NIEUWSBRIEF - Instituut voor Amerikanistiek

January 12, 2018 | Author: Anonymous | Category: Geschiedenis, Wereldgeschiedenis, Aztec
Share Embed Donate


Short Description

Download NIEUWSBRIEF - Instituut voor Amerikanistiek...

Description

Zwartzusterstraat, 13 2000 Antwerpen Tel. 014/41 46 27

INSTITUUT VOOR AMERIKANISTIEK

NIEUWSBRIEF JAARGANG 1, nr. 2

DECEMBER 1987 tweemaandelijks

DE AZTEKEN EN HUN VOORGANGERS KOMEN NAAR BRUSSEL ! EEN TENTOONSTELLING OP WERELDNIVEAU Dit werkjaar 1987-1988 is op museumgebied reeds bijzonder rijk geweest met de cascade tentoonstellingen rond Europalia Oostenrijk, die in december aflopen. Voor de Brusselse Jubelparkmusea voor Kunst en Geschiedenis wordt dit echter de eerste tentoonstelling met waarlijk internationale allures sinds 11 De vrouw in het Rijk van de Farao's 11 ( 30.11.1985 - 21.2.1986). Objectief gezien is de nieuwe manifestatie nog belangrijker, door het zeldzame karakter van de voorwerpen, het recente van hun ontdekking en niet in de laatste plaats doordat de ten tonele gevoerde culturen voor het publiek zowat ' terra incognita' zijn. ( vervolg blz. 2)

AGENDA zaterdag 16 januari 1988 De Azteken Kunstschatten uit het Oude Mexico 15.1.1988 - 17.4.1988 Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis Prof. Dr. Graulich zal onze leden op 16 januari 1988 deskundig door de tentoonstelling leiden. ( Verzamelen aan de ingang van de tentoonstelling te 10.00 uur.) Inschrijving uitsluitend door storting van 125 BF op onze bankrekening nummer 750-9092293-59. Slechts de eerste 30 inschrijvingen komen in aanmerking. LIDGELDEN

steunende leden) zeker geen onoverkomelijk probleem zijn. Schrijf vandaag nog uw bijdrage samen met uw inschrijving voor het bezoek aan de tentoonstelling 'De Azteken' door middel van bijgevoegd overschrijvingsformulier over op onze bankrekening nummer 750-9092293-59. WOORD VAN DE VOORZITTER Onze vereniging is amper enkele maanden oud en het is dan ook nog veel te vroeg om aan een ernstige evaluatie te denken. Niemand zal echter ontkennen dat wij schitterend uit de startblokken zijn geschoten. Wij waren natuurlijk geen neofieten op het terrein, en we wisten dat we konden rekenen op talrijke enthousiaste en trouwe leden, maar toch had niemand dit succes durven verhopen. Het is anders dan vroeger; het is beter! ( vervolg blz. 2)

Om budget redenen is het ons niet langer mogelijk het tijdschrift van de vereniging gratis aan interessenten toe te zenden. Indien u verder wenst op de hoogte te blijven van de activiteiten van het Instituut voor Amerikanistiek zal de jaarbijdrage van 600 BF ( minimum 1.000 BF voor ere- en V.U. : J. Daelman, Zwartzusterstraat 13, 2000 Antwerpen

Wij hebben in het verleden meermaals lezingen georganiseerd met eminente, eloquente en erudiete sprekers. Onze vroegere reizen moesten in niets onderdoen voor de uitstap naar Nijmegen. Toch zijn er nu een paar punten te bespeuren die er op wijzen dat een nieuwe lente op komst is.

Woord van de Voorzitter (vervolg) Als eerste spreker ontvingen wij Prof. Dr. Rudolf Van Zantwijk. Dat was meteen een schot in de roos. Een van de meest gerenommeerde amerikanisten ter wereld, die niet alleen vloeiend Spaans en Nahuatl spreekt, maar vooral ons bloedeigen Nederlands. In het stijlvolle kader van het Delbeke-huis kregen wij een boeiende inwijding in de merkwaardige Azteekse poësie. Na de lezing werd door onze gastheer, de ASLK, een verzorgde receptie aangeboden.

Vooreerst worden onze lezingen bijgewoond door een groot aantal leden. Een aanwezigheid van 80 % van onze leden bij iedere activiteit is een prestatie die vele verenigingen ons zullen benijden. Ook duiken er steeds weef. nieuwe gezichten op van personen die zich aangetrokken voelen tot de amerikanistiek, en die, na een eerste kennismaking, meteen lid wensen te worden van onze vereniging. Dit is zeker de beste manier van ledenwerving. Zo onstaat er een groep van leden die niet alleen financieel wil steunen, maar die vooral rechtstreeks betrokken wil zijn bij de werking van haar vereniging. Die betrokkenheid ervaren we bovendien bij talrijke leden die zich sinds enkele maanden actief inspannen bij de practische realisatie van allerhande opdrachten. De redactieraad draait op volle toeren, het secretariaat functioneert · uitstekend en de organisatie van reizen en museum-bezoeken is in ervaren handen.

Tijdens het Allerheiligen-weekend trokken wij dan met liefst 43 leden naar Nijmegen, om er te snoepen van het minuscule, maar wondermooie "Amerika Museum" in Cuyck. Een collectie precolumbiaans aardewerk die vooral met liefde werd samengebracht door een minzame conservator. Een mooi hotel, het unieke Kröller - Müller Museum, het Afrika Museum in Berg en Dal, een rondrit door de schilderachtige omgeving met een charmante gids en gezellig tafelen zorgden ervoor dat dit weekend uitgroeide tot een happening die nog lang zal nablijven bij de deelnemers. Later werden onze leden ei zo na in trance gebracht door Ch. Dellannoy tijdens zijn lezing ov~r 11 Umbanda, Braziliaanse trance rituelen 11 • Een boeiende avond, ook omdat wij voor het eerst te gast waren bij onze sponsor, in de AN-HYP lokalen te Berche.m. Voortaan zullen de meeste van onze lezmgen daar plaats vinden. De goede ligging, ~e parkeerruimte en de perfecte accommodatie van de vergaderzaal zijn punten die iedereen naar waarde zal weten te schatten. Ook de ons aangeboden receptie was zeker niet te versmaden.

We hopen ook in 1988 op onze leden te kunnen rekenen voor de verdere uitbouw van de vereniging. Johan Daelman, Voorzitter

ANIBHYP SPAARBANK volledige artikel dat in het Nederlands vó6r de rijkelijk geillustreerde catalogus van de Brusselse tentoonstelling verscheen, gepubliceerd werd in het voormalig tijdschrift van onze vereniging: J. MARTENS 11 Urbanisatie en wereldbeeld in Precolumbiaans Meso-Amerika, dl. 4 en 5, De Templo Mayor en het Azteekse wereldbeeld van de Vijfde Zon, in: America Antiqua", jg. 9, 1984, nr. 1, blz. 11-36 en nr. 2, blz. 5-25. Net als 11 De vrouw in het Rijk der Farao's 11 is het geheel ingericht met de hulp van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

De Azteken komen naar Brussel ( vervolg) In april 1987 zochten we in het wereldberoemde Museum voor Antropologie en Geschiedenis in Mexico naar een aantal voorwerpen, afkomstig uit de net afgesloten opgravingen bij de Templo Mayor. Tevergeefs, want de belangrijkste vondsten waren op tournee in Europa. Wij zijn dan ook zeer verheugd dat de meer dan 300 unieke meesterwerken uit OudMexico na Hildesheim, München, Linz en Kopenhagen, ook in Brussel zullen te zien zijn. Vermelden we terloops dat het meest

2.

De eerste grote, geillustreerde artikels verschenen in onze kranten reeds in juni 1987, en eind juni was de eerste oplage van de vouwfolder klaar - een exen:iplaar van de tweede editie vindt u in deze nieuwsbrief.

aangevuld met de steun van de Kredietbank. Het belang dat men aan de manifestatie hecht blijkt o.a. uit het vroege tijdstip waarop het grote publiek bij de zaak betrokken werd.

EEN TWEEDE KULTURELE KANS VOOR EUROPA jade worden uit de offerkamer van de Templo Mayor gehaald. Deze tempel betekende het architectonisch hoogtepunt van de hoofdstad Mexico-Tenochtitlan. Meerdere van de stukken uit de Templo Mayor worden nu, voor het eerst te Brussel getoond. Het was echter moeilijk een tentoonstelling over de Azteken op te bouwen zonder de beschavingserfenis van hun voorgangers te tonen.

In zijn reisjournaal beschrijft Albrecht Dürer enthousiast 11 de voorwerpen die voor de keizer uit het Nieuwe Land van goud werden meegebracht 11 • Op 27 augustus 1520 is hij een van de eerste bezoekers van de tentoonstelling over de 11 Azteekse kunst 11 , die te Brussel onder meer de stukken toont welke Hernan Cortes voor Karel V meebracht. De Azteekse beschaving is wellicht de bekendste onder de Precolumbiaanse Amerikaanse culturen. Vanaf haar ontdekking door de Spaanse veroveraars in 1519 tot op heden wist ze altijd de aandacht te trekken, en dit zowel van de wetenschappers als van het grote publiek. Gedurende vier eeuwen zullen verzamelaars kostbare stukken opbergen in hun 11 curiosa kabinetten 11 • Een voorbeeld hiervan vormen de op de tentoonstelling aanwezige stukken uit de 11 Schatkamer" van Cosimo I van de Medici, heerser over Firenze.

Vanaf 1500 voor Christus leggen de Olmeken de basis van wat Meso-Amerika zal worden; het schrift, de ceremoniele centra, de kalender, het balspel, de maïsteelt worden in die periode gecreëerd en zullen in de daaropvolgende eeuwen een enorme ontwikkeling kennen. Gedurende de klassieke periode gaan zich andere beschavingen ontwikkelen. In de omgeving van Mexico-Tenochtitlan is Teotihuacan een echte wereldstad waar pelgrims, ambachtslieden en handelaars vanuit verschillende hoeken van Mexico samenkomen. Zelfs na haar verval ca. 700 na Chr. zal Teotihuacan de Mexicanen blijven fascineren en de Azteken zullen niet nalaten er soms hun doden te komen begraven.

Gedurende vier eeuwen zullen de opzoekingen over de Azteken de Meso-Amerikaanse studies zelfs in die mate domineren, dat de opzoekingen in verband met de oudere culturen naar de achtergrond worden verdrongen.

Op de golfkust te El Tajin ontwikkelen de volkeren een oorspronkelijke kunst waar vooral de voorwerpen die in de relatie tot het rituële balspel staan, domineren.

In 1978 echter ontdekken werklui tijdens openbare werken in de omgeving van de Plaza de la Constitución in Mexico-Stad een heel groot laagreliëf van Coyolxauhqui, de maangodin. De plaats waar dit stuk werd gevonden, trekt onmiddelijk de aandacht van een aantal onderzoekers. Het ' Instituto Nacional de Antropologfa y Historia' besluit met opgravingen te starten. Tot in 1982 leidt Eduardo Matos Montezuma de opgravingswerken, die voor het eerst de materil!le grondvesten zullen blootleggen van het religieus centrum van het Azteekse rijk, dat tot dan toe enkel uit teksten van kroniekschrijvers was gekend. Grote polychrome beelden en beeldjes in

In de vallei van Oaxaca stichten de Zapoteken talrijke religieuze centra. Vanaf de 8ste eeuw zullen de Mixteken zich stilaan van hun steden meester maken. Ze gaan zelfs zo ver de graven van hun voorlopers opnieuw in gebruik te nemen. Deze nieuwkomelingen waren overig~ns bedreven goudsmeden. Ze laten ons de meest indrukwekkende schatten na, waaronder de weelderige turkooizen mozaïeken, die op de tentoonstelling te zien zijn. Ze vervaardigden deze voor de Azteken, nadat ze door deze laatsten overwonnen ·waren.

3.

Bij het begin van de postklassieke periode ( 900-1521 na Chr.) vestigen de Tolteken zich te Tula. Hun oorsprong is vaag, wat voor gevolg heeft dat de Azteken aan hun cultuur soms verkeerdelijk een groot aantal verwezenlijkingen zullen toeschrijven.· Het is van deze ambachtslieden dat ze zich de beeldhouwkunst, de verenbewerking en de schilderkunst eigen maken. Al deze culturen zijn in de tentoonstelling vertegenwoordigd met meer dan 300 mees-

terwerken uit de Mexicaanse, Amerikaanse en Europese musea. Een catalogus van meer dan 600 blz. waarin alle stukken in kleur staan afgebeeld, geeft de meest recente staat van de Mexicaanse archeologische onderzoekingen. We hopen dat de tentoonstelling te Brussel bij de bezoeker dezelfde emoties en hetzelfde enthousiasme zal oproepen als bij Albrecht Dürer 450 jaar geleden.

DE AZTEEKSE GESCHIEDENIS In de loop van de 12de eeuw verlieten de begane grond als op terrassen waren aangeMexica hun mytische woonplaats Aztlan en legd. begonnen een zwerftocht die twee eeuwen In het centrum van Tenochtitlan waren de religieuze gebouwen opgetrokken. Boven op zou duren. Gedurende deze lange periode hadden zij de indrukwekkende piramidale en kegelvormet vele tegenslagen en ontberingen te mige tempels verbleven de goden van het kampen. Zij bouwden zich echter een ste- Azteekse pantheon. De belangrijke cultusvige reputatie als krijgers op en stelden hun plaats, de zg. Templo Mayor, was gewijd militaire vaardigheden ten dienste van de aan Huizilopochtli, de god van de opgaande volkeren die het hoogland van Centraal- zon en Tlaloc, de regengod. Het belang dat Mexico bewoonden. In 1325 kregen zij van de Azteken aan deze tempel hechtten, blijkt hun machtige broodheren de toelating zich ondermeer uit het feit dat bij de inauguratie definitief op enkele drassige eilandjes in de in 1487, het jaar ' 8-rietstengel' van de tijdrekening,niet minder dan lagune van het Texcoco-meer te vestigen en Azteekse stichtten er hun stad Mexico-Tenochtitlan. 20.000 krijgsgevangenen op de offersteen In korte tijd zou deze bescheiden nederzet- zouden zijn gedood. Een getal dat Prof. Van ting met' rieten hutten uitgroeien tot de Zantwijk als totaal overdreven beschouwt. metropool van het Aztekenrijk. Door talrijke veroveringen en allianties kon- De Azteken geloofden dat de zon uit offerden de Mexica of Azteken hun gezag aan bloed was geboren en zij door het dagelijks heel Centraal-Mexico opleggen en strekte offer van mensenbloed in beweging werd hun rijk zich, op het hoogtepunt van hun gebracht. Zonder bloedvergieten zou het macht, uit van de Golfkust tot de Stille universum tot stilstand komen en de mensOceaan .. De rijkdommen die vanuit de on- heid ophouden te bestaan. Mensenoffers derworpen gebieden naar Tenochtitlan toe- waren bijgevolg een godsdienstige verplichtstroomden, droegen ondermeer tot de uit- ing tegenover de zon en een noodzaak voor bouw van de infrastructuur en de verfraai- het welzijn van de mensen. Doorgaans waren het gevangengenomen ing van de stad bij. De hoofdstraten waren er recht en zeer krijgers die aan de zon werden geofferd. !?reed en enkele bestonden voor de helft uit Alleen zij en hun in de strijd gevallen een kanaal, dat voor de afvoer van de broeders zouden een ' arendsgezel' worden waterhuishouding diende en waarop sloepen en dagelijks de zon mogen begeleiden van de meest vescheidene verbruiksgoederen de opgang in het oosten tot aan het zenit. transporteerden. Stevige bruggen overspan- Na vier jaar van trouwe dienst zouden zij den de kanalen of leidden naar de oevers dan als een kolibri worden herboren om van het meer en het Chapultepec-aquaduct voor eeuwig van bloem tot bloem te vliegen. Door het geloof in dit gelukzalig hiernavoorzag de stad van drinkwater. maals, beschouwden ook de krijgers van Goed geordende woonwijken groepeerden Tenochtitlan zelf het als de grootste eer op de huizen. De paleizen van de hoogwaardig- het slagveld of op de offersteen van een heidsbekleders waren in uitgestrekte exo- vijandige stad te sterven. tische tuinen gelegen, die zowel op de

4.

In Guatemala erfden de Chortis-indianen de Mayatradities over en ze gaven aan de rook van tabak eenzelfde rituële betekenis. Ze rookten voor de rituële maaltijden; ze rookten in een religieuze sereniteit om de boze geesten gunstig te stemmen alvorens dê velden met mais te bezaaien. De tabaksoffers zijn in het Maya-ritueel goed gekend en we herinneren er aan dat men een figuur kent die een god met een grote sigaar voorstelt en die omringd is door tekens die de aarde en de oostenwind voorstellen.(9) Het is interessant er op te wijzen dat de houding van deze god op onze beeldjes gelijkt, alhoewel hij op een hoog kussen met rugleuning gezeten is. Het hedonisch gebruik van de tabak is tegenwoordig erg in trek, maar de verspreiding van dit plezier is te wijten aan de invloed van de blanken. Nochtans was het tabaksgenot bij de Indianen vroeger niet onbekend en werd het geïntroduceerd in de dansen, drinkpartijen, sociale ceremonies, bij ontvangsten van gasten en bij het afsluiten van vriendschappen. Uiteraard kan het religieus karakter van de tabak nauw verbonden zijn met ontspanningsmomenten.

Het lijkt wel dat deze verschillende aspekten verenigd zijn in een feest dat Oviedo zag in Costa Rica zelf : 11 700 of 800 Indianen hadden zich rond hun opperhoofd geschaard die hen cacao gaf en bekers met sterk alcoholhoudend 'è:hica-bier uitdeelde. Hij bracht hen zelfs tabaksrollen om te roken. Drinken, roken, dansen en naar dansen kijken duurde voort totdat de uitgeputte deelnemers in elkaar stortten door vermoeidheid en dronkenschap. 11 (10). Onze sigarenrokers hoeven niet noodzakelijk een godheid uit te beelden. Misschien hebben we hier een reminiscentie aan een vriendschappelijke of een ontspannende handeling die door de priester voor medische doeleinden werd uitgevoerd maar die ook door de gewone burger tijdens religieuze of sociale bijeenkomsten werd volbracht. Deze opvatting verzoent onze beeldjes met de eenvoudigweg zittende figuren, de 11 toeschouwers11. Moesten deze beeldjes - zowel de 11 toeschouwers11 als de "sigarenrokers" - de doden in het graf vergezellen om ze aan het plezier en de euforie te herinneren die ze tijdens hun leven genoten hadden wanneer ze deelnamen aan de ceremonies en de dansen uit hun streek ?

Verwijzingen (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) (9) (10)

J.A. MASON, Costarican Stonework, New York, 1945, pl. 43d.g. Precolumbian Art of Costa Rica ( Between Continents/Between Seas), New York, 1981, blz. 216, nr. 217; J. ALCINA, l'Art precolumbien ( l'Art et les grandes civilisations), Paris, 1978, blz. 421, nr. 501 Precolumbian Art of Costa Rica, blz. 216, nr. 218; J. ALCINA, o.c., blz. 421, nr. 500 J.A. MASON, o.c., pl. 43g. G.G. MAC CURDY, A Study of chiriquian Antiquities, 1911, pl. XLVIII en XLIX Idem, pl. XLIX; A. JOYCE, Centra! American and West Indian Archaeology, 1916, pl. XIII, 7 G.F. OVIEDO Y VALDEZ bezocht Nicoya - een schiereiland in Costa Rica - en Nicaragua in 1528. Cfr. zijn Historia de Nicaragua, boek XLII, hfdst. XI ( gepubliceerd in 1840). J.M. COOPER, Stimulants and Narcotics, in J. Steward Handbook of the South American Indians, V, 1949, blz. 525 e.v. Hij bestudeerde de verspreiding en het gebruik van tabak in Amerika. R. GIRARD, Los Chortis ante el probleme Maya, dl. 2, 1949, blz. 600, fig 601 G.F. OVIEDO Y VALDEZ, o.c.

Ballet van Vlaanderen DON QUICHOTE Bourlaschouwburg ( Oude KNS) 29 februari 1988 Kaarten : 400 en 500 BF Inlichtingen : D. Van Cleemput 03 / 233.64.44

BRIDGE DRIVE 17 april 1988 250 koppels lruichrijving : 1.000 BF per koppel Hoofdprijs: IBM-compatible, 10 Mb Inlichtingen : D. Van Cleemput 03 I 233.64.44

9.

BOEKBESPREKING ANNE RUTYNE 11

De strijd tegen de zonnekinderen 11 Hasselt, Oavis, 1986, 134 blz., 390 BF Illustraties: Liesbeth Jonckheere INHOUD 1476 van onze jaartelling, in wat nu Noord-Peru is. In de Chimu-hoofdstad Chan Chan heerst onrust. Het goed georganiseerd woestijnrijk wordt bedreigd door de Inca's, die uit de bergen afdalen naar de woestijnkust. Acarun, een zestienjarige leerling goudsmid, ziet zijn broer vertrekken naar het leger, waardoor hij opgezadeld wordt met de verantwoordelijkheid over de familie. Ter gelegenheid van het huwelijk van de troonopvolger met een prinses uit de noordelijke havenstad Tumpiz wordt tussen de verschillende wijken van Chan Chan een wedstrijd gehouden in edelsmeedkunst. Tot zijn verrassing ziet Acarun zich door zijn gildemeester aangeduid om zijn wijk te vertegenwoordigen en tevens zijn meesterstuk af te leveren. Een onverwachte ontmoeting met Pillpintu ( vlinder), de dienares van de prinses, brengt hem op een idee. Hij smeedt een zwerm gouden vlinders in zo ragfijn filigraan, dat ze bij de aanbieding aan de vorst wegzweven op de woestijnwind.

voor de zo geroemde inrichting van hun rijk veel over van de woestijnbewoners en hun oasen-imperium ( dat op zijn beurt vermoedelijk rechtstreeks afstamde van de veel oudere cultuur der Mochica.) De schrijfster heeft zich over haar onderwerp zeer goed gedocumenteerd. Zij reisde in Peru en bezocht de reusachtige adobestad Chan Chan - nu uitgeroepen tot een van de UNESCO-monumenten van de gehele mensheid. Net als in " de nacht van de Dondergoden" resulteert dit in een zeer realistisch, authentiek aandoende ruimteschepping. Hiertoe leveren de talrijke, eveneens ernstig gedocumenteerde illustraties van Liesbeth Jonckheere een belangrijke bijdrage. Dit is een werkelijke verademing na alle ergernis van de laatste jaren om ontoelaatbare kemels in strips, jeugd- verhalen en zelfs wetenschappelijke werken een lijst te lang om op te sommen. · Voor de tekenares alle lof . Men voelt dat zij plezier beleefde aan haar werk.

Lang duurt zijn vreugde niet. Nog tijdens de plechtigheid meldt een boodschapper dat de grote vesting Paramonga ingenomen is. Killay, de vereerde oudere broeder van Acarun, ligt onder de doden. Vlak daarna is Acarun ervan getuige hoe de prinses uit Tumpiz door een heimelijk binnengedrongen groepje Incakrijgers ontvoerd wordt. Bij de achtèrvolging valt hij op zijn beurt in handen van de Inca's. Hij wint een weddenschap tegen de jonge heerser Tupac Yupanqui en weet dezelfde nacht nog te ontsnappen tijdens een maansverduistering. Ondanks een ontstoken speerwonde kan hij de stad waarschuwen voor de nakende verrassingsaanval. Enkele dagen later is Chan Chan gevallen. Het Chimu-imperium wordt ingelijfd bij Tawantinsuyu, het Incarijk. Rumi, een vriend van Acaruns broer, pleegt tijdens de onderwerpingsceremonie een aanslag op Tupac Yupanqui. Het is Acarun, die het leven van de Inca Sapa redt .... en dat van zijn volk. Want de Inca houdt zijn gelofte, afgelegd bij de weddenschap: Chan Chan blijft gespaard. De Chimu en wij Dit is het tweede boek van Anne Rutyne, lid van onze vereniging. Na haar opgemerkt en gewaardeerd debuut " De nacht van de Dondergoden" behandelt ze weer een ' blinde vlek' uit onze geschiedenishandboeken. Het is naar ons weten het eerste jeugdboek in ons taalgebied - en vermoedelijk het eerste boek zonder meer - dat de Chimu aan bod laat komen. Alle andere verhalen gaan over de Inca's. en dan nog bij voorkeur over de periode van de botsing met de Spanjaarden, rond 1532. De meeste mensen hebben nog nooit over de Chimu gehoord en derhalve bestaat deze cultuur voor hen gewoonweg niet. Nochtans namen de veroveraars uit de hooglanden

Michan-Caman, heer der Chimu (blz. 34) Toch is Anne Rutyne ook ditmaal nergens opdringerig of pedant. Integendeel. Haar hoofdbekommernis is: een spannend verhaal brengen voor jonge lezers. Zoals in " De nacht van de Dondergoden" beschrijft ze enkele cruciale dagen, die ditmaal niet alleen over het leven van een jongen, doch tevens over het voortbestaan van zijn volk beslissen. Je kan " De strijd tegen de zonnekinderen" in meer dan een opzicht vergelijken met " De gouden Pucarina" van

10.

Tony Vos-Dahmen von Buchholz. Als Rutynes boek eerder was verschenen, hadden wij beide verhalen ongetwijfeld samen behandeld. Beide boeken spelen ongeveer in dezelfde omgeving en in dezelfde tijd. In beide treedt de Incaheerser Tupac Yupanqui op. Chronologisch plaatst Rutynes boek zich ergens tussen het begin en het slot van " De gouden Pucarina" in. En tenslotte, beide zijn naar onze mening honderd bladzijden te kort! Ondanks het feit dat de auteur haar doelgroep ongetwijfeld bereikt, ondanks onze appreciatie voor de illustraties laat het geheel ons tamelijk onbevredigd. Het boek valt te schraal, te weinig aangekleed uit. Het consequente volhouden van het vertelperspectief - primaire focalisator is Acarun - veroorzaakt sprongen in het verhaal, die op de jonge lezers soms verwarrend overkomen. Waar komen die Incakrijgers in het paleis zo plots vandaan? ( blz. 79) Waarom is de veldslag om Chan Chan zo plotseling afgelopen? ( Hfdst. 11) Waarom de strijd rond Paramonga, die alle allures had van een klassieke heroische worsteling, niet benut? Aan het schrijven van " De strijd tegen de zonnekin-

deren" gaat heel wat research vooraf. Acaruns gouden vlinders zijn geen hersen- spinsel van de auteur. Zij komen niet uit een fabeltje, doch uit een Mochicaschat, die honderd jaar geleden werd ontdekt.... en tot de laatste van de vijfduizend stuks werden gesmolten! De manier waarop zo een feitje uit de realiteit haar verbeelding aan het werk zet tot het herscheppen van een uit de herinnering weggeveegde cultuur, verraadt de rasverteller

Waarom laat Acarun een koper-goudlegering klaarmaken voor zijn vlinders? ( blz. 52) Omdat de volkeren van Precolumbiaans Peru werkten met goud van ongeveer 14 karaat ( tegen onze 24 karaat). Juist dit detail maakt zijn vlinders een stuk lichter, zodat ze gemakkelijker kunnen zweven. Bij de slag om Chan Chan strijden aan de zijde der Chimu slingeraars tegen de boogschutters van de Inca. ( blz. 112) Ook dit is juist. De volken van Peru misprezen de boog, noch kenden zij zwaarden ( laat staan machetes, zoals de recente strip " Peruana" in het weekblad '. Robbedoes') Zij gebruikten diverse typen strijdknotsen, werpppijlen en - speren. Alleen . de Incalegers hadden naast slingeraars ook contingenten boogschutters in dienst uit" de berguitlopers van het Amazone-oerwoud. Al deze kennis - en nog veel meer - zal aan de meeste lezertjes ontgaan, vrezen wij. Is het om alle schijn van betweterij te vermijden dat de schrijfster zo moeiteloos als de pirouette van een ballerina over de vruchten van haar moeizaam opwekingswerk heenglijdt? Of is het eveneens een gevolg van het consequent vasthouden aan het vertelperspectief? Voor Acarun is dat alles even vanzelfsprekend als voor ons een televisie of een auto. ( Ga dat maar eens uitleggen aan een Chimu van Vijhonderd jaar geleden!) Ook in de huidige science fiction bestaat - een tendens om technische uitweidingen te vermijden. Maar wat voor Acarun doodgewoon is,is dat niet voor ons! Ongetwijfeld bezit Anne Rutyne voldoende talent om haar gegevens wat nadrukkelijker in haar verhalen te verwerken, zonder in overdrijving te vervallen..... en zo haar lezertjes en lezers het genot van een 'Aha-Erlebnis' niet te onthouden. Jos Martens

TUD SCHRIFTEN

Dahlin, B.H., R. Quizar & A. Dahlin " Linguistic divergence and the collapse of preclassic civilization in Southern Mesoamerica." Blz. 367-382.

American Antiquity 1987, 1

Stahl, P. & P. Norton " Precolumbian anima! domesticates from Salango, Ecuador." Blz. 382-391, geill. Morrison, D.A. " Thule and historie copper use in the copper Inuit area." Blz. 3-12, geill. · Jett, St. " Additional information on split-twig and other willow figurines from the greater Southwest." Engelbrecht, W. " Factors maintaining low popula- Blz. 392-396, geill. tion density among the prehistorie New York Iroquois." Blz. 13-27. Overstreet, D.P. " Comment on Oneota ridges field agriculture in Southwestern Wisconsin." Blz. 396Meighan, Cl. " Reexamination of the early Centra! 398. California Culture." Blz. 28-36. Smith, M.E. " The expansion of the Aztec empire." Archaeology 1987, 2 Blz. 37-54. Weisman,B.R. " On the trail of Osceola's Seminoles Mountjoy, J. " Antiquity, interpretation and stylistic in Florida." Blz. 58-59, geill. evolution of petroglypas in west Mexico." Blz. 161Fleming, St. " Infant sacrifice at Pachacamac, Peru." 174, geill. Blz. 64-65, 74, geil!. American Antiquity 1987, 2 Archaeology 1987, 3 Fowler, D. " Uses of the past: archaeology in the Lekson, St.H. " Chako Canyon, New Mexico." Blz. service of the state." Blz. 229-248. 22-29, geill. Schreiber, K.J. " Conquest and consolidation." Blz. Hammond, N. " The discovery of Tikal." Blz. 30-37, 266-284 ( Huari, Inca). geil!. Bird, R. " A postulated tsunami and its efects on cultural development in the Peruvian Early Hori- Hecht, R.A. " Anasazi trails." Blz. 52-55, geill. zon." Blz. 285-303, geill. Archáeology 1987, 4 Dearborn, D., J.J. Schreiber & R.E. White " Intimachay: a december solstice observatory at Machu Pic- Molyneaux, B.L. " The lake of the Painted Cave." · chu, Peru." Blz. 346-354, geill. Blz. 18-25, geil!.( rotstekeningen in Canada)

11.

lsbell, W.H. & A. Cook " Ideological ongms of an Andean conquest state." Blz. 26-33, geill.( Huari)

Tribaal 1986, 30 (juni) ( tevens laatste nummer)

Archéologia 1987, 226 (juli-aug.)

Themanummer Precolumbiaanse culturen Blz. 1-24, geill.

Garcia, M.A. & J.-CI. Payan " Relevés de p'étroglyphes au Mexique." Blz. 36-38, geill.

Luttenberg, G. " Autonomie: toverspreuk of waarborg?" Blz. 25-27 " Volk in profiel: Tehuelche - Ona." Blz. 28-

Géo 1987, 95 (jan.)

29

Oliver, J. " Cette autre Amérique." Blz. 40-57, geil!.

Wereldwijd 1987, 171 ( feb.)

Vadrot, Cl-M. " Chez les Dénés du Grand Nord." Blz. 124-137, geill.

Smeets, J. " Dossier Columbia" Blz. 17-32, geill.

Géo 1986, 98 ( april)

BOEKEN

Blanchard, L.-M. " Vers les dieux de la Cordillière." Blz. 168-181, geill.

* " Ancien Pêrou: vie, pouvoir et mort." tentoonstellingscatalogus. Parijs, Nathan, 1987, 206 blz., geil!.

Géo 1986, 102 ( aug.)

Cassels, E.St. " Prehistorie hunters of the black Hills." 104 blz" ( $ 6,95)

Hervé, M.-V. " Pérou d'avant les Incas." Blz. 136-147, geil!.

* " Encyclopedie van de Nederlandse Antillen." 2de herz. druk Zutphen, De Walburg Pers, 1987, 552 blz., geill. ( ISBN 90/6011/360/8)

Geographical magazine 1987, march Sprague, S. " Papermakers of Mexico." Blz. 131-133, geill.

Erdoes, R. " Le chant des Flûtes et autres lêgendes indiennes." Fédérop, 1987, 136 blz., geil!. ( ISBN - 78 FF) 2/85792/047/4

Pelly, D. " The Caribou people." Blz. 134-139, geill.

* " Gold und macht: Spanien in der Neuen Welt." tentoonstellingscatalogus. Keulen, Kremayr & Scheriau, 1987, 431 blz., geill.

Geographical magazine 1987, may

* " Goud uit de 'verloren stad' Tairona, Colombia." tentoonstellingscatalogus. Breda, Volkenkundig Museum, · 1987, 16 blz" geill.

Cloudsley, P. " From Creole to Chica." Blz. 232-236, geil!. ( Peruviaanse muziek) Hoka Hey! 1987, 17 ( juli)

" De indianen: kunst en kultuur van de volkeren van Noord-Amerika." Sint-Lambrechts-Woluwe, Gemeentelijk Museum, 1987

Van de Velde, H. & H. Vandenbogaert " Verslag van een reis doorheen het land van de Navajo's en Hopi's." Blz. 4-26.

* " Informatiebrochure Noord-Amerikaanse Indianen." Antwerpen, Banai, 1987, 22 blz" geill.

Kijk 1987, 2

Kelley, K.B. " Navajo land use: an ethnoarchaeological study." Orlando, Academie Press, 1986, 223 blz" geill. ( $ 24,95)

Peeters, G. " Overleven is voor een Eskimo dagelijks werk." Blz. 14-17, geil!.

Monod, J. " Wora, la déesse cachée." Edition Evidant, 1987, 384 blz. ( ISBN 2/905817103/8 - 128 FF) ( Piaroa)

National Geographic Magazine 1987, June Dekin, A.A. " Sealed in time, ice entombs an Eskimo family for five centuries." Blz. 824-836, geill. National Geographic Magazine 1987, July

* Pinxten, R. & H .. Vandenbogaert " Indiaans denken: ruimtebeleving en onderwijs op het Navajo ·reservaat." Gent, KKI, 1987, 22 blz., geill.

Johnston, M. " Canada's Queen Charlotte lsland: homeland of the Haida." Blz. 102-127, geill.

Priollaud, N. " L'Ame: rêcits et légendes de Bolivie." Patino, 1987, 224 blz. ( ISBN 2/88213/006/6 - 75 FF)

Sciences & avenir 1987, 483 ( mai)

* Rieupeyrout, J.-L. " Histoire des Apaches." Paris, A. Michel, 1987, 360 blz., geil!. (ISBN 21226/02943/5 - 150 FF)

Lestienne, C. " Aux racines des Incas ... " Blz. 48-54, geil!.

Rodriguez-Loubet, F. " Les Chichimèques: archéologie et ethnohistoire des chasseurs-collecteurs du San Luis Potosi, Mexique." Mexico, Centre d'études mexicaines et centraméricaines, 1985, 239 blz. ( ISSN 037815726 - 193 FF Diff. De Boccard)

Spiegel historiael 1987, 2 Manning, R. " Goud uit de 'Verloren Stad' Colombia." Blz. 62-65, geill. Tribaal 1987, 29 ( maart) Luttenberg, G. " Ecuador zet zelfbewuste Indianen buiten spel." Blz. 38-39

.** ************************************************ Alle tijdschriftartikels en de met * aangeduide * * boeken zijn via het Instituut voor Amerikanis- * * tiek te raadplegen. * * ************************************************

12.

View more...

Comments

Copyright � 2017 NANOPDF Inc.
SUPPORT NANOPDF