Ook gaf het volgers een morele gedragscode. Samenwerking binnen de geloofsgemeente en vreedzaamheid naar vreemdelingen waren belangrijke aspecten van deze nieuwe religies. Bureaucratisch bestuur, alfabetisch schrift en de nieuwe religies zijn de belangrijkste elementen om een geciviliseerde samenleving te behouden. Innovaties gedaan door de mensen in Zuidwest Azië tussen 2350 en 331 v. Chr. Alle drie de innovaties zorgen voor een intensivering van het web ook hielp het relaties tussen mensen binnen het web te vergemakkelijken.

Indian Civilization

Mohenjo Daro, Harappa en andere Indus-steden werden rond 1500 v. Chr. verlaten, waarom is niet helemaal duidelijk. Indiaanse civilisatie had een zeer kenmerkend element in het kaste-systeem. Contact tussen kaste was verboden en nieuwkomers maakten automatisch deel uit van een nieuwe kaste. Steden en staten ontstonden opnieuw rond 700 v. Chr. dit keer in de Ganges Vallei en meer afhankelijk van rijst, dan van tarwe en gerst. Door nieuwe technieken van buitenaf werden Indians nu in staat gesteld zowel dorre als vochtige gronden te bewerken. Een tweede kenmerk(naast kaste) was de extatische ervaringen die toegang gaven tot het spirituele, dit ging bij bijna elke goddienst een rol spelen in het bijzonder bij Buddisme (Goutama Buddha rond 500 v. Chr.). (kaste systeem was net als geloof acceptatie voor minderbedeelden. Karma zorgde ervoor dat goeden in nieuwe levens(reïncarnaties) in een hogere kaste en slechten in een lagere kaste kwamen.) Buddisme was belangrijk vanwege de scheiding tussen geestelijken en leken, geestelijken leefden hun leven voor het geloof en de leken hadden maar weinig verplichtingen dit maakte Buddisme tot een zeer succesvolle missiegodsdienst zoals later ook de Islam. De invloed van India op het web beperkt zich vooral tot spirituele (godsdienst) en commerciële invloed –katoen-pepper.

Chinese Civilization

China breidde ook voort op haar eigen vorm van civilisatie tussen 1500 v. en 2000 na Christus, terwijl zij belangrijke stimulansen bleven krijgen vanaf de westkant door de steppen. Vanaf ongeveer 350 v. Chr. brachten vernieuwingen op militair gebied (ruiters) hierdoor kwam er een militaristische en meer gecentraliseerde dynastie aan de macht net

als paard-en-wagen eerder al hadden gedaan. China werd politiek stabieler onder de Han Dynastie van 202 voor tot 221 na Christus. De Chinese maatschappij kwam op een goede fundatie te rusten, de dijken en kanalen (gebouwd voor overstromingscontrole en irrigatie) konden makkelijk door boten bevaren worden waardoor het vruchtbare land in China met elkaar in verbinding stond. Dit kanalen-systeem hielp bij de homogenisering maar ook bij het ophalen van belastingen, daarnaast was er een intellectuele ontwikkeling door leefwijzen en leren van Confucius (551-479 v. Chr.) Onder de Han-dynastie werd het kenmerk van ontwikkeling de studie van deze geschriften. Dus waar de kanalen de economie van China verbonden, zorgde de leer van Confusius (door shared book learing) voor politieke eenwording van China (de landeigenaren waren trouw aan de keizer). Echter China bleef last houden van overvallers vanaf de steppen. China kon geen grote hoeveelheden paarden houden vanwege de absentie van gras. Hierdoor was expansie naar het noorden moeilijk, echter in al de andere richtingen was het voor China door de macht van de staat en agrarische vernieuwing niet moeilijk uit te breidden. Keizer Wudi begon met een expeditie richting het westen hierdoor werd een handelsroute tussen China en het Westen gemaakt, deze is nooit (of in ieder geval nooit voor lang) afgesloten geweest. Hierdoor gingen vernieuwingen in ideeën technieken voedsel (echter ook ziektes) sneller van west naar oost (Mesepotamie naar China) en vice versa.

Population Environment and Disease

Hoewel er rond 200 na Christus nog enkele gebieden, Australië, grote delen van Afrika, Zuidoost Azië en Noord en Zuid Amerika leefden op de jager/verzamelaar manie,r was de globale stap naar dorpsleven gezet. Rond 200 n. Chr. leefde het overgrote merendeel van de mensen in dit soort samenlevingen, waarbij een steeds groter gedeelte belastingen en huur betaalde aan in steden levende landeigenaren. Groeiende bevolkingsdichtheid, gecombineerd met de mogelijkheden menselijk handelen te ordenen had grote gevolgen op het milieu, ontbossing en verzilting en erosie van de landbouwgronden. Door bemesting en gewassen rotatie werd erosie tegengegaan. Egypte had hier geen last van vanwege de Nijl, maar overal kregen landbouwers te maken met slecht weer, insecten plagen, en infecties deze leidde tot misoogsten en hongersnoden. Door de komst van steden waren er meer bacteriën die het spijsverteringssysteem van de mens aanvielen.

Daarnaast speelden infectie ziekten ontstaan door veehouderij een belangrijke rol. Steden bleven groot door migratie naar steden toe.

Conclusion

Tegen 200 na Christus was de aanpassing aan deze nieuwe manieren van samenleven in Eurazië nog lang niet voltooid en begon deze in andere delen van de wereld net vorm te krijgen, hetzelfde geld voor de aanpassing in sociaal en psychologische vlakken, die

belangrijk werden door het gegroeide contact met vreemdelingen. De nieuwe welvaart en macht, die door deze hoge niveaus van interactie ontstonden, waren zeer aantrekkelijk en belangrijker dan de sociale problemen die deze met zich meebrachten.

Thickening Webs, 1000-1500

In deze periode was er niet zoveel uitbreidding van het web meer, voornamelijk omdat al de gebieden die geschikt waren al bezet waren. In deze periode werden de webs die ontstaan waren in Eurazië (het Old World Web) en in Amerika versterkt en geconsolideerd, hierdoor konden rond 1400 grote gecentraliseerde rijken ontstaan. In het Old World Web zorgde deze consolidatie voor grotere productiviteit, de ontdekking en verbetering van techniek, en een groeiende mogelijkheid menselijk handelen te organiseren voor bijvoorbeeld religieuze, intellectuele, economische of politieke motieven. Zoals gewoonlijk waren welvaart en macht het groots in gebieden die het snelst wisten te specialiseren en menselijk handelen wisten te organiseren. Verschillen in banen en inkomsten hadden stedelijken verdeeld in verschillende (soms vijandige) klassen, koop-en-verkoop zorgde voor eenzelfde verdeling op het platteland. Verbeteringen in transport over water intensiveerden uitwisseling over grote afstanden. China had een voordeel door het al grote kanalen bestand, in Europa vonden ze echter zeewaardige schepen uit. Er was geen noemenswaardige verbetering van transport over land. Verbeteringen in het numerieke systeem zorgden ervoor dat grote vrachten even gemakkelijk te volgen waren als kleine, ook de intrede van het getal 0 (nul) bespoedigde dit. Alle delen van het Oude Wereld Web participeerden in de geïntensiveerde interactie die goedkoper transport over water en gemakkelijkere numerieke calculatie mogelijk maakten. Er werden in deze periode over grote gebieden producten getransporteerd, over zee en rivieren maar ook door karavanen deze stelden de steppen van Rusland en Siberië in contact met de urbane gebieden. Vanuit Afrika kwamen ook producten naar Eurazië en China. Het effect hiervan was dat koop-en-verkoop een steeds grotere rol in steeds meer levens ging spelen. Iedereen zag voordeel in de mogelijkheden tot het bemachtigen van nieuwe producten, hierdoor waren lokale verstoringen binnen dit systeem altijd tijdelijk. Echter deze geïntensiveerde handel bracht ook problemen met zich mee, grotere kloof tussen arm en rijk, waardoor af en toe protesten binnen lokale gemeenschappen opkwamen. Ook was er grotere instabiliteit door de onderbrekingen in aanvoer. Genghis Khan(ca. 1162 tot 1227) en zijn kleinzoon Kublai Khan (1279 had Kublai heel China veroverd) realiseerde het grootste rijk, waardoor er binnen dit rijk makkelijk gecommuniceerd kon worden, hierdoor konden technieken en ideeën heel snel uitgewisseld worden, dit beïnvloede het gehele Old World Web.In Amerika vond geen vernieuwing of verbetering van de aanwezige technieken plaats, zeer waarschijnlijk door moeilijkheden met het klimaat of het milieu.

How China Became the First Market Society

China had in eerdere tijden al nuttige technieken geïmporteerd uit Westelijk Azië: de zevendaagse werkweek, tarwe, (strijdwagens) paard-en-wagen en ruiterij. Echter eigen ideeën bleven de boventoon voeren tot in de 4e eeuw toen Buddisme officiële patronage

kreeg, hierdoor werden geïmporteerde ideeën van groter belang. Ook hier zien we de hulp van riten in een godsdienst, waarvoor luxe goederen nodig waren, die het marktsysteem opstarten net als in Summier. In de vroege jaren van de Tang dynastie (618-907) heerste er grote interesse in de rest van de wereld. Printen (boekdrukkunst) kwam op onder de Tang en zorgde voor eenvoudige toegang tot de leren van Confucius, Dao, Budda. Door de nieuwe invloeden, voornamelijk Buddistisch, ontstond het Neo-Confucianisme. De omschakeling naar een Market Society had grotere invloeden zoals het ontstaan van Chinese munten (al snel vervangen door papier gedrukt geld), dit bespoedigde de markt. Onder de Song dynastie (960-1279) werd de Chinese economie meer een meer gecommercialiseerd, voornamelijk omdat belasting nu in geld werden geheven, dit zorgde ervoor dat iedere Chinese burger het een of ander moest verkopen om zijn/haar belasting te kunnen betalen. De staat gebruikte dit geld weer om grote hoeveelheden goederen aan te schaffen en stimuleerde dientengevolge de marktàgeïntensiveerde markt-relaties, nijverheid verbeterde, en rijke landeigenaren en koopmannen breidden hun elegante levensstijlen uit. Landbouw stimuleerde deze opkomst van China, vooral vroeg rijpende rijst, waardoor op meerdere plaatsen rijst verbouwd kon worden en op sommige plaatsen twee oogsten per jaar gerealiseerd konden worden. Thee hielp infecties tegen te gaan vooral in het natte warme Zuiden. Het goedkope transport over China’s vele kanalen en rivieren maakte de markt zo effectiefàkleine prijsverschillen maakte het de moeite waard producten over grote afstanden te vervoeren, ook hielp het in specialisering. De macht van koopmannen en generaals (wekte enige bezorgdheid bij Chinese ambtenaren), zij probeerden hun macht in te perken door, prijsafspraken, belasting heffen op extra inkomsten en soms zelfs confisqueren van hun rijkdom, (in het geval van generaals door hun macht op te delen)à dit zorgde ervoor dat grote industrie in China niet of nauwelijks opkwam. China had met een groot leger nog steeds geen grip op de nomaden (steppe raiders). De nomaden hadden zich bekend gemaakt met Chinese wapens en bureaucratische en administratieve technieken, hierdoor verschoof de macht in hun voordeel (geen onderlinge rivaliteit meer door de bureaucratische technieken). Kublai Kahn die in 1279 heel China had veroverd begon met het creëren van een grote vloot, die hij inzette in zijn overzeese ondernemingen, deze hadden echter geen blijvend succes, maar het verbond China met de rest van Eurazië meer dan voorheen. In de 13e en 14e eeuw toen China’s technieken veel beter waren dan die in de rest van Eurazië draaide het handelspatroon wat eerst van West Eurazië naar China ging zich om. Chinese ideologieën waren nauwelijks te begrijpen voor andere volken in Eurazië, echter technieken als schilderen, boekdrukkunst, kompas navigatie, buskruit wapens, hoge temperatuur ovens en misschien ook schipbouwkunst. De acceptatie van deze technieken heeft voor de volken in Eurazië veel betekend. De Ming dynastie (1368-1644), ten tijde van de Mongoolse overheersing van China was er veel rebellie van Chinezen vooral na epidemieën, grote inflatie van het papiergeld en natuurrampen, in 1368 veroverde Yuanzhang China en vestigde de Ming dynastie. Nu Chinezen China weer in handen hadden heerste er een afkeer van alles niet Chinees. Ming heersers gebruiken de leer van Confusius om militairen en koopmannen onderdanig te houden. Onder de Ming dynastie werd er door China eigenlijk alleen geëxporteerd hiervoor kwamen zilver, goud, koper en enkele ruwe materialen terug.

Spinning The Worldwide Web 1450-1800

Ondanks vier millennia van civilisatie, draagbare religies en rijken construeren, was er

nog geen echte eenheid gevormd tussen de mensheid, er was nog steeds enorme verdeeldheid. En 60-120 miljoen mensen in Oceanië, Noord- en Zuid Amerika, en in centraal en zuid Afrika leefden vrijwel geheel buiten het belangrijkste web, het Old World Web. Dit stond echter te veranderen in de komende drie en halve eeuw. Het begin van globalisatie i.p.v. het afzonderlijk bespreken van verschillende gebieden, globalisatie was een moeilijk en pijnlijk proces; mensen, religies en talen verdwenen en een aantal imperialistische rijke staten verbreidden hun macht en invloed naar nieuwe landen. Toen miljoenen het nu wereldwijde web ingezogen werden, werd specialisatie en uitwisseling/handel globaal. Deze tendens was een vervolg van homogeniserende invloed van de verspreiding van civilisaties in Eurazië en (Noord) Afrika, het Old World Web.

The World’s Webs as of 1450

The Old World Web

In 1450 strekte het Old Word Web zich uit van de West Afrikaanse savanne tot Engeland en Scandinavië, door Rusland, Siberië en China, naar Korea en Japan en andere eilanden uit de kust van Zuidoost Azië. Door duizenden jaren migratie, handel, missionariswerk, technologische overdracht, biologische overdracht en militaire veroveringen hadden dit web gecreëerd. Duizenden karavaan- en zeeroutes hielden het web bij elkaar, waarvan 2 zeer belangrijke – de zijde route sinds Han en Romeinse tijd een reguliere route, echter door politieke/militaire onrust verminderde het belang van deze route, van Noord China naar het Mediterrane gebied en de kustgebieden van de Zwarte Zee – de tweede grote route was een zeeroute, vanaf Korea, Japan en China door de eilandenketen van Zuidoost Azië, rond het Maleisisch schiereiland en via de Indische oceaan naar de Golf van Perzië en de Rode zee. Weinigen maakten echter de gehele reis, vele steden langs de handelsroutes fungeerden als overlaadpunt echter voor goederen, ideeën, technologie en ziektes was het een onafgebroken route. Piraten en knelpunten gecontroleerd door politieke autoriteit beïnvloeden ook hier de handel.

The Rise of Maritime Links Within the Old World Web

Tegen de 15e eeuw waren de meest westelijke en oostelijke gedeelten van het Old World Web beter/groter aan het worden en consolideerden. Dit was het resultaat van vooruitgang en voorsprong in schepenbouw, navigatie, maar hadden verschillende effecten. Eerder was het centrale deel van het web vooral belangrijk geweest vanwege de gedomesticeerde lastdieren. Nu had zeevaart een zelfde effect voor de flanken van het web. Sterkere schepen konden verder varen.

The Pacific and American Webs

Twee kleinere webs waren aanwezig in de 15e eeuw, het minst ontwikkeld was het Pacific webàPolynesiërs en hun zeemanschap hadden dit web geschapen. Tonga, een eilandketen, was bezig een maritiem imperium op te bouwen, echter dit was nog een zeer los web. Het tweede web in Noord en Zuid Amerika was een stuk groter en ontwikkelder. Er waren hier geen lastdieren (behalve Lama’s in de Andes) hierdoor werd dit web samengehouden door waterwegen. Zeegaande kano’s verbonden de twee continenten. Het web had twee centra, de een in Mexicoàde Azteken, de ander in Peruàde Inca’s. Politiek domineerden de Azteken alleen centraal Mexico, maar cultureel beïnvloedden ze een groot gebied, in Mexico en Noord Amerika. De Inca’s bouwden een imperium van 1440 to 1520 dat strekte van het Zuidelijkste deel van Columbia tot het noordelijkste deel van Argentinië en Chili. Het web werd bij elkaar gehouden door wegen in de Andes en langs de Pacific kust, er waren geen rivieren. In tegenstelling tot de Azteken en hun voorgangers hadden de Inca’s weinig invloed in gebieden die niet onder hun politieke gezag waren dit kan te maken hebben met de geringe rol van kooplui in de Inca samenleving. Het Amerikaanse web was groot maar dun en er was grote culturele diversiteit (talen).

Similarities and Differences Among the Webs

De webs hadden dezelfde gevolgen, makkelijk reizen, handel, overdracht van ideeën, religies, technieken, landbouwproducten, ziekten maar ook specialisatie en arbeidsdiversificatie, ook zorgde het voor ongelijkheid. Dit had een homogeniserend effect en mensen conformeerden vrijwillig of niet. Het Old World Web was het grootst, belangrijkst en machtigst.

Fusing and Extending the World’s Webs 1450-1800

Revolutions in Ship Disign and Navigation

Gedurende de 15e eeuw, de wetenschap en vakmanschap in Eurazië convergeerde om twee voor Atlantisch Europa cruciale veranderingen in te zetten. 1 een groot, sterk, wendbaar schip wat gemakkelijk en goedkoop te produceren is en grote kannonen kan houden(de carracks). 2 verbeteringen in de navigatie, kennis van winden en stromingen en astrologische kennis voor plaatsbepaling. Door deze ontwikkelingen werden maritieme verbindingen de drijvende kracht in menselijke historie voor 300 jaar. Een combinatie van Noord Europese en mediterrane scheepsbouw leidde tot meer snelheid en wendbaarheid. Geen roeiers meer dus goedkoper te bouwen en te besturen. Wiskundige wetenschap van navigatie, met kaarten en tabellen zorgden voor de software voor de hardware(grotere/betere schepen).

Ships and Politics

Rond 1490 had Portugal al de benodigdheden en kunde in huis om overal in de open zeeën en oceanen te reizen. Om dat in veiligheid te doen hadden ze de volgende innovatie nodig het kanon, carracks met hun rib-bouw konden zware kannonen houden en hun terugslag weerstaan in 1510 werd de eerste zeeslag gewonnen d.m.v. kanonnen i.p.v. rammen. Na 1550 werd scheepvaart in Atlantisch Europa structureel veranderd doordat iedere staat die op zee wilde overleven het geld moest opbrengen voor oorlogsschepen, dit had van dan toe effect op Europese politiek. Politiek zorgde ook voor het proces waarin Europeanen de webs fuseerden, door wetenschappers en zeevaarders samen te laten werken en goede navigatie kennis te ontwikkelen, sponsoring van de staat ook voor ontdekkingsreizen. 1480 de Portugezen voeren voor het eerst rond kaap de goede hoop en verbonden het Atlantische handelsweb met dat in de Indische oceaan. Maritieme staten stuurden expedities op zoek naar handel, plunder, geografische kennis en te redden zielen. Rond 1580 hadden zij redelijk accurate geografische kennis van de kust gebieden van de wereld, in 1794 complete George Vancouver(gesponsord door Engeland) deze geografische kennis. De reis van Columbus in 1492, waardoor Noord en Zuid Amerika aan het web werden toegevoegd is de belangrijkste stap, maar een stap die niet mogelijk was geweest zonder de bovengenoemde ontwikkelingen en een stap die zeker sponsoring van de staat benodigde.

Chinese Ships

Zheng He(1371-1435) had zeer grote sponsoring van de staat veel meer dan Europese zeevaarders konden verwachten. Echter ten tijde van de Ming dynastie stopte deze sponsoring rond 1430 en rond 1470 was de benodigde kennis voor het bouwen van grote schepen verloren gegaan. Echter er waren wel enkele gevolgen van deze reizen, betere navigatie, kaarten van de sterren en routes. Rond 1570 stond de Ming dynastie maritieme handel weer toe, hierdoor ontstond er een uitwisseling tussen Japan, Korea, China en Zuidoost Azië, Europa was echter op weg naar een globale maritieme kennis. China faalde bij het inzien dat zeevaart de gehele wereld zou verbinden.

Expanding the Web in Afrika

De eerste maritieme expansie was richting Afrika. De effecten in het binnenland van Afrika waren klein maar het puntje van Zuid Afrika werd snel en compleet in het web opgenomen, na de reizen van de Portugezen en na 1600 de Nederlanders. De kaap was een klein metropolisch eiland in Zuidelijk Afrika wat verder nog niet was geïntegreerd in het web. In het grootste gedeelte van Afrika was grotere participatie binnen het web vooral te danken aan slavenhandel, deze slavenhandel was groter geworden toen

Europese staten de kusten van de wereld met elkaar verbonden. De belangrijkste reden voor slavenhandel was het opbouwen van suiker en tabak plantages in Amerika. Afrikaanse slaven waren goedkoop en hadden een langere levensverwachting in het tropische Amerika. Door verbeterde handelsrelaties werden veel Afrikanen rijk en groeiden in status door van slaven familie en volgelingen te maken, ze verkochten sommigen om betere te krijgen. Een vijand aanvallen en zijn soldaten gevangen nemen en verkopen was politiek handig. Er was geen Afrikaanse eenheid dus de slavenhandelaren in Afrika voelden geen verbondenheid met het lot van de slaven. De demografische impact van slaven op Afrika was klein, echter politiek was de invloed groot en leidde het tot het ontstaan en het vergroten van staten, slavenhandel militariseerde Afrika. Slavenhandel gaf slavenhandelaars en vijandige gemeenschappen economisch voordeelàdit werd gebruikt voor aanschaf van meer wapens en paarden om meer slaven aan te trekken. Het zorgde ook voor een versnelde commercialisering van Afrika en sociale verdeeldheid. Oost Afrika was minder beïnvloed door deze vergroting van het web vooral omdat zij al bij het Old World Web hoorden.

Fusing the American and Old World Webs

Door de reis van Columbus en de ontdekking van Amerika in 1492 fuseerde de Amerikaanse webs snel met het Old World Web. De bestaande samenlevingen werden uitgeroeid door oorlog en ziekten. Echter hun beschaving, belasting, handel, werd slechts aangepast aan de Spaanse en fuseerde met het Old World Web. Waar nog geen web had bestaan ging deze fusie langzamer. De grootste consequentie van de fuserende webs was het grote bevolkingsverlies in Amerika. Tegen 1800 was het grootste gedeelte van Amerika net als Afrika gefuseerde met het Old World Web.

Expanding the Web in Siberia and the Subartic

Gedurende de 16e en 17e eeuw verbreidde het web zich ook over het land, het grootste gebied wat nog buiten het web lag waren de bos en taiga gebieden in Siberië. Meestal leefden deze mensen nog als jagers/verzamelaars of hielden zij rendieren, er was weinig landbouw en contact met de rest van de wereld met uitzondering van enkele gemeenschappen in het zuiden die met de Mongoolse en Turkse steppen gemeenschappen handelden. In 1580 haalde de rijke Stroganov familie de tsaar Ivan IV over tot een samenwerking in het opzetten van een bondhandel in westelijk Siberië. De Kozakken en de Russen hadden alle voordelen van het leven binnen het web, vuurwapens, sponsoring van de Russische staat, een schrift, immuniteit van vele infecties. De Kozakken bereikten in 1640 de kust van de Pacific en in 1652 waren zij in gevecht met Chinese legers, dit resulteerde in een vredesverdrag wat de grenzen van Rusland en China tot in de 19e eeuw vastlegde. De Kozakken maakten een tribuut systeem, waardoor van Siberische mannen bond werd verwacht, ook handelden zij in bond. Siberië vormde in 1621 haar eigen (Russisch Orthodoxe) aartsbisschopdom. Toen de dieren schaarser werden in Siberië gingen zij verder westwaarts richting Alaska en Noord Amerika. Echter in Noord Amerika waren de Engelsen en de Fransen reeds aan het jagen op bond, met hetzelfde systeem van

blokhutten en handelsposten als in Siberië. Alle bondjagers wisten dat zij elke huid konden verkopen die ze te pakken konden krijgen.

Expanding the web in Australia and the Pacific

De isolatie van Nieuw Zeeland en Australië werd in respectievelijk 1769 en 1788 doorbroken. Snelle Europese bezetting, politieke annexatie, landoorlogen en bekering tot het Christendom volgden pas na 1840.

The World the Web Made 1500-1800

Met de creatie van één enkel web zorgde ervoor dat innovaties, welvaart en depressies, plagen door het gehele web verspreidden. Door de eenwording werden instabiliteit en chaos binnen het web groter. Hierdoor ontstonden enkele tendensen die de periode 1500-1800 vorm gaven. Unificatie van het web zorgde 1 in intellectueel en cultureel opzicht voor grote verandering in denkpatronen en religie, dit leidde tot reformaties, ook ontstond moderne wetenschap. In 2 politiek opzicht leidde het proces tot minder, maar sterkere staten en een grote stijging van het verschil tussen sterk en zwak. In economisch opzicht leidde het tot een verschuiving in het voordeel van de handelaren. In 4 sociaal opzicht bracht het bevolkingsgroei, complexe sociale hiërarchieën en grotere verschillen(arm/rijk). In 5 ecologisch opzicht leidde het tot veel biologische uitwisselingen, homogenisering van de flora en fauna op de planeet en ziekten. In 6 geografisch opzicht leidde het tot nieuwe regionale gemeenschappen verenigd door maritieme transport.

Intellectual and Cultural Currents

Information and Communication

Omstandigheden waren gunstig voor de snellere en meer wijdverbreide informatiestroom. Ten eerste was er de maritieme zeevaart en de uitbreidding en verdikking van het web. Meer handel en reizen, lager analfabetisme en meer missiewerk werkten samen tot een verbetering van de snelheid en hoeveelheid communicatie. Daarnaast was het politieke klimaat, vooral de formatie van grote rijken op land en zee, belangrijk voor het opzetten van communicatie netwerken. En van groot belang binnen Europa was de boekdrukkunst (printing press door Gutenberg), dit verminderde kosten en toezicht van overheden, al maakte het propaganda makkelijker, ook stimuleert het democratisering van het intellectuele debat(voornamelijk religieuze geschillen). Echter de boekdrukkunst verspreidde zich niet verder dan het Christendom vanwege meerdere

factoren.

Religions and the Web

De oude leren konden minder en minder beteken voor opkomende klassen en rusteloze zielen in het algemeen, in deze nieuwe tijd van handel en steden, hierdoor kwam er ruimte voor nieuwe religieuze en intellectuele ideeën. In China bijvoorbeeld had de leer van Confusius een grote rol gespeeld nadat de Ming (1368) aan de macht kwam, maar voor Wang Yangmin (1472-1529) waren deze leren rigide en verkeerd geïnterpreteerd en volgens hem kon Confusius ook begrepen worden door ervaring en reeds aanwezige kennis i.p.v. lange studie van de leren. Eenzelfde hervormer Martin Luther (1483-1546) deed dit voor Katholieke geloof. Wat hervormers in deze tijd gemeen hadden was dat zij religies individualistisch maakten, gespecialiseerde geestelijken waren niet nodig om de heilige geschriften te ontcijferen. Ook maakten veel van deze hervormers geen onderscheid meer in geloofsbeleving en beleidding tussen geestelijken en gewone mensen. Rond deze periode (1400-1600) waren er ook binnen enkele staten sterke zelfbewuste heersers, die vrijer omgingen met het geloof, waardoor mensen binnen staten meer godsdienstvrijheid kregen,

Religious Clampdowns

De grote vrijheid in godsdienst en de hervormingen die hiervoor de ruimte hadden gekregen werden nu weer onderdrukt. Nieuwe heersers grepen terug op de oude leren/religies en nieuwe versies werden onderdrukt. In China greep men terug op de oude leren van Confusius en de opvolgers van de sterke leiders, die godsdienstvrijheid mogelijk gemaakt hadden, draaiden de veranderingen vaak terug. Sommige vormen bleven echter bestaan zoals het protestantisme.

Religious Expansions: Islam, Christainity and Buddhism.

In Eurazië ontstonden stormachtige situaties door deze geloofsuitbreidingen, echter in de nieuwe delen van het web, Noord en Zuid Amerika, grote delen van Afrika en Oceanië, waren de gevolgen veel groter. Lokale religies verdwenen of werden ingekapseld in het Christendom, waar Christelijke Europeanen de politieke macht hadden, vooral in Noord en Zuid Amerika. Ook in Afrika breidde het christendom en de Islam zich uit, altijd namen zij lokale gebruiken in de religie op, zodat er verschillende vormen ontstonden. Islam had een grote aantrekkingskracht voor Afrikanen vanwege de

slavenhandel. In het algemeen gaven de politieke en sociale spanningen religies, christendom & Islam, de kans zich uit te breidden. Vasthouden aan vroegere lokale religies leidde tot isolatie en kon tot politieke vernietiging leidden als militante Christenen of Moslims in de buurt waren. Ook het Buddhisme breidde zich uit vooral door de bekering van Mongoolse stammen op de steppen. Het OWW consolideerde door de verspreiding van draagbare, evangelische (gebaseerd op heilige geschriften) religies ten koste van lokale religies.

Science

Het belangrijkste in deze intellectuele warboel tussen de 16e en de 18e eeuw was de zogenaamde Wetenschappelijke Revolutie (Scientific Revolution). Deze revolutie hield in dat experiment en reden goede methodes van onderzoek zijn en dat observatie en ervaring autoriteiten zijn. Deze denkbeelden lagen onder constante druk van religieuze en politieke autoriteiten. Soms echter leidde grote hoeveelheden nieuwe ideeën tot grotere wetenschappelijke activiteit, zoals toen de Arabieren in contact kwamen met Hellenistische, Joodse en Indiaanse leren. Deze vergrote activiteit stagneerde nadat er een nieuw wetenschappelijk kader gevormd was, welke bescherming behoefde van nieuwe ideeën. De Wetenschappelijke Revolutie vond plaats in Europa, omdat in Europa autonome universiteiten opkwamen, waarbinnen vrij gedebatteerd werd. Dit kon in Europa vanwege grote fragmentatie, waardoor politieke en religieuze het niet de kop in konden drukken. Deze vrije wetenschappelijke omgeving kreeg vanaf 1450 ideeën van over de gehele wereld binnen. Dankzij de boekdrukkunst konden nieuwe ideeën zich makkelijk en snel verspreidden. Hier en daar probeerden overheden en religieuze autoriteiten publicaties tegen te gaan, dit had echter geen effect in het gefragmenteerde Europa. De Wetenschappelijke Revolutie behoefde een gunstig politiek klimaat alsook een snelle verspreiding van nieuwe ideeën. Alleen Europeanen (vanwege fragmentatie en universiteiten) ontwikkelde dit culturele en wetenschappelijke onderzoek en vanaf 1500 leverde dit aanzienlijke praktische kennis.

Economic and Social Currents

Hoewel er geen fundamentele veranderingen waren in de landbouw technieken of industrie, veranderde de wereld economie aanzienlijk in deze periode (1450-1800). 1 Er ontstond voor het eerst een globale economie. 2 Handel over grote afstanden kreeg een steeds belangrijkere rol. De economie tussen 1450 en 1800 groeide zeer snel in verhouding tot tijden hiervoor. Economische groei kwam in deze periode vooral door bevolkingsgroei. De globale economie leidde tot meer specialisatie, hierdoor groeide kunde en productiviteit. Specialisatie tussen de handelsgebiedenà China verkocht zijde, porselein en van tijd tot tijd goud, Zuidoost Azië verkocht kruiden en pepers, India katoen, Afrika slaven en goud en Noord en Zuid Amerika verkochten zilver, bond, suiker en tabak, Japan verkocht zilver en koper. Europeanen verkochten diensten zoals bescherming op zee en vervoer van goederen. Tot 1750 vormde China het centrum van deze handelseconomie daarna rivaliseerde het met de handelseconomie in West Europa. Hier is te zien dat slechts enkele producten deze globale markt in stand hielden en dat

gebieden specialiseerden in het produceren van slechts enkele goederen. Goud en zilver maakte deze handel over grote afstanden mogelijk maar limiteerde het ook aangezien er geen oneindige hoeveelheid goud en zilver is. Door grote mijnen werd deze negatieve invloed van zilver verminderd. In algemene termen verdween het meeste zilver naar China, hier was het meer waard dan elders, omdat de Chinezen het nodig hadden voor hun groeiende economie. De Atlantische economie draaide vooral op de plantages. Niemand buiten de west Europeanen kon meedelen in deze economie, zoals Europeanen dat wel in de andere grote economische systemen in de Indische oceaan en het Pacific gebied gedaan hadden, omdat zij niet genoeg macht hadden op zee.

Social Strains and Shifts

Door de groeiende rol van commercie veranderde de verdeling van rijkdom en inkomen. Dit gebeurde vooral op de plaatsen waar handel het meest groeide in de Pacific en de Atlantische oceaan. Koopmannen/handelaars werden even rijk als de oude landeigenaren klasse. Koopmannen konden door handel zeer snel rijk worden. Op een gegeven moment dwongen zij ook politieke invloed af dit leidde tot spanningen. Door de militaire revolutie was er een minder grote behoefte aan gespecialiseerde soldaten (ridders in Europa en samurai in Japan), dit leidde tot sociale degradatie van een klasse die sinds lange tijd oorlog en plattelands leven had gedomineerd in Eurazië. Groeiende handel zorgde ook dat status vooral gerelateerd werd aan rijkdom. Economische ongelijkheid tussen landen en mensen steeg ook. Al deze ontwikkelingen waren gevolgen van de handel en de fusie van de webs.

Ecological Shifts and Biological Exchange

De ecologische systemen van Afrika en Eurazië werden verbonden met die in Amerikaà the Colombian Exchange. En op kleinere schaal waren de ecosystemen van Australië en de Pacific eilanden aan het einde van de 18e eeuw aan het globale web toegevoegd. Dit had vooral effecten op wat mensen aten. Mensen hadden al lange tijd gewassen uitgewisseld echter na 1492 nam de schaal van deze uitwisseling en de snelheid hiervan toe. Amerikaanse gewassen waren zeer nuttig in Eurazië en Afrika, zoals maïs. Cassave (van origine Braziliaans) deed het ook goed in Afrika, vooral omdat het onder de oppervlakte groeit en hierdoor minder makkelijk te plunderen was. Het derde gewas wat een grote rol speelde en uit Amerika kwam was de aardappel, de aardappel had dezelfde voordelen als cassave als het gaat om plunderingen, daarnaast groeit de aardappel goed op zandgronden. Andere gewassen uit Amerika, als bonen, pinda’s en cacao verspreidden zich ook over de wereld, de andere condities waaronder deze gewassen floreren leidde tot vergroting van de landbouwgrond. Granen kwamen vanuit Eurazië naar Amerika waar deze floreerden. Ook suiker, tabak en koffie werden in Amerika ingevoerd, echter dit waren productie gewassen. Ook dieren werden over de hele wereld verspreid na 1492, zo kwamen naar Amerika koeien, paarden, varkens, geiten en schapen. Het laatste element van de Columbian Exchange was de uitwisseling van ziektes, vanuit Amerika kwamen geen noemenswaardige ziekten. De andere biologische uitwisseling vond plaats tussen Australië en de PacificàCook Exchange. Vanuit deze

gebieden kwamen geen nuttige gewassen en dieren, maar ook geen vernietigende ziektes. De uitwisseling naar deze gebieden echter had hier grotere invloed dan waar dan ook.

Effects on World Population

Grote veranderingen in voedsel en ziektes hadden hun weerslag op de bevolking. Tussen 1450 en 1800 verdubbelde de bevolking. Er kwam meer voedsel tot de beschikking van deze mensen door de biologische uitwisseling, dit had grote invloed op de bevolkingsstijging. Er zijn echter meer factoren zoals ziektes, vooral in het begin van de fusering van de web had dit vernietigende effecten op bevolkingen die nog niet in aanraking waren gekomen met de nieuwe ziekten. Echter door de grote uitwisseling werden deze ziekten op ten duur kinderziekten. De 18e eeuw luidde een nieuw tijdperk in van snelle bevolkingsgroei, voornamelijk door ecologische veranderingen in gewassen en ziekten.

Conclusion

De webs waren dan weliswaar gefuseerd en wereldwijd geworden, voor de meeste mensen bracht dit maar weinig veranderingen met zich meer 80% was nog altijd landbouwer, daarnaast koste het nog steeds bijna even veel tijd om mensen, goederen, ideeën en ziektes te verspreiden als ten tijde van het eerste web rond Summier.

Breaking Old Chains, Tightening The New Web 1750-1914

In de 18e en 19e eeuw verloste de mensheid zich van getob met bevolkingsaantallen, voedsel voorziening, mobiliteit en economische productie, dit kwam door de Industriële Revolutie en de nieuwe mogelijkheid fossiele brandstoffen te exploiteren. Deze ontwikkeling was even ingrijpend als de Agrarische Revolutie millennia geleden. De Industriële Revolutie hiel het web vergroten, verdikken en versnellen. Hierdoor vorderden sociale en politieke veranderingen, opkomst van het nationalisme en de afschaffing van slavernij, cruciale processen in de vorming van de moderne samenleving. In 1914 was een groot gedeelte van de mensen afhankelijk van fossiele brandstoffen, voedsel van andere continenten, ofwel de voortzetting van globale verbindingen.

Enlarging the Web

Na de kolonisatie van Australië, begin 1788 door de Engelsen, werden er geen grootte stukken land meer aan het web toegevoegd en maar enkele mensen. De uitbreidding van het web, naar Tasmanië (cultuur en genetisch volledig verdwenen) en Paaseiland (religie volledig verdwenen) bracht vernietigende effecten naar deze geïsoleerde populaties, naar minder geïsoleerde populaties bracht het minder vernietigende effecten. Het web werd in andere gebieden verdikt, het Amazonegebied (rubber), het poolgebied van Canada en Alaska (bond en goud), Nieuw Zeeland (walvisvaarders, missiewerkers, boeren), de graslanden van Noord en Zuid Amerika (veehouders en landbouwers). Deze ontmoetingen hadden allemaal min of meer dezelfde effecten, contact tussen mensen bracht nieuwe ziekten en oorlogen, aangezien ziektes en wapens ontwikkelder waren dan in de 17e eeuw toen andere populaties aan het web werden toegevoegd waren de effecten nu groter. Het web werd ligt groter en culturele en genetische diversiteit werd minder. Sterke en zwakke naties kwamen door de verdikking van het web steeds meer met elkaar in contact, hierdoor werden sommige sterke naties steeds sterker, omdat zij deze verdikking overzagen met de aanleg van infrastructuur, zij konden meer gebruik maken van de snellere informatie en goederen stroom. De sterkste naties kwamen uit West Europa.

Tightening the Web

Communicatie voor 1815 ging hooguit met de snelheid van een paard. Gedurende de Franse Revolutie toen landelijke eenheid zeer belangrijk was, ontwierpen de Fransen le télégraphe, hierdoor konden berichten de lengte van het land afleggen in een paar uur, slecht weer, nacht en menselijk falen bemoeilijkte bruikbaarheid. Vroege telecommunicatiesystemen dienden staten niet commercie. In 1844 ontstond moderne telecommunicatie door het verzenden van de eerste elektrische berichten tussen Baltimore en Washington. Morse Code zorgde ervoor dat elk bericht verzonden kon worden. De telegraaf bood enorme voordelen aangaande kosten, betrouwbaarheid en snelheid van communicatie voor gebruikers (Europeanen en Amerikanen). In 1851 werd Engeland met continentaal Europa verbonden en in 1866 met Amerika. Telegrafie maakte het besturen van een groot rijk veel eenvoudiger. In 1902 had Engeland een wereldwijd telegraafsysteem, welke ook door rivalen gebruikt werd, deze vooraanstaande positie hielp Engelse diplomatie en geografische politiek enorm tot 1950. De capaciteit van telecommunicatie steeg net zo snel als de kosten daalden (Franse telegraaf 150 woorden per dag, tegen 1920 400 woorden per minuut en in 1860 koste het per woord in 1888 25 cent). Hierdoor konden ook particulieren en bedrijven gebruik maken van de telegraaf, zakenmannen met toegang tot een telegraaf hadden een groot voordeel. Dit was een manier waarop het web verdikte de andere was transport, via water met de stoomboot en over land met de stoomtrein, ook eerder bestaande transportnetwerken werden verbeterd. Dit was belangrijk want sneller en goedkoper transport van informatie, mensen en goederen maakte de Industriële Revolutie mogelijk. Het transporteren van kolen, staal, katoen en informatie voor industrieën was mogelijk in Engeland in 1780, maar niet in 1720. Hoewel de stoomboot en stoomtrein producten van de Industriële Revolutie zijn hielpen zij deze voort te zetten. Afstand werd verkleind en maakte verscheping over grote afstanden routine. Ook maakten zij schaalvoordelen mogelijk. Vermindering van tijd en kosten vond over alle oceaanroutes plaats, waardoor vanaf 1800 bulkgoederen transporteren economisch werd. Ook maakten stoomboten en stoomtreinen handig gebruik van de telegraaf, nieuwe vormen

van grootschalige industrie, goedkoper ijzer, staal en kool. De eerste spoorlijnen waren dan ook voor het vervoer van producten niet van personen. Heel Europa, Amerika, China en Rusland legde uitgebreide spoorwegnetwerken aan. Door de voordelen van stoomtreinen en –boten was verdere specialisatie, arbeidsdeling, en schaalvergroting mogelijk, ook hielp het met nationale eenheid niet enkel economisch, maar ook politiek, cultureel en sociaal. In Afrika en Azië werden spoorwegen aangelegd voor koloniale doeleinden. In Zuid Amerika waar kolonisatie reeds was beëindigd voor de aanleg van spoorwegen, financierden buitenlanders gericht op export van koffie, tarwe of koper deze. In 1914 was handel/transport over grote afstanden routine geworden en zorgden de telegraaf, stoomtrein en –boot voor de handelsstromen in informatie, mensen, en goederen van grote bedrijven en naties.

Igniting the Population Explosion

Voor 1700 groeide de populatie met ongeveer 12% per eeuw. Dit kwam door epidemieën, hongersnoden en demografische onrust (oorlogen en dergelijke), de grootste stop op bevolkingsgroei voor 1700 was kindersterfte. In steden stierven meer mensen dan er geboren werden en konden alleen onderhouden worden door migratie van het platteland. Echter in 1700 veranderde dit en het sterftecijfer nam af terwijl het geboortecijfer steeg. In 1700 steeg de bevolking met 30% per eeuw en hoewel epidemieën en hongersnoden niet verdwenen waren, werden ze wel minder frequent en minder hevig. In 1800 was de bevolkingsgroei 80%. De redenen achter deze enorme bevolkingsgroei lagen in de veranderingen in het web. Beter, sneller en meer transport en communicatie maakte van veel epidemieën endemische ziektes, en reduceerde de grote van epidemieën, ook kon voedsel aangevoerd worden waar hongersnood was, tenzij hiervoor niet betaald kon worden. Ook de klimaatverwarming op het noordelijk halfrond kan aan de bevolkingsgroei hebben bijgedragen. Medicijnen hadden nog weinig tot geen invloed behalve vaccinatiemethoden voor pokken (smallpox). Deze bevolkingsgroei kwam in wat historici demographic transition (demografische transitie) noemen. Het komt doordat het geboortecijfer zich niet direct aanpast aan een daling in het sterftecijfer. Deze bevolkingstoename begon in West Europa. Snelle ongelijke bevolkingsgroei had ook tot gevolg dat er nieuwe patronen van migratie ontstonden, snellere toestroom naar steden. Onevenredig verdeelde bevolkingsgroei had ook invloed op de politiek (meer imperialistische ondernemingen en bedreiging imperialistische rijken met veel verschillende nationaliteiten), ook de natuur werd beïnvloed (meer mensenàmeer landbouw en stedenàminder ruimte voor natuur).

The Industrial Revolution

Hoewel de Industriële Revolutie in Engeland begon is het een globaal proces geworden. Net als de demografische transitie en nationalisme, verspreidde het snel en ongelijk, waardoor spanningen ontstonden die leidde tot migratie, revolutie, imperialisme en de val van imperialistische rijken enz. Het belangrijkste was dat de Industriële Revolutie fossiele brandstoffen gebruikte. Het gebruik van fossiele brandstoffen begon in Nederland (turf). Turf werd gebruikt in suikerraffinaderijen en glasmakerijen (geen

metaalbewerking turf wordt niet heet genoeg). De introductie van fossiele brandstoffen zorgde voor een verzameling van energie bronnen, dit leidde tot bevolkingsgroei en welvaartstoename. In Engeland waren twee innovaties van groot belang, een puurdere soort kool die metaalbewerking toestond en stoommotoren. Door stoommotoren kon water uit de mijnen gepompt woorden waardoor er dieper gemijnd kon worden, kool werd hierdoor goedkoper en al snel kon het ook in andere industrieën worden toegepast evenals de stoommotor. Maar de Industriële Revolutie benodigde meer dan alleen goedkope energie en technologische innovaties. In Engeland was in 1688-89 met de Glorious Revolution een klimaat ontstaan wat innovatie vergemakkelijkte en beloonde, daarnaast waren er vaste belastingen, zekerdere vastgoed rechten en bestuursmaatregelen die gunstig waren voor koopmannen, daarnaast waren er invoerbelastingen en marktbeschermende maatregelen (verbod invoer textiel uit India). Ook werd er een financieel systeem begonnen waardoor vernieuwers geld konden lenen, dit werkte echter pas na 1780. Het wereld wijde web zorgde ervoor dat de Engelse industrie en bevolking alles aangevoerd kreeg wat het nodig had, mede dankzij Engelse innovaties in kool en stoom. De Industriële Revolutie vond plaats in Engeland vanwege gunstige politieke/economische/sociale omstandigheden (Glorious Revolution), daarnaast heeft Engeland veel kool en ijzer en de verdikking van het web zowel globaal door scheepvaart alsook in Engeland zelf door de vele kanalen en tolwegen. Grote innovaties kwamen vaak in clusters er zijn er drie. 1 van 1780-1830 in de textiel en ijzer industrie, nieuwe technische ontwikkelingen (spinning Jenny) en goede transportmogelijkheden (kanalen en tolwegen). 2 van 1820-1870 vooral in de ijzer en kool industrie met stoommachines. 3 van 1850-1920 kool en staal industrie, de telegraaf, chemicaliën en elektriciteit. Wetenschap begon vanaf toen een steeds belangrijkere rol te spelen in de Industriële Revolutie. Met elk cluster werd de Industriële Revolutie globaler, vanaf het begin had de Industriële Revolutie geteerd op voedsel van ver weg als ook van ruwe materialen, de aanvoer van deze werd steeds belangrijker, ook zorgde het web voor een afzetmarkt voor geproduceerde goederen.

Deindustrialization in Asia, Africa and the America’s

In 1700 kwam het meeste textiel in de wereld uit India, echter tegen 1860 kon India niet tegen de concurrentie van Engeland, door de goedkopere energie, standaardisatie en kwaliteitscontroleà de fabriek. Ook de textiel markt in Iran werd overgenomen door de Britten en Iran begon meer ruw katoen uit te voeren. Overal ter wereld verloren mensen hun extra inkomsten in de nijverheid (textiel). Sommige landen probeerden hun markt te beschermen, Iran verbood textiel invoer en verplichte onderdanen binnenlands textiel te dragen. In Turkije (Ottoman Empire) en Mexico probeerden ze het Engelse fabrieken systeem te kopiëren. Rond het midden van de 19e eeuw produceerde Engeland zo goedkoop dat ook andere industrieën, ijzer, staal, metaal, schepenbouw, pottenbakken, banken en verzekeringen hetzelfde patroon volgden als de textielindustrie. De hard en software innovaties gaven Engeland een groot voordeel bij energie- en kennisindustrieën. Soms werden afzetmarkten door Engeland met militaire druk geopend.

Imperialism and Self-Strengthening

Voor de Industriële Revolutie hadden de Atlantische Europeanen handelsrijken gesticht, deze waren vaak beperkt tot enkele handelsposten en suikereilanden. Industrialisatie maakte imperialisme goedkoop en gemakkelijk, door nieuwe beter wapens, betere communicatie. Geïndustrialiseerde samenlevingen konden vrij eenvoudig gebied veroveren in Afrika en Azië en doktoren hadden succes in het beperken van de invloed van tropische ziekten. Dankzij hun militaire macht verdeelden industriële grootmachten de rest van de wereld voor 1914. Engeland had het grootste deel van dit imperialisme en realiseerde een wereldwijd rijk tegen 1914. Zelf-versterking was een manier van overheden (en elite) om hun eigen militaire, economische en sociale systeem te veranderen als reactie op de veranderde omstandigheden door de nieuwe geïndustrialiseerde machten. Echter deze grote vernieuwingen brachten vaak problemen voor het bestuur en faalden daarom vaak. Na 1815 verspreidde de Industriële Revolutie zich, naar Europa (eerst Belgiëàkool en Zwitserlandàwaterkracht) en Amerika. Regeringen in Europa probeerden hun industrieën te stimuleren door, subsidies, belasting voordelen, gratis infrastructuur en onderdrukking van arbeidersopstanden. In Amerikaanse fabrieken werd een nieuw systeem opgezet van assemblage. Sommige landen hadden groter voordeel bij de uitbreidding van bestaande uitvoer van ruwe materialen dan zij hadden bij industrialisatie (Brazilië, China, Ottoman Imperium). De industrialisering van Duitsland, Amerika, Rusland en Japan kwamen allen voort uit zelf-versterkingsprocessen, zij zouden in de 20ste eeuw de grote machten worden.

Social Changes

De Industriële Revolutie veranderde het leven van mensen over de gehele wereld, vooral na 1800 toen er één groot web ontstaan was. In de geïndustrialiseerde landen van Europa veranderde het familieleven, werkleven en dorpsleven. Industrialisatie veranderde het werk van het ritme van de dag en de seizoenen naar het ritme van de klok. Een groot voordeel was de eenvoudigheid van het werk in fabrieken, hierdoor konden falende werknemers makkelijk vervangen worden. Mannen en vaders verloren een deel van hun invloed aan fabrieksbazen. Totdat arbeiders zich verenigden in vakbonden werkten zij onder slechte omstandigheden voor lage lonen, de verbeteringen die deze vakbonden bewerkstelligden erodeerde de voedingsbodem voor revoluties. Kinderarbeid werd verboden, hierdoor gingen kinderen naar school, geïndustrialiseerde samenleving had behoefte aan hoger opgeleidden. Schoolgaande kinderen brachten geen geld op maar kosten geld waardoor het geboortecijfer afnam en vrouwen niet de gele tijd met het opvoeden van kinderen bezig waren. Educatie werd gesubsidieerd door de staat. In 1900 hadden de arbeiders in de geïndustrialiseerde steden het beter en makkelijker dan plattelandsarbeiders. In Rusland leidde het fabrieksleven tot een revolutie in 1917 veel Russische arbeiders waren man en de leer van Marx kreeg hier veel aanhang. In Japan waren de meeste arbeiders vrouw, zij waren al gewend bevelen op te volgen van mannen en hier kwamen dan ook geen revoluties voor. Nieuwe religies die de pijn van industrialisering konden verzachten verspreidden zich ook.

Globalization in the Age of Imperialism

Een grote stap in globalisatie kwam tot stand tussen 1870-1914 door demografische, politieke en economische veranderingen. De eerste stap was gemaakt door de verbinding van de kustgebieden op de wereld en later een tweede stap door stoomboten en treinen die het achterland erbij trokken. Het belangrijkste aan deze tweede stap was de grotere mobiliteit van mensen, goederen en geld. Informatie over andere landen gaf mensen de keuze te migreren, deze tijd was de tijd van economische migratie, het einde van de slavernij gaf nog een extra impuls. Deze massamigratie bereikte vanwege drie redenen zijn hoogtepunt in 1890-1913. 1 tussen 1815-1850 verminderden Europese landen legale obstakels aangaande migratie. 2 reizen werd makkelijker en goedkoper. 3 de condities voor Europese landbouwers verslechterde waardoor zij migreerden naar beter gebieden in Noord Amerika en Argentinië, de eerste wereld oorlog stopte deze ontwikkeling. De migratie van deze mensen versterkte economische groei, omdat mensen migreerden van plaatsen waar hun arbeid niets opbracht naar plaatsen waar het wel opbrengsten genereerde. Ook investeringskapitaal bewoog zich vrijer, met name door de Gouden Standaard (1887) waardoor internationale handel bespoedigd werd (vastgestelde waarde van geld in goud). Deze snelle verplaatsing van mensen, goederen en geld had drie effecten. 1 ze hielpen bij de creatie van een verdikking van de wereldeconomie, voor de eerste keer waren economische voor en achteruitgang globaal. 2 het zette de grootste economische groei in gang tot dan toe. 3 deze economische groei was ongelijk verdeeld en leidde tot grotere verschillen in welvaart. Deze globalisatie van de late 19e eeuw bracht ook ecologische en culturele veranderingen met zich mee. Het Christendom werd door missiewerk verspreid, waardoor lokale religies verdwenen, hetzelfde gebeurde voor talen, de talen van de imperialisten groeiden en lokale talen namen af. Echter hier en daar ontstonden ook nieuw talen. Echter globalisering had een homogeniserend effect en het aantal religies en talen nam af.

Ecological Change

Industrialisatie zorgde voor veel luchtvervuiling vanwege het intensieve gebruik van kolen. De Industriële Revolutie en groeiende bevolking had meer voedsel en ruwe materialen nodig, hierdoor kwam meer landbouwgrond en ontginningen, waardoor de bossen afnamen en er minder voedsel was voor wilde dieren. Ook werden grote irrigatiesystemen opgezet om droge gebieden weer tot landbouwgrond te vermaken. De verdikking van het web zorgde ook voor de verspreidding van planten en dieren, deze hadden ook grote invloed op het ecologische systeem. Sneller transport en massa migratie bracht nieuwe ziekten zelf voor mensen met ontwikkelde afweersystemen. De verschrikkingen van cholera en tyfus zorgden voor de “sanitary revolution” dit hield in dat drink en afval water gescheiden werd.

Conclusion: Lock-In

De verdikking van het web tussen 1750 en 1914 leidde tot het ontstaan en de verspreidding van de demografische explosie, representatieve vormen van politiek,

nationalistische identiteiten en industrialisatie. Al deze elementen verspreidden zich ongelijk en leidden tot grotere spanningen binnen en tussen staten. De welvaart gebracht door economische globalisatie benodigd aanhoudende vrije migratie van mensen, kapitaal en goederen, dit combineerde niet makkelijk met nationalisme. De nieuwe hoge-energie-economie had steeds meer fossiele brandstoffen nodig, die over de aarde verspreid lagen. De groeiende verschillen tussen welvaart en macht maakten dat de minderbedeelden zich moesten schikken in hun positie.

Strains On The Web: The World Since 1890

Het laatste gebied wat aan het web werd toegevoegd waren de hooglanden van Nieuw Guinea, in de jaren ’30 werden deze door missionarissen, kolonialen, handelaren en antropologen met de rest van de wereld in contact gebracht. Na deze toevoeging zou het web alleen nog maar sneller worden en verdikken. De gegroeide globalisatie na 1870 kwam tot een einde met het uitbreken van WO I, migratie, handel en kapitaal stromen namen af en kwamen pas weer echt op na WO II.

Communications and Ideas

Er waren drie technologische transformaties. 1 ongeveer 1920 de verspreidding van telefoon (1870), auto’s (1890) en radio (1900). 2 tussen 1940-1950 televisie en commerciële luchtvaart. 3 1990 computers. Deze nieuwe technologieën werkten als netwerken wat hun verspreidding in het begin tegenhield echter wanneer ze eenmaal aanslaan gaat verspreidding zeer snel. Het effect van deze en enkele andere veranderingen was dat mensen ‘gebombardeerd’ werden met nieuwe ideeën, informatie, impressies en stelde ze in staat sneller en verder te reizen. Radio, televisie en films hadden ook nog een meer politiek effect, het stelde kundige redenaars in staat miljoenen te bereiken. Deze nieuwe media maakte het makkelijker de massa te beïnvloeden en te mobiliseren, echter na verloop van tijd werd controle van overheden op informatie en mensen bemoeilijkt.

Culture, Religion, Science

De nieuwe informatie infrastructuur vergrote competitie van ideeën. Voor de meerderheid werd het met de komst van radio, tv, kranten, films en luchtvaart ongebruikelijk niet geconfronteerd te worden met radicaal andere ideeën. Dit resulteerde in een culturele verarming, de marginalisatie van velen en het succes van enkelen. Ook politieke cultuur had minder en minder standaards, door imperialisme was over (min of meer) de gehele wereld het rechtensysteem van enkele Europese naties overgenomen (vaak nog gebaseerd op Romeinse wetgeving). Er ontstonden enkele nieuwe hybride rechtssystemen en creoolse talen, echter lokaal ging veel verloren. De

makkelijke verspreidding van ideeën hielp draagbare godsdiensten en werkte tegen lokale, in de periode na 1890 was er ongebruikelijk veel dynamiek en instabiliteit in het religieuze leven. Door urbanisatie en verbeterde gezondheidszorg verloren lokale godsdiensten nog meer terrein. Het credo van samenwerking en gemeenschappelijke steun hielp sommige godsdiensten meer volgelingen aan te trekken, verlichting van de spanningen die urbanisatie en welvaartsverschillen met zich meebrengen. Imperialisme leidde tot verschillende religieuze reacties, voor velen was er een voordeel in het overnemen van de godsdienstige gebruiken van de koloniale overheerser. Andere reacties waren, 1 een balans zoeken tussen religieuze gebruiken en de gebruiken van de imperialistische overheerser, die zoveel macht gaven, 2 was terug naar het oude en al het nieuwe verwerpen en 3 was het verwerpen van godsdiensten en overstappen naar een andere ideologie zoals nationalisme of socialisme. Godsdiensten kregen ook problemen met de opkomst van moderne wetenschap. Ook wetenschap verarmde enkele ideeën overleefden de snelle uitwisseling van informatie. De evoluerende wetenschappelijke wereldbeelden hadden enkele dingen gemeen. 1 observatie en experimenten kregen onschendbare autoriteit. 2 wetenschap werd minder absoluut en meer evolutionair. 3 goede wetenschap was niet goedkoop. Geologie en biologie werden nieuwe wetenschappen en in de biologie ontdekte men de genenleer en hierdoor kon men betere gewassen creëren. Natuurkunde onderging eenzelfde verandering. 1890 ontdekking van de atomenleer, leidde in 1940 tot de atoombom en 1950 tot kerncentrales.

The Marriage of Science and Technology

Wetenschap werd duurder, meer bureaucratisch en meer verbonden met technologie, deze hadden voor 1860 weinig met elkaar te maken gehad. Er ontstond een grote vraag naar toepasbare wetenschap voor militaire, sociale, technologische enz. toepassingen. Hierdoor gingen staten wetenschap sponsoren. Er ontstonden samenwerkingsverbanden tussen universiteiten en de overheid en bedrijfsleven. Wetenschap kon niet zonder deze sponsoring maar staten (later bedrijven) konden niet zonder deze toepasbare (technologische) wetenschap. Moderne wetenschap nam autoriteit over van religies. Langzamerhand werden alles en iedereen afhankelijk van de vooruitgang in zeer complexe technologische systemen en het werk van enkele zeer kundige individuen.

Population and Urbanization

De reden voor de grote populatiegroei was effectieve manieren het sterftecijfer te drukken, vaccinaties, antibiotica (na 1950). De meeste vooruitgang in het drukken van het sterftecijfer vond plaats van 1945 tot 1965. Wetenschap hielp echter ook in geboortebeperking, uitvinding anticonceptie pil in 1960. De enorme slachtingen (oorlogen) van de 20ste eeuw hadden eigenlijk maar weinig effect. Bevolkingsgroei leidde tot politieke onrust, urbanisatie en de wil over één nacht ijs te willen industrialiseren. Deze spanningen leidde ertoe dat staten bevolkingsgroeibeleid gingen voerenà India en China probeerden zo het geboortecijfer te laten dalen, waar Hitler en Salin probeerden dit te laten stijgen. Exorbitante groei van steden is een ander kenmerk

van de 20ste eeuw. Steden waren niet langer demografische zwarte gaten, door verbeteringen in de gezondheidzorg en sanitaire verbeteringen maakten steden veiliger. In steden kende mensen elkaar niet en kon er niet verwacht worden dat mensen elkaar fatsoenlijk behandelden, zij hadden immers niets met elkaar te maken en dus geen sociale band. Ondanks al de spanningen van de stad gaf het stedelijken grote voordelen. Urbanisatie zorgde voor een rem op het geboortecijfer, omdat kinderen in de stad alleen maar geld kosten op het platteland leverden zij geld op. Daarnaast kregen meisjes in steden onderwijs, dit leidde tot beter opgeleidden en die krijgen in de regel minder kinderen.

Energy and Environment

De belangrijkste reden achter de grote bevolkingsgroei was de mogelijkheid tot het gebruiken van fossiele brandstoffen. In de 20ste eeuw was de belangrijkste stap de opkomst van goedkope olie. De overstap naar olie kwam tussen 1950-1973. Olie revolutioneerde transport, auto’s en vliegtuigen konden niet lopen op kolen, ook kunstmest speelde een grote rol. Door de mogelijkheid deze nieuwe brandstoffen te gebruiken maakte leven makkelijker voor een groot deel van de mensheid en verdiepte tegelijkertijd de koof tussen mensen die er gebruik van maakten en degenen die dat niet deden. De grote bevolkingsgroei had ook weerslag op het milieu. Veel bosgebied werd omgezet in gras en akkerland. Er zijn 5 grote uitstervinggolven geweest in de 20ste eeuw leek het erop dat er een 6e door menselijk handelen ingeleide uitstervinggolf ontstond. Echter sommige dieren floreerden (veestapels, ratten). Er was meer luchtvervuiling, en opwarming van de aarde. Het economische systeem wat de nadruk legt op het op korte termijn behalen van winsten hield maar weinig rekening met andere gevolgen van dit beleid. Vaak gaven bezorgde burgers redenen andere problemen aan te pakken, echter alleen problemen die hun manieren van leven niet aantastten.

Retreat from Globalization: War and Depression, 1914-1941

De grote globalisatie leek oorlog even overbodig te maken echter in 1914 werd deze droom doorbroken. Het ontstaan van WO I zat hem in de opkomst van Duistland als grote macht. Nationalisme maakte oorlog makkelijker te accepteren. Door Europees imperialisme werden ook de kolonies betrokken bij het conflict. De oorlog liet Europa’s politieke en economische grondvesten trillen, in 1917 kon de het Russische rijk de spanningen van de oorlog niet langer aan en viel het. Echter de nieuwe regering ging verder met de oorlog waardoor in de herfst van 1917 de Bolsjewieken onder leiding van Lenin de macht grepen. Hij moest eerst vrede sluiten met Duitsland (maart 1918) en vervolgens een burgeroorlog beëindigen (1918-21) om een communistische staat te kunnen stichten, de Soviet Unie ofwel USSR. Er was een streven naar autarkie vanwege de negatieve invloeden van de oorlog op de economie. Duitsland moest enorme schuldbetalingen doen, hierdoor gingen zij geld drukken wat leidde tot hyperinflatie en Duits geld waardeloos maakte. Na 1924 zorgde Amerikaanse leningen dat Duitsland een deel van de schuld aan Engeland en Frankrijk kon betalen, echter na 1928 droogden deze leningen op vanwege een groei in de aandelenmarkt. Toen de aandelenmarkt viel

werden lenigen teruggeroepen, deze konden niet terugbetaald worden, dus banken en bedrijven vielen. Het leidde ook tot een agrarische depressie, boeren konden hun producten niet verkopen. Om hun economie te redden begonnen staten protectie maatregelen te nemen met als gevolg dat de wereldeconomie volledig instortte. Internationale politiek werd vergroot door de oorlog en zijn nasleep. Dus de val van de wereldeconomie vertraagde globalisatie, vooral op economisch vlak, echter op andere gebieden ging deze globalisatie gewoon door (innovaties, de landenbond League of Nations, WK voetbal).

View more...

Comments

Copyright � 2017 NANOPDF Inc.
SUPPORT NANOPDF