zondag 4 november 2012 - Wmo Adviesraad Kaag en Braassem

January 8, 2018 | Author: Anonymous | Category: Wetenschap, Health Science, Verpleegkunde
Share Embed Donate


Short Description

Download zondag 4 november 2012 - Wmo Adviesraad Kaag en Braassem...

Description

WMO-ADVIESRAAD GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM Datum , 22 novermber Secretariaat:Gruttohof 24, 2371 NR Roelofarendsveen Nr. 13 Tel..06-83114156, email:[email protected]

2012

Nieuwsbrief Beste Wmo-geïnteresseerden, Er is weer het een en ander aan nieuws of wetenswaardigheden op het terrein van de Wmo voor u verzameld. Het is natuurlijk slechts een selectie van zaken waarvan gedacht wordt dat ze voor meer mensen interessant zijn. Ik hoop dat u er iets aan heeft. Overigens geven de berichten niet de mening van de adviesraad weer, ze zijn bedoeld als bijdrage in de meningsvorming in het algemeen. Lees ze ! Met vriendelijke groet, Fried Elstgeest, voorzitter Website: www.corapostema.blogspot.nl: Cora Postema: Mijn man Wim kreeg in februar1 2009 een herseninfarct. Ik werd partnerzorger. Na een jaar werd mijn motto: "Je kunt alleen langdurig voor een ander zorgen als je ook goed voor jezelf zorgt". Daartoe inspireer en stimuleer ik mensen via verschillende wegen. Het versterken van de Eigen kracht van zowel zorgvragers en mantelzorgers alsook medewerkers in de zorg, daar ga ik voor. Op dit blog houd ik bij wat ik daarbij tegenkom en oppak. zondag 4 november 2012 Laat je hart spreken! Veel mantelzorgers voelen zich niet gehoord, niet serieus genomen, voelen zich ondergewaardeerd voor hun bijdrage aan de zorg. Toen ik mantelzorger werd, wilde ik me in eerste instantie vanwege de in mijn ogen ‘slachtofferige’ beeldvorming niet zo noemen. Totdat ik me bedacht dat ik zou willen laten zien dat mantelzorgers niet allemaal op voorhand ‘overbelast’ en ‘lastige zeurpieten’ zijn. Ik wilde laten zien dat mantelzorgers volwaardige te nemen ‘medezorgers’ zijn. En zo begon ik drie jaar geleden mijn stem in (mantel)zorgland te laten horen. Voor jezelf leren opkomen Soms zeggen mensen tegen me: “Jij hebt gemakkelijk spreken, jij kunt alles zo goed verwoorden!”. Als ik dan vertel dat ik tot zo’n jaar of 15 geleden nog een stille, onzekere vrouw was, kunnen mensen dat nauwelijks geloven. Het begon er destijds mee dat een leidinggevende tegen me zei: “Jij zou eens moeten leren je gevoel beter te verwoorden.” Ik vond dat maar onzin, maar twee jaar later meldde ik me toch aan voor een cursus ‘Luisteren naar je innerlijke stem’. Ik leerde dingen van mezelf kennen, waar ik nog geen weet van had. Ik ontdekte dat ik veel verdriet in me verborgen had en dat ik eigenlijk boos zou moeten worden in plaats van me teleurgesteld terug te trekken. Mijn vader was de eerste die het moest

-1-

ontgelden. Ik vertelde hem op mijn 38e eindelijk dat hij zich niet met mijn zaken moest bemoeien en dat ik zelf wilde bepalen hoe ik met mijn geld om ging. Dat was de eerste knallende ruzie met mijn vader en dat bleek de opening naar een heel nieuw contact met hem. Ik voelde me daarna door hem serieus genomen en hij liet zich voor het eerst ook van een heel gevoelige kant zien. Groeiend zelfvertrouwen De jaren daarna stond mijn hele leven op z’n kop. Overlijden van mijn vader, scheiding, ontslag, beenbreuk, onbegrip, vrienden die me in de steek lieten, het kon niet op. Ik volgde een opleiding voor hypnotherapeut. Achteraf gezien was dat een paar jaar therapie voor mezelf. Ik leerde mezelf steeds beter kennen, leerde vooral te vertrouwen op mijn intuïtie. Ik kon steeds beter benoemen wat ik bij mezelf en anderen waarnam. Eerst nog aarzelend en bang om afgewezen te worden. Maar die afwijzing kwam niet. Mensen herkenden wat ik zei en ze begonnen mij ook van alles over zichzelf te vertellen. Er ging een hele wereld voor me open en mijn zelfvertrouwen groeide. Hoe laat je je horen? Op mijn 47e kwam Wim in mijn leven. Hij leerde me nog beter voor mezelf op te komen. Drie jaar later werd ik zijn ‘spreekbuis’ omdat hij na zijn herseninfarct in eerste instantie maandenlang niet kon spreken en daarna nog maar beperkt. Het verwoorden van mijn/onze ervaringen is zo langzamerhand mijn specialiteit geworden. Wat me daarin opvalt is dat mensen vaak geraakt worden door wat ik vertel. Ze doen er wat mee. Ik voel me gehoord en serieus genomen. Soms vind ik het best spannend om te zeggen wat ik ergens van vind. Soms verwacht ik dat ‘de hele wereld’ over me heen zal vallen. Mijn laatste blog: ‘Mantelzorgers niet welkom!’ was zo’n overwinning op mezelf. Ik wil dat professionals mantelzorgers als gelijkwaardig zien en behandelen. Ik was echt boos op de manier waarop het Expertisecentrum Mantelzorg een bijeenkomst organiseerde om óver ons mantelzorgers te praten in plaats van mét. Ik zette mijn boosheid om in woorden. In dezelfde week deed Mezzo een onderzoek naar de belasting van mantelzorg, zonder aandacht te hebben naar de positieve, energiegevende kanten van mantelzorg. Ook daar heb ik laten weten dat het voor mij niet klopt om alleen maar de négatieve aspecten van mantelzorg onder de aandacht te brengen. Ik voelde me daar door meerdere mensen in gesteund. Oproep En dan was er de afgelopen week een soort van hoogtepunt. Ik mocht op de opening van www.WeHelpen.nl mijn verhaal over hulp vragen en mijn behoefte aan gelijkwaardigheid en wederkerigheid daarin, vertellen aan een zaal vol bestuurders, beleidsmensen en andere zorgprofessionals. Na afloop kreeg ik van meerdere kanten te horen hoe mijn kritische geluid, gehoord en verwelkomd wordt. Wat het in beweging zet. Hoe men zit te wachten op dit kritische geluid. Een bestuuder vertelde me:“Ik sluit me soms af van het geklaag. Heel terecht dat mensen klagen, maar je kunt er zo weinig mee. Hoe kunnen we mantelzorg meer positief benaderen?". Mijn antwoord daarop is een oproep aan alle mantelzorgers: Zeg vooral wát je wél wilt. Hóe je het wél wilt. Laat horen hoe anderen je kunnen helpen. Zet je klacht over wat er niet deugt om in een wens van wat je graag zou willen. Mantelzorgers laat je hart spreken!

Discussie begonnen door Sabya Van Elswijk MSc, senior consultant education / health care, author, organisator Inspiratiedagen op: Linked in: groep Wmo prof: 5 november 2012: Simpele hulp bij communicatie: familienet Ik las een artikel over hoe ICT ingezet kan worden voor makkelijkere samenwerking tussen verzorgenden, vrijilligers en familie. Wat me trof was het concrete en simpele toepssing. Oprichters Maarten en Hein hebben Familienet verzonnen voor hun eigen zorgsituatie. Op de Inspiratiedag Samen Zorgen zullen zij een workshop geven over hoe familienet kan helpen. Hier alvast een introductie, meer informatie vindt u op hun website.

-2-

Verzorgers en familie van de cliënt communiceren met elkaar op Familienet. Het is een makkelijk en leuk communicatiemiddel waar je berichten, foto’s en documenten met elkaar deelt. Het is ook mogelijk om een agenda bij te houden. Zo is iedereen op de hoogte van zorg en welzijn en wordt de samenwerking nóg beter. Voor wie is Familienet? Familienet wordt voornamelijk gebruikt in de ouderenzorg. De zorginstelling neemt een abonnement op Familienet en biedt dit de families van de cliënten aan. Hoe is Familienet ontstaan? In 2004 verhuisde Frieda Bloemink naar een zorginstelling in Groningen. Het contact tussen haar zes kinderen en de verzorgers verliep naast bezoeken voornamelijk via de telefoon. Er ontstonden soms misverstanden omdat de familiecontactpersoon alle informatie aan de andere familieleden moest doorgeven. En er was weinig ruimte voor leuke berichten over het welzijn van Frieda. Haar zonen Maarten en Hein bedachten Familienet (toen nog cc-net). In 2006 werd de eerste versie in gebruik genomen bij de zorginstelling van Frieda. Dat was zo’n succes dat het ook aan andere zorginstellingen aangeboden werd. Nu in 2012 wordt Familienet bij tientallen zorginstellingen enthousiast gebruikt. Wat kan je ermee? - Berichten delen: Zorg en mantelzorg delen berichten op de pagina van de cliënt. Elke cliënt heeft een eigen pagina op het internet. Alleen de verzorgers en familie van de cliënt hebben toegang tot de pagina. - Foto’s delen: Deel naast berichten ook foto’s. Van de wandeling in het bos of het gezellige kerstdiner. Foto’s zijn eenvoudig bij berichten of in het fotoalbum te plaatsen. - Documenten delen: Deel het activiteiten rooster, de nieuwsbrief of andere documenten met de families. Voeg het tekst bestand, zoals PDF of Word toe aan een bericht zodat de familie deze kan downloaden. - Agenda bijhouden: Plaats afspraken en evenementen in de agenda, zodat iedereen op de hoogte is. Deze afspraken worden overzichtelijk in de agenda getoond. De aankomende afspraken worden ook getoond op de overzichtspagina. - Algemeen bericht: Verzorgers hebben de mogelijkheid om een bericht op de pagina’s van meerdere cliënten tegelijk te plaatsen. Bijvoorbeeld voor de aankondiging van een muziekavond of de paasbrunch. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nieuwsbrief Zorgvisie 7 november 2012:

ActiZ vreest tienduizenden ontslagen in thuiszorg 6 november 2012 De bezuiniging van 2,4 miljard euro op de ouderenzorg in het nieuwe regeerakkoord, zal naar verwachting tienduizenden banen kosten. Daarvoor waarschuwt directeur Aad Koster van brancheorganisatie ActiZ. Door de overheveling van persoonlijke verzorging en begeleiding van de AWBZ naar de Wmo raken mensen het recht op deze vormen van zorg kwijt. Het wordt een gemeentevoorziening in plaats van een wettelijk recht in de AWBZ. Mensen worden hiermee afhankelijk van het gemeentebudget. Omdat de gemeente in het akkoord minder budget hebben, verwacht ActiZ minder indicaties voor begeleiding en persoonlijke verzorging. Bovendien bevat het akkoord voor huishoudelijke hulp een inkomensdrempel voor midden- en hoge inkomens. Dat betekent dat die groep mensen hun hulp zelf moeten betalen. Hierdoor zullen volgens ActiZ duizenden thuishulpen hun baan verliezen. Ten slotte schrapt Rutte-2 de dagbesteding. Ook hierdoor zullen veel begeleiders zonder werk komen te zitten.

Ontmantelen AWBZ Koster vindt dat bovenop de personele gevolgen het overhevelen van slechts een deel van de AWBZ naar de Wmo, de zorg nodeloos ingewikkeld maakt. ‘Enerzijds wil ook het kabinet dat mensen langer thuis blijven wonen’, zegt Koster in de Volkskrant. ‘Anderzijds stelt de regering rigoureuze bezuinigingen op huishoudelijke zorg, begeleiding en verzorging thuis voor. Zaken die nodig zijn om mensen te helpen langer thuis te blijven wonen.' ActiZ is altijd voorstander geweest om de hele AWBZ te ontmantelen en deels naar de gemeenten over te hevelen, en deels naar de Zorgverzekeringswet. (Zorgvisie – Wouter van den Elsen / Twitter)

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------3-

Nieuwsbrief Zorgvisie 12 november 2012: Zorgvrager rekent op familie voor mantelzorg 9 november 2012 Ruim 90 procent van de senioren rekent op zorg van echtgenoot(e) of kinderen als ze hulpbehoevend worden. Maar slecht 23 procent vraagt dat aan hen als het nodig is. Volgens ouderenvakbond ANBO is het noodzakelijk dat meer beroep wordt gedaan op andere groepen, zoals vrijwilligers. ‘Het dan ook een keuze.’ Zaterdag 10 november is de "Dag van de mantelzorg". Nederland telt 2,6 miljoen mantelzorgers, volgens cijfers van Mezzo, vereniging voor mantelzorgers en vrijwilligerszorg. Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de mantelzorgers zich nooit vrij voelt van verantwoordelijkheden. Grenzen stellen, tijdig hulp zoeken en eigen momenten creëren zijn oplossingen om overbelasting te voorkomen. Het thema zaterdag 10 november is: “Mantelzorg? Nu even niet!” Gevraagd Seniorenorganisatie ANBO bevroeg haar 1240 koppige panelleden (leden en niet-leden) over mantelzorg. Daaruit bleek 91 procent van de zorgvragers die mantelzorg nodig hebben, rekent op de zorg van echtgenoot(e) en kinderen. ‘Slechts 23 procent van hen heeft zijn kinderen ook daadwerkelijk gevraagd om zorg te verlenen op het moment dat het nodig was. Bijna de helft van de ondervraagden heeft geen maatregelen getroffen. De helft van hen denkt dat niet alles naar eigen wens geregeld kan worden.’ Familiegrens Opmerkelijk is dat er wel degelijk ruimte is om het mantelzorgnetwerk uit te breiden, namelijk onder vrijwilligers. ‘Als het gaat om mantelzorg verlenen, zijn mensen juist wel bereid buiten de familiegrenzen te gaan. Van de respondenten zou 42 procent zichzelf als vrijwilliger aanbieden aan anderen die zorg of hulp nodig hebben.’ Volgens de ANBO moeten zorgvragers meer naar mogelijkheden buiten de familie kijken. ‘Een vrijwilliger kan net zo goed voor iemand zorgen. Meestal past die zorgtaak beter bij de rest van zijn of haar verplichtingen. Het is dan immers een keuze.’ (Zorgvisie - Carolien Stam ) Nieuwsbrief KluwerSchulinck: 15 november 2012:

Oppositie wil garanties voor dagbesteding De voltallige oppositie wil dat het kabinet ervoor zorgt dat de dagbesteding voor bijvoorbeeld demente ouderen en gehandicapten ook voor 'nieuwe gevallen' in 2014 nog bestaat. Maar een motie van ChristenUnie-fractievoorzitter Arie Slob kreeg donderdag onvoldoende steun in de Tweede Kamer. Het kabinet wil de dagbesteding in 2015 overdragen aan de gemeenten, met een korting op het budget van 25 procent. 2014 moet een overgangsjaar worden waarin er voor mensen die nu dagbesteding volgen niets verandert, maar waar nieuwe gevallen niet automatisch dezelfde rechten hebben als mensen die nu in dagbesteding zitten. Kritiek Dat leverde het kabinet veel kritiek op. De regeringspartijen VVD en PvdA gaven het kabinet al de opdracht om binnen een half jaar met een oplossing te komen voor mensen die in 2014 voor het eerst aanspraak willen maken op de dagbesteding. Budgetten Premier Mark Rutte ontraadde de Kamer in het debat de motie van de negen oppositiepartijen te steunen. Volgens de premier leidt de oproep van de oppositie ertoe dat er extra geld gezocht moet worden en dat wil het kabinet niet. Rutte steunde wel de oproep van VVD en PvdA om binnen een half jaar een oplossing te hebben voor het tussenjaar 2014, inclusief een adequate begeleiding voor mensen in de dagbesteding. Dat kan volgens de coalitie wel binnen de bestaande budgetten geregeld worden. Bron: ANP

-4-

Nieuwsbrief Kluwer Schulinck: 15 november 2012

SCP: gemeenten werken steeds meer samen Doordat steeds meer rijkstaken worden overgeheveld naar gemeenten, gaan gemeenten onderling vaker samenwerken om hun taken effectief en efficiënt te kunnen blijven uitvoeren. Bedroeg het aandeel van de zogeheten intergemeentelijke uitgaven in 2005 nog geen 6 procent van de totale bestedingen van gemeenten, in 2010 was dat aandeel bijna 14 procent. Dat is meer dan een verdubbeling in slechts 5 jaar, meldde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) woensdag. Vooral kleinere gemeenten kiezen voor samenwerking, bijvoorbeeld op (nieuw bijgekomen) zaken die zij moeilijk zelfstandig kunnen regelen, zoals sociale werkvoorziening en huishoudelijke hulp. Werk en inkomen De grootste intergemeentelijke kostenpost vormt het beleidsterrein werk en inkomen. Uitgaande van de cijfers van 2010 wordt 28 procent van de uitgaven daaraan door verschillende gemeenten gezamenlijk gespendeerd. Dat komt neer op zo´n 3,5 miljard euro. Op de terreinen zorg en dienstverlening, en educatie en cultuur bedragen de samen gemaakte kosten respectievelijk 1,9 en 1,3 miljard euro. Weinig Het SCP constateert dat voor milieu en leefomgeving (200 miljoen euro) en infrastructuur en economisch zaken (100 miljoen euro) nog maar weinig gemeenschappelijk wordt uitgegeven. Maar gezien de toenemende problemen rondom grondbezit en leegstand op bedrijventerreinen, verwacht het planbureau dat ook op die gebieden de komende tijd meer zal worden samengewerkt. Tekort In totaal spendeerden Nederlandse gemeenten in 2010 zo'n 54 miljard euro, bijna een vijfde meer dan in 2005. Omdat de inkomsten maar 52 miljard bedroegen, betekent dit een tekort van bijna 2 miljard euro. Dat komt volgens het SCP vooral doordat er verlies geleden wordt op grondbezit. Door de crisis op de vastgoedmarkt leveren projecten minder op en worden ze later verkocht, waardoor gemeenten meer rente moeten betalen. Bron: ANP --------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nieuwsbrief Zorgvisie 15 november 2012: ‘Het Nieuwe Werken in de zorg bespaart honderden miljoenen’ 14 november 2012 Het Nieuwe Werken (HNW) in de zorg kan een besparing van honderden miljoenen euro’s opleveren. Dit blijkt uit onderzoek van NYFER naar HNW in de zorg, uitgevoerd in opdracht van Natuur & Milieu en de vakbonden Abvakabo FNV en CNV Publieke Zaak. Zelfsturing is het belangrijkste aspect van HNW in de zorg. Dit leidt volgens het onderzoek tot een grotere inzetbaarheid van medewerkers, meer arbeidsvreugde en positieve effecten op de kwaliteit van de zorg. Volgens de ondervraagde zorginstellingen die zelfsturing succesvol hebben ingevoerd, is een bijkomend effect de verschuiving van managementfuncties naar handen aan het bed. Dit kan volgens de onderzoekers een forse besparing op overhead opleveren, samen goed voor honderden miljoenen euro’s per jaar. Zo levert een half procent minder ziekteverzuim jaarlijks al 125 miljoen euro op. En als een kwart van de werknemers die dit kan, bijvoorbeeld mensen met veel administratieve taken, 1 dag per week thuis werkt, bespaart dit jaarlijks 12 miljoen uren reistijd, omgerekend 100 miljoen euro. Minder woonwerkverkeer levert daarnaast nog eens minder uitstoot op van CO2 , fijnstof en files plus minder slachtoffers van ernstige verkeersongevallen.

-5-

Huisvesting Ook op huisvesting zijn forse besparingen mogelijk, volgens het onderzoek. Instellingen die met HNW zijn begonnen, rapporteren 20 tot 40 procent minder huisvestingskosten. Een besparing van 20% bij zorginstellingen leidt tot een jaarlijks kostenvoordeel van 40 miljoen. Vooral bij nieuwbouw en herinrichting kan hiermee rekening worden gehouden. Overigens benadrukken de instellingen dat bezuiniging niet het enige doel kan zijn, HNW gaat om een andere manier van samenwerken die de kwaliteit van de dienstverlening ten goede komt. Vakbonden Eric de Macker (CNV Publieke Zaak): ‘Wij werken er graag aan mee dat de regie over de zorg meer bij de medewerkers komt te liggen. Zij staan immers het dichtst bij de patiënten. Hun vakmanschap is essentieel voor de zorg.’ Corrie van Brenk (Abvakabo FNV): ‘Wel moeten we er op letten dat nieuw werken niet doorslaat naar eenzijdige flexibilisering. Medewerkers zijn heel loyaal en zetten zich keihard in voor de zorg, maar daar zitten ook grenzen aan.’ (Zorgvisie – Wouter van den Elsen / Twitter / Beeld ANP Lex van Lieshout) --------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nieuwsbrief Per Saldo, 16 november 2012: PvdA: Dagbesteding blijft bestaan, ook in 2014 In 2014 kunnen mensen die voor het eerst dagbesteding nodig hebben, toch daar naar toe. Voor deze groep nieuwkomers gaat er een overgangsregeling komen. Dat hebben regeringspartijen PvdA en VVD gisteren in een debat toegezegd. Ook heeft Tweede Kamer-lid Otwin van Dijk (zorgwoordvoerder voor de PvdA) dit bevestigd naar aanleiding van vragen van Per Saldo. Per Saldo deed navraag Op vragen van Per Saldo schrijft Van Dijk: "Dagbesteding blijft bestaan. Ook in 2014. Dagbesteding gaat per 2015 naar gemeenten. Wat gebeurt er:  Per 2014 kunnen NIEUWE mensen geen aanspraak meer maken op huidige AWBZdagbesteding.  Alle BESTAANDE indicaties lopen in 2014 gewoon door.  Voor nieuwe mensen in 2014 wordt er een overgangsregeling gemaakt.  Per 2015 alle bestaande en nieuwe mensen naar gemeente (Wmo)." Het regeerakkoord had veel onrust teweeg gebracht door de zin In 2014 wordt de aanspraak voor de functie begeleiding in de AWBZ beperkt door de aanspraak op dagbesteding te laten vervallen... Vanaf 2015 wordt de extramurale zorg overgeheveld naar het gemeentelijk domein. Per Saldo is in elk geval opgelucht dat er een overgangsregeling gaat komen. Het kabinet zegde toe dat die er binnen een paar maanden moet zijn. Per Saldo houdt de vinger aan de pols over hoe deze regeling eruit gaat zien. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------Website:socialevraagstukken.nl

De buurt doet ertoe – maar niet voor informele zorg Marja Jager-Vreugdenhil 12 november 2012 De buurt is nog steeds een belangrijk aangrijpingspunt voor veel sociale en andere beleidsonderwerpen. Maar níet voor informele zorg. Daarom is het ook niet terecht dat gemeentes trachten de sociale samenhang in buurt en wijk te versterken via de Wmo. In de Wmo is een belangrijke rol weggelegd voor de buurt. Het eerste prestatieveld waarop gemeenten geacht worden beleid te formuleren, is: ‘Het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten’. Daarbij wordt een verband gesuggereerd tussen sociale samenhang op buurtniveau, en de participatie

-6-

van mensen. Dat verband is echter niet zo vanzelfsprekend, want participeren kan gebeuren in heel veel verbanden: in bedrijven en scholen, in sportverenigingen en andere vrijwilligersorganisaties of in vrienden- en familienetwerken. En die zijn lang niet altijd buurtgerelateerd. Toch wordt er wel wat van de buurt verwacht in de Wmo. Er wordt op drie manieren een verband gelegd tussen ‘de buurt’ en de ondersteuning van mensen met een beperking: 1. De buurt en wijk als directe geografische omgeving van een zorgvrager; dat betekent dat voorzieningen beschikbaar moeten worden gesteld in de buurt van de zorgvrager. 2. De wijk als ideaal organisatieniveau voor het realiseren van samenhang in voorzieningen; dat betekent wijkgericht werken door beroepskrachten, om een integrale aanpak mogelijk te maken. 3. De buurt als niveau waarop sociale samenhang en leefbaarheid vormkrijgen, door te functioneren als ontmoetingsplaats, en door ‘de civil society te creëren’ (Memorie van Toelichting bij de Wmo) De eerste twee functies van de buurt onderschrijf ik. Het is prettig voor zorgvragers als ze hun ondersteuning dichtbij kunnen krijgen. Het is ook belangrijk dat beroepskrachten die in dezelfde buurt werken rond dezelfde zorgvragers, niet langs elkaar heenwerken. Maar wat is het verband tussen sociale samenhang in buurten en de ondersteuning van mensen met een beperking? Volgens de beleidsstukken bij de Wmo ontstaat door meer sociale samenhang een sterkere civil society, en kan de civil society mensen met een beperking helpen door hen op allerlei manieren informele zorg en ondersteuning te bieden. En die civil society moet dus, zegt prestatieveld 1, bevorderd worden in buurten en wijken. De norm in de welvaartsstaat: eerst zelf oplossingen zoeken – inclusief professionele hulp Nu ben ik er zeker niet op tegen dat er meer informele zorg en ondersteuning wordt gegeven. Ik ben er zelfs van overtuigd dat van de huidige formele zorg best een deel kan worden vervangen door informele zorg en ondersteuning. Maar ik denk niet dat die informele zorg en ondersteuning kan worden bevorderd door sociale samenhang te bevorderen in buurten en wijken. Er is namelijk geen verband tussen sociale samenhang in buurten en de informele zorg die tussen buren gegeven wordt. Al eerder toonde Lilian Linders aan dat dat in een buurt met weinig sociale samenhang – in de wijk Drents Dorp in Eindhoven – gelukkig wel degelijk informele zorg werd gegeven, zelfs intensieve zorg. Maar dat was niet op basis van het bestaan van een buurtgemeenschap, maar op basis van een één op één relatie tussen twee personen, vaak omdat ze die elkaar herkenden als lotgenoot. Zelf toonde ik aan dat in buurten waar wel veel sociale samenhang is – in Zwolle, Westervoort, Barneveld, Putten en Wageningen – er óók geen verband is tussen die sociale samenhang en zorg tussen buren. Integendeel, juist daar gelden informele regels die ervoor zorgen dat buren elkaar zo weinig mogelijk last bezorgen. Men is wel bereid elkaar te helpen, maar dan in noodgevallen, voor korte tijd, en liefst op basis van wederkerigheid. Voor structurele zorg verwacht men van elkaar dat men de weg weet naar de professionele voorzieningen: ‘We zijn goed genoeg opgeleid om te weten dat er structurele hulp bestaat’, zoals een respondent kernachtig verwoordde. Wie voldoende is opgeleid en is opgegroeid in de welvaartsstaat, hanteert als norm voor zelfredzaamheid: eerst zelf oplossingen zoeken – inclusief inschakelen van professionele hulp – en alleen als dat niet lukt een beroep doen op anderen, eerst familie en vrienden en tenslotte misschien ook buren. De Wmo verwacht dat deze norm verandert. Buurten zijn niet vanzelfsprekend sociale verbanden Dat ‘de buurt’ geen logische bron van informele zorg is, kan ook worden onderbouwd door een analyse van sociale samenhang als de mate van betrokkenheid van mensen bij sociale verbanden. Er zijn veel verschillende sociale verbanden, formeel en informeel: bedrijven, scholen, politieke partijen, verenigingen, vrijwilligersorganisaties, families en

-7-

vriendennetwerken. Elk sociaal verband heeft een eigen doel, en mensen maken deel uit van dat sociaal verband omdat en zolang dat doel overeenstemt met hun eigen motivatie. Buurten zijn niet vanzelfsprekend sociale verbanden; het zijn in de eerste plaats geografische eenheden, en sommige buurten zijn ook niet meer dan dat. Er kúnnen wel sociale verbanden binnen buurten ontstaan, maar dat zijn dan niet vanzelfsprekend sociale verbanden die zorg en ondersteuning tot doel hebben. Ook in het WRR-onderzoek ‘Vertrouwen in de buurt’ worden diverse buurtgerelateerde netwerken en organisaties beschreven. Maar die zijn meestal gericht op verkeer, veiligheid, groen en speelvoorzieningen. Betrokkenheid van mensen bij zo’n buurtorganisatie betekent nog geen bereidheid om ook zorg en ondersteuning te geven aan buren. Buren organiseren zich wel gemakkelijk om hun onderlinge omgang in de publieke ruimte te reguleren, maar zullen hun privéruimte eerder van elkaar afschermen dan buren daarin toe te laten. Andere sociale verbanden vormen gelukkig wel een bron van informele zorg. Mantelzorg wordt meestal verleend aan familieleden. Ook diverse vrijwilligersorganisaties zijn specifiek gericht op zorg, zoals de Zonnebloem en het Rode Kruis. En ook kerken hebben zorg tot doel, zij het niet als enige doel. Er zijn dus wel degelijk sociale verbanden die belangrijk zijn voor de ambitie van de Wmo, maar die zijn niet per se buurtgerelateerd. Ik pleit er niet voor prestatieveld 1 te schrappen, maar deze anders te formuleren, zodat het gaat om sociale samenhang in een andere zin, namelijk actieve betrokkenheid van burgers in zelfgekozen sociale verbanden. Met het oog op de doelen van de Wmo zullen gemeenten – met behulp van sociale professionals – zich sterk moeten maken om díe sociale verbanden te versterken die gericht zijn op zorg en ondersteuning, of die op een andere manier een logische link hebben met de participatie van mensen met een beperking. Dat kán soms ook een buurtorganisatie zijn, maar denk vooral aan organisaties zoals de Zonnebloem of het Rode Kruis, een organisatie als Stichting Present of een sportvereniging die gestimuleerd wordt de activiteiten toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Maar wat gemeenten in elk geval niet moeten doen, is Wmo-geld investeren in buurtbarbecues in de hoop dat er dan als gevolg meer informele zorg in de desbetreffende buurt ontstaat. Marja Jager-Vreugdenhil is onderzoeker Centrum voor Samenlevingsvraagstukken. Zij promoveerde in september met het proefschrift: ‘Nederland Participatieland?’. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------Nieuwsbrief Zorgvisie 21/11/2012: Nieuwe schotten dreigen in de ouderenzorg 20 november 2012 Vroeg of laat zullen we moeten erkennen dat fatsoenlijke ouderenzorg in Nederland gefinancierd vanuit de collectieve middelen onbetaalbaar wordt. De zorgkosten rijzen de pan uit en op alle mogelijk manieren wordt gezocht naar oplossingen om het beroep op dure ziekenhuiszorg te verminderen. Een van de oplossingen wordt gezocht in het beter laten functioneren van de eerstelijnszorg. Die is namelijk te versnipperd en moet integraler worden georganiseerd. De huisarts, thuiszorg, de apotheker en andere eerstelijnsvoorzieningen in de wijk kunnen beter samenwerken en de zorg afstemmen om hiaten en ‘dubbele financiering’ te voorkomen. Dat levert doelmatigheidswinst op en is bovendien beter voor de cliënt. Door al die verschillende zorg- en hulpverleners zien vooral oudere cliënten door de bomen het bos niet meer. Hun zorgafhankelijkheid neemt toe en hun gevoel voor zelfregie neemt af. Geen last van versnippering Onderzoek, uitgevoerd door Dautzenberg Research & Advice namens de Academische Onderzoeksplaats van Zorgverzekeraars en gefinancierd door VGZ en Vierstroom, laat zien dat oude cliënten met een complexe zorgvraag zelf vaak niet zo’n last hebben van versnippering. Onder voorwaarde dat de zorgaanbieder het zo organiseert dat vaste

-8-

medewerkers op vaste dagen komen, zij één aanspreekpunt hebben en hun familie en de verschillende verzorgenden en verpleegkundigen de zorg onderling goed aan elkaar overdragen. Sterker nog, een groot deel van de geïnterviewde ouderen geeft aan het juist wel gezellig te vinden om verschillende medewerkers over de vloer te krijgen. Er is eerder sprake van ‘snipperlust’ dan van ‘snipperlast’. Thuiszorg betekent namelijk voor alleenstaande ouderen of voor senioren die aan huis gebonden zijn ook een uitbreiding van hun sociale netwerk. Dure AWBZ wordt daarmee ingezet voor gewoon menselijk contact en is daardoor feitelijk een vorm van eenzaamheidsbestrijding. Nauwere samenwerking met thuiszorg Wat lijkt logischer om de thuiszorg nauwer te laten samenwerken met welzijnsorganisaties, vrijwilligers in te schakelen of de eerstverantwoordelijke verpleegkundigen van de thuiszorg de familie wat vaker te laten aanspreken? Of eenvoudige diensten aan te bieden met actieve senioren die oudere senioren helpen met boodschappen of transport naar de dokter of het ziekenhuis. Dat is gratis of betaald vanuit de Wmo (lees: gemeente). Project Goudsbloem In de wijk Bloemendaal in Gouda (project Goudsbloem) is met dat concept geëxperimenteerd. Het adagium was ‘meer welzijn is minder zorg’. Gelukkige en sociaal actieve ouderen (meer welzijn) worden minder snel ziek en daarmee minder snel zorgbehoevend. Alle betrokkenen in de wijk zagen het nut en de noodzaak van het project in. Thuiszorgaanbieder Vierstroom ging met diverse welzijnsaanbieders samenwerken en naar hen doorverwijzen. Gescheiden geldstromen Maar wat gebeurde er? Goed gedrag werd niet beloond. Wanneer Vierstroom doorverwees naar welzijn, bleken die de aanvragen voor ondersteuning van een dergelijke complexe doelgroep niet verwerkt te krijgen. Dit komt doordat de AWBZ en de Wmo gescheiden geldstromen zijn. Thuiszorgorganisatie Vierstroom en de welzijnsorganisaties wilden de werkwijze dus wel, maar benadeelden zichzelf daarmee: het leverde geen win-winsituatie op. Zorgaanbieders worden beloond voor het inzetten van meer zorg. En niet voor meer passende zorg of betere uitkomsten voor de cliënt in termen van meer welzijn of een betere kwaliteit van de dienstverlening. Integrale financiering Het wordt tijd de overheid, zorgaanbieders en zorgverzekeraars zich gaan buigen over de ontschotting op dat vlak. Integraal werken betekent ook integrale financiering. Uitgangspunten als gezondheids- en kwaliteitswinst voor de cliënt en doelmatige zorg voor de meeste kwetsbaren moeten sturende principes worden. Jammer dat het nieuwe kabinet precies het tegenovergestelde lijkt te doen. Een nieuw schot tussen verpleging (naar de Zorgverzekeringswet) en verzorging (naar de gemeenten) maakt een integrale aanpak alleen maar ingewikkelder. Maaike Dautzenberg, Dautzenberg Research & Advice. Jeroen van den Oever, bestuurder bij Vierstroom Gouda. =================================================================== Nieuwsbrief Zorgvisie 22/11/2012:

Buurtzorg en NPCF lanceren visie ouderenzorg 21 november 2012 Ouderen die als gevolg van de kabinetsmaatregelen onvoldoende ondersteund worden in het zelfstandig wonen, terwijl tegelijk de toegang tot verpleeghuizen wordt beperkt. In reactie op deze ontwikkelingen hebben patiëntenfederatie NPCF, seniorenorganisatie ANBO, beroepsvereniging V&VN en Buurtzorg Nederland een gezamenlijke visie op de ouderenzorg gepresenteerd.

-9-

Het harde onderscheid dat in het regeerakkoord wordt gemaakt tussen verpleging en verzorging zal grote problemen creëren in de ouderenzorg, aldus de organisaties. Vanwege dit onderscheid ontbreekt volgens hen de aansluiting tussen de verpleegkundige, de verzorgende en de huishoudelijk hulp. Het gevolg is dat de kwaliteit van zorg onder druk te komt staan, problemen te laat worden gesignaleerd en er onnodige kosten zullen worden gemaakt. Tevens is het voor de vier organisaties een punt van grote zorg dat gemeenten onvoldoende worden gestimuleerd om een passend woningaanbod voor ouderen te regelen. Het regeerakkoord spreekt van grote beleidsvrijheid van gemeenten. Dat zou beperkt moeten worden om grote verschillen tussen gemeenten te voorkomen. Daarbij horen eisen te worden gesteld aan de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg die gemeenten bieden. Oplossingen In het gezamenlijke document stellen de organisaties vijf oplossingen voor. De oplossingen moeten er aan bijdragen dat de zorg voor ouderen beter wordt, en dat ouderen daadwerkelijk langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Gemeente Zo zal in de visie de gemeente het aanspreekpunt zijn voor ouderen, ook als ouderen zelf huishoudelijke hulp moeten betalen. De vraag naar huishoudelijke hulp is vaak het eerste signaal dat de afhankelijkheid en kwetsbaarheid toeneemt. Goed ingaan op deze vraag, kan bijdragen aan langer zelfstandig wonen en kan kosten later voorkomen. Maak huishoudelijke verzorging mogelijk: een combinatie van huishoudelijke hulp en lichte verzorging. Dat voorkomt dat ouderen in handen van malafide aanbieders terechtkomen, het huis vervuilt en er onnodig meerdere personen rondlopen. Bovendien kan deze verzorgende ook de wijkverpleegkundige inroepen als de zorgvraag toeneemt. Zorgverzekeringswet Hevel niet het hele budget verzorging over naar de gemeente, maar laat een deel achter in de zorgverzekeringswet. Breng alleen lichte verzorging onder bij de gemeente, en laat zwaardere vormen van verzorging bij de wijkverpleegkundige in de zorgverzekeringswet. In de praktijk is verpleging en verzorging immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wijkverpleegkundige Geef de wijkverpleegkundige de ruimte om huishoudelijke verzorging in te zetten als dat nodig is. De huisarts en de wijkverpleegkundige vormen de spil van ouderenzorg. Verpleging en behandeling bij ouderen kan niet los gezien worden van hulp bij het runnen van het huishouden en het tijdig signaleren van toenemende kwetsbaarheid .De wijkverpleegkundige teams moeten direct huishoudelijke verzorging kunnen inschakelen. Zo wordt de sa¬menhang bewaakt, de zelfredzaamheid vergroot en kunnen mensen langer zelfstandig wonen. Beloon gemeenten die investeren in langer zelfstandig wonen. Als er minder ouderen naar verpleeghuizen gaan dankzij goed gemeentelijk beleid, dan moet dat geld ook naar de regio gaan en gebruikt worden om lokaal beleid te ondersteunen. Kwaliteit Stel kaders vast voor kwaliteit die de gemeente moet bieden. Ontwikkel een landelijk kwaliteitskader waarin met cliënten wordt vastgesteld aan welke eisen gemeenten moeten voldoen. Doe dat ook voor de 'landelijke voorziening' waarin de huidige verpleeghuiszorg wordt ondergebracht. (Zorgvisie – Wouter van den Elsen / Twitter) -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

- 10 -

View more...

Comments

Copyright � 2017 NANOPDF Inc.
SUPPORT NANOPDF